Tinneke Beeckman – Soms is nee zeggen onmogelijk

getty

Een redder in nood, hoe welkom ook, kan je in het slechtste geval iets ontnemen wat je nooit wilde weggeven. Onze drang naar verbondenheid is soms gewoon te sterk, stelt Tinneke Beeckman.  

Tinneke Beeckman – De Standaard

22 april 2026

Leestijd: 4 min


Als sociaal wezen kun je soms niet ‘nee’ zeggen,
ook al draag je er dan jaren de gevolgen van


‘Ken onszelve’ is dit jaar het thema van de Maand van de Filosofie.

Het houdt ook in dat je erkent wat je liever niet onder ogen ziet, wat je beschamend vindt.

Je kunt bijvoorbeeld schaamte voelen over wat je niet deed, over het feit dat je geen ‘nee’ zei, dat je geen verzet aantekende.

Je blikt terug en stelt vast dat je je liet verleiden tot wat je eigenlijk onaanvaardbaar vindt.

Zo ben je tekortgeschoten, mogelijk tegenover anderen, zeker tegenover jezelf.

Die schuld draag je mee, alsof er iemand in je schuilt met wie je je moeilijk kunt verzoenen.

Hoe een persoon ongewild in een vorm van transgressie wordt meegezogen – in dit geval een moord – beschrijft Donna Tartt meesterlijk in De verborgen geschiedenis (1992).

Deze ‘dark academia’-roman speelt zich af op de campus van een prestigieuze Amerikaanse universiteit.

Het verhaal wordt verteld door Richard Papen, een getalenteerde student van bescheiden komaf. Hij wordt opgenomen in een groepje begaafde studenten, die klassiek Grieks studeren bij de charismatische professor Julian Morrow.

Richard heeft geen warm thuis en weinig middelen. Professor Morrow bemerkt zelfs dat hij “meer een wees is dan echte weeskinderen”.

Tijdens het kerstreces keren de bemiddelde studenten terug naar het ouderlijke huis of reizen naar het buitenland.

Richard kan zich dat niet veroorloven. Hij betrekt de armtierige zolderkamer van een oud pakhuis in Vermont. Daar sneeuwt het door een gat in het dak naar binnen.

Richard schaamt zich over zijn armoede, zijn eenzaamheid, zijn kwetsbaarheid. Hij durft aan niemand hulp te vragen. Onderkoeling en ondermaatse voeding maken hem ziek.

Naarmate hij zieker wordt, voelt hij zich ook onzichtbaarder worden: niemand lijkt zijn leed op te merken. Uiteindelijk kan hij zijn kamer niet meer uit en ligt hij in bed te ijlen.

Plotseling verschijnt de rijke, begaafde medestudent Henry in zijn kamer.

Richard denkt even dat hij een reddende engel hallucineert. Henry voert Richard kordaat naar het ziekenhuis: de arts zegt dat hij Richards leven heeft gered. Nadien mag Richard bij Henry thuis verblijven. Hij logeert er in Henry’s slaapkamer, die zelf naar de slaapbank verhuist.

Voor Richard begint een fijne periode.

Voor het nieuwe semester keren de studenten terug naar de campus. Stilaan betrekt Henry Richard echter bij een uitgekiend plan om een lastige medestudent te vermoorden.

Die monsterlijke daad ontwricht het kleine genootschap én ieders latere leven.

Heeft Richard met die afwikkelingen ingestemd? Niet écht. Evenmin heeft hij zich tegen Henry verzet.

De oorspronkelijke goedkeuring betrof de redding: hij wilde genezing, warmte, vriendschap, het gevoel bij een exclusieve club te horen.

Wie zou dat afwijzen? De ontsporingen volgden later en Richard had ze niet kunnen voorzien.

Was Henry’s generositeit oprecht of handelde hij met voorbedachten rade?

Tartt suggereert dat Henry een meesterlijke manipulator is; iemand die feilloos aanvoelt wat anderen nodig hebben en daarnaar handelt. Tegelijk is Henry een tragische figuur, verstrikt in zijn verlangen naar een uitzonderlijk leven.

Tartt maakt Richards zonderlinge situatie invoelbaar.

Richard wordt op die manier herkenbaar. Je beseft dat ook jij een Richard zou kunnen zijn, al heb je nooit op zo’n ijskoude zolderkamer gelegen.

Je hart kan die kilte beleven. En elk leven bevat ogenblikken waarop een Henry kan langs komen. Iemand die zich aandient als een redder in nood, maar die je iets ontneemt wat je nooit wilde weggeven, zoals onbevangenheid en onschuld.

Of je je met zo’n Henry inlaat, en in welke mate je dat doet, hangt grotendeels af van de omstandigheden, van je behoeften en ervaringen. Die keuze kan levensbepalend zijn, al berust ze deels op toeval, op wat je te beurt viel.

Als je ooit zoiets hebt doorgemaakt, kan het helpen om de kwetsbare persoon te zien die je in die periode was.

Eenzaamheid is ondraaglijk, volgens Spinoza, omdat ze aan de diepste angsten raakt.

Spinoza wist waarover hij sprak, hij was zelf een banneling.

Mensen zijn sociale wezens, ze hebben elkaar nodig. Ze zijn niet zoals goden of dieren, die alleen kunnen leven, om Aristoteles te parafraseren.

Na de geboorte duurt het jaren om onafhankelijk te zijn. Zelfs dan verdwijnt het verlangen naar veiligheid en geborgenheid nooit helemaal.

Hieraan denk ik, als ik verhalen hoor over iemand die gebukt gaat onder schaamte, omdat die niet ‘nee’ zei op een weerloos moment; een ‘nee’ die keuzes met zware gevolgen zou hebben voorkomen.

Ook daarin ben je, onvermijdelijk, mens.

De verborgen geschiedenis

Tinneke Beeckman is filosofe en schrijfster.
Haar column verschijnt tweewekelijks op donderdag.


© getty


Lees ook

Klik hier of op de hyperlink hieronder
en vind andere columns van

Tinneke Beeckman


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven