Portret – Jürgen Habermas (1929 – 2026)


Voor de zaterdag overleden filosoof Jürgen Habermas kon er slechts gerechtigheid en vrijheid zijn als mensen in een open debat tot een consensus komen en dat in regels vastleggen. In Oekraïne nemen burgers het risico om daarvoor te sterven. Daar kan de rest van Europa wat van leren.

Marc Reynebeau – De Standaard

15 maart 2026

Leestijd: 9 min


Jürgen Habermas
Van ‘Hitlerknaap’ tot voorvechter van de democratie


Of de zaterdag overleden Duitse politieke filosoof en socioloog Jürgen Habermas wel in zijn schik zou zijn met de lof die kanselier Friedrich Merz hem postuum toezwaaide, is niet helemaal zeker.

“Een van de belangrijkste denkers van onze tijd” – oké.

Dat hij “een baken bleef in deze stormachtige tijd” is, gelet op Habermas’ op hoge leeftijd volgehouden engagement voor onder meer de Europese eenwording en democratie, ook waar.

Maar of Merz zelf zich daar voluit en consequent door liet leiden, betwijfelde Habermas weleens.

Hij meende dat Duitsland toch een steeds meer op eigen nationaal belang gerichte koers volgde in de EU.

Dat Merz laatst in het Witte Huis in Washington zijn volle steun uitsprak aan de Amerikaans-Israëlische aanval tegen Iran, strookt ook niet met het belang dat Habermas hechtte aan het respect voor het internationaal recht.

Het voordeel van lang leven – Habermas werd 96 en bleef al die tijd intellectueel alert – is dat de levenservaring navenant groot wordt.

Die begon voor hem tijdens de Tweede Wereldoorlog, als lid van de Hitlerjugend, de jeugdbeweging die jongeren in het Derde Rijk drilde in het nazistische gedachtegoed.

Die inzet kan bezwaarlijk verwonderen. Habermas was slechts 10 jaar toen nazi-Duitsland, na tal van eerdere agressie in Oostenrijk, Tsjechoslowakije en Spanje, in 1939 de oorlog opende met de invasie in Polen.

Jürgen Habermas in het jaar 2000.
Jürgen Habermas in het jaar 2000. 
© Gamma-Rapho/getty

Hitlerknaap worden paste in de keuzes die vader Ernst had gemaakt.

Als directeur van de Kamer van Koophandel in Keulen was hij bij Hitlers machtsovername in 1933 lid geworden van de nazipartij NSDAP, meer uit sociaal conformisme dan uit ideologische overtuiging.

In die logica sprak het vanzelf dat hij junior naar de Hitlerjugend stuurde, wat de dan 15-jarige Jürgen in de chaotische laatste maanden van de oorlog tot actieve bijstand aan de Wehrmacht bracht, in de medische dienst en als Flakhelfer, hulpje bij het luchtafweer geschut, net als veel Duitse jongeren, onder wie wijlen kanselier Helmut Kohl.

Het viel voor Habermas nog mee dat hij net niet officieel in het leger werd ingelijfd, dat westelijk Duitsland, waar hij woonde, relatief vroeg door de Amerikanen werd bezet en dat hij verder fysiek ongehavend bleef.

Hazenlip

Het zijn omstandigheden waar een puber niet voor kiest, geen zeg in heeft en slechts kan ondergaan, wat ook de risico’s kunnen zijn.

In zekere zin ervoer hij de hazenlip waarmee hij werd geboren en waarvoor hij als kind werd geopereerd, als een metafoor voor dat gemis aan zeggingskracht: de hinder van het spraakgebrek, het onvermogen om adequaat te communiceren, om ideeën en gevoelens in taal om te zetten en met anderen uit te wisselen.

De context waarin hij opgroeide was die van ideologische dwang, politieke repressie, oorlogsgevaar en nietsontziend militarisme, gedragen door permanente staatspropaganda en, zoals hij thuis allicht zag, burgerlijk stilzwijgen.

Wat hij in zijn latere leven aan ideeën ontwikkelde, zou een remedie moeten zijn daarvoor en voor alle rampen die het met zich meebracht, het fascisme, de Holocaust en een politieke en sociale orde die niet steunde op open en rationeel overleg, maar op brute macht en machtsongelijkheid.

De studies die hij na de oorlog aanvatte in Göttingen, Zürich en Bonn, waar de universiteit zich nog niet helemaal van nazistische invloeden had bevrijd, brachten hem bij het beroemde Institut für Sozialforschung (ISF, Instituut voor sociaal onderzoek) van Theodor Adorno aan de universiteit van Frankfurt.

Zo ging hij deel uitmaken van de zogeheten tweede generatie van de Frankfurter Schule.

Die bleef decennialang uiterst invloedrijk in de westerse filosofie. De ‘school’ legde de basis voor een uitgebreide maatschappijkritische, neomarxistisch geïnspireerde sociale theorie, onder anderen met Adorno, Max Horkheimer, Walter Benjamin, Herbert Marcuse en Erich Fromm.

De nazi’s maakten bij hun machtsovername meteen een eind aan het ISF, wat al wie zich tot de Frankfurter Schule rekende, dwong in ballingschap te gaan.

Zo zag het ISF zijn analyses verspreid in Frankrijk, Zwitserland, Nederland of de Verenigde Staten.

Na de oorlog kon het ISF zich opnieuw vestigen aan de universiteit van Frankfurt.

De recente Duitse geschiedenis vormde meteen stof voor urgent onderzoek, onder meer met de invloedrijke studie The authoritarian personality (1950, de autoritaire persoonlijkheid), waaraan Adorno, samen met Else Frenkel-Brunswik, Daniel Levinson en Nevitt Sanford, al begon te schrijven tijdens zijn exil aan de universiteit van Californië in Berkeley.

Aan die Frankfurter Schule groeide Habermas uit tot de ster van de naoorlogse generatie wetenschappers.

‘Kritische theorie’ was de naam die de Frankfurter Schule als kern van haar ideeën meegaf.

Zoals een neutrale bron als de Britannica het definieert, had de filosofie in deze theorie als voornaamste opdracht het analyseren van én het helpen ontstijgen van de sociale structuren die mensen domineren en verdrukken.

Centraal in dit denken staan de ongelijke maatschappelijke machtsverhoudingen.

Kritische theorie gaf de politieke filosofie uitdrukkelijk de taak om haar inzichten tot de inzet, ja het activisme, te maken om aan die ongelijkheid te verhelpen.

Sociale dynamiek is in deze theorie bij uitstek een machtsdynamiek, tussen wie domineert en wie gedomineerd wordt.

Cancelcultuur

Hoe invloedrijk dit denken is, blijkt vandaag nog in de VS, waar het een uitloper kreeg in een critical race theory.

Ze betoogt dat de blijvende raciale ongelijkheid, onder meer aan de Amerikaanse universiteiten, een weerspiegeling is van een bredere, systemische ongelijkheid in de brede Amerikaanse samenleving.

Die vloeit niet voort uit pakweg een individueel falen of uit intellectuele desinteresse, maar kan slechts begrepen worden als uitwas van die historisch gegroeide ongelijke structuren.

De karikaturen die er vaak van gemaakt worden, vooral in de dominante sociale groep die zich erdoor aangesproken en bedreigd voelt, hebben de theorie inmiddels smalend weggedrukt als een uiting van die andere karikatuur: het ‘wokisme’.

Jürgen Habermas in 2017.
Jürgen Habermas in 2017. 
© Tobias Schwarz/afp

Het bedroefde Habermas dat de universiteiten tegenwoordig, enige uitzonderingen niet te na gesproken, zo gedwee door de knieën gaan voor intimidatie en de cancelcultuur van de autocratie rond president Trump.

Die dreiging en censuur, ook al een symptoom van machtsongelijkheid, raakt de kern van Habermas’ denken: het vrije, redelijke debat in de openbaarheid.

Veraf ligt de tijd dat universiteiten nog een cruciale rol speelden in de maatschappelijke emancipatie, zoals in de jaren 1960, toen, onder vele anderen, Frankfurter Herbert Marcuse furore maakte met het begrip ‘repressieve tolerantie’.

De macht die kritiek tolereert, maar alleen in een beperkte, voor die macht ongevaarlijke context en draagwijdte, wat feitelijk tot evenveel repressie leidt als regelrechte onderdrukking van de dissidentie.

Koffiehuizen

Habermas, die politiek aanleunde bij de Duitse sociaaldemocratie en daarvan de huisfilosoof wordt genoemd, concentreerde zijn onderzoek op de publieke sfeer, de vrije openbare ruimte waarin niet de staatsmacht, de propaganda of de privébelangen de toon en de inhoud bepalen, maar het rationele, beargumenteerde debat tussen burgers.

Hieruit groeit een beredeneerde en in vaste regels vastgelegde consensus.

Die regels zijn geen abstractie: ze liggen vast in de grondwet en de rechtsstaat.

Het archetype daarvan zag Habermas in de discussies in de 18de-eeuwse burgerlijke salons en koffiehuizen, onder mensen van gelijke sociale status en met een vergelijkbaar cultureel kapitaal.

Habermas zag het als een uitdaging om dat openbare domein in taal en dus in communicatie operationeel te maken in de veel complexere en veel meer diverse laat-kapitalistische samenleving.

Dat werkte hij uit in baanbrekende studies als 

Als, tussen twee haakjes, de publieke sfeer in het Nederlands vaak ook de openbaarheid wordt genoemd, is dat, als het germanisme dat uit de term Öffentlichkeit stamt, een aanwijzing voor Habermas’ invloed.

Jürgen Habermas in 2013.
Jürgen Habermas in 2013.  
© Simela Pantzartzi/epa

Een van de belangrijke begrippen die Habermas ontwikkelde, was dat van het constitutionele patriottisme. Het was zijn alternatief voor het klassieke nationalisme.

Dat steunt op de eenheid van etnische of culturele identiteit, en is eerder een kwestie van aanvoelen of aannames, niet van een bewuste en rationele keuze.

De bron van gehechtheid aan een groep en van de bereidheid om zich daarvoor solidair en actief in te zetten, situeerde Habermas niet in menselijke eigenschappen die buiten het individu liggen (het zogenaamde ‘ras’ waartoe mensen zich rekenen, de taal die ze spreken, de godsdienst die ze belijden, de tradities waarin ze opgroeien), maar in de actieve publieke consensus die in rechtsregels vastligt, in de grondwet, maar bij uitbreiding ook in de mensenrechten en het internationaal recht.

Pretendeert het nationalisme dat mensen zonder dat nationalistische sentiment slechts geïsoleerde en in tijd en ruimte stuurloze verschoppelingen zouden zijn, de in teksten vastgelegde regels bieden wel degelijk moreel houvast.

Europatriottisme

Dat patriottisme, gebouwd op een consensus rond heldere rechtsregels, wordt vandaag, tegen een erg hoge menselijke kostprijs, elke dag weer gedemonstreerd in Oekraïne.

Het breed gesteunde verzet tegen de Russische agressie steunt er in hoge mate op de gehechtheid aan de democratie – en ja, aan het vrijwaren van een open publiek domein – die onder Russische dominantie geen enkele kans meer zal maken.

Veel meer dan een culturele eigenheid is het de democratie en de waarden waarop ze steunt die zich weerspiegelen in de soevereiniteit van de staat.

Zijn ideeën – en het pragmatisme dat hem attent hield voor de brede geopolitieke verschuivingen – stemden Habermas aan het eind van zijn leven weinig optimistisch.

In een wereld waarin het autoritarisme en het nationalistisch gedreven imperialisme in hun machtsdrang de democratie ondergraven, stelde hij al zijn hoop op de Europese Unie.

En op het ‘Europatriottisme’, een constitutioneel patriottisme, zoals in zijn oproep eind vorig jaar nog, dat:

“De regeringen van de Europese Unie en haar lidstaten voorlopig resoluut vasthouden aan de normatieve grondslagen en de ingeburgerde praktijk van hun grondwetten”.

De structuurverandering van het publieke domein
Theorie des kommunikativen Handelns

Jürgen Habermas in zijn huis in Starnberg in 1981.  © getty

Lees ook


Lees andere berichten
in deze categorieën

, Marc Reynebeau


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven