Asielbeleid – Brief aan minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA)


Kenzië Meynaerts Ceusters

17 juli 2026

Leestijd: 4 min


Beste Anneleen Van Bossuyt,

Aan het begin van de komkommertijd sta ik elk jaar even stil. Ik kijk in de spiegel en stel mezelf dezelfde vraag:

Heeft het nog zin om mij politiek te engageren?

Dit jaar kwam die vraag vaker terug dan ooit. Ik vond geen overtuigend antwoord.

Tot ik vandaag jouw bericht las en vervolgens je artikel in Knack. Daarmee gaf je mij, onbedoeld, toch een antwoord.

De zin die bij mij bleef hangen was

“Sommige ngo’s willen de garantie dat de dader veilig is in Afghanistan. Ik wil de garantie dat er niet opnieuw een vrouw wordt verkracht.”

Ik heb die woorden verschillende keren opnieuw gelezen. Niet omdat ik ze niet begreep, maar omdat ik niet kon geloven dat een minister zoiets bewust zou zeggen.

Deze uitspraak is niet alleen ongenuanceerd, ze stigmatiseert ook een volledige bevolkingsgroep.

Ze wekt de indruk dat Afghaanse mannen een inherent gevaar vormen voor vrouwen.

Alsof hun afkomst hen verdacht maakt.

Alsof seksueel geweld een probleem is dat wij importeren en niet een probleem dat al decennialang in onze eigen samenleving bestaat.

Mag ik je een spiegel voorhouden?

De meeste verkrachtingen gebeuren niet door een onbekende vreemdeling. Ze gebeuren achter gesloten deuren.

Door een partner. Een ex-partner. Een familielid. Een vriend. Een collega. Iemand die het slachtoffer kent en vertrouwt.

Dat is de harde realiteit waarmee duizenden slachtoffers elke dag moeten leven.

Toch lijkt het politieke debat telkens opnieuw te worden herleid tot de vreemdeling als symbool van onveiligheid.

Dat is niet alleen oneerlijk, het doet ook onrecht aan de vele slachtoffers die nooit in dat plaatje passen.

Ik heb plaatsvervangende schaamte toen ik jouw woorden las. Niet alleen als burger, maar vooral uit respect voor iedereen die ooit slachtoffer werd van seksueel geweld.

  • Voor de vrouw die jarenlang werd verkracht door haar partner.

  • Voor de man die als kind misbruikt werd en daar vandaag nog steeds de gevolgen van draagt.

  • Voor de duizenden slachtoffers van seksueel misbruik binnen de Kerk, gepleegd door mensen die jarenlang bescherming genoten van het instituut dat hen had moeten stoppen.

  • Voor de vrouwen die slachtoffer werden van machtsmisbruik door invloedrijke personen en moesten vaststellen dat status, macht of aanzien soms belangrijker lijken dan gerechtigheid.

Wat moet jouw uitspraak doen met al die mensen? Welk signaal geef je aan hen?

Dat hun leed minder relevant is omdat hun dader niet uit Afghanistan kwam?

Van een minister verwacht ik meer.

  • Ik verwacht nuance.
  • Ik verwacht verantwoordelijkheidszin.
  • Ik verwacht iemand die mensen verbindt in plaats van angst te voeden met een simplistische tegenstelling tussen “wij” en “zij”.

Seksueel geweld bestrijd je niet door een nationaliteit te viseren. Je bestrijdt het door elke dader aan te pakken, ongeacht afkomst, religie, huidskleur of maatschappelijke positie. En door elk slachtoffer ernstig te nemen, ongeacht wie de dader was.

Wie het debat over verkrachting gebruikt om een bevolkingsgroep collectief verdacht te maken, bewijst de slachtoffers geen dienst.

Integendeel. Dan wordt hun leed een politiek instrument in plaats van een oproep om eindelijk werk te maken van een samenleving waarin niemand nog slachtoffer hoeft te worden.

En eerlijk? Als ik terugdenk aan de vraag waarmee deze brief begon, waarom ik mij nog politiek zou engageren, dan ken ik vandaag het antwoord.

Juist omdat mensen die zulke uitspraken doen politieke verantwoordelijkheid dragen.

Niet omdat ik geloof dat dit is wat politiek hoort te zijn, maar omdat ik weiger te aanvaarden dat dit de norm wordt.

Naar mijn mening zijn uitspraken die een volledige bevolkingsgroep stigmatiseren en slachtoffers van seksueel geweld reduceren tot een politiek argument een minister niet waardig.

Politieke mandaten vragen verantwoordelijkheid, nuance en respect. Wanneer die ontbreken, is het aan burgers om hun stem te laten horen.

Ik hoop oprecht dat je nog eens stilstaat bij de impact van jouw woorden. Want woorden van een minister wegen zwaarder dan die van eender wie.

Ze bepalen mee hoe een samenleving kijkt naar mensen, naar slachtoffers en naar gerechtigheid.

Juist daarom verdienen ze meer nuance dan deze uitspraak liet zien.

En daarom sluit ik ook dit af met u te zeggen.

U ben het ministerschap niet waardig.




Lees ook

Lees meer berichten

, ,


Bron: Facebook

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven