“Wie ben ik?” Actrice Janne Desmet vindt stilaan het antwoord. De babbelaar is óók een luisteraar. In Oostende geeft ze het podium aan Saar Depuydt, de activiste die in haar hulp aan mensen die over de grens willen geraken, over haar eigen grenzen ging. “Wie ben ik, als ik niet ‘Saar van Duinkerke’ ben?”
Marie Dejonghe en Marjan Justaert
13 augustus 2026
Leestijd: 25 min
“Ook in het goede voor de ander kun je te ver gaan”
Janne Desmet
Ah, de zee! Trekt ze ooit méér aan dan tijdens Theater aan Zee?
Elk beetje podiumbeest en toneelliefhebber lijkt dan in Oostende te vertoeven. Ook actrice Janne Desmet laaft zich aan de TAZ-vibes. Zij blijft ineens een hele week.
“Vorig jaar heb ik verdorie twee dagen gemist door een slechte mossel!” (schatert)
Maar voor Saar Depuydt moet de zee toch eerder dubbele gevoelens oproepen?
Jarenlang ging ze wekelijks naar de Noord-Franse kustgemeenten Calais en Duinkerke, om er mensen op de vlucht te helpen.
Ze spreekt consequent over “mensen op de vlucht”, omdat vluchteling een erkend statuut is. De meeste mensen daar willen het Kanaal over, lang niet iedereen overleeft de oversteek.
“Als ik wat verder richting Bray-Dunes ga, kijk ik altijd of ik geen bootjes zie”, knikt Saar Depuydt.
“Maar hier in Oostende vind ik rust aan de zee. Het heeft lang geduurd, maar daar ben ik wel al geraakt.” (glimlacht)
Ze praat rustig. Zonder heftige verontwaardiging, evengoed zonder taboes. Depuydt is een oudste kind, de oudste van drie.
Janne Desmet is de middelste van drie: de typische entertainer en de lijm die mensen graag verbindt. Het babbelende, energieke veulen met een groot hart “dat altijd al heel erg open heeft gestaan”, lacht ze.
“Volgens de Chinese horoscoop is 2026 het Jaar van het Galopperende Paard, en daar vind ik me wel in terug.”
Ze zijn gouw- en leeftijdsgenoten. Allebei midden de veertig, de ene uit Zwevegem (Janne), de andere uit Bekegem (Saar). En ze kennen elkaar.
Desmet: “Ik heb het verhaal van Saar voor het eerst gehoord in de podcast Zwijgen is geen optie, in 2020. Het bleef hangen.
“Ik was zelf 40 toen, en door wat tegenslag veel met mezelf bezig, en daar voelde ik me best schuldig over. Bijgevolg was ik hyperalert voor mensen die anderen helpen.
“Het was toevallig ook een periode waarin ik veel interviews mocht geven, en ik wilde die gebruiken om iemand die nog honderd keer meer bladruimte verdient, te vernoemen. En zo heb ik een paar keer Saars naam laten vallen.
“Toen kwam Lara Chedraoui bij mij thuis, voor het tv-programma Amai zeg wauw!, met Otto-Jan Ham.
“Ze vroeg me: wie wil je graag bij je in de show? ‘Als ik echt mag kiezen, Saar Depuydt’, antwoordde ik. Waarop Lara zei: ‘Maar ik ken die!’”
Saar Depuydt: “Lara loopt daar niet mee te koop, maar zij is ook al verschillende keren vrijwilliger geweest voor Mobile Refugee Support.
“Omdat zij bij het tv-programma betrokken was, had ik er vertrouwen in. Later ben ik ook nog gevraagd door De tafel van Gert, daar had ik meer schrik van. Maar uiteindelijk was dat ook een aangename ervaring.”
Janne Desmet: “Het is een enorm privilege om in de media je ding te mogen zeggen, maar tegelijkertijd is het ook heel kwetsbaar. De snelheid waarmee mensen gereduceerd worden tot een eendimensionaal wezen, is hallucinant. Terwijl iedere mens elke dag vecht om als een totaalwezen gezien te worden.”
Depuydt: “Ik vond het moeilijk, maar achteraf heb ik bijna alleen positieve reacties gekregen.”

Saar, mensen kunnen je kennen als winnaar van de Prijs voor Mensenrechten in 2023, uitgereikt door de Liga voor Mensenrechten. Jij kreeg die vanwege je jarenlange inzet als vrijwilliger voor mensen op de vlucht. Hoe ben je erin gerold?
Depuydt: “De eerste keer dat ik naar Calais ben gegaan, was ergens in september 2015. Ik woonde toen nog in Ieper, ik was leerkracht aardrijkskunde en geschiedenis, en wilde ‘iets’ doen in mijn vrije tijd.
“Eerst had ik geïnformeerd of ze geen mensen zochten voor de huiswerkklas in het asielcentrum in Poelkapelle.
“Toen wees een vriendin me op de oproep van Peter Terryn, een bekende activist, die mensen zocht om mee naar Calais te gaan en er de vluchtelingen te voorzien van kleren en eten.
“Uiteindelijk ben ik niet met hem mee gegaan, maar wel met een aantal mensen van een vrijwilligersorganisatie uit Veurne. Zo is het begonnen.”
“Het was mijn taak om de levenskwaliteit van de mensen in het kamp iet of wat te proberen verbeteren.
“De omstandigheden daar zijn niet te bevatten.
- Geïmproviseerde tenten, overal modder, geen sanitair, amper voedsel.
- Mensen die dagelijks de oversteek naar de kust van zuidoost-Engeland wagen in een piepklein rubberen bootje.
- De Franse politie die elke week het volledige tentenkamp aan flarden rijt en alle spullen in een container meepakt.
- Mensen die in het water terechtgekomen zijn omdat hun bootje neergestoken is, en drijfnat tientallen kilometers moeten terugstappen naar het kamp. Kindjes incluis. Om het een paar dagen later opnieuw te proberen.
“Op een gegeven moment reed ik tot twee keer per week naar Calais, en later naar Duinkerke. Eerst met kleren, slaapzakken, tenten. Later met een koffer vol voedselpakketten en powerbanks.”
Desmet: “De helpende mens raakt mij enorm. Toen Saar de Prijs voor Mensenrechten kreeg, heb ik de uitreiking gehost.
“Je denkt bij het woord ‘vrijwilliger’ aan het cliché van geitenwollensokken en kralen kettingen van Oxfam, het Suske-en-Wiske beeld, weet je wel? (Depuydt lacht luid)
“Maar daar zaten evengoed advocaten bij, jonge mensen, oude mensen.
“Soit, rond die tijd is het plan ontstaan, samen met mijn collega-actrice Lien De Graeve, om een voorstelling te maken rond vrijwilligerswerk.
- Waarom doen mensen dat, helpen?
- In welke mate is het puur altruïsme?
- Kun je jezelf erin verliezen?
“Die vragen fascineren me. En we willen de voorstelling maken mét vrijwilligers, potentieel wordt Saar een personage. (tot Saar) Ik zal je dat plan straks uitleggen.”
Doe dat vooral nu, Janne!
Desmet: “Wel, de werktitel is Volontair en het thema is het failliet van de vrijwilliger.
“Het idee dat er nu ligt, is dat Lien en ik twee vrijwilligers spelen die met een bomvolle Citroën Berlingo onderweg zijn naar Duinkerke, tot hun auto het begeeft.
“Een van de personages gaat zo ver dat op den duur haar hele huis vol met vluchtelingen zit.
“Dat verhaal is gebaseerd op een echte vrijwilliger, die zoveel deed voor haar vluchtelingenkinders dat haar gezin eraan kapotging. De vrouwenbeweging wordt ook een inspiratiebron.”
Depuydt: “Ik ken haar. Ze woont hier in de buurt.”
Desmet: “De voorstelling zullen we pas in 2028 maken.
“Volgend jaar in mei organiseert Tom Ternest van Theater Malpertuis in Tielt een brainstorm rond de vraag: waarom helpt een mens?
“We gaan debatteren over dingen als ‘helpen en macht’, ‘empathie, compassie en grenzen’, ‘schuld en zingeving’, en wat daaruit komt, moet de basis vormen voor de voorstelling.”
“Want allez, hoe comfortabel is het om te weten dat er altijd wel goedhartige zotten zullen opstaan om het werk op te knappen?
“En nog: als wij bestaan, zijn wij dan verplicht om iemand anders te helpen of heeft iemand ook het recht om egocentrisch op zijn berg te zitten en met niemand anders bezig te zijn dan met zichzelf?”
Depuydt: “Daar is geen juist of fout antwoord op.”
Jullie delen een groot rechtvaardigheidsgevoel, een groot hart en misschien ook een drang om te helpen?
Depuydt: “Ik vrees dat het er bij mij diep in zit, ja. En ik merk dat ik steeds activistischer word.
“Tot en met het afgelopen schooljaar was ik vervolgschoolcoach in het Okan-onderwijs (voor anderstalige nieuwkomers, red.), sinds de zomer van 2025 engageer ik me in de Palestina-beweging door protesten te organiseren en zo.
“En in maart dit jaar is een van mijn vrienden, Isja Puissant, meegegaan met de Global Sumud Flotilla naar Gaza, en onwettig opgepakt door Israël.
“Isja had mij gevraagd of ik zijn sociale media wou doen, en meteen zat ik weer helemaal in de drive van Duinkerke, tot ’s nachts filmpjes vertalen toe.”
Vanwaar komt dat activisme?
Depuydt: “Voor sommige mensen in Duinkerke is dat vanuit een of andere godsdienst. Voor mij absoluut niet.
“De eerste keer was echt uit nieuwsgierigheid, en met het idee: we gaan spullen brengen. Daarnaast probeerden we ondersteuning te bieden bij de organisatie van het kamp.
“Het is een dunne grens, want wij, vrijwilligers, zijn vaak onbewust paternalistisch. Of zo begint het. En nadien doe je verder op basis van gesprek en interactie, en kun je het samenwerken beter afstemmen.”
Desmet: “Eén ding waar ik wreed nieuwsgierig naar ben: nu het katholicisme afkalft bij ons, welke drijfveer blijft er dan nog over?
“Menselijkheid? Wat is dat voor jou, menselijkheid?”
Depuydt: “Heel simpel: respect voor iedere mens.”
Desmet: “Ik worstel ermee dat ik zelf te weinig als vrijwilliger doe. Al probeer ik via mijn werk een maatschappelijke bijdrage te leveren.
“Via mijn verhalen kan ik een thema op de agenda plaatsen, mensen aan het denken zetten, mensen een stem geven.”
“Ik bedacht me net, Saar, waren jouw ouders niet heel bezorgd als je zo twee keer per week naar Duinkerke reed? Ik kan me voorstellen van wel, al heb ik ze ook supertrots zien rechtveren toen je de Prijs voor Mensenrechten kreeg.”
Depuydt: ”Volgens mij hebben ze zich wel degelijk zorgen gemaakt, maar ze hebben dat nooit getoond. Ze hebben me altijd keihard ondersteund. Ik ben close met moeke, wij bellen echt veel. Met mijn vader gaat het veeleer over praktische zaken.
“Ik heb in Duinkerke ooit mijn auto dichtgedaan met de sleutels er nog in. Ze hebben toen mijn raam moeten inslaan om erbij te geraken, en vake heeft dat toen gefikst.”
Desmet: “Ha, herkenbaar! Jij moet echt naar mijn voorstelling Arme tante Danni komen kijken! En je ouders ook.“
Heb jij ook een goeie band met je ouders, Janne?
Desmet: “Absoluut. Ik heb twee broers en we doen dat goed samen. Al zien we elkaar minder dan we zouden willen.
“Voor de huwelijksverjaardag van mijn ouders zijn we vier dagen met z’n allen naar The Last Post in Ieper geweest: dat was heel bijzonder. Met drie generaties de oorlogsverhalen van onze overleden grootouders herbeleven.
“Ons laatste familiefeest was ook uitzonderlijk. Mijn jongste broer en zijn lief gaven een feest, en pas de dag zelf wisten we dat het hun trouwfeest was. Oók de bruid.
“Het was zo ontroerend hoe hij alles met liefde had voorbereid. Tot haar geloften toe! Ik had gelukkig de datum al heel lang geblokkeerd in mijn agenda, want ik heb door werk al veel familiefeesten gemist.”
“Saar, vind jij het nooit moeilijk om anderen te helpen, en tegelijkertijd misschien je familie te weinig te zien?
“Ik vraag mij dat dikwijls af als ik weer ergens vrijwillig meestap in een sociaal-artistiek project: waarom zit ik niet bij mijn grootmoeder in het rusthuis, ze had me zeker wel wat vaker willen zien.”
Depuydt: ”Mijn grootouders waren er al niet meer, maar ze zouden supertrots geweest zijn. Ja, ongetwijfeld.
“Op kerstavond ging ik eerst naar Duinkerke, dan deed ik mijn modderschoenen uit en schoof ik mee aan tafel.
“Mijn nichtje van zeven zei: ‘Als ik ouder ben, zou ik heel graag meegaan.’ En ’s morgens: ‘Heb je nieuws? Zijn ze over geraakt?’
“Bekegem ligt tussen Gent en Duinkerke, ik ben heel vaak op vrijdag na Duinkerke bij mijn ouders gaan slapen.”
Desmet: “Ah, voor de powerbanks en de auto natuurlijk!“
Depuydt: “Ja! Hon-der-den powerbanks hebben mijn ouders opgeladen voor mensen op de vlucht. Terwijl ze zich, zoals gezegd, waarschijnlijk best wel zorgen maakten.
“Voor moeke moet het op sommige momenten supermoeilijk geweest zijn om afstand te nemen, maar ze heeft dat wel gedaan. En dat vind ik keischoon.”

Over de grens
Jarenlang blééf Saar Depuydt naar Duinkerke gaan … tot het niet meer ging. Ze crashte.
“Ik ben gestopt als vrijwilliger in Duinkerke in mei 2024, terwijl ik al van oktober 2023 op doktersbevel thuis zat en niet kon gaan werken”, blikt ze terug.
“Eigenlijk ging het tijdens de Prijs voor Mensenrechten, eind 2023, al niet goed meer met me. Maar ik wilde toch voortdoen, tot ik besefte: ik ben mezelf aan het belazeren, ik kan niet meer.”
Desmet: “Was dat ook niet omdat er toen iets gebeurd was in Duinkerke?”
Depuydt: “Klopt. Enkele weken voordien was ik in het kamp toen ik het bericht kreeg dat er een man de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk niet overleefd had. Dat was een heel heftige ervaring.
“Toen ik vertrok richting het water, weet ik nog dat een vriend van me vroeg: ‘Ben je je ervan bewust dat je dit beeld de rest van je dagen zal meedragen?’ Hij sprak uit ervaring en besloot zelf niet mee te gaan naar de kustlijn.”
Desmet: “Dat andere mensen op dat moment bezig zijn met de impact op jou en de rest van je leven, daar krijg ik kippenvel van.”
Depuydt: “Ik had vooral iets van: wie anders? Jullie hebben allemaal geen papieren, jullie kunnen niet zomaar even bellen naar de politie.
“Er kwam nog een andere vrijwilliger mee naar het water. Daar zagen we meteen het drijvende lichaam van een man, opgezwollen en levenloos.
“Mensen op de vlucht hebben hem uit het kanaal gehaald en samen hebben we de politie gebeld.
“Toen zijn zakken werden leeggehaald, vonden ze een powerbank in een condoom, ter bescherming tegen het water. Toen dacht ik: shit, die heeft bij mij in de rij gestaan voor die powerbank.”
“In Duinkerke had de politie geen lijkzakken, er moest een zak uit Rijsel komen. De rechercheur vertrok, een van de mensen op de vlucht had een klein handdoekje over het gezicht van de drenkeling gelegd. Toen was het wachten.
“Ik heb me op de grond naast de man gezet, van iets voor zeven tot elf uur. In stilte.“
Betekende die avond het einde van jouw vrijwilligerswerk?
Depuydt: “Achteraf bekeken wel. Maar zo voelde dat op dat moment natuurlijk niet. Ik ben die nacht nog gewoon naar huis gereden.
“Twee dagen later was ik weer aan het werk en kwam de eerste paniekaanval. Ze zijn blijven komen. Ik bleek last te hebben van chronische hyperventilatie, zelfs mijn ademhaling zat in vechtmodus.”
“Ik besefte dat mijn leven volledig samenviel met Duinkerke. Ik sprak nog af met vrienden, maar beperkt. Ik was liever in Duinkerke, in het kamp.
“Naar een feestje gaan, daar zag ik absoluut het nut niet van in. Ik had constant het gevoel, en dat heb ik nog steeds, dat ik degene ben die het feestje verbrodt. (denkt na)
“Soms wou ik dat ik terug kon naar het niet weten. Want – en dat klinkt nu zeer zwaar – je realiteitsbesef is onomkeerbaar veranderd door het zien van al dat leed.”
Desmet: “Moest je opnieuw kunnen beginnen, zou je hetzelfde doen?”
Depuydt: “Die nieuwe realiteit heeft natuurlijk ook prachtige dingen in gang gezet. De vrienden die ik daar heb leren kennen, hebben mij als mens héél veel bijgebracht.
“Ik zat vijf jaar lang in een relatie met iemand op de vlucht. Ik heb toen gigantisch geleerd om in het nu te leven. Want ja, wie weet was hij er de week nadien niet meer.”
Dat moet niet makkelijk geweest zijn. Heb je nog contact met hem?
Depuydt: “Toen ik hem leerde kennen in Duinkerke, had hij asiel aangevraagd in Frankrijk. In de jaren erna schipperde ik tussen Gent en Rijsel om hem te zien.
“Hij heeft effectief asiel gekregen in 2017, in 2021 zijn we uit elkaar gegaan. Het is geen evidente relatie geweest.
“Eén voorbeeld: samenzijn met iemand die nog nooit zijn kinderen heeft gezien, behalve op video, is zwaar. Bovendien had hij al een heftig parcours achter de rug, zowel in zijn land van herkomst als op zijn vlucht en nadien door de trauma’s.
“Mijn vrienden en familie waren vaak bezorgd of het niet te veel van mij vergde. Ik duwde hun kritische houding weg.
“Achteraf gezien is hij, in diezelfde periode waar ik over mijn eigen grens ging met het vrijwilligen, ook over veel van mijn grenzen gegaan.”
“Nu, ik heb ook ontzettend veel geleerd uit die relatie. Hij was zwart, moslim en op de vlucht.
“Via die relatie werd het structurele racisme waar zo iemand in onze westerse samenleving tegenaan botst, heel tastbaar.
“Zo was er een leerling van mij – ik gaf toen nog les – die in de klas zei: ‘Ik heb gehoord dat uw vriend op de vlucht is. Is dat zo? Dan wil ik van u niet langer les krijgen.’”
Wie ben ik?
Terug naar de crash. Janne Desmet herkent wel iets in het verhaal van de activiste.
“Ook in het goede voor de ander kun je te ver gaan. Zelf durf ik nogal grenzeloos met mijn energie en drive om te springen, zeker als ik met kwetsbare mensen werk.
“Dat is niet altijd een cadeau. Niet alleen voor mezelf, ook voor de mensen met wie ik werk kan die grenzeloze energie soms destructief worden.
“Ik probeer zorgzamer te worden: na een project herstellen wat hersteld moet worden. In de toekomst wil ik nog gezonder werken. En verhalen zoals die van Saar zijn daarvoor een belangrijke spiegel.”
De prijs die je betaalt voor het intense vrijwilligerswerk, is dat het gat dat achterblijft des te dieper is, zegt Depuydt.
“De zingeving, de reden waarom ik hier op aarde ben, viel plots weg. Mijn identiteit ook. Iedereen kende mij toen als ‘Saar van Duinkerke’ en plots was ik dat niet meer.
“Je moet die leegte zelf weer opvullen. Wat ga ik doen met zoveel tijd? Wie ben ik?”

Desmet: “Het is opvallend hoe snel mensen zich gedragen naar hoe je gezien wordt door de ander. En hoe mooi het kan zijn als iemand zichzelf daaruit tilt.
“Het leven biedt zoveel kansen op een wending. En als je als mens de chance hebt om veerkrachtig te zijn, en je omringd weet door mensen die je ondersteunen in je veerkrachtigheid, dan zijn er zoveel wendingen mogelijk in het leven. Maar je moet dus ook chance hebben.”
Depuydt: “Ik ben goed omringd, maar nog steeds op zoek.”
We kunnen er niet onderuit: migratie blijft een heikel onderwerp waar veel mensen een uitgesproken mening over hebben. Wat is volgens jullie de oplossing?
Depuydt: “Ik heb die vraag nog gehad. Kijk, ik ben geen politica, vanuit mijn ideologische overtuiging kan ik alleen maar zeggen: humaan opvangbeleid is prioritair. En in die zin zijn open grenzen dat ook.
“Mensen zullen altijd op zoek gaan naar een betere toekomst, omdat ze dat moeten of omdat ze dat willen.
“Kijk naar wat er recent in Ceuta is gebeurd (tienduizenden migranten probeerden de Spaanse enclave in Noord-Afrika te bereiken, red.).
“Ik kan er niet bij dat wij zoveel rechten hebben en dat een groot deel van de wereld die niet heeft. Iedere mens is gelijk geboren, dat is en blijft voor mij het vertrekpunt.”
“Heb ik vertrouwen in de toekomst? Ik geloof oprecht dat er iets, iemand, een beweging zal opstaan die erin slaagt om heel veel mensen te verenigen.
“In Gent werd eind juni de Nacht van de Tegenmacht georganiseerd (een breed samenwerkingsverband van middenveld, burgerbewegingen en activisten, red.), omdat zes organisaties ondanks positieve beoordelingen een groot deel van hun subsidies kwijt zijn.
“Na zo’n avond voel je hoop. Op een dag wordt die beweging hopelijk groot genoeg om een tegengewicht te vormen. En dan heb ik het niet over links en rechts, maar over een tegenmacht van menselijkheid.“
Desmet: “Absoluut akkoord.”
Als het zover is, sta jij dan mee op de barricades?
Depuydt: “Ja. Hoogstwaarschijnlijk wel.“
Desmet: “Ze is misschien op pensioen in Duinkerke, maar dat activisme krijg je er niet uit!“
Ben jij ook een barricadespringster, Janne?
Desmet: “Ik ben een verhalenvertelster.
“Het meest dankbare dat ik met mijn job kan bereiken, is dat ik, hopelijk, een spiegel mag zijn en dat mensen zich gezien voelen, en dat er in het beste geval iets heelt.
“In december vorig jaar heb ik samen met Julie Delrue, Benjamin Boutreur en Benjamin Desmet een theaterstuk gemaakt met jongvolwassenen die in het centrum voor psychotherapie en psychiatrie in Pittem hebben verbleven.
“Doordat ze konden shinen op een podium, waren ze heel even méér dan iemand die in een psychiatrisch behandelingstraject zit.
“Ik geloof dat die menselijkheid waar jij het ook over hebt, Saar, dus evenzeer zit in het blootleggen van de minuscule psychologische radarwerkskes die in ieder van ons aanwezig zijn. En uit die verbinding ontstaat empathie.“
Geluksschaamte
Het dessert komt op tafel. Twee keer een dame blanche voor onze gasten. Er komt ook koffie en thee bij, met een voldaan gevoel leunen ze achterover.
Niet voor het eerst deze avond zuchten Depuydt en Desmet dat ze zich “als prinsessen behandeld” voelen. En: dat ze zich er een beetje schuldig over voelen, om zich zomaar over te geven aan alles wat aanvoelt als luxe of verwennerij.
Desmet: “Ik heb dat zelfs als het gaat over mijn emotioneel of fysiek welbevinden.
“Ik heb toegang tot een relatietherapeut als ik wil, ik kan naar een psycholoog of psychiater, ik kan naar de fitness. Niet alleen omdat die zaken en die mensen voorhanden zijn, maar ook omdat ik het geluk heb dat ik dat kan betalen.
“Maar het blijft lastig. Want dan ga ik naar de psycholoog en tegelijkertijd denk ik: er zijn mensen die het zóveel harder nodig hebben.
“Er overleven kinderen in barre omstandigheden, vol littekens van een oorlogsverleden. En ik zie ze dan nog op het scherm, Saar, jij ziet ze live.”

Wanneer overvalt die ‘geluksschaamte’ je?
Desmet: “Dagelijks! Het is zoeken naar een balans tussen die schaamte en het jezelf gunnen om aan zelfzorg te doen in die volstrekt onevenwichtige wereld.“
Moet je zelf gelukkig zijn vooraleer je anderen kunt helpen?
Desmet: “Een van mijn lievelingsboeken is Het onzichtbare geluk van andere mensen, waarin een depressieve Indiase jongen liefdevol zorgt voor zijn kleine broer.
“De mens is ontzettend weerbaar, dat zie ik vaak.
“Voor ons, westerlingen, is het onvoorstelbaar dat iemand gelukkig kan zijn als hij ‘s morgens niet weet of hij die avond iets kan eten. Maar ik hoop dat het kán.
“Er zijn genoeg verhalen van mensen die gelukkig zijn in barre levensomstandigheden, of na kwetsuren. Maar dan moet je kwetsuur wel mogen bestaan.
“In vergelijking met dertig jaar geleden hebben al meer mensen toegang tot een psycholoog, en terecht. Het ís geen luxe, want hoe beschadigder mensen rondlopen, hoe groter de kans dat ze iemand anders of zichzelf gaan beschadigen.
“En tegelijkertijd is het natuurlijk wél een luxe.“
Luxe of niet: met dat dilemma ronden we de avond af, om er eventueel nog een nachtje over te slapen.
De actrice houdt zich in: geen Café Koer. De activiste kijkt ernaar uit om in het donker naar de zee te kijken en zo tot rust te komen.
Beschermingsreflex
Saar Depuydt wordt altijd vroeg wakker, toch is het Janne Desmet die eerst aan de ontbijttafel verschijnt. Ze heeft nog even liggen sjieken op het verhaal van Saar.
“Wat betekent het eigenlijk dat je iemand ontmoet die zoiets onbaatzuchtigs heeft gedaan voor een groot deel van haar leven, en dat nu uit kwetsbaarheid moet loslaten? Zij staat nog maar aan het begin van die zoektocht, ze is fragiel. Ik voel dat ik haar wil beschermen. (tot ons)
“Jullie springen toch sereen om met haar verhaal, hè?”
Daar mag je op rekenen. Ben jíj blij om Saar mee in de spotlights te zetten?
Desmet: “Heel blij. Ik ben al twee jaar op tournee met mijn voorstelling Arme tante Danni, waarin ik zoveel en zo lang over mijn leven en mijn ouders vertel – op een bepaald moment kreeg ik het gevoel dat ik uitverteld was over mezelf. Vandaar dat ik het zo fijn vind dat dit interview een ontmoeting is met iemand.
“Ook in mijn werk voel ik een verschuiving. Ik geniet steeds meer van het regisseren van andere mensen.
“Er is een periode geweest dat ik, wanneer ik iets schreef of regisseerde, toch probeerde om zelf mee te doen.
“Drie jaar geleden deed ik op de toneelacademie in Maastricht de eindregie van de afstuderende acteurs en dat was de eerste keer dat ik oprecht voelde: ik heb het applaus niet nodig.
“Net zoals bij dat project in Pittem vond ik mijn meerwaarde achter of naast het podium.”
Is dat de leeftijd?
Desmet: “Het parcours vooral. En natuurlijk valt dat samen met de leeftijd.
“Ik heb altijd een groot hart gehad, denk ik, en dat wordt almaar groter en opener voor iedereen.
“We hebben het gisteren over voldoening gehad. Wat is voldoening? Als het over de voorstelling in Pittem gaat, dan is het dat ik tijdens de voorstelling zag dat de spelers terecht trots waren op zichzelf en dat zij ook van het publiek die bevestiging kregen. Dat volstond voor mij.
“Dát heeft volgens mij niets met leeftijd te maken. Wat wel zo is: het is het Jaar van het Galopperende Paard, en ik ben vrij lang een onzeker veulen geweest.” (lacht)
Ook Saar is aan de ontbijttafel verschenen. Zij heeft haar moeder via een videocall de hele hotelkamer met terras laten zien, zodat moeke er toch een beetje bij is.
“Moeke is ziek. Terminaal”, vertelt Saar.
“In december 2024 durfden de artsen niet te voorspellen of ze haar verjaardag in april 2025 zou halen, maar ze is er nog altijd. Pancreaskanker.”
Hoe is haar mindset?
Depuydt: “Supergoed. Uiteraard zijn er het voorbije anderhalf jaar ups en downs geweest, maar ze gaat nog elke dag een uur wandelen. De rest van de dag moet ze wel veel rusten. Maar ze kleedt zich nog op, mensen zien niet dat ze ziek is. Ook al is ze intussen wel begonnen aan haar derde chemokuur. Nu, vake is 72 en ondersteunt waar hij kan.”
Desmet: “Als ik jou hoor, dan denk ik: bel meer naar je moeke, Janne! Ga meer naar huis!
“Ik beschouw het te vaak als een vanzelfsprekendheid dat mijn ouders er altijd zijn. Als ze dat lezen, gaan ze wreed hard knikken, maar ze weten ook hoe graag ik ze zie en ze staan elke dag bij mij op het podium.
“Maar ja, het is wat je zegt: wat een geluk dat er nog tijd is om samen dingen te doen.”
En hoe gaat het nu met jóú, Saar?
Depuydt: “Ik heb al veel geweend sinds moeke haar diagnose werd gesteld, maar intussen ben ik ook dankbaar dat we haar nog bij ons hebben, ook al gaat het achteruit.
“In vergelijking met sommige vriendinnen prijs ik mij echt gelukkig dat we er zo goed over kunnen babbelen in onze familie.
“Het is voor haar al lang afzien en dat is zo dubbel: ik zou zo graag hebben dat haar lijden stopt. Maar tegelijkertijd is het zo fijn dat ik nu nog kan bellen en videocallen en de kamer tonen. Dat ik haar fysiek kan vasthouden.”
Janne, jij stond begin deze maand met Arme tante Danni in het OLT in Deurne, de plaats waar drie jaar geleden afscheid werd genomen van muzikant Tom Pintens. Jij was erbij.
Desmet: “Dat was een magische viering, en die is trouwens ook gelieerd aan Theater aan Zee.
“Tom is drie jaar geleden gestorven. Wij waren met veel mensen die hem kenden op TAZ toen het nieuws kwam. Onmiddellijk zijn we met een hele bende aan de zee gaan zitten.
“Je denkt aan Tom, aan kinderen die te vroeg vaderloos worden, aan zijn lief.
“In mijn voorstelling heb ik het op een bepaald moment over de begrafenis van mijn tante en ik keek naar boven.
“Ik heb heel veel naar boven gekeken. Niet alleen voor Tom, maar ook voor Tore Sercu, die ook aan kanker overleden is, voor mijn oma’s en voor iedereen die van bovenuit of van links of rechts of wherever onder de grond al dan niet meekijkt.
“Elk verhaal van verlies is ook iets wat hopelijk andere mensen blijft raken. Elk theaterstuk kan iets helen wat niet meer heel is.”
Allicht geldt dat ook voor de voorstelling die jij en Lien De Graeve straks in elkaar boksen over vrijwilligerswerk.
Desmet: (tot Saar) “Dan kom je toch?”
Depuydt: “Ah, ik moet eraan meewerken!” (lacht)
Een zomer lang komen twee mensen bij valavond samen aan de branding in Oostende.
In het Thermae Palace Hotel wordt van ’s avonds tot ’s ochtends ontmoet en gepraat.
Met de blik op de horizon gaan we van vloed naar eb, en helemaal terug.

Lees ook
Lees hier de andere gesprekken.
Of op de webpagina
Bron: De Standaard