Familiebanden zijn vandaag niet langer vanzelfsprekend. Steeds meer volwassen kinderen trekken grenzen tegenover hun ouders, terwijl ouders die afstand vaak ervaren als een pijnlijk verlies.
Ellen Jansegers – De Morgen
28 mei 2026
Leestijd: 11 min
‘Ik heb hem letterlijk proberen uit te leggen:
Dit heb ik nodig van jou als vader.’
Het gebeurt vaak geleidelijk. Een dochter die niet meer elke zondag langskomt. Een zoon die minder vaak belt. Een bericht dat onbeantwoord blijft. Voor sommige ouders voelt het alsof hun kind langzaam uit hun leven verdwijnt, zonder dat ze precies begrijpen waarom.
Tegelijk klinkt bij steeds meer volwassenen een andere boodschap: grenzen stellen is noodzakelijk, ook tegenover je ouders. Wie zich emotioneel niet goed voelt bij een bepaalde dynamiek, mag afstand nemen. Dat idee wint terrein in een samenleving waar psychologisch welzijn en zelfzorg steeds belangrijker worden.
Die twee bewegingen – ouders die zich afgewezen voelen en kinderen die ruimte nodig hebben – botsen steeds vaker met elkaar. En dat kan diepe sporen nalaten.
‘Je wereld stort in’
Brenda Casteleyn weet hoe ontwrichtend zo’n breuk kan zijn. Sinds 2019 heeft ze nauwelijks contact met een van haar kinderen. Ze legt momenteel de laatste hand aan een boek over haar ervaringen, dat dit najaar verschijnt onder de titel Wanneer een kind het contact verbreekt.
Wat precies de aanleiding was voor de contactbreuk, wil ze niet in detail bespreken uit respect voor haar kind. Maar het gevoel dat volgde, beschrijft ze als overweldigend.
“Het is een vorm van ambigu verdriet”, zegt ze.
“Je kind leeft nog, maar je ziet het niet meer. Voor veel ouders voelt dat alsof hun wereld plots instort.”
Bron Tine Schoemaker
Casteleyn begon zich na die breuk te verdiepen in ouder-kindvervreemding en begeleidt vandaag ook andere ouders die met een gelijkaardige situatie worstelen.
Wat haar daarbij opvalt: zulke breuken ontstaan zelden door één grote gebeurtenis.
“Het zijn vaak kleine dingen die zich opstapelen. Misverstanden, gekwetstheid, communicatie die niet loopt zoals ze zou moeten. Dat kan jarenlang onder de oppervlakte blijven en dan plots escaleren.”
Geen enkel gezin zonder spanningen
Onderzoekers benadrukken dat contactbreuken tussen ouders en volwassen kinderen niet uitzonderlijk zijn.
Het vaak geciteerde cijfer van 7 tot 12 procent is daarbij eerder een globale schatting op basis van verschillende studies, die doorgaans uitkomen op ongeveer één op de tien ouders.
In veel gevallen gaat het bovendien niet om een definitieve breuk, maar om periodes van afstand of minder contact.
Een groot Duits onderzoek bij duizenden gezinnen toont bijvoorbeeld dat ongeveer één op de vijf volwassenen ooit een periode zonder contact had met zijn vader, en bijna één op de tien met zijn moeder.
Zulke afstand kan tijdelijk zijn, maar maakt wel duidelijk hoe complex familierelaties kunnen worden wanneer kinderen volwassen worden.
Volgens onderzoekers spelen vaak meerdere factoren tegelijk. Conflicten kunnen ontstaan door oude kwetsuren, botsende verwachtingen, scheidingen of nieuwe partners.
Maar ook kleine verschillen in hoe ouders en kinderen gebeurtenissen herinneren of interpreteren, kunnen langzaam een kloof creëren.
“Er is bijna nooit één oorzaak”, zegt Casteleyn.
“Het is een samenspel van factoren.”
Grenzen stellen
Wat vandaag wel veranderd lijkt, is de manier waarop volwassen kinderen omgaan met die spanningen. Steeds vaker kiezen ze ervoor om duidelijk te benoemen wat voor hen niet meer werkt in de relatie met hun ouders.
Dat kan gaan van kleine aanpassingen – minder vaak afspreken of bepaalde onderwerpen vermijden – tot grotere stappen, zoals een periode van afstand nemen.
Volgens sociologen heeft dat te maken met een bredere culturele verschuiving. In moderne families wordt de relatie tussen ouders en kinderen minder vanzelfsprekend en meer gebaseerd op wederzijds respect en autonomie.
Familiebanden blijven belangrijk, maar ze worden vaker gezien als relaties die – net als vriendschappen of partnerrelaties – onderhouden en onderhandeld moeten worden.
Voor veel ouders kan dat moeilijk zijn om te begrijpen.
“Vandaag ligt de nadruk veel meer op psychologisch welzijn. Als een relatie je voortdurend pijn doet, dan wordt het meer aanvaard om daar afstand van te nemen.”
De pijn van niet begrepen worden
Ook Kevin (49) merkte hoe ingewikkeld die beweging kan zijn. De relatie met zijn vader is nooit echt vanzelfsprekend geweest. Als kind was zijn vader vaak afwezig, zowel fysiek als emotioneel.
“Hij werkte veel en was er gewoon niet zo vaak”, vertelt hij.
“En als hij er wél was, bepaalde hij heel sterk de sfeer.”
Wat je niet hebt gekend, mis je niet meteen. Pas toen Kevin volwassen werd, begon er iets te wringen. Rond zijn 25ste groeide het besef dat er iets ontbrak in hun band — iets wat hij zelf probeerde op te vullen. Hij ging het gesprek aan, probeerde uit te leggen wie hij was en wat hij nodig had.
“Ik heb hem letterlijk proberen uitleggen: zo zit ik in elkaar, dit heb ik nodig van jou als vader”, zegt hij.
Maar die pogingen liepen vast op een fundamenteel verschil tussen hen.
Kevin omschrijft zichzelf als introvert, iemand die energie haalt uit rust en diepgang. Zijn vader is het tegenovergestelde: extravert, dominant in gesprekken, altijd aanwezig.
“In discussies nam hij altijd de bovenhand. Ik voelde gewoon dat elk contact mij leegzoog.”
Wat volgde, was een langzaam proces van loslaten. Niet abrupt, niet met ruzie of harde woorden, maar eerder met een groeiend besef dat sommige verwachtingen niet ingelost zouden worden.
“Je moet op een bepaald moment erkennen dat er ook met je ouders een mismatch kan zijn”, zegt hij.
Die erkenning bracht rust, maar ook twijfel. Want de buitenwereld kijkt anders naar zo’n keuze.
“Mensen blijven zeggen: het is toch je vader. Alsof dat betekent dat je moet blijven proberen, wat er ook gebeurt.”
Toch besliste Kevin om afstand te nemen. Hij probeerde dat ook zo helder mogelijk te communiceren. Niet in een vluchtig gesprek, maar in een lang, doordacht bericht waarin hij zijn gevoelens en twijfels zorgvuldig onder woorden bracht.
“Ik heb alles opgeschreven”, zegt hij.
“Hoe ik onze relatie ervaar, wat dat met mij doet, waarom ik afstand neem.”
Het antwoord van zijn vader was kort. Eén woord, bijna achteloos: bedankt. Meer niet.
Voor Kevin werd dat moment onverwacht symbolisch voor alles wat tussen hen ontbrak.
“Je legt je hart op tafel, en dan komt er niets. Daar zit die mismatch ook”, zegt hij.
“Dat je iets heel fundamenteels deelt, en dat daar eigenlijk niets op terugkomt.”
De relatie veranderde daarna niet wezenlijk. Ze zien elkaar nog, af en toe, meestal op familiegelegenheden, maar het contact blijft oppervlakkig.
“Ik heb voor mezelf een bepaalde deur gesloten”, zegt hij.
“We zien elkaar nog, maar ik verwacht niet meer dat het ooit iets anders wordt.”
Voor zijn vader blijkt dat moeilijk te aanvaarden. Hij blijft hopen op meer, zoekt toenadering, stuurt berichten.
Kevin laat die vaak passeren. Niet uit onverschilligheid, maar omdat hij voelt dat het hem niets meer brengt.
“Ik heb het heel vaak geprobeerd. Op een bepaald moment weet je: dit heeft geen zin meer.”
Het is geen makkelijke positie. Er zit geen grote boosheid meer, maar ook geen verlangen om het anders te maken.
Wat overblijft, is iets dat moeilijk te benoemen is: een vorm van aanvaarding, misschien, maar zonder echte verbondenheid.
“Het heeft lang geduurd voor ik dat een plaats kon geven”, zegt hij. “Maar nu voelt het wel juist zo.”
Leren loslaten
Voor ouders is dat proces vaak moeilijk. Want ouder-kindrelaties zijn niet symmetrisch, zegt Casteleyn.
“In een vriendschap verwacht je dat beide partijen elkaar op dezelfde manier behandelen. Maar bij ouders en kinderen ligt dat anders.
“De ouder blijft in zekere zin degene die verantwoordelijkheid draagt voor de relatie.”
Dat betekent niet dat ouders alle schuld moeten opnemen. Wel dat ze soms de eerste stap moeten zetten om het gesprek opnieuw mogelijk te maken.
Casteleyn: “Als een kind zegt dat het zich gekwetst voelt, helpt het meestal niet om meteen te verdedigen waarom je iets gedaan hebt. Veel belangrijker is het erkennen dat die pijn er is.”
Dat inzicht kan moeilijk zijn, zeker wanneer ouders het gevoel hebben dat ze altijd hun best hebben gedaan.
“De meeste ouders proberen hun kinderen te beschermen en goed op te voeden”, zegt Casteleyn.
“Maar zelfs met de beste bedoelingen kan je dingen doen die later anders worden ervaren.”
Een andere vorm van nabijheid
Niet elke grens leidt tot een breuk. Soms betekent afstand net dat een relatie op een andere manier vorm krijgt.
Anne Vandorpe, moeder van drie volwassen zonen van 24, 22 en 19, heeft de voorbije jaren geleerd dat loslaten geen vanzelfsprekend proces is, maar iets wat je actief moet leren.
“Ik ben altijd een beschermende mama geweest”, zegt ze.
“Maar ik heb moeten zoeken naar een evenwicht tussen beschermen en loslaten. Dat is niet evident.”
Zes jaar geleden veranderde haar gezinssituatie ingrijpend: ze scheidde van de vader van haar kinderen en verhuisde van een landelijke omgeving naar Gent. Die overgang dwong haar om anders naar haar rol als moeder te kijken.
“Op zo’n moment moet je wel leren loslaten”, zegt ze.
“Je kan niet meer alles controleren of opvolgen zoals daarvoor.”
Wat haar daarbij vooral hielp, was inzicht krijgen in haar eigen reflexen.
Vandorpe groeide op met een moeder met een alcoholprobleem en verloor haar vader op jonge leeftijd. Die ervaringen maakten dat ze als ouder vaak vertrok vanuit angst.
“Ik merkte dat ik die angst projecteerde op mijn kinderen. Als ik mijn zoon niet kon bereiken, ging mijn hoofd meteen naar: er is iets mis. Terwijl dat helemaal niet zo moest zijn.”
Dat besef – dat haar bezorgdheid niet altijd iets zei over haar kinderen, maar wel over haar eigen verleden – werd een kantelpunt.
“De eerste stap is bewustwording. Begrijpen vanwaar je reactie komt.”
Daarnaast leerde ze ook haar kinderen meer autonomie te geven, zelfs wanneer dat wringt.
Zo probeerde ze op een bepaald moment – na aanraden van andere ouders – een trackingapp te installeren, om te kunnen zien waar haar zonen waren. Hun reactie was duidelijk.
“Dat heeft twee weken geduurd”, zegt ze. “Ze zeiden: dit willen we niet. En dan moet je luisteren.”
Het leidde tot een gesprek, waarin ze uitlegde van waar haar bezorgdheid kwam, maar tegelijk ook hun grens respecteerde.
“Ze willen niet dat ik zie waar ze zijn. Maar ze doen dat wel onder elkaar. En dat is voor mij oké.”
Wat voor haar het verschil maakt, is het vertrouwen dat haar zonen niet alleen staan. Ze ziet hoe ze elkaar opvangen, advies geven en beschermen.
“Af en toe spoken ze dingen uit waar ik als ouder van schrik. Maar dan zie ik hoe die broers dat samen dragen en voor elkaar zorgen. Dat stelt mij gerust.”
Ze noemt het hun brotherhood: een onderlinge verbondenheid die een deel van de ouderlijke rol overneemt.
“Als er iets is, gaan ze naar elkaar. Als het uit is met een vriendin, dan zeg ik: ga naar je broers. Daar gaan ze anders mee praten dan met mij.”
Dat besef maakt het voor haar makkelijker om een stap terug te zetten.
“Je moet accepteren dat je rol verandert. Je bent niet meer degene die alles oplost. En dat is soms moeilijk, maar ook geruststellend.”
Blijven zoeken naar verbinding
Contactbreuken blijven een pijnlijk onderwerp waar weinig mensen openlijk over praten. Ouders schamen zich vaak of voelen zich schuldig.
Volwassen kinderen worstelen dan weer met de vraag hoeveel afstand ze mogen nemen zonder hun familie te kwetsen.
Toch hoeft een periode van afstand niet het einde van een relatie te betekenen.
“Veel ouders en kinderen vinden uiteindelijk opnieuw een manier om met elkaar om te gaan”, zegt Casteleyn.
“Maar dat vraagt tijd, geduld en vooral de bereidheid om naar elkaar te luisteren.”
De volledige naam van Kevin is bekend bij de redactie.

Lees ook
Lees meer berichten
in deze categorieën
Bron: De Morgen