Politiek commentatoren hebben de mond vol over de brute aanval van de regering-Trump op de Amerikaanse democratische waarden en instellingen. Maar de waarheid is dat de republiek al langer werd verwaarloosd, schrijft Jonathan Holslag.
Jonathan Holslag – De Morgen
16 augustus 2025
Leestijd: 8 min
Richt hij zijn pijlen niet op de rechterlijke macht, dan is het wel op de media, de federale verkiezingscommissie of, zoals recent, op de burgemeester van Washington D.C., door tegen diens wil soldaten naar de hoofdstad te sturen om er de orde te handhaven.
‘Donald Trump’, zo schreef een vooraanstaand rechtsgeleerde, ‘voert een blitzkrieg uit tegen de constitutie en ondermijnt alles waar de Amerikaanse republiek ooit voor stond’.
Wellicht gaat dat standpunt te ver.
De Amerikaanse republiek, haar idealen van betrokken burgerschap, scheiding der machten en noodzakelijke gematigdheid, werd immers decennialang verwaarloosd, waardoor figuren als Trump furore kunnen maken.
Een eerste trend betreft het knagende gevoel dat het land achteruitgaat en dat de politiek daarvoor verantwoordelijk is.
De tevredenheid over de staat van het land schommelt. Ze steeg in de jaren 70, daalde begin jaren 90, steeg opnieuw en daalde vervolgens na de terreuraanslagen en de dotcomcrash van 2001 − waarna ze de daaropvolgende kwarteeuw nooit echt herstelde.
Dit is sowieso een van de langst durende impasses in het Amerikaanse zelfvertrouwen.
Deels weerspiegelt dat sentiment de realiteit: de Amerikaanse macht taant. Dat gaat gepaard met assertievere buitenlandse rivalen, maar ook met stagnerende welvaart voor veel Amerikanen.
Gecorrigeerd voor de stijgende prijzen is het inkomen van de armste 40 procent de afgelopen 25 jaar achteruitgegaan.
Tirades
Het aandeel Amerikanen die erg trots zijn op hun land daalde van ongeveer 90 procent in 2001 naar 58 procent vandaag.
Een meerderheid is van mening dat de Amerikaanse droom, rijk worden door hard werk, niet langer van toepassing is. Een land dat zich onzeker voelt, zet zijn stekels op en kapselt zich in.
Paradoxaal genoeg leidt dat, ondanks Trumps pleidooi voor invoertarieven, bij de massa Amerikanen niet tot economisch protectionisme.
De steun voor vrije handel groeide de afgelopen jaren en een meerderheid kant zich tegen invoertarieven.
De steun voor buitenlandse partnerschappen, zoals de NAVO, blijkt volgens peilingen eigenlijk weinig beïnvloed door Trumps tirades.
Economisch en militair isolationisme krijgt dus nog niet echt veel bijval.
Zelfs wat betreft migratie is het Amerikaanse isolationisme volgens verschillende peilingen niet zo wijdverbreid.
Gallup stelt zelfs dat sinds 2001 de steun voor migratie als ‘een positieve zaak’ voor het land gestaag is blijven stijgen, ondanks de beelden van onder de voet gelopen grensposten.
Steeds meer Amerikanen willen minstens evenveel of zelfs meer migratie.
Dat zijn op zich verrassende cijfers. Ondanks de afkalving van de Amerikaanse macht valt het dus nog mee met de mate waarin isolationisme wortel schiet in de samenleving.
Het trumpisme consolideert. Achter de president staat een machine, en vicepresident JD Vance groeit in zijn rol als toekomstige presidentskandidaat die continuïteit belooft
Er is een andere trend met meer impact: het steeds sterker knagende gevoel van achteruitgang leeft vooral bij witte Amerikanen.
Hoewel zij het op veel vlakken nog steeds beter doen, ondervonden zij de afgelopen twintig jaar ook de sterkste terugval, vooral economisch.
Daarnaast speelt demografie een rol: tegen 2045 zullen witten in de VS een minderheid vormen.
Meerdere factoren versterken elkaar:
- Groeiende sociale en economische onzekerheid bij de minder vermogende witte onderklasse én
- Toenemende onzekerheid tegenover andere bevolkingsgroepen die zichtbaarder en assertiever worden.
Al die factoren komen samen bij de laagopgeleide, weinig vermogende, rurale, mannelijke, witte Amerikaan.
Een cliché misschien, maar wel een dat steek houdt.
Er ontstaat een beeld van een dubbel onbehagen:
- Enerzijds over de tanende macht van het land in een snel veranderende wereld
- Anderzijds, binnen dat afbrokkelende land, over de toekomst van de witte niet-superrijke Amerikaan in een snel veranderende samenleving
Natuurlijk zijn er ook zwarten en latino’s die isolationistische neigingen tonen, en witten die zeer kosmopolitisch blijven.
Maar de breuklijn is reëel.
Een recente peiling toont bijvoorbeeld aan dat:
- 57 procent van de witte Amerikanen Trumps muur steunt, tegenover 34 procent bij andere bevolkingsgroepen
- Wat betreft het inzetten van soldaten om de grens te beschermen is dat 55 versus 34 procent
- Het opvangen van asielzoekers buiten de grens, in Mexico, 63 tegenover 43 procent
- Het toepassen van invoertarieven: 46 tegenover 26 procent
Door dik en dun
Geen enkele bevolkingsgroep is economisch zo achteruitgegaan als witte mannen zonder diploma.
Zij voelen zich in de steek gelaten door het politieke leiderschap, dat hen heeft uitgespuwd met termen als white deplorables.
Ze voelen zich overrompeld door nieuwe bevolkingsgroepen.
Ze voelen zich economisch verdrukt. En ze worden meesterlijk bespeeld, eerst door neoconservatieve en nu door trumpiaanse politici, die hen trots, eenheid, een vijandbeeld en een vage belofte van nieuwe voorspoed voorhouden.
Afhankelijk van de peilingen schaart tot 70 procent van deze groep zich achter Trump.
Dit vormt de harde kern van de ongeveer 40 procent Amerikanen die Trump door dik en dun blijven steunen en meer dan andere groepen bereid zijn tot politiek geweld.
Trump gedijt op een aantal fenomenen: het machtsverlies van zijn land en van de witte werkende klasse, aangevuld met een heterogene groep sympathisanten uit verschillende hoeken van de samenleving.
Opvallend is dat het trumpiaanse bastion van boosheid wordt omringd door een meerderheid waarin moderatie en waarden als democratie, openheid en medemenselijkheid domineren.
Door de toenemende turbulentie is ook de belangstelling voor politiek licht gestegen, en de steun voor vrije verkiezingen, de rechtsstaat en vrije meningsuiting blijft bijna unaniem.
De kloof tussen Republikeinen en Democraten wordt groter, maar de grootste politieke groep bestaat vandaag uit twijfelaars die zich in geen van beide partijen thuis voelen.
Er is dus nog ruimte voor de Amerikaanse republiek om zich te herpakken.
Toch wordt dat niet eenvoudig.
Om te beginnen zijn er een aantal interagerende politieke factoren. Het trumpisme consolideert. Achter de president staat een machine, en vicepresident JD Vance groeit in zijn rol als toekomstige presidentskandidaat die continuïteit belooft.
Het Trump-blok is een minderheid, maar blijft de sterkste strekking, wellicht niet ondanks, maar dankzij het bijna fundamentalistische geloof in de president.
De Democratische Partij ligt op apegapen. Dat komt deels door het onvermogen om geloofwaardige kandidaten naar voren te schuiven, deels door interne verdeeldheid, en deels door het falen om aansluiting te vinden bij de middenklasse en minderbedeelden.
Het Amerikaanse politieke systeem maakt vernieuwing moeilijk. De dualiteit is bijna ingebouwd, en ondanks het potentieel onder onafhankelijken is het bijzonder moeilijk om tussen Democraten en Republikeinen door te breken.
Geld laat zich niet opsluiten, zeker niet in het digitale tijdperk. Californië, thuisbasis van Silicon Valley, is een rijke staat, maar ook een met veel armoede en toenemende ongelijkheid
Daarnaast zijn er economische factoren. De Amerikaanse economie is verzwakt, de investeringsachterstand groot, en de productiviteitsgroei teleurstellend. Een vlot herstel lijkt onwaarschijnlijk.
Trumps economisch beleid richt schade aan. Het consumentenvertrouwen staat onder druk. Dit jaar is er zelfs sprake van desinvestering in de industrie.
De machtsbalans kantelt verder in het nadeel van de VS. Ook het herverdelingsprobleem wordt groter. Door AI en nieuwe technologie worden rijken met aandelen in techbedrijven nog rijker, terwijl de werkende klasse zich moet aanpassen.
De ongelijkheid blijft hoog. Dat komt deels door gebrek aan politieke wil, deels door de ongeremdheid van het kapitalisme.
Geld laat zich niet opsluiten, zeker niet in het digitale tijdperk. Californië, thuisbasis van Silicon Valley, is een rijke staat, maar ook een met veel armoede en toenemende ongelijkheid.
Een andere factor is raciale segregatie.
Peilingen tonen toenemende tolerantie en meer contact tussen rassen in steden, maar in de praktijk blijft de smeltkroes beperkt.
Slechts tien procent van de Amerikanen identificeert zich als multiraciaal; minder dan twintig procent van de gezinnen is multiraciaal.
Terwijl traditionele minderheden luider vragen om gelijkheid, blijkt ongeveer een derde van de witte Amerikanen te vrezen in de toekomst te worden verdrongen of gediscrimineerd.
Dat dreigt te leiden tot een soort veiligheidsdilemma binnen de Amerikaanse samenleving, waarbij de vroegere onderdrukker vreest om de verdrukte van de toekomst te worden.
Wellicht de belangrijkste factor is dat men zich in de VS meestal goed bewust is van de risico’s:
- De kwetsbaarheid van de democratie
- De economische uitdagingen
- De nieuwe segregatie
Maar het blijkt moeilijk om er iets aan te doen.
De realiteit bespelen is politiek eenvoudiger én lonender dan haar te veranderen.

Lees ook
Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten
Jonathan Holslag – Essay – USA
Bron: De Morgen