“Je mag dat niet voor een patiënt beslissen: behandelen of stoppen.” Het liefst herstelt pancreaschirurg Baki Topal mensen, terwijl Lieve Blancquaert ze in beeld brengt, littekens incluis. “Mijn moeder noemde de dag van haar overlijden een van de schoonste van haar leven.” Een strandgesprek tussen smijten en verbijten.
Nathalie Carpentier en Lennart Fernandes
7 augustus 2026
Leestijd: 26 min
“Je moet de persoon blijven zien, niet het lichaam”
Baki Topal
Soms komen de meest voor de hand liggende vragen pas na een volle avond op tafel.
Of Lieve Blancquaert ooit Turkije bezocht, waar pancreaschirurg Baki Topal geboren is?
Als fotografe en documentairemaakster reisde ze tot in Afghanistan, India of Kenia, op zoek naar beelden en verhalen die ze in meerdere boeken publiceerde.
“Ik heb de regio wel bezocht, maar werkte er nooit. Van waar ben jij?”, vraagt ze aan Baki.
“Ik ben geboren aan de Zwarte Zee, in een bergdorpje bij Trabzon”, glimlacht hij.
“Op mijn vijfde zijn we naar België gekomen.”
Als jongste van tien reisde hij met de rest van het gezin naar Heusden-Zolder, zijn vader achterna, die hier in de mijnen werkte.
“Mijn oudste broer uitgezonderd, hij wilde er nooit weg.”
Over die migratie uit zijn geboortedorp schreef Topal, vooral bekend als zachtaardige chirurg uit Topdokters, onlangs in Snijden in de stilte.
Het is een persoonlijk boek waarin hij zijn levensverhaal verweeft met reflecties over geneeskunde, migratie en de systemen die mensen vormen.
Zo vertelt hij hoe ze op oude stromatrassen sliepen en zijn zwangere schoonzus hem met nog twee kinderen urenlang in een mand op haar rug door de bergen droeg.
Hoe zijn moeder hem later vroeg om, bij gebrek aan proper water, op haar been te plassen om een diepe wonde te spoelen.
In haar kordate en tegelijk bevreemdende vraag leest hij een “oerwijsheid” die hem vormt, ook al druist haar handeling in tegen alle richtlijnen van de medische wereld waarin hij later naam zou maken.
Vragen over zijn afkomst en het contrast met zijn latere leven als professor en chirurg aan het UZ Leuven, relativeert hij. Alsof de sprong die hij maakte niet enorm is.
“Ik weet niet of mijn leven zoveel veranderd is. Vijftig jaar geleden leefden boeren hier ook zo. Dat contrast met het leven van je ouders is niet uitzonderlijk. Bij Lieve was dat waarschijnlijk ook zo, toch?”
“Er zijn veel parallellen”, knikt Lieve Blancquaert.
“Als baby werd mijn moeder in een deken gewikkeld langs het veld gelegd. Als ze huilde, gaf haar moeder haar te drinken. Mijn moeder is maar tot haar zestiende naar school gegaan. Omdat haar vader vroeg stierf, moest ze werken op de boerderij. Als je veel reist, zie je dat alles overal verandert op dezelfde manier, alleen in een ander tempo.”
“Dat is vooruitgang”, zegt Topal.
“Zolang je bent en blijft wie je bent, verandert je woonplaats of beroep niets.”
Blancquaert lacht: “Zet iemand in een 2 PK’tje of een Porsche, het blijft dezelfde mens.”
Zij vertelt een avond en een ochtend met zin voor kleur en detail, hij verandert en verruimt het perspectief graag met vragen.
Zij geeft zich bloot, hij formuleert bedachtzaam.
Hij plant zijn leven zorgvuldig, zij omarmt wat zich aandient.
Wanneer de ober tijdens de kennismaking op het terras van Thermae Palace vraagt wat ze willen eten, blijkt meteen dat de topdokter geen bourgondiër is.
“Kan niemand je plezieren met lekker eten?”, vraagt Blancquaert.
“Dat hangt af van het gezelschap”, zegt hij.
“Ik zal mijn best doen”, antwoordt zij met een glimlach.
Wat ze wél overtuigend delen: een nieuwsgierigheid die hen drijft in werk en leven.
“Ik ben van nature nieuwsgierig en waak erover om dat te blijven. De vraag is altijd waarom we doen wat we doen”, zegt Topal.
“Dat is het uitgangspunt voor mijn boek, maar het geldt evengoed als het over mijn kankerpatiënten gaat.
“Waarom kiezen mensen voor een gevaarlijke pancreas operatie terwijl ze weten welke risico’s eraan verbonden zijn?”

Blancquaert: “Om langer te leven?”
Topal: “Ja, maar niet voor zichzelf, wél voor anderen. Achter elke patiënt staan geliefden.”
Blancquaert: “Dat herken ik. Mijn liefste meter heeft een risicovolle pancreas operatie ondergaan, ze heeft veel pijn. Soms zegt ze dat ze wil sterven, maar ze blijft voor haar jongere partner.” (Ze is enkele weken na dit gesprek overleden, red.)
Topal: “Het is begrijpelijk dat mensen voor een risicovolle operatie kiezen als ze weten dat dat de enige kans is om langer bij hun geliefden te blijven.
“Maar een medisch mogelijke behandeling is niet noodzakelijk ook de juiste voor elke patiënt.
“Het hangt ervan af wat iemand wil doorstaan, welke levenskwaliteit iemand verwacht, wat iemand werkelijk belangrijk vindt in het leven.
“Je moet een patiënt ook de ruimte geven om daarover te spreken. Je verantwoordelijkheid als arts begint bij je expertise, maar eindigt niet bij de technische behandeling van de ziekte.”
Wat maakt pancreaskanker een van de moeilijkste kankers om te opereren?
Topal: “De pancreas is omringd door gevaarlijke bloedvaten. Die mag je niet raken, terwijl de tumoren vaak op die bloedvaten zitten.
“Het is ook een heel elegant én gevoelig orgaan. Aanraken veroorzaakt meteen ontsteking.
“Je moet de pancreas behandelen met uiterste voorzichtigheid. Een pancreas kan ook heel onvoorspelbaar reageren op een operatie.”
“In de beginjaren van mijn carrière stierven nog veel patiënten na een pancreasoperatie. Daar was duidelijk vooruitgang mogelijk.
“Door de centralisatie van pancreaschirurgie samen met nieuwe behandelingen die eraan komen, zullen veel meer patiënten genezen.
“Ik verwacht dat we klassieke chemotherapie en operaties op lange termijn kunnen vervangen door gerichtere behandelingen.”
Vind je dat erg? Pancreaschirurgie is de discipline waarin je jezelf zo hebt bekwaamd.
Topal: “Nee, ik hoop dat ze verdwijnt. Waarom zouden we opereren als je het met een medicijn kunt behandelen? Het gaat niet om mijn job, het gaat om de patiënten.
“Bij elke beslissing moet je stilstaan bij de mens. Jij mag voor een patiënt niet beslissen wat de beste keuze voor hem is: behandelen of stoppen.
“Moet je een 85-jarige patiënte met een uitgezaaide kanker nog chemo geven waarmee haar leven eventueel een jaar verlengd wordt? Misschien wil die patiënte liever stoppen.”
Blancquaert: “Mijn moeder is onlangs gestorven na palliatieve sedatie. Ze was 93 en wilde sterven. Die dag lagen al haar kinderen en kleinkinderen bij haar in bed, de poten zakten gewoon door.
“We lachten en huilden, mijn moeder noemde het “een van de schuunste dagen” van haar leven. Op het einde herhaalde ze ritmisch de namen van haar kinderen tot ze insliep.
“Ik heb dat ook gefotografeerd. Die handen overal. Het was heel intiem, van een ongelooflijke liefde.”
Topal: “Wat wil je capteren met je foto’s?”
Blancquaert: “Sowieso vat ik slechts een fractie van iemands leven. Ik heb veel mensen geportretteerd die terminaal zijn. Zij spreken mij aan, dan is alle ballast weg. Ze geven me zoveel lessen die ik meeneem in mijn eigen verhaal.
“U heeft vaak zulke ontmoetingen, dat maakt toch een ander mens van je?”
Topal knikt. “Wat mensen nog het meest waarderen, is dat je luistert. Of samen stilte beleeft.”
Waarom spreken mensen die met de eindigheid geconfronteerd worden je zo aan, Lieve? Je hebt ook de borstkankerbijbel gemaakt.
Blancquaert: “Ik vind dat zinvoller dan mooie, perfecte mensen fotograferen. Die portretten van borstkankerpatiënten waren erg intieme ontmoetingen.
“Als een vrouw die een borst verloor na de foto zegt dat ze niet wist dat ze nog zo mooi was, is mijn missie geslaagd.”
Topal: “Door jouw werk voelen ze zich opnieuw gezien. Toen ik begon, stierf bijna 30 procent van de vrouwen met borstkanker binnen de vijf jaar. Vandaag overleeft meer dan 90 procent.”
Blancquaert: “Mijn oma, mijn tante, de zus van mijn oma en haar dochters zijn allemaal gestorven aan borstkanker. Mijn mama had borstkanker op het einde van haar leven. Ik heb altijd gedacht dat ik borstkanker zou krijgen.”
Baki: “Hoe ga je daarmee om?”
Blancquaert: “In het begin was ik ongerust, nu ben ik rustiger. Al blijf ik een mammografie afschuwelijk vinden. Omdat mijn leven er heel anders kan uitzien als ik buitenwandel.”
Jullie buigen je allebei over het lichaam. De ene als arts, de andere door de lens. Verandert dat je blik?
Topal: “Ik zie vooral de persoon, niet het lichaam.”
Blancquaert: “Ik zoek altijd wat ik het mooist vind aan iemand. Ik vraag ook wat ze het moeilijkste stuk van hun lichaam vinden, zodat ik dat kan vermijden of verzachten.
“De geportretteerde moet met dat beeld kunnen leven. Meer en meer mensen hebben complexen.
“Een jongen raakte mij diep. Ik had hem gezegd dat hij prachtige ogen had, een mooie huid, een knappe Griekse neus en knalrood haar.
“Toen hij buiten ging, huilde hij bijna. Het was van zijn vijfde geleden – hij was nu 22 – dat iemand hem een compliment had gegeven.
“Hoe hard zijn wij? Zeg elkaar toch dat we mooi zijn? Die obsessie met het lichaam moet stoppen. We maken er zoveel mensen kapot mee.”
Topal: “Vind je dat we niet mogen zeggen wat we denken?”
Blancquaert: “Waarom spreek je uit dat je de ene mens mooi vindt en de andere lelijk? Jouw mening daarover is niet belangrijk. Het zelfbeeld van mensen is zo fragiel geworden.”
Meisjes worstelen al lang met het schoonheidsideaal. Merk je dat jongens ook meer complexen krijgen?
Blancquaert: “Absoluut. Velen zijn obsessief bezig met fitness.
“Er zijn zoveel zogenaamd mannelijke kwaliteiten – kracht, macht, succes, rijkdom, zorgen voor je familie – die mannen vandaag moeten verwerven.
“Dat zet veel druk. Het is van belang dat je mannelijkheid niet zomaar koppelt aan hardheid.
“Ik bezocht in IJsland een school waar jongens elkaars handen insmeerden met handcrème en elkaar complimentjes gaven, en meisjes in de bomen klommen.
“De initiatiefneemster wilde jongens de kans geven om hun zachte kant te tonen. Dat is erg zinvol. Bij drie op de vier zelfmoorden gaat het om jongens, omdat ze zo slecht over hun gevoelens kunnen praten.”
Topal: “Zelfmoorden of zelfmoordpogingen? Het aantal pogingen bij meisjes ligt hoger dan bij jongens. Maar het slaagpercentage bij jongens is hoger, omdat ze efficiënter zijn.”
Ligt dat thema je na aan het hart? Je hebt zelf een goede vriend verloren na zelfdoding.
Topal: “Hij was een van mijn twee beste vrienden. Nochtans kon hij goed over zijn gevoelens spreken.
“Zo had hij me ook toevertrouwd dat hij zelfmoord ging plegen, hij wist hoe, alleen nog niet wanneer. We hebben daar vaak over gepraat. Helaas heeft hij een manier gekozen waardoor hulp niet meer mogelijk was.
“Op een bepaald moment hadden we afgesproken en kwam hij niet opdagen. Toen ik zijn vrouw vroeg waar hij bleef, wist ik het.
“Hij zag geen uitdaging of variatie meer in het leven. Zo beschreef hij het zelf. Hij had alles gezien en beleefd.”
Dat klinkt erg radicaal.
Topal: “Voor ons lijkt dat zo. Tegelijk begrijp ik hem ook.
“Ik heb hem erop gewezen dat mensen van hem hielden, maar de balans helde voor hem over in de andere richting.
“Als iemand op zo’n punt komt, moet je eerst proberen echt te begrijpen wat hem daar gebracht heeft. Daarna kan je iemands autonomie proberen te respecteren. Hoe pijnlijk dat ook is.
“Wat vind jij daarvan?”
Lieve Blancquaert aarzelt.
“Ik heb net mijn metekind, de dochter van Gerda Dendooven en Gert Dooreman, verloren.
“Het is een van de donkerste periodes uit mijn leven. Ik wist dat het niet goed ging met haar. Toen haar mama me die ochtend belde, wist ik dat er iets was gebeurd.
“Het verdriet dat dan bovenkomt, is zo hard, zo rauw.
“Ze was een prachtige vrouw, zo getalenteerd ook. Maar ze zat in een donkere tunnel en is er niet meer uit geraakt. We hebben daar ook veel uit geleerd.”
Kun je een voorbeeld geven?
Blancquaert: “Wat vriendschap betekent, hoe belangrijk het is om je omringd te weten.
“Haar begrafenis is een van de mooiste die ik ooit heb gezien. Honderden jongeren namen haar vader op in een kring en wiegden hem. Onvoorstelbaar schoon hoe ze hun verdriet toonden.”
“Drie dagen voor haar heb ik mijn vader zien sterven nadat ze hem van de machine hadden losgekoppeld.
“Het voelde alsof ik in een Amerikaanse ziekenhuisserie zat. Het deed me niets. We hadden al twintig jaar geen contact meer.
“Ik was ongelooflijk bang voor de dag dat die telefoon zou komen, maar voor mij was hij al langer gestorven.
“Alice was een totaal ander verhaal. Dat contrast in emoties was enorm.”
Topal: “Mijn vriend verliezen deed me enorm veel pijn. Ik denk elke week aan hem. Maar hoeveel impact zo’n ervaring heeft, hangt af van wat eraan voorafging, van wat die relatie voor je betekende.”
Blancquaert: ”Jullie hebben erover gesproken.”
Topal: “Ik wist dat het ging gebeuren. Misschien kom ik nu wat koeltjes over.
“Als wetenschapper weet ik dat een lichaam eindig is. Dat het lichaam zoals alle materie uit moleculen bestaat. Dat helpt mij om de lichamelijke dood anders te bekijken. Maar de geest, de betekenis van iemand, blijft voortleven.”
Rode lap
De ober dringt aan dat we nu toch echt moeten bestellen. Lieve Blancquaert kiest voor sliptongetjes, Baki Topal volgt.
Als de fotografe plagerig verzoekt om een zwempartij voor de fotosessie, kijkt de topdokter verschrikt. Hij heeft alleen dit pak bij? En met dit weer? De temperatuur heeft een duik genomen.
Als het een grap blijkt, haalt hij opgelucht adem. Als Blancquaert even later op het strand haar rode jas uitdagend voor hem laat wapperen, heeft hij aan één blik genoeg. Als een volleerde stier stormt hij op de rode lap af.
“Ik kon er niet aan weerstaan.”
De fotografe polst of de chirurg op astronautenvoeding zou kunnen overleven.
“Zeker. Efficiënt, toch? Ik zie eten als een noodzaak om te overleven. Ik ben op mijn zestiende op kot gegaan om te studeren. Dan leer je pragmatisch te zijn. Ik at elke week hetzelfde.”
“Ik ben ook op mijn zestiende thuis weggegaan”, pikt Lieve Blancquaert in.
“Uit noodzaak. Mama was alleen met vier kinderen en ik was niet zo’n voorbeeldige leerling.
“Op internaat had de directeur me betrapt toen ik ‘s nachts door het raam van zijn bureau wilde wegglippen naar de cinema. Ik moest van school. Daarna ben ik op kot gegaan.”

Je bent op school valselijk van diefstal beschuldigd, Lieve, en jij door een buurman, Baki. Heeft dat jullie getekend?
Blancquaert: “Mij wel. We moesten ‘s morgens in de rij staan in de turnzaal, waar de directrice, zuster Machteld, op een podium de namen van leerlingen afriep die iets hadden mispeuterd.
“Op een dag zei ze mijn naam – mij controleerde ze altijd. Ze schudde mijn arm heen en weer en riep voor de hele zaal dat ik iets van een fiets gestolen had. Maar ik had niets gedaan.
“Sindsdien ben ik allergisch aan machtsmisbruik. Dan steekt er een woede in mij op. Nu ben ik haar daar dankbaar voor, toen was dat een trauma.”
Waarom controleerde zij je altijd?
Blancquaert: “Omdat mijn ouders gescheiden waren, denk ik. In 1973 was dat een schandaal, al keek niemand naar ons om.
“Het jaar na de scheiding waren mijn punten drastisch gezakt, maar niemand vroeg zich af of er een verband kon zijn.”
Topal: “Bij mij was het een buurman uit Heusden-Zolder. Tijdens de ramadan roosterden we ‘s avonds met andere kinderen aardappelen op een kampvuur. We brachten die van thuis mee.
“Die avond was ik wat later aangeschoven. De volgende dag stond de politie aan de deur om te zeggen dat er aardappelen uit de tuin van de buurman waren gestolen en dat ik erbij betrokken zou zijn.
“Er werd een proces-verbaal opgesteld, ik moest er mijn handtekening onder zetten. Achteraf bleek dat dat als diefstal werd geregistreerd.
“Hoe kan je nu een kind van 10 een handtekening laten zetten onder iets waarvan het de betekenis niet vat?
“Dat staat op je strafblad. En zo’n zware straf, terwijl ik me van geen kwaad bewust was.”
Blancquaert: “Hoe reageerde je vader tegenover de politie?”
Topal: “Ik herinner me niet dat hij iets zei. Misschien schaamde hij zich, we woonden hier nog niet lang.”
Een leerkracht vroeg je of jullie als Turken thuis ook met mes en vork aten. Je pakte het nog goed op.
Topal: “Voor ons klinkt dat ronduit racistisch, voor hem misschien niet. Stel dat ze jou in India een vraag stellen die volgens hun cultuur en eetgewoontes heel normaal is, maar voor jou niet?”
Blancquaert: “Bedoel je dat hij misschien echt dacht dat jullie niet met mes en vork aten omdat iemand hem dat verteld had?”
Topal: “Ja. Als je nooit kinderen van een andere etnische afkomst hebt ontmoet, geloof je dat misschien echt. Je kunt hem niet zomaar van racisme beschuldigen. Begrijpen waarom iemand iets zegt, betekent niet dat je het goedkeurt.
“In mijn boek wil ik niet polariseren. Ik wil dat lezers zich afvragen of ze zelf ooit zo reageren. In het echte leven stel ik vooral vragen. Tot het duidelijk wordt wat iemand echt bedoelt. Of ik vraag om uit te leggen wat iemand zo boos maakt.
“Fout gedrag is van alle nationaliteiten. Jongeren van andere etniciteiten zien soms dingen als racisme of discriminatie. Hén probeer ik ook tot inzicht te brengen: het ligt niet altijd aan de ander. Soms ligt de bal ook in eigen kamp.”
Je noemt het systeem “niet altijd eerlijk, maar niet per se vijandig”. Ondanks alle mogelijke discriminerende barrières heb je het zelf ver geschopt.
Topal: “Is dat zo? Zoals mij zijn er misschien duizend Vlamingen in dezelfde positie. Waarom ben ik de enige Turk onder hen?
“Vandaag is een op de zes inwoners van Vlaanderen geboren in het buitenland, bijna drie op de tien zijn van buitenlandse herkomst. Je kunt niet bewijzen of meten wat wel of geen discriminatie is.
“Mensen die systemen opstellen, selecteren of filteren met vooroordelen die ze soms zelf niet doorhebben.
“Je neemt beslissingen die ook te maken hebben met wie je bent, met je eigen referenties en voorgeschiedenis, met wat je meeneemt uit het verleden.
“Zo sluipt er ongelijkheid in een systeem waardoor mensen uit de boot vallen, ook al hebben ze dezelfde competenties.”
Lieve, jij ervaarde als jonge fotografe seksisme in de wereld van de fotografie.
Blancquaert: “Ja, dat was echt pijnlijk. Collega-fotografen spraken heel lelijk over mij. Ik moest als jonge freelancer 27 keer harder knokken dan mannen.”
Topal: “Waarop was dat gebaseerd?”
Blancquaert: “Waarschijnlijk voelden ze zich bedreigd.
“Ik kreeg te horen dat ik een ongelooflijk slechte fotograaf was. Dat ik enkel werk had omdat ik een vrouw was, borsten had en blonde haren.
“Dat was halfweg de jaren tachtig. Toen werkten er amper vrouwen in de fotografie. Nu ben ik dat ontgroeid, maar het gevoel dat ik niet goed genoeg was, kon mij echt bekruipen.”
Topal: “Dat heb ik nooit gehad.”
Blancquaert: “Na een andere slechte ervaring heb ik beslist niet meer te wachten tot mijn telefoon rinkelde. Ik wilde niet meer afhankelijk zijn van anderen. Dat was moeilijk, maar achteraf ben ik er blij om. Soms moet je hard op je gezicht gaan om sterker recht te krabbelen.”
Door al dat reizen ben je met heel wat andere culturen in aanraking gekomen. Heeft dat je van vooroordelen verlost?
Blancquaert: “Ja, nog altijd. Ik kijk de laatste tijd anders naar mijn vroegere werk over aids in Kenia of vrouwen in Afghanistan.
“Toen vond ik het erg belangrijk om die verhalen te brengen. Nu vraag ik mij af of die mensen mij daar wel wilden.
“Door discussies met mijn dochter besef ik dat ik daar ook kwam als witte vrouw in een machtspositie. En voor mij is er misschien veel veranderd, zij zitten nog altijd in diezelfde shit. Dat is een keiharde spiegel waar ik in moet kijken.
“De beeldcultuur was heel anders, maar als ik mezelf daar nu zie lopen, besef ik dat dat niet altijd oké was.
“Toen ze me onlangs vroegen om iets te maken over de heropflakkering van aids na het schrappen van de Amerikaanse steun via USAID voelde ik een rem.”
Topal: “Waarom?”
Blancquaert: “Ik zie niet hoe ik een verschil kan maken. Er is zo’n overvloed aan beelden.
“Denk aan Gaza. Om ter gruwelijkste beelden, maar we zijn er blind voor geworden.
“Met de Vietnamoorlog waren de beelden zo schaars en zo sterk dat mensen daardoor hun mening hebben herzien. Nu zijn de beelden des te gruwelijker en verandert er niets.”
Topal: “Je kan een systeem niet van buitenaf veranderen. Je moet er deel van uitmaken en dan nog moet je veel bondgenoten hebben om dat jarenlange systeem te veranderen.”
Hoe heeft je dochter je de ogen geopend?
Blancquaert: “Mijn dochter is veel slimmer dan ik. Ik leer ontzettend veel van mijn kinderen. Het zijn heerlijke gesprekspartners van wie ik steel. Ik had niet verwacht dat zij zo’n impact op mijn denken zouden hebben.”
Topal: “Mijn dochtertje wikt en weegt haar woorden voor ze in discussie gaat. Het is prachtig hoe ze een totaal andere visie kan hebben over een bepaalde kwestie.
“Ze zal nooit iets rechtuit zeggen. Ze formuleert haar gedachten in een vraag, zodat jij zelf moet nadenken.”
Lieve Blancquaert schaterlacht: “De appel is niet ver van de boom gevallen.”
Patronen doorbreken
De volgende ochtend doet de vergane glorie van de ontbijtzaal Lieve Blancquaert in gedachten terugkeren naar het mondaine verleden van Oostende met het Thermae Palace en de historische renbaan.
“Ze organiseren daar nog altijd paardenkoersen.
“Ik begrijp de aantrekkingskracht van gokken wel. Toen ik zwanger was van mijn eerste, zat ik in Las Vegas. Ik was voortdurend misselijk, tot ik de roulette won. Toen was ik genezen!”
Ze was niet graag zwanger.
“Al vond ik het wel het toppunt van intimiteit: een mens in je dragen. Eenmaal bevallen, wilde ik wel weer meteen de wereld in.
“Gelukkig heb ik een man (Nic Balthazar, red.) die behalve een goede vader ook een goede moeder is. Hij zorgt heel goed.
“Ik vond dat niet vanzelfsprekend. Ineens had ik een kind vast waar ik voor moest zorgen. Zou ik dat kind graag zien? Zou ik dat allemaal kunnen opbrengen?”

Topal: “Zal het genoeg zijn?”
Blancquaert: “Je tweede kind zie je meteen graag. Bij mijn eerste was ik bezorgd. Ik was ook al 34. Ik had al een stuk leven alleen geleefd, heel vrij. Plots was die enorme verantwoordelijkheid daar.”
Topal: “Veel mensen staan er niet bij stil dat het de grootste verantwoordelijkheid is die je ooit neemt.”
Sta je daar meer bij stil als je op latere leeftijd vader wordt?
Topal: “Nee. Soms ben ik vrij technisch ingesteld. Ik zie het leven als een project met een planning, timing en uitvoering. Eerst carrière maken, daarna kinderen krijgen.
“Ons dochtertje maakte deel uit van ons plan. We wisten dat zij het belangrijkste project van ons leven zou worden, dus hielden we dat voor het laatst, zodat we daar zoveel mogelijk ruimte en energie voor konden vrijmaken.
“Dat proberen we nog altijd, ook al laat het leven zich nooit volledig plannen. Soms vraag je je af of je kind later tevreden zal zijn met de ouders die het kreeg.”
Blancquaert: “Je wil niet in hetzelfde vervallen als je ouders. Je wil wat zij niet zo goed aanpakten, bijsturen. Maar dat doorbreken is niet vanzelfsprekend.”
Toen je zoon als baby erg ziek werd, keerde je je als mama van hem af. Niet vanzelfsprekend om zoiets te vertellen.
Blancquaert: “Nee, dat is taboe. Maar je moet daar eerlijk over zijn, anders blijf je ermee zitten.
“De laatste dag in de kraamkliniek was mijn zoontje erg stil. De vroedvrouw schrok. Hij bleek RSV te hebben, in een vergevorderd stadium. Binnen het halfuur lag hij op intensieve zorgen. Nic was onbereikbaar.
“Toen – ik word er nog steeds emotioneel van – voelde ik dat ik mijn zoontje afstootte. Ik kon dat niet aan. Ik dacht de hele tijd: dit kind mag mij niet kapotmaken. Ik moest naar huis, mijn andere kind redden. Heel raar, ik reageerde erg instinctief.
“Toen ik de dokter vroeg of mijn kind toch niet zou doodgaan en zij dat niet kon garanderen, leek het of er een hamer op mijn hoofd terechtkwam.
“Ik keek in de spiegel en zag een vrouw van 80. Totaal gebroken door die slag.”
Ze huilt.
“Door de hardheid van dat verlies. Toen dat een tijd geleden weer bovenkwam, zat ik met een enorm schuldgevoel. Ik heb mijn zoon meteen gebeld: ik heb je tekortgedaan. Hij vond het niet nodig dat te zeggen.”
Topal: “Daar kan jij als persoon niets aan doen, hè. Bij postnatale depressies willen vrouwen hun kinderen niet meer. Of vragen ze op het einde van hun zwangerschap om het weg te halen. Heb je toen psychiatrisch advies ingewonnen?”
Blancquaert: “Nee, toen hij genas, is dat gekeerd. Maar ik voel nog altijd onrust omdat ik hem in de steek heb gelaten. Gelukkig is mijn man wél naast hem blijven zitten.”
Topal: “Misschien kan het helpen om een psychiater te raadplegen als het je na al die jaren nog zo diep raakt?”
Blancquaert: “Ik ben een periode naar Paul Verhaeghe gegaan omdat ik me schuldig voelde over de breuk met mijn vader. Hij verliet ons toen ik tien was.
“Toen ik zelf kinderen kreeg, kon ik onmogelijk begrijpen hoe hij ons en mama had behandeld. Hoe hij mijn broer soms vernederde, neerkeek op mensen.
“Toen zijn nieuwe vrouw op een familiefeest kritiek gaf op hoe mijn zus haar kinderen opvoedde, is bij mij een bom van veertig jaar woede en teleurstelling ontploft.
“Verwachtingen die nooit zijn ingelost.”
Welke verwachtingen?
Blancquaert: “Liefde, aandacht, oprechte gesprekken waar ik op hoopte en die nooit kwamen.
“Ik heb het woord genomen en daarna zijn we allemaal vertrokken.
“Dat heeft tot een breuk geleid. Het was sterker dan mezelf.
“De loyaliteit van kinderen tegenover hun ouders is soms ziekelijk groot, terwijl die ouders dat niet altijd verdienen.
“Ook al trok ik toen een lijn, in mijn donkerste momenten stak mijn schuldgevoel altijd de kop op. Ik ben naar Paul gegaan omdat ik daarvan af wilde.
“Hij gaf aan dat die breuk de verstandigste beslissing in mijn leven was. Aan die woorden houd ik mij vast.”
Waarom was zelf kinderen krijgen het kantelmoment?
Blancquaert: “Omdat je dan voelt wat de verantwoordelijkheid voor een kind betekent. Je voelt een ongelooflijke liefde die met niets anders te vergelijken is.
“Dan bekijk je je eigen vader: hoe kon die dat doen? Intergenerationele patronen kunnen diep zitten, maar ik heb het gevoel dat ik die heb doorbroken.
“Maar mocht ik niet samen zijn met iemand als Nic, zou het gevaarlijk worden. Hij komt uit een warm, stabiel gezin. Dat biedt een goed tegengewicht.”
Waarom gevaarlijk?
Blancquaert: “Zonder hem zou ik herhalen wat ik bij mijn ouders heb gezien. Doordat zij zo lelijk zijn gescheiden, liep ik altijd meteen weg als er frictie was in mijn relatie.
“Weglopen of breken was het makkelijkst, dat kende ik.
“Ik had geen idee hoe ik iets moest oplossen, ik had alleen gezien hoe je het kunt kapotmaken. Met Nic werkt dat niet. Hij heeft geleerd hoe zijn ouders kibbelden, maar het altijd weer oplosten.
“Ik ben blij dat ik mijn kinderen nu iets anders heb kunnen doorgeven. Dat een relatie bochten kan maken, maar wel stevig en belangrijk en mooi kan zijn.
“Toen ik mijn biologische klok voelde tikken, wilde ik vooral een goede vader vinden.
“Ik zag dat Nic dat was. Je ziet of iemand zorgzaam is, zijn verantwoordelijkheid opneemt of niet. Hoe iemand omgaat met zijn ouders en vrienden, hoe hij over hen spreekt.”
Topal: “Kleine dingen die heel veel vertellen. Bij ons was het anders. We hebben eerst twintig jaar samengewoond voor we onze dochter kregen. We wisten dat het klikte.”
Wat is voor jullie het recept voor een duurzame relatie?
Lieve lacht: “Doorzettingsvermogen. Niet te snel loslaten, maar elkaar alle vrijheid geven.
“Samen ouder worden vind ik heerlijk. Je kent elkaar en elkaars lichaam zo goed. Ik heb helemaal geen legenestgevoel gehad, er is ook zoveel schoons na kinderen. Jouw dochter is 16. Op die leeftijd trok jij thuis weg.”
Baki schrikt: “Nu weg, dat gaat toch niet? Gelukkig heeft ze geen plannen.”
Blancquaert: “Haar leven zal zo anders zijn dan dat van jou. Jij komt uit een gezin van tien, je vader kwam als mijnwerker uit Turkije. Dat is in niets te vergelijken.”
Topal: “Je waarden krijg je mee als je klein bent. Je kunt je kinderen smeden tot hun zevende, daarna moet je ze loslaten.
“Wie je bent op je zevende, ben je ook op je zeventigste, zeggen we in het Turks.”
Blancquaert: “Ik lach nog om hetzelfde als vroeger. En onrechtvaardigheid maakt me nog even boos.
“Volgens mijn moeder heb ik als tienjarige een oude man ooit terechtgewezen na een seksistische mop. (lacht)
“Die grote bek zat er toen al in, al vindt niet iedereen je dan even leuk.”
Topal: “Geliefd zijn door iedereen moet je niet nastreven.”
Blancquaert: “Je moet authentiek durven blijven. En als je doet alsof je een stierenvechter bent en je voelt het niet, loopt het mis. Wat is jouw horoscoop trouwens?”
Baki lacht breed. “Stier. Dat zag je toch?”

Een zomer lang komen twee mensen bij valavond samen aan de branding in Oostende.
In het Thermae Palace Hotel wordt van ’s avonds tot ’s ochtends ontmoet en gepraat.
Met de blik op de horizon gaan we van vloed naar eb, en helemaal terug.

Lees ook
Lees hier de andere gesprekken.
Of op de webpagina
Bron: De Standaard
