Politiek – Reactie op de Open brief aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens


Negen landen, waaronder België, verwijten het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de uitvoering van hun migratiebeleid te bemoeilijken. Daarmee wordt echter een weerzinwekkende karikatuur van de Europese rechtspraak geschetst.

De Standaard

25 mei 2025

Leestijd: 5 min


“Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een obstakel voor het migratiebeleid?
Een weerzinwekkende karikatuur van een kwetsbaar, naoorlogs ideaal”


We hebben met ontzetting kennisgenomen van de gezamenlijke verklaring, medeondertekend door België, waarin negen landen het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oproepen om meer respect te tonen voor hun migratiebeleid.

De negen leiders die deze brief hebben ondertekend, stellen dat “de ontwikkeling van de interpretatie van het Hof in sommige gevallen hun vermogen om politieke beslissingen te nemen in hun democratieën heeft beperkt”, zonder ook maar één uitspraak te noemen ter illustratie van hun punt.

Ze willen meer beleidsruimte om te kunnen beslissen tot uitzetting van een buitenlandse persoon die bepaalde ernstige misdaden heeft gepleegd, en ze willen effectieve maatregelen kunnen nemen tegen vijandige staten die proberen onze waarden en rechten tegen ons te gebruiken, en daarvoor migranten inzetten.

Het is volkomen aanvaardbaar dat staten in dialoog treden met het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en hun eventuele ontevredenheid uiten over de richting waarin de rechtspraak uitgaat.

Niet aanvaardbaar is dat dat gebeurt op een manier die de onafhankelijkheid van het Hof in gevaar kan brengen, door te trachten de publieke opinie te beïnvloeden op basis van vertekende informatie.

Wrok en karikatuur

Het Hof in Straatsburg is zich terdege bewust van de moeilijkheden waarmee de Europese staten worden geconfronteerd.

Het heeft daarom genuanceerde standpunten ontwikkeld die rekening houden met de bezorgdheid van staten die hun democratie willen behoeden voor ernstige criminaliteit, met name door personen van buitenlandse nationaliteit.

België weet dat maar al te goed.

Vorig jaar nog oordeelde het Hof dat ons land het recht op respect voor het privéleven niet had geschonden toen het personen met een dubbele nationaliteit, die terroristische daden hadden gepleegd, de Belgische nationaliteit ontnam.

Aanleiding was de zaak-El Aroud en Soughir en de uitspraak was zeer duidelijk:

“Vragen met betrekking tot de toekenning, het verlies en (…) de intrekking van de nationaliteit vallen onder een gebied waarin de verdragsluitende staten een ruime beoordelingsmarge moeten krijgen.”

Het Europees Hof is dus al bekommerd om het “juiste evenwicht” waar de negen landen in hun brief om vragen.

In de overgrote meerderheid van zijn arresten weegt het Hof de belangen af die op het spel staan.

Concreet controleert het of opgelegde maatregelen die rechten en vrijheden beperken een wettelijke basis hebben, een legitiem doel nastreven (zoals veiligheid) en evenredig zijn aan dat doel.

De voorstelling van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens als een obstakel voor evenwichtige maatregelen, is dan ook pure desinformatie.

Zo’n strategie – want we kunnen niet geloven dat het onbedoeld is, wat op zich al zorgwekkend zou zijn – is uiterst ernstig.

Ze voedt de wrok jegens de Europese rechter en ondermijnt zijn legitimiteit en daarmee de geloofwaardigheid van de mensenrechten zelf.

Europese rechters hebben niet als doel nationale beleidsmaatregelen te belemmeren. Wel gaan zij na of staten zich houden aan hun beloften om de mensenrechten te respecteren.

Nog een voorbeeld dat de karikatuur weerlegt die de brief maakt van de rechtspraak van het Hof. 

In de zaak-El Khouardi (2022), die draaide over de uitzetting van een buitenlandse crimineel, merkte het Hof op dat de Belgische autoriteiten “alle belangen in overweging hebben genomen” en dat het “geen reden ziet om de beoordeling van de autoriteiten in dit geval in twijfel te trekken”.

De pionier van toen

Er is één grondrecht dat geen compromis toelaat tussen de rechten van individuen en de belangen van de samenleving, en waar de logica van het “juiste evenwicht” geen plaats heeft: het absolute verbod op marteling en onmenselijke of vernederende behandelingen of straffen, neergelegd in artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Dat betekent dat ook drugsdealers of terroristen nooit kunnen worden uitgeleverd of uitgezet naar een land waar zij risico lopen onderworpen te worden aan bijvoorbeeld een verhoor met elektrische schokken of waterboarding.

Ook hier is de rechtspraak van het Hof heel duidelijk sinds de zaak-Soering van 1989: zowel in migratiezaken als in andere gevallen “verbiedt artikel 3 van het Verdrag absoluut marteling en onmenselijke of vernederende behandelingen of straffen, ongeacht het gedrag van het slachtoffer, zelfs in de meest moeilijke omstandigheden, zoals de strijd tegen terrorisme en georganiseerde misdaad”.

Is dit de eigenlijke bedoeling waarmee de negen regeringsleiders hun brief opstelden: om die categorische imperatief te betwisten?

Die vraag rijst wanneer we in de brief lezen dat de negen leiders meer mogelijkheden willen om buitenlandse personen uit te zetten, terwijl zulke uitzettingen in de praktijk enkel worden verhinderd wanneer er zeer ernstige risico’s bestaan voor de integriteit van de betrokken personen.

In dat geval gaat het niet meer om desinformatie, maar om een weerzinwekkende aanval.

Dit raakt het hart van het respect voor menselijke waardigheid, een zorg die de oprichters van het Verdrag beroerde zo’n 75 jaar geleden, in het puin van de Tweede Wereldoorlog.

België was toen een van de oprichters. Vandaag kunnen we nog met moeite de pionier van toen herkennen.


  • Sébastien van Drooghenbroeck, Professor UCLouvain Saint-Louis Bruxelles

  • Céline Romainville, Professor UCLouvain

  • Patricia Popelier, Professor UAntwerpen

  • Frédéric Bouhon, Professor ULiège

  • Eva Brems, Professor UGent

  • Mathias El Berhoumi, Professor UCLouvain Saint-Louis Bruxelles

  • Koen Lemmens, Professor KULeuven

  • Julien Pieret, Professor ULB

  • Julie Ringelheim, Professor UCLouvain, chercheure qualifiée FNRS

  • Cecilia Rizcallah, Professor UCLouvain Saint-Louis Bruxelles

  • Sylvie Sarolea, Professor UCLouvain

  • Françoise Tulkens, Emeritus Professor UCLouvain, voormalige vicevoorzitster van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens

  • Marc Verdussen, Professor UCLouvain

  • Jogchum Vrielink, Professor UCLouvain Saint-Louis Bruxelles

  • Stéphanie Wattier, Professor UNamur

De briefschrijvers willen meer beleidsruimte om zware buitenlandse criminelen te kunnen uitzetten. © Fred Debrock

Lees ook

Klik op de hyperlinks
en ontdek meer berichten

PolitiekOpinie



Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven