Het razende tempo van Adolf Hitler verraste in 1933 ook de groten van de Duitse literatuur. Uwe Wittstock kroop in hun hoofd voor twee fantastische boeken.
“Ik wil de mensen waarschuwen”, vertelt hij in Berlijn. “Ook in de cultuurwereld rukt het geflirt met autoritaire ideeën op.”
Ruud Goossens – De Standaard
7 augustus 2025
Leestijd: 21 min
Uwe Wittstock sluit ook zijn e-mails af met cliffhangers.
Twee weken voor onze ontmoeting schrijft hij dat hij wil afspreken aan de ruïne van het Anhalter Bahnhof, een van de twee grote treinstations in het Berlijn van de jaren 30.
Daarna, vervolgt hij, moeten we zeker doorwandelen naar de Hedemannstrasse, ongeveer 200 meter verder, óók in Kreuzberg. Daar bevindt zich een plek waaraan “voor mij een persoonlijke verrassing verbonden is”.
“Daarover zal ik u alles vertellen als we daar zijn.”
Veertien dagen later wijst Wittstock, een energieke zeventiger op rode sneakers, naar een kleurloos appartementsgebouw in de Hedemannstrasse.
Op de vierde verdieping van nummer 31 bevond zich tot in 2017 zijn Berlijnse werkwoning, waar hij verbleef wanneer hij werkte op de redactie van Die Welt en later Focus.
Hij wist toen nog niets over de beladen geschiedenis van de plek. Die ontdekte hij pas jaren later, tijdens de research voor Februari 1933. De winter van de literatuur, zijn bestseller over de eerste zes weken na Hitlers machtsgreep.
De plek
In de reeks ‘De plek’ zoeken we auteurs en hun landschap op, om over hun schouder mee te kijken naar wat ze zien wanneer ze schrijven.
Hier: Uwe Wittstock (1955) is een Duitse schrijver en cultuurjournalist, die onder meer werkte voor Die Welt, Frankfurter Allgemeine Zeitung en Focus. Hij kreeg de Theodor Wolff Prijs voor journalistiek en schreef met
Februari 1933 een bestseller.
Lees hier alle afleveringen van de plek.
“Tijdens mijn onderzoek stootte ik op documenten waarin stond dat de Berlijnse afdeling van de Sturmabteilung (SA) gevestigd was … in de Hedemanstrasse 31”, vertelt Wittstock.
“Dat was een shock. De SA had de gewoonte om de mensen daar te martelen met de ramen open, zodat hun geschreeuw tot hier beneden te horen was.
“Het is best mogelijk dat al die schrijvers die in 1933 naar het Anhalter Bahnhof wandelden om Duitsland en Hitler halsoverkop te ontvluchten – mensen als Alfred Döblin of Bertolt Brecht – dat geroep gehoord hebben.
“Het geroep van mensen die er niet in geslaagd waren op tijd te vertrekken.”

Wittstock houdt van dat soort gedachte oefeningen, ook in zijn boeken. Hij kroop voor Februari 1933 in het hoofd van een aantal vooraanstaande Duitse kunstenaars en intellectuelen.
Hij beschreef hoe mensen als Thomas Mann compleet overrompeld werden door de snelheid waarmee de nationaalsocialisten een fragiele democratie in enkele weken tijd veranderden in een brutale dictatuur.
Wittstock benadrukt dat hij in zijn boeken helemaal niets verzint. Hij baseert zich uitsluitend op memoires, brieven en archiefdocumenten.
“En natuurlijk verken ik ook de plekken waarover ik schrijf”, vertelt hij, als we voor het Anhalter Bahnhof staan.
“Ik ben het pad door de Pyreneeën, waar Heinrich Mann in 1940 over moest om Frankrijk te verlaten, zélf afgewandeld. Dan voel je hoe zwaar dat geweest moet zijn voor een bijna zeventigjarige.
” Voor Februari 1933 ben ik veel in Berlijn geweest. Al is dat geen eenvoudige stad om te onderzoeken. Ze werd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog haast volledig met de grond gelijkgemaakt.
“Ook het SA-hoofdkwartier in de Hedemannstrasse is toen vernield. Net als het Anhalter Bahnhof, op dit stukje van de voorgevel na.”

© Marlena Waldthausen
Een beetje dictatuur
Wittstock was jarenlang cultuurjournalist. Hij werkte ooit intens samen met Marcel Reich-Ranicki, de legendarische literatuurpaus van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Hij woont ondertussen weer in Frankfurt, vertelt hij wanneer we even later in een restaurant pal tegenover het Anhalter Bahnhof zitten.
Wittstocks boeken lezen als historische thrillers.
Februari 1933 begint twee dagen voor Hitlers benoeming, op een mondain persfeestje in het centrum van Berlijn. Het gonst er van de geruchten over de nakende promotie van Adolf Hitler tot rijkskanselier.
Het boek eindigt zes weken later met een razzia in een Berlijnse kunstenaarswijk. Tal van politieke tegenstanders van de nazi’s zitten dan al achter slot en grendel.
Die snelheid maakt uw boek zo verbluffend. Je voelt hoe haast iedereen wordt ingehaald door het tempo van de nazi’s.
“Dat was de bedoeling. Ik wilde niet dat het een klassiek geschiedenisboek zou worden, waarin met historische afstand beschreven wordt hoe het uiteindelijk misliep.
“Nee, alles moest zich in het ‘nu’ afspelen. Ik wilde de situatie van dag tot dag beschrijven, om zo, op basis van hun eigen herinneringen, te tonen hoe bijna al die intellectuelen verrast werden.
“Ze konden zich vooraf niet voorstellen dat een regime zo brutaal kon optreden. Hoe hadden ze zich dat ook moeten voorstellen? Een dergelijke vorm van massamoord, in héél Europa, had zich nooit eerder voorgedaan.
“En het ging inderdaad razendsnel. In dertig dagen wrongen de nazi’s de democratie de nek om.
“Dat is om schrik van te krijgen, al is het ook begrijpelijk.”
Hoe bedoelt u?
“Om zo’n machtsgreep te laten slagen, mag je niet talmen. Dat geeft de instellingen immers de kans om op de rem te staan.
“Die strijd is nu ook volop bezig in de Verenigde Staten. Je ziet dat de rechtbanken heel wat plannen van president Donald Trump proberen tegen te houden, of af te zwakken.
“Hopelijk lukt het hen zo om de democratie tot aan de tussentijdse verkiezingen van volgend jaar in stand te houden.”
Waarom besliste u vijf jaar geleden om de eerste weken van Hitler als kanselier te beschrijven?
“Omdat ik begon te merken dat ook steeds meer mensen in de Duitse cultuurwereld begonnen te flirten met autoritaire ideeën en met een partij als de AfD. Ze zeiden, vaak op ironische wijze, dingen als: ‘Misschien moeten we dat toch eens proberen, een beetje minder democratie en wat meer dictatuur?’
“Of ze opperden: ‘Zou het niet opwindend zijn als de politieke tegenstellingen eindelijk weer wat duidelijker werden?’
“Ik probeerde hen er dan op te wijzen dat dat soort experimenten, als je die weg eenmaal inslaat, nauwelijks nog te beheersen valt.
“Hitler werd democratisch verkozen, maar één maand na zijn benoeming bleef er van de grondrechten nauwelijks iets over.
“Maar in een mondelinge discussie kun je je punt nooit deftig maken. Daarom dacht ik: laat ik maar eens een boek schrijven.
“Ik wilde de mensen waarschuwen.”
Waarvoor precies?
“Een van de lessen is dat je, om zo’n pletwals tegen te houden, op tijd in actie moet schieten.
“Hitler viel in 1933 nauwelijks nog te stoppen. Men had vijf jaar eerder wakker moeten worden.
“De Duitse auteur Erich Kästner heeft dat mooi verwoord. Hij zei: als een sneeuwbal begint te rollen, moet je hem meteen kapotstampen. Anders wordt het een lawine.
“Wel, in 1933 was Hitler een lawine geworden.”
Zelfs in 1933 was er toch nog een alternatief voor Hitler?
“Dat klopt. Ze hadden met nooddecreten kunnen regeren, zonder Hitler. Ze hadden nieuwe verkiezingen kunnen uitschrijven. Men was niet verplicht om hem kanselier te maken.
“Franz von Papen (de conservatieve politicus die met Hitler in een coalitie stapte, red.) dacht dat hij er, als vicekanselier, in zou slagen om de nationaalsocialisten onder controle te houden.
“In de praktijk heeft hij zelfs geen poging ondernomen. Hij was niet opgewassen tegen de machtswil van Hitler. Allemaal waar.”
“Dat wil nog niet zeggen dat er niet veel vroeger opgetreden had moeten worden tegen de hele nazibeweging.
“Laat me één voorbeeld geven. In het voorjaar van 1932 werden de SA en de SS verboden in Duitsland. Dat was niet meer dan logisch. Dat waren private legers die vrij hun gang konden gaan op straat. Maar Von Papen besliste in de zomer van 1932 om dat verbod weer op te heffen. Onbegrijpelijk.”
De hel regeert
Niet iedereen was verrast op maandag 30 januari 1933.
Nog voor Hitler – rond het middaguur – benoemd was, zat de Oostenrijks-Hongaarse schrijver Joseph Roth al in de trein naar Parijs. Hij wilde vanuit het buitenland voluit van leer kunnen trekken tegen de nazi’s.
Op het eerste gezicht had Roth nochtans wel wat redenen om voor een pragmatischere koers te kiezen. Zijn Radetzkymars was net verschenen.
“Hij wist dat als hij Hitler onder vuur nam, hij geen boeken meer zou verkopen in Duitsland. Maar Roth twijfelde niet.
“In een brief aan Stefan Zweig schreef hij dat “alle hoop vervlogen” was. En ook: “Maak je geen illusies: de hel regeert.”
Waarom had Roth dat, in tegenstelling tot veel collega’s, zo snel door?
“Misschien kon hij zich, beter dan de anderen, voorstellen tot wat voor verschrikkelijke dingen mensen soms in staat zijn.
“Roth was een fantastische schrijver, zeer intelligent ook, maar niet noodzakelijk een ‘goede’ man.
“Toen zijn vrouw geestesziek werd, koos hij ervoor haar niet zelf te verplegen. Ze werd in een instelling opgenomen.
“Dat heeft Roth zichzelf nooit vergeven. Het leidde tot innerlijke conflicten die hij met veel alcohol probeerde te verdoven.
“Maar misschien kon hij zich daardoor ook iets beter inbeelden hoe slecht mensen zich soms kunnen gedragen en tot wat voor gruwel de nazi’s bereid zouden zijn.”
“Daarnaast spelen er soms ook heel praktische dingen mee in de eerste reacties van al die figuren.
“Neem Klaus Mann (een van de schrijvende zonen van Thomas, red.). Die maakte zich óók grote zorgen over Hitler. Maar hij had het weekend van 28 en 29 januari bij vrienden doorgebracht. Hij had geen tijd gevonden om kranten te lezen.
“Dat is mij ook wel eens overkomen. Dan stelde ik op maandag plots vast dat er een of andere minister ontslag had genomen.
“Wel, in 1933 hadden mensen natuurlijk hetzelfde recht. Maar daardoor werd Klaus Mann wel volledig verrast op 30 januari.”

Ook Thomas Mann had andere zaken aan zijn hoofd.
“Die moest op 10 februari in München een belangrijke lezing geven over Richard Wagner. Dat slorpte al zijn energie op. Hij had geen tijd voor politiek – ook dat overkomt iedereen wel eens.
“Mann is zijn tekst vervolgens ook gaan uitspreken in Amsterdam, Brussel en Parijs. En daarna trok hij op vakantie naar Zwitserland.
“Bij zijn vertrek uit Duitsland wist hij nog niet dat hij niet meer zou terugkeren. Hij was een beetje naïef. Het kostte zijn kinderen behoorlijk wat moeite om hem te overtuigen uit Duitsland weg te blijven.”
Mann hield zich, tijdens de eerste jaren van Hitlers bewind, op de vlakte. Hij zocht de confrontatie niet op met de nationaalsocialisten. Begrijpt u dat?
“Hij wilde zijn publiek niet verliezen. Hij wist dat zijn boeken niet meer gedrukt zouden worden in Duitsland als hij zich duidelijk zou uitspreken. Maar uiteindelijk heeft hij dat, onder druk van zijn kinderen, natuurlijk wél gedaan.
“Zijn dochter Erika heeft hem op een bepaald moment gezegd: als je zo voortgaat, wil ik je dochter niet meer zijn. Ze vond dat hij zich te voorzichtig opstelde.
“Toen is Mann de nazi’s wel degelijk beginnen aanvallen, onder meer via zijn maandelijkse radio-uitzendingen vanuit Amerika.”
Omdat hij ten gronde niet twijfelde?
“Toen niet meer, neen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Mann geen fan van de democratie. Hij was, gevoelsmatig, een monarchist. Hij vond toen dat Duitsland min of meer autoritair geregeerd hoorde te worden.
“Hij heeft een dik boek geschreven, Betrachtungen eines Unpolitischen, om dat uit te leggen. Maar daarin bespeurde je zijn onzekerheid al. Uiteindelijk is hij in 1922, via zijn verstand, bij de democratie aanbeland.
“En misschien zijn mensen die op die wijze voor de democratie kiezen ook nuttiger dan degenen die dat vanuit hun gevoel doen.”
Ja?
“Ja. Omdat rationele argumenten een stuk stabieler zijn dan gevoelens. Gevoelens zijn makkelijker te beïnvloeden.”

Volkomen gestoord
Een van de meest fascinerende figuren in Februari 1933 is ongetwijfeld de dichter en arts Gottfried Benn. Hij treurde niet om het heengaan van de Weimarrepubliek. Die stond voor hem al jaren gelijk aan decadentie en verval.
Benn geloofde dat er met de nationaalsocialisten eindelijk een nieuw tijdperk zou beginnen.
In de Pruisische Academie voor de Kunsten voerde hij felle discussies met schrijvende collega’s die hun protest tegen Hitler luid wilden laten horen, zoals Alfred Döblin, de auteur van Berlin Alexanderplatz.
Benn hoopte dat een aantal ouderwetse waarden, zoals offerbereidheid of inzet voor de volksgemeenschap, eindelijk aan een revival zouden beginnen.
“Benn was aanvankelijk zeker een aanhanger van de nazi’s”, zegt Wittstock.
“Hij was echter geen antisemiet. En uiteindelijk heeft hij dus met de nazi’s gebroken.
“Maar Benn bleef, vrees ik, wel een fascist, een beetje vergelijkbaar met Filippo Tommaso Marinetti in Italië.
“Benn wilde de democratie, die hij onnozel vond, nooit omarmen. Hij droomde van een Duitsland waarin alleen nog gezonde mensen kinderen zouden maken. En tegelijk … was Benn natuurlijk een fantastische dichter.
“Is hij bij jullie bekend?”
Nauwelijks.
“Ik denk dat weinigen in die periode iets mooiers in de Duitse taal op papier hebben gezet dan hij.”
Wat leert u daaruit?
“Dat kunstenaars die in hun ‘vak’ uitblinken er ook ideeën op kunnen nahouden die volledig gestoord zijn. Völlig durchgeknallt.
“En dat het dus goed is dat kunstenaars niet zomaar gevolgd worden. De expressionist Emil Nolde maakte prachtige schilderijen, maar was ook een vreselijke antisemiet.
“Zo zijn er nog veel andere voorbeelden. Wanneer je van kunst houdt, wil je dat liever niet weten. Maar het is wel de waarheid.”
U zegt dat Benn eigenlijk een fascist bleef. Maar hij kreeg na de oorlog wel belangrijke onderscheidingen in Duitsland, zoals het Bundesverdienstkreuz. Merkwaardig toch?
“Het toont hoe vreselijk de stemming hier was in de eerste jaren na de oorlog.
“Dat is zo gebleven tot diep in de jaren 60. Eigenlijk was ongeveer iedereen betrokken geweest bij de misdaden van de nazi’s.
“Zeker na de grote militaire successen van 1940 en 1941 bestond Duitsland voor 90 procent uit enthousiaste aanhangers van Hitler.
“Pas na de slag bij Stalingrad begonnen ze te beseffen dat ze de oorlog zouden verliezen. Pas toen begonnen mensen zich af te keren.”
“Na de oorlog waren al die Duitsers natuurlijk niet plots vergeten wat ze hadden gesteund of gedaan. Het leidde ertoe dat ze toen vooral sympathie koesterden voor figuren die precies dezelfde fouten gemaakt hadden als zij.
“Mensen zoals Benn.”
En veel minder voor Thomas Mann?
“Onder schuldigen is de onschuldige altijd een moeilijk personage. Mann had zich, na zijn eerste getwijfel, wél duidelijk uitgesproken. Dat vonden veel mensen toch nogal unheimlich.”
Verklaart dat ook waarom Mann na de oorlog nooit opnieuw in Duitsland ging wonen?
“Hij wilde niet terugkeren, neen. Zijn eigen landgenoten stelden hem niet gerust. Hij bleef liever in Zwitserland.”
Zijn er eigenlijk veel Hitler-tegenstanders die achteraf op echte erkenning konden rekenen in Duitsland?
“Eigenlijk niet, neen. Dat had vaak ook politieke redenen: veel verzetsstrijders waren communisten, die wilde men in volle Koude Oorlog niet prijzen.
“Het is geen toeval dat Claus Schenk von Stauffenberg (de militair die Hitler probeerde te vermoorden in 1944, red.) wel een held werd in Duitsland. Hij was veel geschikter als rolmodel.
“Von Stauffenberg was geen nazi, maar wel zéér reactionair.”
Heeft u zich tijdens het schrijven wel eens afgevraagd wat u zelf zou gedaan hebben in februari 1933?
“Ik hoop dat ik me, net als Joseph Roth, niets wijsgemaakt zou hebben. En ik hoop dat ik, als het ooit weer zover is, gewoon onder ogen zal zien wat er gebeurt, zoals hij. (denkt na)
“Ook de houding van iemand als Ricarda Huch strekt tot voorbeeld. Zij is, op een heel andere manier dan Roth, zéér moedig geweest.”
Huch, een vooraanstaand historica, bleef wél in Duitsland.
“Maar ze maakte geen enkel compromis met de nazi’s.
“Huch was een ongewone vrouw. Ze hield zich aan geen enkele conventie. Ze heeft heel gevoelige kortverhalen geschreven, maar ook thrillers, een vierdelige geschiedenis van Duitsland en een biografie over de Russische anarchist Michail Bakoenin.
“Huch was iemand die aan de rechterzijde van het politieke spectrum veel bewonderaars had. Ze was een nationaliste. Maar tegelijk was ze ook een grote tegenstander van de nazi’s.
“Omdat de nazi’s wisten hoe populair ze was, ook bij hun mensen, hebben ze haar met rust gelaten.”
Maar dat kon zij niet op voorhand weten.
“Precies. Ze wist niet of het goed met haar zou aflopen als ze verzet pleegde. En toch bracht ze in haar huis tal van nazi tegenstanders bij elkaar. Dat was erg gevaarlijk. Ze was dus een bewonderenswaardige vrouw.”
De achterblijvers
In de eerste weken na Hitlers benoeming sprongen honderden Duitse intellectuelen op de trein naar het buitenland.
Maar in Februari 1933 lees je ook hoe moeilijk velen het vonden om te vertrekken.
Erich Kästner wilde zijn zieke moeder niet alleen achterlaten. Hij vertrok nooit.
De actrice Mirjam Sachs wilde absoluut blijven om bij de verkiezingen op 5 maart 1933 tégen Hitler te kunnen stemmen.
En Oskar Maria Graf, haar partner, had schrik om zijn onderwerp kwijt te spelen. Graf schreef verhalen die zich op het Beierse platteland afspeelden. Hij trok uiteindelijk naar New York en overleefde de Tweede Wereldoorlog. Maar hij was zijn resonantie als schrijver definitief kwijt.
Nog schrijnender is het verhaal van Carl von Ossietzky, de hoofdredacteur van de krant Die Weltbühne.
Von Ossietzky was een onversaagde journalist die, tijdens de Weimarjaren, tal van schandalen wist op te duikelen. Hij ontdekte dat Duitsland zich stiekem aan het herbewapenen was.
Von Ossietzky was in 1931, voor dat journalistieke werk, zelfs een tijdje in de gevangenis gedraaid. Hij was geen vriend van de conservatieve voorgangers van Hitler.
Maar toen Hitler de macht veroverde, werd hij al snel gewaarschuwd dat de nazi’s achter hem aan zouden komen.
Waarom vertrok Von Ossietzky niet?
“Ik vermoed dat hij de situatie verkeerd inschatte.
“Hij dacht dat een arrestatie pijnlijk zou zijn voor de nazi’s en dat er protest zou uitbreken, zoals in de Weimartijd.
“Hij geloofde wellicht dat een gevangenisverblijf hem tot een symbool van het verzet zou maken. Hij was dus bereid om zijn vrijheid op het spel te zetten voor een politieke strijd.
“Maar dat bleek een compleet verkeerde inschatting. De nazi’s brachten hem immers niet naar een gevangenis. Ze stopten hem in een concentratiekamp. En ze hielden geen enkele rekening met zijn gezondheid.
“Von Ossietzky kreeg tuberculose. Hij is op een bepaald moment vrijgelaten, maar stierf in een Berlijns ziekenhuis. Twee jaar nadat hij de Nobelprijs voor de Vrede had gekregen.”
Waarom waren de nazi’s eigenlijk zo gebeten op al die kunstenaars?
“Als je een echte dictatuur wil uitbouwen, dan heb je een monopolie op de meningen nodig. Daarom worden schrijvers en journalisten altijd als eerste geofferd.
“Dat zie je aan Trumps harde aanvallen op de journalistiek. En dat zag je drie jaar geleden ook in Rusland, na de inval in Oekraïne.
“Plots besliste Vladimir Poetin dat dat geen ‘oorlog’ genoemd mocht worden.
“Toen stonden alle Russische journalisten en intellectuelen voor dezelfde keuze als de personages uit mijn boek. Als ze niet in de gevangenis wilden belanden, moesten ze vertrekken.”
Erich Kästner vertrok niet en vatte het plan op om een roman te schrijven over de nazitijd in Duitsland. Maar na de oorlog schreef hij: “Het Duizendjarige Rijk bevat de ingrediënten niet voor een grote roman”.
“Wat natuurlijk onzin was.
“Elke maatschappelijke situatie biedt stof voor een grote roman. Alleen moet je de juiste aanpak vinden.
“Kästner vond die niet, wellicht ook omdat hij zelf een paar compromissen had gesloten met de nazi’s.
“Bovendien was hij ondertussen verslaafd geraakt aan alcohol. Hij had geen energie meer.
“Maar als schrijver zoek je natuurlijk liever redenen die niet met jezelf, maar met de wereld te maken hebben.”
Feit blijft dat er weinig Duitse romans over die periode geschreven zijn, toch?
“Heel weinig. Er zijn eigenlijk maar een paar uitzonderingen.
“Ik denk spontaan aan Het zevende kruis van Anna Seghers, Na middernacht van Irmgard Keun en een toneelstuk van Bertolt Brecht.
“Maar dat is het zo ongeveer. Het heeft er vooral mee te maken dat de meeste goede schrijvers gevlucht waren. Ze waren daarna onvoldoende op de hoogte van wat er in Duitsland aan de hand was.
“Degenen die achterbleven, waren vaak niet de meest getalenteerden. Ze hebben boeken geschreven die niet kritisch mochten en ook niet kritisch wilden zijn. En die ondertussen volledig vergeten zijn.”
Amerikaanse held
Een paar uur na ons gesprek staat Uwe Wittstock op een Berlijns podium om te praten over het vervolg op Februari 1933.
In Marseille 1940. De vlucht van de literatuur vertelt hij hoe al die schrijvers die na Hitlers benoeming naar Frankrijk waren getrokken, daar in 1940, na de Duitse inval, weer weg moesten zien te raken.
Het boek is ook een eresaluut aan Varian Fry, een jonge Amerikaanse journalist die zich het lot van al die Duitse kunstenaars persoonlijk aantrok.
Fry zocht in de Verenigde Staten geldschieters voor een hulpcomité, trok in augustus 1940 zelf naar Marseille en wist in iets meer dan een jaar tijd bijna tweeduizend vluchtelingen het land uit te loodsen.
Fry redde niet alleen schrijvers als Heinrich Mann, Hannah Arendt, Lion Feuchtwanger of Anna Seghers uit de klauwen van de Gestapo.
Hij hielp ook heel wat schilders de grens over, zoals Max Ernst en Marc Chagall. En ook Franz Werfel kon op de hulp van de jonge Amerikaan rekenen.
Werfel was een succesvolle Joodse schrijver en een groot tegenstander van Hitler. Hij stond bovenaan de hitlijst van de nazi’s.
Hij werd in Frankrijk vergezeld door zijn vrouw Alma Mahler-Werfel, de voormalige echtgenote van de componist Gustav Mahler, ook een Jood.
Alma vond de vlucht bijzonder verscheurend, want ze koesterde een heimelijke bewondering voor Hitler.
Wat een verhaal.
“Mahler-Werfel haatte Joden. Maar ze was wel twee keer met een Joodse man getrouwd. Wat nog maar eens bewijst dat mensen complexe wezens zijn.
“Ze heeft altijd gezegd dat ze door het talent van haar mannen verleid werd. Ze wilde dat talent laten stralen.
“En bij Werfel heeft dat duidelijk gewerkt. Die schreef, voor hij haar leerde kennen, gedichten en toneelstukken die weinig weerklank kregen. Alma zei: je moet romans schrijven.
“Werfel heeft dat advies gevolgd en werd extreem succesvol. Zo zie je maar: zonder Alma hadden we al die romans van Werfel nooit kunnen lezen.”
En zonder Varian Fry hadden al die mensen de oorlog wellicht niet overleefd.
“Ik denk eerlijk gezegd niet dat Fry zo’n aangename man was. Hij was zeer rechtlijnig. En hij verlangde van iedereen om zich heen precies hetzelfde.
“Hij wilde dat ze net zoals hij bereid waren om alles op het spel te zetten. Hij had vaak last van depressies. Die probeerde hij via zijn maatschappelijk engagement in te perken.
“Maar ach, dat zijn de psychologische achtergronden. In politiek opzicht heeft hij gewoon de juiste dingen gedaan. Hij heeft ontzagwekkend veel moed getoond.”
Maar kennen in Duitsland veel mensen zijn naam?
“Helemaal niet. Er is in Berlijn één straat naar hem genoemd. Ze ligt hier niet ver vandaan, in de buurt van de Potsdamer Platz. Ze is amper 50 meter lang en bijzonder lelijk.
“Dat is eigenlijk nauwelijks te vatten, want de Duitse cultuurwereld zou Fry ontzettend dankbaar moeten zijn.
“Ik hoop hartgrondig dat hem de komende jaren iets meer erkenning te beurt valt. Want het blijft zo belangrijk om niet te vergeten wat er toen allemaal is gebeurd.
“Het is het enige voordeel dat we hebben op al die mensen die de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw leefden. Zij wisten niet wat er gebeurt als je dit soort nationalisme vrije baan geeft.
“Wij hebben wel gezien hoe vernietigend de gevolgen dan zijn.”



Overzicht
Lees alle berichten in deze categorieën
Bron: De Standaard