Sofie Avery is filosoof aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Gent en auteur van Over de schreef: macht en grenzen aan de universiteit.
Sofie Avery – De Morgen
26 maart 2025
Leestijd: 5 min
In 2015 vatte ik mijn studie aan de Universiteit Gent aan. Vandaag, tien jaar later, ben ik nog steeds UGent’er – ik doe er onderzoek naar seksueel grensoverschrijdend gedrag in Vlaamse universiteiten.
In het voorbije decennium maakte ik vier #MeToo-golven mee waarbij mijn alma mater in opspraak kwam (2016, 2020, 2022 en heden).
Telkens zie ik hetzelfde patroon terugkomen: iemand maakt iets mee aan de Universiteit, meldt dat (soms na enige tijd, en heel wat zelftwijfel) aan de instelling, komt tot de hallucinante conclusie dat er aan hun melding geen gevolg gegeven wordt, en stapt, als laatste redmiddel, met het verhaal naar de pers.
Vervolgens ontstaat er een mediastorm, wordt de geloofwaardigheid van de getuigenis afgewogen tegen de geloofwaardigheid en het imago van degene die beschuldigd wordt, lezen en bespreken we gretig alle details.
De instelling doet een aantal beloftes, die tegen de volgende mediastorm nog niet ingelost blijken, en we keren terug naar business as usual.
Stramien
Ook nu verkeren we in het oog van de storm, ditmaal naar aanleiding van het verschijnen van Academische Gezelligheid, een boek over seksueel grensoverschrijdend gedrag aan de UGent.
De professor in kwestie reageert meteen, via zijn advocate, en zegt juridische stappen te zullen ondernemen wegens eerroof.
Ook dit is volgens een stramien en wordt in de literatuur ook wel de DARVO strategie genoemd:
- Deny
- Attack
- Reverse Victim and Offender
De feiten worden ontkend, het karakter of de intentie van degene die getuigt wordt onderuitgehaald, en de rollen van slachtoffer en dader worden omgedraaid.
Het resultaat: degene die beschuldigd wordt is het echte slachtoffer, en degene die beschuldigt de dader.
In haar interview met Humo verwijst Hilde van Liefferinge, de schrijfster van het boek, naar de maatschappelijke vermoeidheid rond #MeToo-verhalen:
“Een deel van het publiek rolt met de ogen bij alweer een #MeToo-verhaal, terwijl een ander deel gewoon een kop wil zien rollen en daarna snel weer verder wil, op naar de volgende.”
Met haar boek zegt ze net het debat te willen opentrekken: voorbij het individuele, naar het structurele, het endemische.
Want hoewel de professor in kwestie ongetwijfeld reputatieschade lijdt, zet het verhaal vooral een onvergeeflijk institutioneel falen in de verf.
Institutioneel verraad
De psychologe Jennifer J. Freyd ontwikkelde het concept van institutioneel verraad om te wijzen op de schade die een instelling berokkent tegenover een individu dat van die instelling afhankelijk is.
Hiertoe behoort ook het falen van een instelling om misstanden veroorzaakt door individuen binnen die instelling te voorkomen of om er gepast op te reageren.
In dit geval: het falen van de UGent om adequaat te reageren op een melding van ongewenst seksueel gedrag, uit angst voor de eigen reputatie of, misschien nog zorgwekkender, uit pure onkunde.
De verklaring die hier vandaag voor wordt gegeven, is dat de procedures toen anders waren, dat er veel minder mogelijk was.
Dit geeft de lezer het idee dat die procedures nu veel beter zijn, en dat dergelijke misstanden nu veel beter opgevolgd worden.
Hoe verklaart de UGent dan dat een professor, die door de Tuchtraad schuldig bevonden is aan grensoverschrijdend gedrag, wetenschappelijke fraude en financiële onregelmatigheden, ervan afkomt met een verlaging in graad?
Welk signaal zendt dit naar de universitaire gemeenschap, wanneer mensen in leidinggevende functies die functie volslagen niet naar behoren uitoefenen, en als enige gevolg hiervan een deel van hun loon verliezen?
De procedures mogen dan veranderd zijn, maar procedures alleen veranderen geen cultuur.
Waar het vandaag nog steeds aan ontbreekt is institutionele moed.
Institutionele moed is de tegenhanger van institutioneel verraad, een morele leidraad voor instellingen: het engagement, vanwege een instelling, om naar waarheid te streven en moreel te handelen, ondanks onaangename gevolgen, risico’s en kortetermijnkosten.
Institutionele moed houdt een belofte in om zij die van de instelling afhankelijk zijn te beschermen en voor hen te zorgen.
Eb en vloed
In de voorbije tien jaar toonde nog geen enkele Vlaamse universiteit institutionele moed.
Het resultaat? Een voorspelbaar eb en vloed van #MeToo-golven en andere getuigenissen van toxisch leiderschap, discriminatie en institutioneel verraad.
Als het voorbije decennium en mijn onderzoek naar de thematiek mij iets hebben geleerd, dan wel dit: universiteiten moeten hun strategie bijsturen.
Vanuit kortetermijnoverwegingen en angst voor reputatieschade opteren ze voor doofpot operaties, leggen ze klagers het zwijgen op, en sturen ze de verkeerde signalen, zowel naar plegers als getroffenen, maar ook naar de hele universitaire gemeenschap.
Ook wordt het helder dat deze strategie haar doel niet bereikt: de reputatieschade is er toch, en is des te groter wanneer dit institutionele falen aan het licht komt.
Wanneer een instelling institutionele moed als kompas neemt, en haar strategieën daarop ent, zal ze op korte termijn ook door het stof gaan.
Op lange termijn zorgt deze strategie echter voor een gezondere instelling, waarin individuen op zorg kunnen rekenen.
Midden in deze storm maakt de UGent zich klaar voor de aankomende rectorverkiezingen.
Beide kandidaten doen uitspraken over het belang van een beter beleid, maar de toekomstige rector zal vooral een voorbeeld moeten stellen op het vlak van moed: elke melding van grensoverschrijdend gedrag ernstig nemen, onderzoeken en niet zonder gevolg laten.
Grensoverschrijdend gedrag zal een belangrijk thema worden, dus rest er één vraag voor de kandidaat-rectoren: wie durft, naast denken, ook doen?


Lees ook
Bron: De Morgen