Discussies over klimaat en migratie worden beter niet politiek verkaveld, schrijft Marc Reynebeau. Iedereen heeft er belang bij en spreekrecht in. Elke kant heeft baat bij de nuance en de tegenspraak die de andere kant aanbrengt.
Marc Reynebeau – De Standaard
21 april 2026
Leestijd: 6 min
Thema’s bij één ideologische groep parkeren
mondt uit in een povere politieke cultuur
Domme Antwerpse joggers! Fit willen blijven, maar toch, zo stond maandag in deze krant, graag langs de Scheldekaaien hossen.
Alsof ze niet horen te weten, o victimblaming, dat het stadsbestuur even verderop, aan het Steen, liever cruiseschepen verwelkomt.
Die stoten niets dan viezigheid uit, wat allemaal belandt in de longen van omwonenden en passanten, dus ook van joggers.
Langs de Singel gaan lopen is ook geen goed idee, want daar spuwt het verkeer ook al niets gezonds in het rond.
En toch verbood de Vlaamse regering dat in de Antwerpse lage-emissiezone (LEZ), net als die in Gent, strengere normen aan auto’s werden opgelegd. Want verandering, laat staan verbetering, is lastig.
Jammer voor de joggers en de hoestende vogeltjes. Al levert het De Lijn wel een extra pleister op het houten been op. Want het talmen van diezelfde Vlaamse regering met investeringen in elektrische bussen, kost De Lijn nu al een klein fortuintje aan boetes voor inbreuken op de LEZ normen.
Zo schiet het niet op. Milieu en klimaat zijn niet langer populair op de naar rechts zwenkende politieke agenda.
Wat te doen staat, zou overdreven zijn, activistisch, betuttelend, hinderlijk voor landbouw en industrie, storend voor de gemoedsrust, en – wat wél waar is – onrechtvaardig, als het niet samengaat met sociale investeringen, ook in het openbaar vervoer.
Het levert rare bondgenootschappen op, zoals wanneer Vlaams Belang de LEZ overbodige flauwekul vindt en de PVDA ze niet lust wegens unfair tegenover wie het zich niet kan permitteren zijn oude diesel in te ruilen voor een chique Tesla. En zie, Groen kon toch ook geen electorale winst puren uit de ooit spectaculaire klimaatmarsen.
Toch leert de actualiteit, nu met de oorlog in het Midden-Oosten, nog maar eens dat op fossiele brandstoffen geen toekomst te bouwen valt. Voor dat besef is zelfs geen ecologisch argument nodig.
Zonder dat gehannes met petroleum of gas zouden, naast het klimaat, ook de economische stabiliteit, ieders portemonnee en de strategische autonomie van Europa beter gediend zijn.
Volgens de Nederlandse rechts-conservatieve krant De Telegraaf zou het daarom beter zijn om niet langer te gewagen van “vergroening”, maar van “verduurzaming” en “energie-onafhankelijkheid”. De uitkomst zou dezelfde zijn, maar zonder dat odium van ecologische betweterij.
Toch is meer dan alleen semantiek of cosmetica in het spel. Natuur en klimaat zijn lang weggezet als de hobby van, indien niet linkse, dan toch groene, wereldvreemde, van kamillethee doordrenkte boomknuffelaars met een belerend vingertje.
Die conservatieve framing is bedacht door zichzelf pragmatisch achtende ‘ecorealisten’.
Het beeld reflecteert een angst voor een maatschappelijke transitie op lange termijn.
De conclusies van de commissie die in het Vlaams Parlement het PFAS-schandaal onderzocht, waren daarvoor pijnlijk genoeg:
Dat alle overheden in een mix van
luie pragmatiek en laf realisme liever oude
gewoonten en heilige huisjes overeind hielden,
dan dat ze hun primaire taak vervulden:
het beschermen van de volksgezondheid.
Kweek dan maar eens wat prei in je moestuin in Zwijndrecht.
Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V) heeft daar nochtans weinig van geleerd. Hij wil de normen voor de aanwezigheid van pesticiden en afbraakproducten daarvan in het drinkwater versoepelen. Dat stemt de Westhoek bezorgd.
Nochtans hoeft Brouns het argument om minder risico’s te nemen met drinkwater niet eens te zoeken in een hem vreemde, al dan niet links-groene ideologie.
De christelijke traditie waarin hij zich beweert politiek te engageren, vraagt haar volgelingen een goed ‘rentmeesterschap’ na te streven, want ze zijn slechts de tijdelijke bewoners van Gods schepping, niet de eigenaars.
Klassieke liberalen mogen wel graag jammeren dat “wij geen schuldenberg mogen door schuiven naar onze kinderen en kleinkinderen”, maar dat klein grut een niet meer te repareren aarde nalaten getuigt al evenmin van goed rentmeesterschap.
Het bange denken verschanst zich in een burcht van politisering en polarisering.
Het leidt tot een onvermogen om over existentiële vragen een brede consensus en daarrond een politieke mobilisering op te tuigen.
De bouw van windturbines, van het energie-eiland voor de kust of van de Ventilus hoogspanningslijn slabakken, België reserveert capaciteit bij een Nederlandse steenkoolcentrale en premier Bart De Wever (N-VA) hoopt nog altijd op goedkope fossiele energie uit Rusland, godbetert.
Zo wordt het lastig om van het fossiele infuus af te raken.
Als rond de breed erkende noodzaak van een energietransitie te veel groen gedram zou hangen, komt dat ook door een ideologisch vacuüm bij centrumrechtse en rechtse partijen.
Uit koudwatervrees en populisme zijn ze bang om de gemoedsrust te verstoren, neigen ze ertoe problemen te minimaliseren en dulden ze geen dialoog, laat staan tegenspraak.
Nederland houdt daarbij een spiegel voor. Een minderheidsregering hoopt er voor elk plan in het parlement een meerderheid bijeen te sprokkelen bij de oppositie, nu eens links, dan weer rechts – zo werkt het niet, maar dit terzijde.
Links moet dan bijspringen bij het klimaat beleid, rechts hoort asiel en migratie te helpen aanpakken.
Alsof al lang aanslepende thema’s slechts één enkele ideologische groep aanbelangt en de andere daarin geen verantwoordelijkheid kan nemen. Dat kan alleen een zeer povere politieke cultuur opleveren.
Het publieke debat verschraalt als de partijpolitiek een ideologisch IJzeren Gordijn neerlaat in de diversiteit aan inzichten en ideeën.
Het leidt hoe dan ook tot een verkaveling van geloofwaardigheid, spreekrecht en verantwoordelijkheid.
Zoals het vermeend linkse klimaatthema alleen baat kan hebben bij extra nuances, geldt hetzelfde voor het door rechts gemonopoliseerde thema van asiel en migratie.

Dat bewees de West-Vlaamse gouverneur Carl Decaluwé (CD&V) met zijn commentaar over de gammele bootjes met transmigranten die vorig weekend langs onze westkust dobberden.
“Je kan het vergelijken met de Hunnen destijds,” zei hij op de radio, “die kozen ook massaal voor de aanval met duizenden tegelijk.”
De groteske karikatuur van een invasie door horden Aziaten die op kleine paardjes moordend en plunderend over de steppe draven, met termen als “massaal” en “aanval” erbij, kan ook wat nuance gebruiken.
Het niveau van de politieke analyse mag best hoger liggen dan dat van de oude Rode Ridder-strips.

Marc Reynebeau is journalist, verbonden aan deze krant. Zijn column verschijnt wekelijks op woensdag.
Lees ook
Lees ook
Lees meer berichten
Marc Reynebeau
Bron: De Standaard