Tommy Wieringa – Ik denk dat de Amerikanen in staat zijn Zelensky om het leven te laten brengen


Tommy Wieringa (57) weet het zeker: onze klimaatzieke planeet is niet meer te redden. Gelukkig vertelt hij in een nieuw essay hoe we met een licht gemoed de ondergang tegemoet kunnen gaan.

Stef Selfslagh – De Morgen

29 maart 2025

Leestijd: 21 min


‘Geef de hoop op,
dan heb je ook geen last van hopeloosheid.’

Tommy Wieringa


Zo staat het op de toeristische websites: ‘Waterland is Nederland op z’n best. Je ziet er lage weilanden, lange sloten, slingerende dijkjes, bruggetjes, koeien en heel veel vogels.’

En zo klinkt het uit de mond van Tommy Wieringa: “Waterland is een groene catastrofe. Vroeger hoorde je hier ’s avonds nog kieviten naar elkaar roepen, een hallucinant mooi concert. Nu is het stil en leeg geworden.”

Het is ochtend en we drinken koffie in Wieringa’s huis aan het water. De woonkamer baadt in prematuur lentelicht, achter het terras ligt een weiland waar ik meteen vlindermeisjes bij fantaseer.

Maar nog voor ik de woorden landelijk en mooi kan uitspreken, zegt Wieringa: “Je kijkt hier naar een morsdode monocultuur. De insecten, de vlinders: allemaal weg. En qua weidevogel moeten we het tegenwoordig stellen met een houtduif of een eend. Dat zegt genoeg.”

Voor een goed begrip: Tommy Wieringa is geen zuurbal geworden. Hij ontving me met een glimlach die de laatste restjes ochtendnevel deed oplossen, en ondanks alles ziet ook hij nog het ansichtkaartgehalte van zijn Waterlandse woonplek. Maar wie kennis vermeerdert, vermeerdert ook smart, zegt hij.

“Zodra je de verwoestende gevolgen van milieudegradatie en klimaatcrisis hebt gezien, kun je ze niet meer níét zien. We laten een onbewoonbare aarde achter. Soms verlang ik naar de tijd dat ik daarvan onwetend was. Alleen een zware hersenbloeding kan me daarnaar terugbrengen, alles zal kalm en goed zijn.” (lacht)

We zitten aan de eettafel, vlak bij een boekenrek dat eruitziet alsof het nog in een stedelijke bibliotheek gewerkt heeft. Tijdens ons gesprek zal Wieringa af en toe een boek uit het meubel plukken.

Soms is hij op zoek naar woorden waarmee hij de zijne kan onderstutten, soms wil hij een zin proeven die hij al een tijdje niet meer genuttigd heeft.

In beide gevallen toont hij zich een begenadigd voorlezer: nooit eerder hoorde ik iemand zo mooi leestekens vertolken.

Tommy Wieringa: ‘Als hoop zo snel kan omslaan in moedeloosheid, is het dan geen waardeloze strategie?’ Hilde Harshagen

Het voorwendsel voor onze ontmoeting is Optimisme zonder hoop, het essay dat hij zonet heeft uitgebracht.

Daarin betoogt Wieringa dat de klimaatcrisis ons heeft opgezadeld met ‘een vorm van toekomstloosheid die zonder precedent is in de menselijke geschiedenis’.

Oorlogen komen en gaan, maar de verhoogde CO2-concentratie in onze atmosfeer blijft volgens de schrijver nog eeuwen bestaan.

“Ik heb voor dit boek met veel vrienden en passanten gepraat. Vaak kreeg ik te horen: ‘Je bent te pessimistisch, Tommy. Er komt wel een oplossing voor de klimaatcrisis.’ Dan vroeg ik: ‘Oké, wat heb ik gemist? Waar is de lichtstraal in de duisternis?’

“Tot mijn verbijstering begon iedereen dan telkens over big tech: ‘Technologie zal op een dag het klimaat redden, er komt een quick fix.’ Maar is daar ook maar de geringste aanwijzing voor?

“Er worden pogingen gedaan om CO2 uit de lucht te vangen. En er wordt onderzocht hoe we groene waterstof rendabel kunnen produceren. Maar niets wijst erop dat we daarmee het klimaatprobleem gaan oplossen. En van artificiële intelligentie moeten we evenmin heil verwachten.

“Al die energieslurpende datacenters doen de CO2-uitstoot juist nog méér stijgen. En toch beweert Jensen Huang, de topman van AI-bedrijf Nvidia, dat we dankzij AI de opwarming van de aarde zullen afremmen.

“Eigenlijk zegt hij dus dat we onverantwoord veel energie moeten verbruiken om ervoor te zorgen dat we niet langer onverantwoord veel energie verbruiken.

“Dat doet denken aan de leuzen in 1984 van George Orwell: oorlog is vrede, vrijheid is slavernij. Big tech is een totaal geperverteerde sector geworden.

“Ik ben altijd een gelukkig schrijver geweest: het wonder van het schrijven schenkt me al vijfenveertig jaar de grootste voldoening. Maar tijdens het werken aan Optimisme zonder hoop heb ik me echt ellendig gevoeld.

“Al schrijvend werd het me duidelijk dat we de gevolgen van de klimaatverstoring nergens meer kunnen ontvluchten. Dat we het zullen moeten doen met de vaststelling dat het heel erg is en nog veel erger zal worden.”

Omdat ik niet naar Nederland ben gekomen om me al na twintig minuten een depressie te laten aanpraten, roep ik de hulp in van Oxford-researcher Hannah Ritchie.

In haar vorig jaar verschenen boek Niet het einde van de wereld stelt Ritchie dat het aantal doden door natuurrampen de voorbije honderd jaar gehalveerd is. En dat het energieverbruik per hoofd van de bevolking sinds tien jaar aan het dalen is. Haar conclusie: we zijn op de goeie weg; de problemen zijn groot, maar oplosbaar.

Tommy Wieringa is niet overtuigd.

“Er zijn meer auteurs die proberen ons gerust te stellen. Maar het klimaat delft momenteel het onderspit in de wereld: er moet een fysieke oorlog worden uitgevochten en het domein van de feitenwaarheid krimpt, terwijl dat van de sterke man groeit.

“Ook deze dingen gaan ten koste van milieu en klimaat. En dat terwijl er zoveel op het spel staat. We verliezen intussen tientallen plant- en diersoorten per dag.

“Alles zou ik opgeven om mijn vroegere argeloosheid terug te krijgen. Maar de toekomst is een oceaan van vrees geworden.”

De geest van de beginner

Toch maar een depressie dus, al levert Wieringa meteen ook de antidepressiva.

In Optimisme zonder hoop stelt hij zich de vraag: hoe kun je in een ongelukkige wereld nog gelukkig zijn? Hoe vind je bij gebrek aan toekomst nog de moed om het goede te blijven doen?

Zijn antwoord: door alle hoop op te geven. Want als je niet langer hoop koestert, ben je ook niet langer vatbaar voor hopeloosheid.

“Ik ken veel mensen die van hoop zijn overgeschakeld op totale apathie. Nog voor ze in verzet kwamen, nog voor ze onze planeet begonnen te verdedigen, verzonken ze in passiviteit.

“En waarom? Omdat ze ‘hun hoop verloren hadden’.

“Dat zette me aan het denken: als hoop zo snel kan omslaan in moedeloosheid, is het dan geen waardeloze strategie?

“In eindige crisissen – zoals een oorlog, een recessie of een pandemie – is hoop wel degelijk van belang. Er is een oriëntatiepunt, je weet waar naartoe.

“Maar in een crisis zonder eindpunt, zoals de klimaatcrisis, is hoop geen bruikbare geesteshouding. Als de patiënt ongeneeslijk ziek is, heb je geen hoop nodig, maar een vorm van optimisme om de dag door te komen.”

Het verschil tussen beide legt hij als volgt uit: hoop is de verwachting, optimisme de handeling. En door beide van elkaar los te koppelen, geef je de handeling een grotere levenskans dan de verwachting.

“Je kunt mijn optimisme zonder hoop vergelijken met het optimisme van de wil van Antonio Gramsci (Italiaans politicus en schrijver, 1891-1937, red.):

“Ook al weet je dat je daden de wereld niet zullen veranderen, je moet ze toch stellen.

“Elke keer als ik hier op de dijk loop, raap ik het zwerfplastic op en gooi ik het in de vuilnisbak. Doe ik dat in de hoop dat er op een dag géén plastic meer zal liggen? Nee. Ik raap het op en dat is dat. Ik voel me er goed noch slecht bij, ik doe het omdat het gedaan moet worden.

Shunryu Suzuki, een Japanse zenmeester, zei: ‘Je moet de geest van de beginner behouden. In de geest van de beginner is er geen plaats voor gedachten als ‘ik heb iets bereikt’. Als we niet denken aan presteren, zijn we echte beginners. Dan kunnen we werkelijk iets leren.’

“Ik geloof dat mijn optimisme zonder hoop bij die gedachte zijn oorsprong vindt.

“Ik ben niet meer teleur te stellen. Ik zal het zwerfplastic in de berm blijven oprapen, al ligt het er elke dag opnieuw.

“Als ik zie hoeveel mensen geen klap meer uitvoeren omdat hun daden niet opleveren wat ze verwacht hadden, denk ik dat handelen zonder iets te verwachten een beter recept is.”

Tommy Wieringa over de streek waar hij woont: ‘Waterland is een groene catastrofe. Vroeger hoorde je hier ’s avonds nog kieviten naar elkaar roepen. Nu is het stil en leeg.’
Hilde Harshagen

Mijn brein staat nog niet in zenmodus, ik vraag waarom we in godsnaam nog daden zouden stellen als we niet langer mogen verwachten dat ze ook enig verschil maken.

“Om een paar snippers leefbare toekomst te verdedigen”, antwoordt Wieringa.

“Het geheel gaan we niet meer redden, daarvoor is het te laat. Maar zoveel mogelijk redden van de verdommenis, dat moet lukken.”

Hij leunt voorover en zegt glimlachend: “Jij wilt je hoop graag behouden, hè? Ik merk het wel. En blijf vooral hopen, als je daar na het lezen van mijn boek nog toe in staat bent.

“Ik ben een groot voorstander van illusies. Illusies zijn verlangens die energie opwekken, en met die energie kun je nieuwe werelden scheppen.

“Maar zelf vind ik optimisme zonder hoop onder de huidige omstandigheden zinniger. En op lange termijn ook effectiever: je bent immers niet meer te ontmoedigen.

Mizzi van der Pluijm, de uitgever van Optimisme zonder hoop, ruimt na het lezen van mijn essay elke dag de rotzooi in haar Amsterdamse steeg op, in plaats van te wachten tot de gemeente het komt doen.

“Die steeg is nog nooit zo schoon geweest, want de andere bewoners hebben haar voorbeeld inmiddels gevolgd. Optimisme zonder hoop kan dus besmettelijk zijn.”

Zacht ritselen

Eind vorig jaar ontvouwde Tommy Wieringa in de Volkskrant een plan: hij wilde de helft van Nederland met bomen beplanten. Wie ruimte beschikbaar had, mocht zich kenbaar maken: de schrijver zou zich persoonlijk met schep en schoffel komen aanmelden.

Ondertussen heeft hij samen met een horde vrijwilligers al tientallen hectare braakliggende grond van bomen voorzien. En daar wil hij nog een hele tijd mee doorgaan.

“Bomen planten is een levensbevestigende daad. Een zacht ritselende revolutie.

“In de tiny forests die we overal creëren, vlamt het leven weer op: er ontstaat binnen de kortste keren een rijke biodiversiteit. Dat is een krachtig antidotum tegen mijn somberheid over deze tijd.”

‘Alles zou ik opgeven om mijn vroegere argeloosheid terug te krijgen. Maar de toekomst is een oceaan van vrees geworden.’ Hilde Harshagen

Toen hij in 2008 in Waterland kwam wonen, plantte hij vlak voor zijn huis, op de oevers van de dijk, een wilgenhaag. Maar dat was niet naar de zin van het provinciebestuur.

“Vorige maand kwamen ze hier aanzetten met een motorzaag en een grote grijper. Ik rende naar buiten, wierp me voor één van mijn bomen. De grijper kwam tot op een paar centimeter van mijn neus.

“‘Dit was het, Wieringa,’ schoot het door me heen, ‘je gaat sneuvelen voor een boom.’

“Consternatie, ik week niet, toen gingen ze weer weg. Twee weken later – ik was niet thuis – zijn ze mijn wilgen alsnog komen omzagen. Daar liggen ze. Zo zie je maar: de vernietiging strekt zich uit tot voor mijn deur.”

Ik stel een vraag waarop ik het antwoord al ken: zou het her en der planten van bomen wel een voldoende scoren op de morele-ambitieschaal van Rutger Bregman?

“Ik zou het liefst tien miljoen bomen planten”, zegt Wieringa. “Maar daar heb ik de middelen niet voor. En dus plant ik er tienduizend. In tegenstelling tot Rutger Bregman geloof ik niet dat kleine daden minderwaardig zijn.

“Ik bewonder Bregman zeer, maar af en toe moet hij z’n kop houden.”

In de Volkskrant sprak Wieringa de hoop uit dat een student van The School for Moral Ambiton, de school van Rutger Bregman, op een dag deze woorden van Kurt Vonnegut op de wc-muur zou krabbelen:

‘We zijn op aarde om rond te lummelen,
en laat ze je niks anders wijsmaken.’

Ik informeer of de bezorgde vader die zonet Optimisme zonder hoop heeft geschreven zich nog wel in dat Vonnegut-citaat kan terugvinden.

“Toen ik Vonnegut aanhaalde, was ik nog een flaneur. (lacht)

“Ik kan me moeilijk inbeelden dat je vandaag nog tot rondlummelen in staat bent. De wereld is in korte tijd ingrijpend veranderd.

“Lang hebben we gedacht dat onze democratische instituten tegen alles bestand waren: extreemrechts, big tech, noem maar op.

“Vandaag zien we dat we ons vergist hebben: Amerika, een van de oudste democratieën ter wereld, is aan het instorten. De rot zit daar al te diep.

“Gelukkig kondigt zich ook wederopstanding aan. Plots staan we met een knuppel van achthonderd miljard te zwaaien (het bedrag dat Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen wil vrijmaken om Europa te herbewapenen, red.).

“Europa heeft duidelijk geen zin meer om ‘dat stuk snot uit een catechisantenneus’ te zijn, zoals de Duitse dichter Gottfried Benn ons continent ooit omschreef.”

Too little, too late, citeer ik op mijn beurt de Amerikaanse zangeres JoJo. We hadden decennia geleden al een eigen defensiemacht uit de Europese grond moeten stampen.

“Europa heeft veel nagelaten”, knikt Wieringa. “Maar het heeft geen enkele zin meer om daarover te piepen. Je moet kijken naar wat Europa vandaag is. En hoe we ons in de geest van Perikles weer tot een krachtdadig geheel kunnen herenigen.”

Mark Rutte, de vlerk

Er wordt op de deur geklopt. Het is de overbuurman, die zich aan mij voorstelt als ‘de masseur van Tommy’.

Ik overweeg om hem mijn bandopnemer onder de neus te schuiven en zichzelf te laten verklaren, maar besluit dat mysterieuze overbuurmannen leuker zijn dan doorzichtige.

Nadat de schrijver zijn masseur met een viriele knuffel weer uitgeleide heeft gedaan, keren we op een drafje terug naar het Avondland.

“Europa denkt voortdurend dat het zwak is”, zegt Wieringa.

“Maar waarom denk je dat Mark Zuckerberg en Elon Musk zo’n pesthekel aan dit continent hebben?

  • Omdat ze hier niet straffeloos en ten koste van alles macht en kapitaal kunnen vergaren.

  • Omdat ze hier nog aan een paar regels moeten voldoen.

  • Omdat ze hier nog een beetje belastingen moeten betalen.

“Dat bewijst dat Europa niet zomaar te manipuleren is.

“We zijn het gewoon om in pejoratieve termen over Brussel te spreken. Maar in Oekraïne zien ze nog de hooggestemde principes waar Europa ook voor staat.

“Al die geschenken die wij bij onze geboorte krijgen:

  • een open samenleving
  • een liberale democratie
  • een functionerende rechtsorde

“worden door de Oekraïners met hun leven verdedigd. Geen land ter wereld doet meer om de Europese waarden te beschermen dan Oekraïne. Je hoeft maar naar Lviv te gaan, de Heldenbegraafplaats te bezoeken en iets te gaan eten in restaurant Baczewski en je komt terug als een gerestaureerde democraat.

“Oekraïne hoeft zich niet aan te sluiten bij de westerse moderniteit, het ís de westerse moderniteit.”

Hij looft de manier waarop de Oekraïense president Zelensky tijdens zijn Oval Office-onderonsje met Donald Trump en J.D. Vance zijn rug recht hield. En verfoeit zijn landgenoot en NAVO-baas Mark Rutte die Zelensky nadien opriep om ‘de banden met de Verenigde Staten te herstellen’.

“Ik begrijp dat Rutte de NAVO bij elkaar moet houden. Maar dat wil nog niet zeggen dat hij Zelensky, een held van onze tijd, publiekelijk de les moet spellen.

Rutte had moeten zeggen: ‘Wij, de NAVO, willen best mee naar een oplossing zoeken, maar we staan wel als één man achter Zelensky.’

“Nu heeft hij, in een poging om Trump te paaien, de positie van Zelensky verzwakt. En dat is dom.

“Ik sluit me aan bij wat journalist Olaf Koens daarover zei: ‘Wat denk je? Dat de laars die je likt je straks niet in het gezicht schopt?’

“Ach, Mark Rutte. Hij heeft als premier niet één gunstig woord over Europa gesproken.

“Toen hij op het laatst van zijn premierschap naar Brussel ging, nam hij de biografie van Chopin mee, want er werd tijdens die Europese vergaderingen ‘toch niks interessants gezegd’. En nu is die vlerk secretaris-generaal van de NAVO. Het is nauwelijks te geloven.”

Plots: “Ik denk overigens dat de Amerikanen in staat zijn om Zelensky, die ze liever kwijt zijn dan rijk, te laten ombrengen.

“Ze hoeven maar bepaalde inlichtingen niet langer te delen en hij is een vogel voor de kat. Van de huidige Amerikaanse regering kun je alles verwachten.”

Tommy Wieringa: ‘Rond mijn dertigste heb ik afgerekend met mijn nostalgie. Op een mooie zomerdag besloot ik: gedaan met terugblikken, vanaf nu vooruit.’ Hilde Harshagen

Hij noemt het opmerkelijk dat zowel de VS als Rusland wil dat Oekraïne naar de stembus trekt.

“Als twee corrupte regimes oproepen tot verkiezingen, wil dat alleen maar zeggen dat ze ervan overtuigd zijn dat ze die verkiezingen kunnen manipuleren. Dat ze een Oekraïense stembusgang kunnen misbruiken om te bepalen wie er aan de macht komt.

“De misleiding van de publieke opinie is al begonnen: Trump noemde Zelensky al een dictator, en ook de leden van zijn entourage herhalen op X Russische leugens.”

Dat de digitale desinformatieplatforms op volle toeren draaien, kan volgens Wieringa niet los gezien worden van de klimaatcrisis.

Verlies van toekomst maakt mensen onzeker en bang, luidt het in Optimisme zonder hoop, en zo worden ze ontvankelijk voor leugens.

‘Van niets willen mensen zo graag worden verlost als van hun borende angst voor de ongewisheid. (…)

‘Breng ze buiten zichzelf van angst,
zweep ze op tot woede,
maak dat ze nergens meer op vertrouwen zodat ze overal in geloven.’

Verderop in het boek schrijft Wieringa dat de grootste leugens – de leugens ‘die niet eens meer hun best doen om op waarheid te lijken’ – de gevaarlijkste zijn van allemaal.

Omdat ‘de schaamte eruit verdwenen is’.

Ik vraag of de waarheid überhaupt nog is opgewassen tegen de onjuistheden die elke dag ontkracht moeten worden. Of de rede nog wel bij machte is om de redeloosheid te bestrijden.

Geen vraag beantwoordt hij sneller dan deze.

“Tuurlijk wel. Geef je de rede op, dan dooft het licht. We zullen de leugen moeten bestrijden met alles wat we hebben.

“Als we morgen allemaal Facebook, X en andere leugensystemen verlaten, zetten we al een mooie eerste stap.

Étienne de la Boétie, een Frans politiek filosoof uit de zestiende eeuw, schreef in een essay over tirannie:

‘Ik wil niet eens dat jullie de tiran omstoten of doen wankelen, maar alleen dat jullie hem niet meer steunen.’

“Kortom: uitloggen maar. Niet naar de leugen leven, zoals de Russische dissident Aleksandr Solzjenitsyn zei. Hij wist waarover hij sprak.

“Wil je nog koffie?”

Nietsvermoedend

Hij gaat naar de keuken en bedient zijn koffiemachine zoals een organist zijn orgel bespeelt: met een ontroerende overgave.

Even later keert hij terug met een alweer de perfectie benaderende cappuccino. De schrijver die een masseur heeft, heeft geen barista nodig.

Ik blader terug naar de eerste pagina’s van Optimisme zonder hoop, meer bepaald naar het onverbiddelijke Leonard Nolens-citaat waarmee het essay begint:

‘Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen’.

“Dat is de titel van de fantastische dichtbundel van Nolens”, zegt Wieringa.

“Maar liefst tien gedichten opent hij met de zin ‘Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen.’

“Ik had ze graag alle tien integraal in mijn boek opgenomen, maar dat zou de aandacht misschien wat afgeleid hebben.” (lacht)

In het geval van Tommy Wieringa heten ‘de kinderen’ Hazel en Zoë en zijn ze respectievelijk 15 en 13 jaar oud: nog te jong om de filosofische consequenties van een toekomst deficit te overschouwen, maar niet om met hun vader onrustwekkende krantenkoppen te bespreken.

“Mijn dochters leven al in een diepe verontwaardiging over de staat van de wereld. Maar ze overzien godzijdank nog niet het geheel. En dat wil ik graag nog even zo houden.

“Ik heb geen haast om mijn kinderen bewust te maken van wat er op ze afkomt.”

Had de ernst van de klimaatcrisis zich vijftien jaar geleden al aan hem geopenbaard, had hij dan nog altijd kinderen op de wereld gezet?

“Om eerlijk te zijn: ik betwijfel het. Ook al heb ik in mijn bestaan geen groter geluk gekend dan de geboorte van mijn dochters.”

In een inmiddels vergeeld interview noemde hij zichzelf ‘een veel te aanwezige vader’. Ondertussen hebben zijn tienerdochters hem liefdevol naar de achtergrond verwezen.

“Ze zijn volop hun eigen werelden aan het inrichten. Precies zoals het hoort. En toch vind ik het moeilijk, loslaten.

“Kijk nou toch eens naar dit hier … (loopt naar de keuken en komt terug met een fotootje waarop zijn dochters in peuterversie te zien zijn)

“Dit is toch verrukkelijk?

“Die nietsvermoedendheid, dat is toch prachtig?”

Ik zie Tommy Wieringa een verdienstelijke poging ondernemen om het verleden aan te raken. Wanneer dat naar verwachting niet lukt, zinkt hij even weg in nostalgische berusting.

Dat verwondert me, omdat hij in Optimisme zonder hoop allerminst aan nostalgie bezwijkt. Al ziet hij dat zelf anders.

“Mijn essay is ook een klaagzang voor wat al verloren is gegaan. Het bevat natuurlijk een zekere heimwee naar vroeger.

“Maar het klopt dat ik niet in het verleden blijf hangen. Dat ik in actie kom. Dat is niet meer dan logisch: als alles tegenzit, heb je des te meer te doen.

“Los daarvan ben ik een door en door nostalgisch wezen.

“Je weet dat ik van mijn tweede tot mijn tiende op de Antillen heb gewoond.

“Toen ik terug in Nederland was, heb ik nog jaren wanhopig naar die tijd terugverlangd. De enige manier om de onrust in mijn lijf te beteugelen, was reizen: als ik onderweg was, had ik er geen last van.

“Rond mijn dertigste heb ik afgerekend met mijn nostalgie. De romantisering van het verleden bracht me niks bij. Ook mijn schrijven liep erin vast.

“Op een mooie zomerdag besloot ik: gedaan met terugblikken, vanaf nu vooruit. Niet lang daarna schreef ik Joe Speedboot. Met die roman heb ik me van de ketens van het verleden bevrijd.”

‘Gaat me niks aan’

Twintig jaar later behoort Joe Speedboot zélf tot het verleden. Al wordt het boek nog regelmatig naar het heden gesommeerd.

Pas nog werd het door tachtig Vlaamse schrijvers, uitgevers en boekhandelaren uitgeroepen tot beste Nederlandstalige roman van de 21ste eeuw. Een keuze die nergens op gemopper werd onthaald, behalve bij literair curator Uschi Cop.

‘Waarom wordt een vrouwonvriendelijk en eurocentrisch boek vandaag nog grote literatuur genoemd?’ schreef ze in een opiniestuk in Knack.

Wanneer ik Tommy Wieringa vraag waarom hij het stuk van Cop niet gebruikt heeft om komaf te maken met het misverstand dat literatuur morele verplichtingen heeft, reageert hij met een vriendelijk:

“Ik reageer niet op opinies: wat anderen van mijn boeken vinden, gaat me namelijk niks aan.”

We vergeten de rel die er nooit een geweest is en keuvelen nog wat na. Op een zucht van het middaguur bedank ik Wieringa voor zijn tijd, zijn gedachten en zijn koffie.

Op weg naar huis bedenk ik dat ons gesprek is uitgedraaid op een tegenstrijdigheid vanjewelste : het heeft me erg hoopvol gestemd, terwijl het precies het omgekeerde had moeten doen.

Dat ligt niet aan mij, maar aan Tommy Wieringa, besluit ik.

Zolang er mensen zijn die de taal zo hartstochtelijk liefhebben als hij, zal ik niet aanvaarden dat we gedoemd zijn.

Ik laat me nog liever door een boomgrijper vermalen.

Bio Tommy Wieringa


Tommy Wieringa geeft de komende week lezingen in Vlaanderen. Op 5 april in het KASK in Gent en het STUK in Leuven, op 6 april in Het Zoekend Hert en deSingel in Antwerpen.


Optimisme zonder hoop

Schrijver Tommy Wieringa: ‘Tijdens het werken aan Optimisme zonder hoop heb ik me echt ellendig gevoeld.’ Hilde Harshagen

Lees ook


Bron: De Morgen

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven