DS onderzoekt – Van Rain Man naar superkracht – Hoe autisme vervelde van een zeldzame stoornis naar een gegeerd label


Het aantal diagnoses van autisme stijgt wereldwijd. Nochtans komen autistische symptomen niet vaker voor dan vroeger. Waarom krijgen steeds meer kinderen en volwassenen dan het label? Dit weten we over de oorzaken van de stijging van de autismecijfers.

Maxie Eckert – De Standaard

19 juni 2026

Leestijd: 13 min


DS onderzoekt

Iedereen op het spectrum

Autisme is geen nicheprobleem meer.
Het is wereldwijd een van de belangrijkste diagnoses voor kinderen en tieners.
Ook bij ons kraken de zorg en het onderwijs.

In de reeks ‘Iedereen op het spectrum
zoekt De Standaard uit waarom autisme
vandaag meer gezichten heeft dan vroeger.

We kijken mee terwijl diagnoseteams spreken met ouders die willen weten of hun kind autisme heeft, praten met jongeren en volwassenen over waarom ze op zoek gaan naar het label en tonen hoe scholen omgaan met de almaar groeiende nood van leerlingen met autisme.


Donald is een van de elf kinderen die de Amerikaanse psychiater Leo Kanner in 1943 gedetailleerd beschrijft in het vaktijdschrift The nervous child.

Kanner gaf ze het label ‘autisme’.

Voor hele generaties psychiaters zijn Donald en de andere kinderen de blauwdruk van wat autisme is.

In de paper vertelt Kanner dat de kinderen vaak herhalen wat anderen net hebben gezegd of dat ze ‘jij’ zeggen als ze ‘ik’ bedoelen, omdat ze met ‘jij’ worden aangesproken.

De kinderen komen intelligent over en hebben een goed geheugen.

Donald antwoordt bijvoorbeeld op de vraag hoeveel tien min vier is: “Ik zal een hexagoon (zeshoek, red.) tekenen.”

Ruim veertig jaar later, in december 1988, maakt het grote publiek voor het eerst kennis met iemand met autisme.

In de film Rain Man speelt Dustin Hoffman een volwassen versie van de kinderen van psychiater Kanner.

Raymond Babbitt kijkt anderen amper in de ogen en houdt zich aan wat er letterlijk wordt gezegd, waardoor ironie en humor aan hem voorbijgaan. Hij kan wel in één oogopslag zien dat er precies 246 tandenstokers op de grond zijn gevallen.

Fast forward naar de herfst van 2025.

In de rode zetels van De slimste mens zit een charmante jongeman: Felix Heremans. Zonder schroom vertelt de student-acteur dat hij autisme heeft. Vroeger kreeg hij vaak woede-uitbarstingen.

Heremans lacht daar zelfs mee: “Pas op als ik een fout antwoord geef!” Zijn medekandidaten en het publiek kunnen zijn humor smaken en proesten het uit.

2025/05/29. Dilbeek. Felix Heremans, Acteur in “Putain”, problematiek van autisme.
Felix Heremans. © Fred Debrock

Autisme heeft vandaag veel meer gezichten dan ten tijde van psychiater Kanner en Rain Man.

Letterlijk: de laatste dertig jaar zijn de autisme cijfers in alle hoge-inkomenslanden fel gestegen.

In de jaren 70 werd het aandeel mensen met autisme nog op 0,05 procent geschat. Nu heeft in Vlaanderen 3 tot 4 procent van de scholieren in het middelbaar een ‘oriëntering type 9’, het CLB-label voor leerlingen met autisme.

Autisme is bij kinderen en tieners uitgegroeid tot een van de tien belangrijkste diagnoses die niet dodelijk zijn.

Onderzoekers overal ter wereld proberen het fenomeen te begrijpen. En het splijt de experts.

Het ene kamp omarmt de verbreding, ziet autisme als een uiting van neurodiversiteit en spreekt niet langer van een ‘stoornis’ met ‘symptomen’.

Het andere kamp houdt er wel aan vast dat autisme een ontwikkelingsstoornis is en kijkt heel kritisch naar de verbreding van autisme.

Wat weten we over de oorzaken van de stijging van de autismecijfers?

1. De sterkste groei zit in de groep die redelijk zelfredzaam is

Een recente analyse van Amerikaanse achtjarigen met autisme toont aan dat niet alle groepen op het spectrum even hard groeien.

Het snelst blijkt de groep te groeien die een zekere mate van zelfredzaamheid in het dagelijkse leven heeft en die geen verstandelijke beperking heeft. Die kinderen kunnen bijvoorbeeld leren om zichzelf aan te kleden en om zelfstandig te eten.

Het aantal kinderen met de grootste noden – degenen die continu ondersteuning nodig hebben – is in de Verenigde Staten niet gegroeid, maar wordt intussen overvleugeld door de kinderen die meer zelfredzaam zijn.

In cijfers: in het jaar 2000 zat 20 procent van de Amerikaanse kinderen met autisme in de groep die dag en nacht ondersteuning nodig heeft. In 2016 was die groep nog maar goed voor zo’n 6 procent van alle kinderen met autisme.

De analyse strookt met wat experts bij ons zien.

“In Vlaanderen neemt het aantal diagnoses van autisme over het algemeen toe. De groep met een subtielere uiting van autisme en met een relatief hoge intelligentie kent wel de sterkste groei”, zegt Ilse Noens, die als professor orthopedagogiek (KU Leuven) gespecialiseerd is in autisme.

Ouders van kinderen met autisme voelen dat het beeld van autisme aan het verschuiven is.

Evelyn Vandevenne (37) schreef daar eind vorig jaar een opiniestuk over. Haar vijfjarige zoon Bas is non-verbaal autistisch.

“Autisme is niet altijd zo slim of grappig als bij Felix Heremans”, luidde de titel van haar tekst.

“Als ik vertel dat mijn kind autisme heeft, is de reactie vaak: ‘Ah, dan wordt hij later IT’er of ingenieur’”, vertelt Vandevenne.

“Ik moet altijd uitleggen dat het autisme van Bas van een ander niveau is. Dat ik niet kan koken en amper zelf kan eten als ik met hem alleen ben. Hij heeft geen besef van gevaren en zal allicht nooit zelfstandig leven. Maar het beeld van dat klassieke autisme wordt verdrongen.”

Evelyn Vandevenne en haar zoontje Bas.
Evelyn Vandevenne en haar zoontje Bas. © rr

Het leed van de mensen met autisme die wél zelfstandiger kunnen leven, mag je volgens Noens evenwel niet onderschatten.

Uit nieuw onderzoek uit haar groep (de resultaten zijn nog niet gepubliceerd) blijkt dat hoe intelligenter de kinderen en jongeren met autisme zijn, hoe meer ze problemen internaliseren: ze tonen hun stress niet aan de buitenwereld met ‘storend gedrag’, maar trekken zich veeleer terug, zijn angstig en worden depressief.

Ook de kloof tussen hun gemiddelde tot hoge intelligentie en hun mindere vaardigheden om zich aan te passen aan de eisen van het dagelijkse leven, speelt die groep parten.

Noens: “Denk bijvoorbeeld aan jongvolwassenen die cognitief wel een universitaire studie aankunnen. Maar hun zelfredzaamheid – het huishouden regelen, zich sociaal uit de slag trekken – is kleiner dan hun omgeving op basis van hun intelligentie verwacht.

“Op den duur vraagt de organisatie van het dagelijkse leven te veel van hen. Dat zijn degenen die op een gegeven moment overbelast raken en in een autistische burn-out belanden. Vroeger werd in zo’n geval niet aan autisme gedacht.”

2. Er is meer aandacht voor de subtiele uitingen van autisme

Er is geen autisme-epidemie aan de gang die te wijten zou zijn aan schadelijke stoffen uit het milieu, zoals de Amerikaanse minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy beweert.

Door de jaren heen blijft het belang van genetische factoren bij de ontwikkeling van autisme belangrijker dan omgevingsfactoren. Dat past niet bij de hypothese dat een schadelijke stof verantwoordelijk zou zijn voor de stijgende cijfers.

“Als het aan paracetamol tijdens de zwangerschap of vaccins zou liggen, zou de rol van genetische factoren kleiner worden”, zegt Sebastian Lundström, professor kinder- en jeugdpsychiatrie aan de universiteit van Göteborg (Zweden).

Hij onderzoekt al ruim vijftien jaar wat er achter die felle stijging van de autismecijfers in Zweden zit.

Bovendien neemt het aantal kinderen en jongeren met autistische symptomen doorheen de jaren ook niet toe, blijkt uit meerdere studies uit de stal van Lundström.

In interviews met ouders uit de brede Zweedse bevolking werd specifiek gepolst naar kenmerken van autisme, zoals moeilijkheden bij het doorbreken van de dagelijkse routine, moeite om emoties of reacties te uiten door lichaamstaal of intonatie, of te intens opgaan in bepaalde interesses.

Als ouders daarnaar wordt gevraagd, blijkt dat er geen verschil is tussen 18-jarigen die begin jaren 2000 werden geboren en 18-jarigen die negen jaar eerder op de wereld kwamen.

Hetzelfde kwam uit een gelijkaardige analyse voor jongere leeftijden. Het aantal kinderen en jongeren met symptomen stijgt dus niet, terwijl er wel almaar meer diagnoses worden gesteld.

Maar er is doorheen de jaren wel iets belangrijks veranderd: ouders maken zich duidelijk meer zorgen dan vroeger. Vooral in de groep kinderen met relatief weinig symptomen vertellen de ouders nu veel meer dan vroeger dat hun kind lijdt.

“Dezelfde symptomen worden vandaag anders ervaren dan vroeger”, zegt Lundström.

Lundström en zijn collega’s opperen dat het huidige onderwijs met groepswerken, presentaties en co. leerlingen met autisme sterker doet afzien dan vroeger.

Een andere mogelijke verklaring voor wat de ouders berichten: ze hebben gewoon meer aandacht voor het welzijn van hun kinderen.

Beide verklaringen vindt Noens aannemelijk.

“We hebben vandaag gelukkig meer oren naar kinderen en jongeren die vertellen hoeveel moeite het ze allemaal kost. Daardoor worden de subtiele uitingen van autisme vaker opgepikt. En die zien we vaker bij meisjes dan bij jongens.”

3. Autisme bij meisjes wordt niet langer genegeerd

Acht van de elf kinderen die Leo Kanner in zijn paper over autistische kinderen beschreef, waren jongens.

Even later, in 1944, schrijft de Oostenrijkse kinderarts Hans Asperger dat autisme een “extreme variant van mannelijke intelligentie” is.

Beide onderzoekers zetten de toon: autisme is typisch iets voor jongens.

Tot vandaag worden overal ter wereld meer diagnoses gesteld bij jongens dan bij meisjes en zijn meisjes een stuk ouder bij hun diagnose dan jongens. Nu zijn de meisjes aan een inhaalbeweging bezig.

De meisjes komen van ver. Jarenlang werden ze over het hoofd gezien.

Noens haalt een studie uit 2011 aan waarvoor onderzoekers bij Britse ouders hebben gepolst of hun kinderen bepaald gedrag vertonen dat op autisme wijst, en ze vroegen naar een eventuele officiële diagnose.

Daaruit bleek dat een meisje met even duidelijke kenmerken als een jongen veel minder kans had om een diagnose te hebben.

“Er is lang met een mannelijke bril naar autisme gekeken”, zegt Noens.

“Neem de gefocuste interesses, waarbij mensen met autisme zich tot in de kleinste details in één onderwerp verdiepen.

“Bij meisjes gaat het vaak over thema’s zoals paarden of mangastrips en wordt er niet meteen aan autisme gedacht.

“Bij jongens en thema’s als dino’s en planeten wel. Volwassenen leggen dan sneller de link met het stereotype beeld van autistische mensen als niet-sociale nerds.”

Daarbij komt dat veel jongens hun stress laten zien door ‘moeilijk’ gedrag te vertonen.

“Ook daardoor zijn leerkrachten en ouders bij jongens sneller gealarmeerd en zoeken ze sneller hulp”, aldus Noens.

“Intussen zien de teams die kinderen op autisme onderzoeken dat sommige kinderen hun stress ook internaliseren, onder wie veel meisjes. De inhaalslag bij de meisjes is ingezet en ook dat doet de autismecijfers stijgen.”

4. Het stigma rond autisme vermindert

Rizz and tizz. Zo noemt Silicon Valley de gouden combinatie van charisma (rizz) en autisme (tizz).

Elon Musk (X), Mark Zuckerberg (Meta) en Jeff Bezos (Amazon) zouden aantonen dat je het ver kunt schoppen als je over veel rizz én ferme tizz beschikt.

“Dit is de realiteit: we zoeken oprichters die zowel op het gebied van rizz als tizz uitblinken”, schrijft Arielle Zuckerberg, zus van Mark en oprichtster van durfkapitaalfonds Long Journey Ventures.

“Die combinatie is ongelooflijk zeldzaam, maar het is dé superkrachtcombinatie.”

ROME, ITALY - DECEMBER 15: Elon Musk, chief executive officer of Tesla Inc and X (formerly Twitter) Ceo speaks at the Atreju political convention organized by Fratelli d'Italia (Brothers of Italy), on December 15, 2023 in Rome, Italy. Italian Prime Minister Giorgia Meloni's right-wing political party organised a four-day political festival in the Italian capital. (Photo by Antonio Masiello/Getty Images)
Elon Musk zou over veel rizz en tizz beschikken.  © getty

Ook mensen met autisme zelf spreken soms van een superkracht. Zo zei klimaatactiviste Greta Thunberg ooit dat het haar helpt dat ze intens kan focussen op één thema.

Dat nieuwe stereotype beeld van autisme vindt Ilse Noens even kwalijk als het oude beeld uit Rain Man.

“Alsof je zonder superkracht niet autistisch kunt zijn.”

Inge Kamp-Becker, professor psychiatrie aan het universitair ziekenhuis in Heidelberg (Duitsland), zegt dat het beeld van de superkracht ook een aantrekkingskracht geeft aan de diagnose.

Kamp-Becker is gespecialiseerd in autisme en de diagnostiek ervan.

“Aan een gedragsstoornis hangt bijvoorbeeld veel meer stigma.”

“Een jonge vrouw heeft me eens gezegd dat de diagnose autisme voelt als de toestemming om anders te zijn dan anderen.

“Ik kan daar zeer goed inkomen, maar de vraag is of dat wel de oplossing is. Toch gaan mensen nu specifiek op zoek naar die diagnose. Of ze stellen een zelfdiagnose.”

Greta Thunberg.
Greta Thunberg. © getty

In het Verenigd Koninkrijk is zelfdiagnose een trend: een op de tien kinderen, jongeren en adolescenten identificeert zich er als persoon met autisme – een veelvoud van het aantal met een officiële diagnose.

“Zelfdiagnoses zijn niet onschuldig”, zegt Kamp-Becker.

“Kinderen en volwassenen die wel degelijk hulp nodig hebben, dreigen passende hulp mis te lopen. Want wat als autisme niet de juiste diagnose is? Ik denk bijvoorbeeld aan een angststoornis die je kunt behandelen.”

5. Diagnosecriteria bleven lang hetzelfde, maar interpretatie werd almaar ruimer

Het beeld van autisme en hoe het zich kan uiten, is de voorbije tien jaar sterk veranderd, in de algemene bevolking en bij artsen.

De officiële diagnosecriteria, daarentegen, zijn in die periode niet wezenlijk veranderd. De laatste grote wijziging dateert van 2013. Toen werden de vereisten om een diagnose te stellen verstrengd.

“Bewust, om de toenemende cijfers in te perken”, zegt Noens.

Destijds waarschuwden sommige experts – onder wie de Zweed Sebastian Lundström – dat een hele groep ineens niet meer in aanmerking zou komen voor de diagnose autisme, en dan vooral de cognitief sterke personen.

“Maar kijk, het tegenovergestelde is gebeurd. De cijfers gingen door het dak”, zegt Lundström.

Dat kwam dus niet door ruimere diagnosecriteria, maar door een ruimere interpretatie van dezelfde criteria en meer aandacht voor subtiele uitingen van autisme.

Zo wordt in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM), de ‘bijbel van de psychiatrie’, sinds enkele jaren meer tekst en uitleg gegeven bij het ‘maskeren’ van bepaalde kenmerken van autisme.

Daarbij passen mensen zich bewust of onbewust aan sociale verwachtingen aan, waardoor de diagnose soms pas later gesteld wordt.

“Het is de bedoeling dat kenmerken van autisme beter herkend worden”, zegt Ilse Noens.

Maar nu zet de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de deur wel weer open naar ruimere diagnosecriteria.

Inge Kamp-Becker is daarom vlijmscherp voor de nieuwste versie van de WHO-lijst van aandoeningen, de ICD-11.

In een analyse voor een vaktijdschrift schrijft ze: “Polemisch gesproken opent dit de deur naar een praktijk waarbij veel mentale of gedragsstoornissen als autisme spectrum stoornis worden gediagnosticeerd, als ‘iedereen zit ergens op het spectrum’.”

Lundström zegt dat het spectrum vandaag al erg breed is.

“De term ‘autisme’ zegt weinig over het individu.

“Aan de ene kant staan mensen voor wie autisme een manier van functioneren is, die geen behandeling wensen en die welbespraakt voor zichzelf opkomen.

“Aan de andere kant staan mensen die niet in staat zijn om in hun basisbehoeften te voorzien en families waarop autisme zeer zwaar weegt.”

Hoe kijkt Evelyn Vandevenne naar het brede spectrum, waarop haar vijfjarige zoon Bas aan die ‘zware’ kant staat?

Vandevenne zegt dat ze niemand een diagnose wil ontzeggen. Als leerkracht ziet ze elke dag hoe autistische leerlingen in het gewone onderwijs op hun grenzen botsen.

Maar ze zou graag een aparte categorie hebben voor het autisme van Bas, ook om meer begrip te krijgen.

“In ons geval is autisme geen superkracht of iets wat we gewoon moeten omarmen. Het is een enorm zware diagnose, voor Bas zelf en voor zijn omgeving. Maar voor dat klassieke beeld van autisme hebben we precies de taal verloren.”


Dustin Hoffman en Tom Cruise in ‘Rain Man’. © belga

Lees ook


Lees ook

Lees meer berichten



Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven