Met blakende konen zal Saskia De Coster terugreizen uit Piemonte, de regio in het noordwesten van Italië waar ik sinds kort woon. De bergen, bossen en meren zijn haar op het lijf geschreven.
“Ik was ooit een kind dat blij en vrij door de natuur liep, van alles deed en maakte, liefst ook kapotmaakte. Ik was toen wie ik vandaag wil zijn.”
Jelle Van Riet – De Standaard
30 oktober 2025
Leestijd: 19 min
De vallei buigt nog naar de nacht, als ze het bos achter het huis al moet gaan verkennen. De lokroep van het vertrouwde: veiligheid biedende bomen, stekelige kastanjebolsters, haastig wegritselende beestjes.
“Dit woud voelt als thuis”, zegt ze nadien bij het ontbijt.
“Ik was hier nooit eerder, maar ik ken het. En ook niet, want de natuur valt niet te kennen.”
In Pink Lady, een wandeling schreef Saskia De Coster dat ze zou willen leven als een boom in het woud, samen met Teddy Tops, haar geliefde.
“Mooi aan een boom is dat hij een leven lang op dezelfde plaats kan staan: helemaal geworteld en toch verandert er continu van alles. In dat opzicht wil ik een boom zijn.
“Een wandelende boom, want het zou gaan kriebelen aan mijn wortels: ‘Laat mij hieruit!’”
In nogal wat romans van De Coster is de natuur een personage, waarbij ze zich ’t liefste lijkt te bedienen van het element water om te vertellen wat ze wil vertellen.
“Panta rhei, alles stroomt en beweegt”, beaamt ze.
“Ik kan me geen wereld voorstellen zonder water. Zonder zeeën, rivieren, beekjes …
“De zee roept natuurlijk het besef van eindigheid op – de scheur in het bestaan – maar ik zie mezelf dan ook meteen weer als kind: putten en grachten gravend, en die dan vol water gieten.
“‘Ik heb een rivier gemaakt’, die droom weet je wel?
“Ik deed niets liever dan spelen in water en in modderbaden. Ik hield ook van vijvertjes waarin kikkers plonsden en aldoor nieuw leven ontstond. Ik was echt een wrattenzwijntje.”
Saskia De Coster
- Geboren in 1976
- Schreef onder meer de romans
- Wij en ik (2013)
- Nachtouders (2019)
- Net echt (2023)
- Haar werk werd in meer dan tien talen vertaald

Het speelbad waar ik mijn gaste vandaag naar meeneem, heet Lago di Antrona: een natuurlijk, met alpen omzoomd meer even verderop in de vallei. Een paradijselijk erfstuk van een vernietigende aardverschuiving in 1642.
De herfstzon heeft ons in het oog, maar op 1073 meter boven zeeniveau doe je hier jaar in jaar uit aan koudwaterzwemmen.
“Het komt erop aan niet te denken: brr, dat gaat koud zijn”, praat De Coster zichzelf moed in.
“Gewoon gaan en in het hier en nu zijn. Ik moet wel, want ik ben een slechte zwemmer.
“Zo’n groot meer heeft iets beangstigends, maar heeft als zoete keerzijde dat de koker van mijn geest ernaartoe moet.
“Mijn denken vertrekt vanuit het lijf, alles wordt beweging. Daar valt, vind ik, veel te rapen.”
Inmetselen
In het heldere bergwater gaat ons hart wild tekeer. Onze longen vullen zich met zuurstof, ons hoofd met het gelukshormoon.
“Zalig!”, kraait De Coster. Geen topzwemster, inderdaad, wat de pret versterkt. Gelukkig zijn staat haar goed. Ze is goedlachs, zorgeloos, kalm. Met dank aan de liefde, maar zeker ook aan haar onlangs verschenen boek.
De laatste sessie is het werk van een gerijpt auteur. Een gepolijste plot, rijke gedachten, de meeneuriënde geschiedenis van rond de eeuwwisseling, prachtige taal.
“Ik heb vooral het gevoel dat ik het heb neergelegd. Ik voel me opgelucht sinds De laatste sessie, omdat ik het met zorg heb gedaan. Ik heb het aangekleed zoals het moet en kan nu zeggen: hop, ga maar.”

Hoofdpersoon Kristien is uit heel ander hout gesneden dan De Coster: zij trekt vaste baantjes in een zwembad, ze weeft en controleert te pas en te onpas het gasfornuis.
Ogenschijnlijk loopt haar leven lekker – trouwe echtgenoot, twee volwassen kinderen die het goed doen, een kat, Bolleke Wol De Derde – maar in werkelijkheid heeft ze zich ingemetseld in haar huis. Samen met haar melancholie.
Een kwarteeuw al leeft ze in de herinnering van een geheime relatie die op haar het effect had van koudwaterzwemmen.
Een trauma, ook, want de geliefde stierf. Nooit eerder heeft ze haar geheim gedeeld. Tot nu. Ze is 75 wanneer ze voor het eerst naar een therapeute gaat.
“Stilte wreekt zich, beseft ze nu.”
We vertellen verhalen om te weten dat we leven, en we moeten onze eigen verhalen delen om ze zelf voor waar aan te nemen, aldus Kristiens therapeute Sophie.
“Mijn knipoog naar Joan Didions We tell ourselves stories in order to live.
“Kijk, zolang je iets voor jezelf houdt, bestaat het niet. ‘Ik werk aan mezelf’, horen we tot in den treure, maar therapie zit ’m voor mij net in de ander.
“Wat cliché misschien, maar met iemand babbelen in de supermarkt is ook therapie. We hebben alles geïndividualiseerd.
“Zelf heb ik gaandeweg gemerkt dat ik vastzat, net omdat ik in mezelf opgesloten zat. Pas in de connectie bezweer je de angst. ‘Hé, ik ben niet gek, er zijn nog zulke verhalen.’
“Als we allen, zittend rond een mentaal kampvuur, onze verhalen op het vuur zouden gooien, dan komen we ergens, denk ik steeds vaker.”
“Wij zijn, vind ik, allemaal rare dieren, waar kop noch staart aan te krijgen is, met name de mensen die normaal lijken.
“Wat is een mens? – het blijft een onuitputtelijke vraag. Daarom geloof ik in verhalen. Ook therapie is een manier om een verhaal sluitend te maken. Om eenheid te zoeken in de brokstukken van je leven. Pratend, maar ook in de stilte gebeurt er iets.
“Want, wanneer val je stil? Als het vanbinnen kolkt, te onvatbaar voelt of als je bij iets komt wat je niet in je identiteit wilt hebben. Juist daar, vind ik, zijn woorden cruciaal. Een verhaal ontvangen is trouwens ook iets enorm groots.
“Boeiend aan de relatie therapeut-cliënt is dat de toehoorder niet passief is.
“Ik ken mijn therapeute niet (De Coster is sinds 2020 in psychoanalyse, red.).
“Wij chitchatten nooit en alles is geformaliseerd, wat het idee kan wekken dat het totaal onpersoonlijk is. Het zit ’m echt elders.
“Ik herinner me dat ik daar lag en opeens dacht: ze is zwanger. Ik kon het horen aan haar stem. Het is een ander soort aandacht en contact.”
Opnieuw Sophie: “Je kan de dingen wel onder woorden bedelven, maar daarmee zijn ze niet verdwenen. Mensen verdwijnen. Hoe ze waren, dat blijft.”
“Er blijft veel woekeren waar je geest geen vat op krijgt”, zegt De Coster.
“Wel leer je omgaan met wat een diepe afdruk in jou heeft nagelaten. Je leert er zacht omheen te cirkelen.
“Let wel, ik pleit niet voor ‘allemaal in ons blootje op het marktplein gaan staan’, maar als iets zo veel impact heeft op je leven, dan moet je de stilte doorbreken. Het komt wellicht aan op je eigen moed.”
Zonder nadenken het koude meer in?
“Precies! Nagaan waarom je doet wat je doet en daarin de verantwoordelijkheid nemen. En niet: er zit een redder aan de kant, die in het water kan springen en wie ik de schuld kan geven als er iets fout loopt.
“Je kunt niet blijven herhalen: ik ben een slachtoffer. Het is niet omdat ik mezelf als kind heb getraind in het bewaren van geheimen om mezelf te beschermen, dat het iets is om trots op te zijn. Dus wil ik dat afleren.
“Misschien zijn mijn boeken een manier om dingen af te leren.”


Dat De Coster met geheimen heeft geleefd, daarvan getuigen haar romans Nachtouders en Net echt.
Ging ze in therapie om vat te krijgen op haar schuldgevoel?
“Ja, en om de toestand te overschouwen, want er waren veel brokken gemaakt. Therapie is zonder oordeel de crime scene overschouwen. Wie heeft wat gedaan of nagelaten te doen? Ik was een bange wezel die is gevlucht, weet ik nu.
“‘We gaan niet in therapie om gelukkig te worden, maar om goed met ons ongeluk te kunnen omgaan’, een uitspraak van de psychoanalytica Melanie Klein.
“Welja, dat is het volle leven. En daar zit ook geluk in. Voor mij zit het herstel in het feit dat ik de andere mama van mijn zoon echt dankbaar ben. Ik wil het nu goed doen, want we hebben samen iets heel moois in handen.”
Amore
Droog gelikt door de zon eten we polenta con funghi.
We praten over “de kooi van de schone schijn”, waarin Kristien zichzelf heeft vastgezet, en waarin ze sprekend gelijkt op Mieke, de moeder uit De Costers roman Wij en ik.
“Er valt veel te zeggen voor een façade, voor behoud van waardigheid en soevereiniteit. Vandaag geldt er soms bijna een opbod van slachtofferschap.
“Als het gaat om diepe kwetsuren, die je tijdsbeleving overhoopgooien, dan moet er geen façade, maar een harnas worden afgelegd.
“Diep gekwetste mensen dragen zo’n harnas. En natuurlijk kun je dat niet en plein public afleggen, dat maakt je veel te kwetsbaar.
“‘Hallo iedereen!’
“Het zou zijn alsof je levend wordt gevild. ‘En gooi nu maar met zout naar mij.’
“Verlies, Kristiens te dragen kruis, is een van de taaiste dingen in het leven. De dood is het ultieme onkenbare. Het leven dat zijn tong uitsteekt. Gemis is de keerzijde van liefde.”
De betreurde geliefde van Kristien, Tove, kwam zich 25 jaar geleden aan haar voorstellen als de nieuwe buurvrouw: “Een flamingo in de sneeuw.”
Tove had standing en riep bij Kristien zoveel wrevel op dat het, tremendo e fascinoso, wel verliefdheid moest zijn.
“De laatste sessie is geen queer verhaal van een seksueel ontwaken. Hun relatie is queer in de zin dat die zich buiten Kristiens gewone gezinsleven afspeelt en haar daar helemaal uit trekt, wat waanzinnig aantrekkelijk is. Ze ontdekt een andere kant van zichzelf.
“Ziehier ook het mooie aan seksualiteit. Het is niet: ha, nu weet ik hoe het moet en kunnen we eindeloos in repeat.
“Ik gebruik het beeld van een octopus, waarbij je zo met elkaar verstrengeld bent dat je niet meer weet waar je begint of eindigt. Dat geeft een kracht die je ook in het gewone leven doet zweven.”
Geen queer-statement, want literatuur heeft geen pamflettair nut, vindt ze.
“Vanuit een queer empowerment perspectief zou je de relatie tussen Kristien en Tove een schande kunnen noemen. ‘Zie, twee vrouwen en het loopt weer eens slecht af.’
“Terwijl ik gewoon wil schrijven over een relatie tussen twee mensen, zoals Pasolini schreef over zijn relaties met jongens.
“Je laat je personages niet gehoorzamen aan het – politiek-correcte – statement dat je wilt maken.
“Alsof relaties tussen queers of relaties in andere minderheidsgroepen alleen maar suikerzoet kunnen zijn.”
De koffie na de lunch drinken we in het dorp, waar een café en een kruidenierswinkel het hele centro commerciale coveren. De bergen horen ons onverschillig aan.
Piero, de café-uitbater met witte snor, zou maar wat graag ons gesprek over l’amore kunnen volgen. Onversneden amore, want zo dient De Coster de liefde vaak op in haar boeken.
“Ja, maar liefde is volgens mij niet louter onbaatzuchtig. In liefde zit ook conflict.
“In een relatie komt het erop aan dingen van elkaar te verdragen, of te kunnen laten bestaan. Mensen kunnen zeer onhebbelijk zijn. Ik al helemaal.
“Zo slechtgezind als ik kan zijn, is dat nodig? Nee, maar ik kan niet eerst aan mezelf werken tot ik perfect ben en dan pas een relatie aangaan.
“Ik zal nooit de hele tijd in een toestand van absolute vrede en stabiliteit verkeren. Mensen zitten ingewikkelder in elkaar dan dat. We hebben ook een hang naar destructie en hedonisme.
“Of, ik zal maar voor mezelf spreken: ik wil geen plant zijn, maar voelen dat ik leef.
“De kunst zit ’m in het koorddansen tussen de twee. Zonder te vallen, zonder al te veel brokken te maken.”
Kristien verlangt ernaar te worden “opgeslokt” – altijd gevaarlijk.
In Maart zegt de naar De Costers beeld en gelijkenis geschapen ik-persoon dat verliefdheid begint als “een heerlijke drug” maar algauw even erg wordt “als een cocaïneverslaving”.
Ze lacht.
“Ergens, denk ik, verlangen we allemaal naar dat symbiotische samenvallen. Hiervoor doen we de zotste dingen, nietwaar?
“Maar ik heb ontdekt dat ik ook tentakels naar de wereld nodig heb. We leven nu eenmaal niet op een losgezongen satellietje.
“En natuurlijk mag het opslokken soms gulzig en passioneel zijn. Je kunt je compleet voelen samenvallen omdat je dezelfde onnozele humor deelt, bijvoorbeeld.
“Maar als je voortdurend één wil zijn, als het ware terug in de buik, dan hef je jezelf op.
“En manipulatie is natuurlijk angst: controle, controle, controle. Ik deel de lakens uit, want ik durf er niet voluit voor te gaan.
“Ergens moet je blind durven springen, maar je moet weten waarin je springt. Liefst niet in een leeg zwembad.”
De Coster zag Teddy Tops eerst niet staan, schrijft ze in Pink Lady.
“Ze zag er gevaarlijk uit, met haar armen vol tatoeages als stempels van trauma en met haar piercings als nietjes om haar lijf bij elkaar te houden.”
Raken ze elkaar in die stempels, die bij De Coster vanbinnen zitten?
“Wellicht, maar het is meer dan dat. Teddy en ik zijn geen gesloten eenheid. Je moet elkaar de wereld insturen. Ik doe iets hier, jij iets daar en daarna komen we thuis bij elkaar.
“Het is dat eindeloze gesprek, waardoor je aldoor denkt: ‘Dit moet ik je nog vertellen.’ Delen, alweer. Niet alleen de pijn, ook de lichtheid.
“Teddy spreekt het spelende, lopende kind in mij aan dat ik zo graag wil bewaren. Samen, al knutselend en kliederend, overschrijven we iets anders.
“Als je samen in goed vaarwater zit, dan kan de stroom je ergens anders brengen.
“Bij ons komt daar nog bij dat we ons bootje kunnen vasthaken aan schrijven, dingen maken en daarover praten. Dat is een eindeloze stroom.”
Sponzen broekje
Op dag twee trekken we het woud in, richting de bergrivier – het water, de sirene aan wie we niet kunnen weerstaan.
Na ons endorfineshot in het ijskoude bergwater, warmen we onze natte lijven aan de rotsstenen. Hot stone massage.
Wil ze, vraag ik, nog meer van de kleine Saskia bewaren?
“Als ik aan mezelf denk als kind, dan denk ik aan een weggevaagde foto: ik met bloot bovenlijf in een sponzen broekje, lopend.
“Ik ben, het is echt verschrikkelijk, mijn fotoalbum kwijt, maar deze foto zit opgeslagen in mijn hoofd. Op die foto ben ik wie ik wil zijn. En wie ik was.
“Een kind dat blij en vrij door de natuur liep, van alles deed en maakte, liefst ook kapotmaakte. En modder, heerlijk!
“De natuur, dat is het echte bestaan. Mijn zus noemde me een holbewoner, omdat ik altijd aan het graven was, aan het bouwen of in mijn kamp zat te schrijven.
“‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen’, schreef Slauerhoff. Alleen in mijn woorden kan ik wonen, zo voelde het ook voor mij, en nog steeds.”
Wil ze van de kleine Saskia iets meegeven met het wild stromende water?
“Ik was – dit is ‘de achterkant van de foto’ – een Wednesday-achtig figuur: lijkbleek, donker en gloomy. Zo van: daar broeit van alles.
“Ik was wat Sophie ‘een stripfiguurtje met een lege tekstballon’ noemt. Een bang kind, zeker als ik me in de buitenwereld moest begeven.
“We zijn geïsoleerd opgegroeid en het wonderlijke is dat je dat als kind gaat cultiveren.
“Je gaat mee in de waarheid die je wordt opgelegd. Zo moet het zijn. Ik wilde me niet laten besmetten door andere mensen.
“En ja, dan waren er de natuur en de beestjes. Ik word er nog altijd instant gelukkig van.”
Wanneer wordt moederliefde controle? Het fascineert De Coster mateloos.
“Als ik iets heb geleerd, dan is het dat het nooit goed is. Ik heb vriendinnen die uit een warm nest komen met een begripvolle moeder. Maar die moeders moeten eindeloos worden gebeld, gepaaid en bedankt. Die schuld geraakt nooit afgelost.
“Ik ben ervan overtuigd dat mijn ouders, weliswaar vanuit hun waarheid, enorm hun best hebben gedaan.
“Maar goede intenties gelden niet als excuus, omdat je – opnieuw – de controle moet durven loslaten.
“Liefde is de ramen openzetten, het laten waaien en je verhouden tot de ander.
“Even erg als manipulatieve moeders vind ik trouwens afwezige vaders.
“Als de vrouw wordt gereduceerd tot ‘hier uw stoof en de kinderen, succes’, dan mag het niet verbazen dat ze bezitterig en manipulatief wordt. ‘Dit is van míj.’
“We hebben allemaal de nood om ergens te bestaan. In de generatie van mijn ouders golden thuis moeders wetten en af en toe weerklonk le nom du père.
“Het lijkt me een goeie zaak dat moderne mannen zich meer bemoeien in plaats van een vreemde in hun eigen gezin te zijn.
“Mijn vader kreeg niet de kans om eens een dagje thuis te blijven met de vier kinderen en voor mijn moeder was het, zoals mijn zoon zo lief opmerkt, ‘echt heel veel werk, hoor’.”

Is ze zelf een bemoeizuchtige moeder?
“Ik probeer er zo naar te kijken: ik wil mijn kind loslaten in de speeltuin, goed wetende welke speeltuigen er staan. Dat geldt ook in de digitale wereld.
“Je kunt niet zeggen: ga maar spelen, plons het riool in en hoezo, gij zijt vuil?
“Mijn zoon heeft nu de leeftijd bereikt waarop hij alleen met de fiets naar school wil. Dat mag, maar onder voorwaarden.
“Ik wil vooral ruimte scheppen, waarbinnen hij zelf met dingen durft te komen. En dat gebeurt, meestal onverwachts.
“Dan fietsen we ergens naartoe en opeens floept er iets uit. Dat zou nooit gebeuren als ik hem zou ondervragen.
“Therapie in actie! Of gewoon het leven zelf. Sinds kort boulderen wij samen. Hij kan het beter dan ik, waardoor hij mij omgekeerd iets kan tonen.
“Als ouder heb je vaak de controle: Volg mij! Kijk naar mij!
“Ik vind ouderlijke autoriteit belangrijk, maar vind het ook goed om dat af en toe om te draaien. Toon mij de rode route!
“Via het moederschap ontdek ik hoe ongrijpbaar liefde kan zijn.
“Ik dacht altijd: eerst kan een kind niet praten en heb je een zorgfunctie. Daarna wordt het een individu met een eigen verhaal, dat je als ouder mee construeert. Dán ga ik snappen wie hij is.
“Maar het is een vlooienspel! Hij is al bijna weg.”
Sophies moeder kent veel geboden en verboden. Toch laat De Coster haar ergens zeggen: “Och meisje, ik weet ook niet hoe je dat doet, leven.”
Dat heet mededogen, een membraan dat De Coster sinds Nachtouders over haar werk heeft gespannen.
Ze is duidelijk van haar moeder blijven houden, maar “ook om een levende moeder kan men rouwen”, schrijft ze.
“Ik vind haat een zwaktebod. Liefde en aanvaarding gaan hand in hand.
“Ik ben, geloof ik, grotendeels uit de rouw gegroeid, maar als kind blijf je verlangen naar de goedkeuring van je ouders. Ook dat heb ik gelost.
“Ik zit op een pad dat zij niet voor ogen hadden, maar ik sta achter mijn keuzes. Die kloof mag bestaan.
“Ergens is het fout gelopen, maar laten we elkaar respecteren. Vanop afstand, voorbij de woede, voorbij het verwijt.
“Voorbij de pijn kan niet.
“Ik vind het vooral spijtig, omdat als je zo vasthoudt aan je principes en zulke hoge eisen aan jezelf stelt, je jezelf tekort doet. Gun jezelf een beetje vrijheid, denk ik.
“In de verhouding tot de moeder zit altijd een wreedheid, daar heeft Marguerite Duras treffend over geschreven.
“Het moederschap, de oorsprong van de wereld, is met schuld beladen. Eva beet in de appel.
“Dus ja: mededogen, maar ook dankbaarheid voor het leven. Ik vind het leven echt een waanzinnig cadeau.”
Mensen kunnen veranderen. De Coster is er de belichaming van. We zijn als water, eeuwig in beweging.
Is het troostrijk te weten dat niks blijft zoals het is?
“Troost klinkt alsof er een verlies is, maar ik zie schoonheid.
“Anders wat? De dood, freeze?
“Van de uitspraak ‘Als ik mijn leven zou kunnen overdoen, ik zou precies hetzelfde doen’, loop ik weg.
“Dus jij bent perfect? Nou, ik niet.
“Er valt juist veel te winnen bij kunnen veranderen. Bij nadenken. Daarom zijn meningen zo oninteressant, omdat je snel in zo’n toen-heb-je-dit-gezegd-en-nu-zeg-je-dat-verhaal terechtkomt.
“Er is een Frans spreekwoord dat zegt: Il n’y a que des imbéciles qui ne changent jamais d’opinon.
“Het denken moet plooibaar blijven. Daarin zit de schoonheid, de essentie van het leven. Je wilt een opgroeiend kind toch ook niet samenbinden?
“Soms denk je: ‘Stop nu maar met groeien, je bent op je schattigst.’ Maar zelfs dat verandert de hele tijd.
“Toen mijn zoon vier was, vond ik hem geweldig schattig, en nu vind ik hem een knappe kerel.”
Het lokale aanbod cadeautjes voor elfjarigen is beperkt. In de dorpswinkel koopt ze pittige biscotti, waarvoor, voorziet ze, Teddy en haar zoon liefdevol zullen vechten.


Lees ook
Klik op de hyperlink
en ontdek meer berichten van
Bron: De Standaard