DS onderzoekt – Autismediagnoses gaan door het dak, maar de zorg en de scholen kunnen niet volgen


Autisme is geen nichediagnose meer. Internationaal worden exponentiële stijgingen genoteerd, ook bij ons heeft al 3 tot 4 procent van alle Vlaamse leerlingen in het middelbaar het label. “We kunnen niet iedereen die afwijkt een diagnose geven en in aparte scholen steken.”

Maxie Eckert en Nathalie Carpentier

De Standaard

18 juni 2026

Leestijd: 6 min


DS onderzoekt

Iedereen op het spectrum

Autisme is geen nicheprobleem meer.
Het is wereldwijd een van de belangrijkste diagnoses voor kinderen en tieners.
Ook bij ons kraken de zorg en het onderwijs.

In de reeks ‘Iedereen op het spectrum
zoekt De Standaard uit waarom autisme
vandaag meer gezichten heeft dan vroeger.

We kijken mee terwijl diagnoseteams spreken met ouders die willen weten of hun kind autisme heeft, praten met jongeren en volwassenen over waarom ze op zoek gaan naar het label en tonen hoe scholen omgaan met de almaar groeiende nood van leerlingen met autisme.


Nooit werd er in hoge-inkomenslanden zo vaak autisme vastgesteld als nu.

Zweden telde in 2024 vier tot vijf keer zoveel kinderen met de diagnose als in 2008.

Ook de VS zagen in twintig jaar tijd het aantal 8-jarigen met een diagnose stijgen met een factor vier tot vijf.

In het Verenigd Koninkrijk spreken onderzoekers zelfs van een exponentiële stijging. Daar is tussen 1998 en 2018 het aantal diagnoses met 780 procent gestegen.

Vlaanderen ontsnapt niet aan de trend.

In ons land worden de autismediagnoses niet centraal geregistreerd, maar de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) zien het aantal leerlingen met het label wel stijgen.

Van alle leerlingen in het secundair onderwijs had in het schooljaar 2023-2024 3 tot 4 procent een “oriëntering type 9”.

Dat is het CLB-label voor leerlingen met autisme en die geen verstandelijke beperking hebben.

In vijf jaar tijd is het aandeel leerlingen met autisme in het middelbaar met ruim 60 procent gestegen(zie grafiek).

Het absolute aantal leerlingen met oriëntering type 9 steeg in die periode zelfs met 83 procent, en dat is veel meer dan de algemene toename van het aantal leerlingen in het secundair.

DS-InfografiekBron: Pelgrims, L., Borremans, L. & Aesaert, K. (2025), KU Leuven

Autisme is niet langer het nicheprobleem dat het vijftig jaar geleden leek te zijn.

In de jaren 70 werd geschat dat hoogstens 0,05 procent van de bevolking autistisch was. Vandaag staat autisme bij kinderen en tieners wereldwijd in de top tien van diagnoses die niet levensbedreigend zijn.

Hoe belangrijk het thema voor jongeren en adolescenten vandaag is, blijkt op sociale media.

Berichten met de Tiktok-hashtags als #AutismTok en #ActuallyAutistic zijn al miljarden keren in de app weergegeven.

Autisme is verveld tot een breed cultureel en sociaal thema dat medische vaktijdschriften en expertendiscussies overstijgt.

Niet zozeer ‘epidemie’

Het toenemende aantal diagnoses van autisme blijkt ook niet louter een kwestie van registratie en statistiek. De nood van kinderen en jongeren is reëel, en ze overstijgt de capaciteiten in onderwijs en zorg.

In Vlaanderen moeten jongeren soms twee tot vier jaar wachten voor ze zich in een gespecialiseerd centrum kunnen laten onderzoeken op autisme.

Een diagnose is wel vaak een voorwaarde voor extra ondersteuning, legt Ilse Noens uit, die als professor orthopedagogiek (KU Leuven) gespecialiseerd is in autisme.

“Alleen met een diagnose krijg je gepaste hulp. Zo werkt het systeem vandaag helaas.”

© Fred Debrock

Maar ook na de officiële diagnose autisme zijn mensen met autisme “niet binnen”.

Ambulante kinderpsychiaters, therapeuten en thuisbegeleidingsdiensten zijn zodanig overbevraagd dat ouders soms zelfs geen plaats kunnen bemachtigen op wachtlijsten voor de zorg na een autismediagnose.

“Bij sommige praktijken moet je op specifieke dagen bellen en komen alleen de eerste x-aantal bellers op de wachtlijst”, zegt Kato Mouton, orthopedagoge in het referentie centrum autisme (UZ Brussel).

“De wachttijd zal dan soms nog tot twee jaar oplopen. Ook voor ons als hulpverlener is het heel frustrerend. Dit is niet de warme overdracht naar de ambulante zorg die kinderen en hun ouders nodig hebben.”

Waarom neemt de nood aan extra ondersteuning zo sterk toe? Wat is er de voorbije decennia veranderd?

Uit een bevraging van internationale experts door De Standaard blijkt dat er niet zozeer sprake is van een “autisme-epidemie”, zoals onder anderen de Amerikaanse minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy beweert.

De problemen van kinderen en jongeren met autisme worden vandaag wel beter gezien – ook omdat ze daarmee nu vaker dan vroeger op hun grenzen botsen. Zoals op school.

“Vroeger moest je als leerling luisteren naar de leerkracht en was het stil op school, punt”, aldus Noens.

“Nu wordt er van leerlingen iets anders verwacht: ze moeten flexibel en zelfstandig zijn, samenwerken én hun weg vinden in de drukke sociale jungle op school.”

“Maar we mogen het verleden niet romantiseren. Vroeger verlieten de ‘lastpakken’ de school zonder diploma. Maar het huidige schoolsysteem past minder goed bij kinderen met autisme. Thuis ontladen de kinderen na een schooldag die te veel van hen vroeg. De ouders zijn gealarmeerd en ze zoeken hulp.”

Van 80 naar 400 leerlingen

Dat er een mismatch is tussen leerlingen met autisme en het gewone onderwijs, blijkt ook uit de cijfers van het buitengewoon onderwijs.

De voorbije vijf jaar is het aantal leerlingen dat met een officiële autismediagnose onder de arm aan het CLB vraagt om te mogen overstappen naar het buitengewoon secundair onderwijs (type 9) met 42 procent gestegen.

Het buitengewoon onderwijs barst in veel regio’s uit zijn voegen, en het onderwijs voor leerlingen met autisme is de sterkste groeier.

Arne Lobbens heeft die sterke groei van dichtbij zien gebeuren.

Lobbens is waarnemend directeur van Campus Impuls, een type 9-school in Oostakker.

“Onze school is in acht jaar tijd van 80 naar 400 leerlingen gegaan. Alleen dankzij de extra plaatsen én twee bijkomende campussen konden we tegemoetkomen aan de vele aanmeldingen. Maar we kunnen niet blijven uitbreiden.”

Op de school van Lobbens kunnen leerlingen hetzelfde diploma behalen als in het gewone onderwijs.

Maar de setting is aangepast: een klas telt maar acht leerlingen, er is veel structuur en voorspelbaarheid voor de leerlingen en ze moeten ’s middags niet in een lawaaierige refter eten.

Een deel van de leerlingen met autisme die naar het buitengewoon onderwijs overstappen, bloeit daar open, vertelt Tine Gheysen, die bij het Vrij CLB Netwerk de verantwoordelijke is voor leerlingen met speciale noden.

“Maar de vraag is of we voor alle leerlingen met autisme wel een specifieke omgeving nodig hebben. We zouden aanpassingen binnen het gewoon onderwijs moeten doen. Voor een deel van de leerlingen met autisme zou dat volstaan.”

“De aanhoudende stroom richting buitengewoon onderwijs is geen duurzame oplossing. We kunnen niet iedereen die afwijkt van het gemiddelde een diagnose geven en dan in een apart circuit stoppen.”

Ook Ilse Noens ziet in het onderwijs een belangrijke sleutel om druk van de ketel te halen bij kinderen en jongeren met autisme.

“We moeten eigenlijk de hele schoolcontext hertekenen om die voor alle leerlingen beter te maken. Denk aan rustige zones en een betere balans tussen activiteit en rust, en meer begeleiding bij groepswerken.”


© Fred Debrock

Lees ook


Lees ook

Lees meer berichten



Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven