In Gent liep het de voorbije weekends storm voor Charlotte de Witte, met ruim 80.000 mensen die kwamen raven bij de techno-dj. Maar wat maakt net van haar de koningin van de harde beats?
Nick De Leu – De Standaard
13 februari 2025
Leestijd: 7 min
Wat maakt van Charlotte de Witte dé techno-koningin?
“Ze weet dat techno een kwestie van hypnotiseren is”
Hoe groot is Charlotte de Witte nu echt?
De afgelopen weken bracht Charlotte de Witte in Gent een volksverhuizing op gang. Samen met collega Amelie Lens liet ze Flanders Expo driemaal vollopen: goed voor 70.000 bezoekers uit tachtig landen.
Voor een lastminute gratis rave in het centrum van haar thuisstad, kwamen nog eens 12.000 feestvierders opdagen: tieners, twintigers, dertigers, veertigers én vijftigers.
Ook in New York flikte ze al tweemaal zo’n straatrave. Maar even goed komt De Witte tot haar recht op:
- Rock Werchter
- Pukkelpop
- Tomorrowland
- Het Amerikaanse Coachella
- Het Britse Glastonbury
- Het Spaanse Sónar
BBC2 gaf haar een eigen radioshow, en DJ Mag riep haar vier jaar op rij uit tot Beste techno-dj ter wereld.
“Charlotte is momenteel echt wel de koningin van de techno”, bevestigt dj en nightlifekenner Koen Galle, die met Fuse: 30yrs of making noise een geschiedenis schreef van de Brusselse club Fuse, waar De Witte lang kind aan huis was.
“Binnen het genre speelt zij op hetzelfde niveau van Ed Sheeran of Madonna in de popmuziek. Het genre is de afgelopen tien jaar enorm uit zijn voegen gebarsten, en zij werkt mee aan die verbreding.”
Waaraan heeft ze die status te danken?
“Het begint natuurlijk, zoals bij alle dj’s, met een goed oor”, zegt Galle.
“Ze had snel door dat de tijd rijp was voor een revival van de Belgische danceklassiekers uit de jaren 90: zij bracht ze van de mega discotheken van bij ons naar een wereldwijd publiek.
“Maar ook op commercieel vlak is ze vernuftig. Zo spreken die streetparty’s visueel tot de verbeelding op sociale media.
“Ook met haar KNTXT concept vatte ze de koe bij de horens. Toen dat op zijn limieten botste in clubs als Fuse, nam ze het zelf in handen om er de wereld mee rond te reizen.”

Galle noemt De Witte dan ook “een landgenoot die groot durft te dromen, net als Stromae”.
Zelf maakt De Witte geen geheim van haar ambitie.
“Binnen dit en een jaar moet ik internationaal doorbreken”, zei De Witte in 2015 in De Standaard – in 2017 volgde haar eerste internationale tournee.
“Mijn doel is techno naar de grootste podia brengen”, zei ze afgelopen lente nog in Rolling Stone.
Dat ziet de 32-jarige als “een manier om het genre, de clubscene en de cultuur waarvan ik hou, eer aan te doen.”
Waarin onderscheidt haar stijl zich?
Over De Wittes liefde voor die cultuur zijn de mensen die we voor dit stuk spraken het eens. DJ Mike Push, die in 1998 de tranceklassieker ‘Universal nation’ produceerde, kon dat aan den lijve ondervinden.
“Charlotte draaide dat nummer toen ze voor het eerst op Rock Werchter speelde, en dat heeft veel luisteraars naar mij gebracht.
“Achteraf vertelde ze ook dat ze tranen in de ogen had toen het publiek daar zo intens op reageerde: voor haar was het jeugdsentiment dat ze opnieuw onder de aandacht kon brengen.”
Toen De Witte vroeg of ze ‘Universal nation’ mocht remixen, zei Mike Push volmondig ja.
“De touch die zij eraan gaf is echt wel wat nu leeft in het clubcircuit. Ze weet dat techno platen snel over geproducet zijn. Het is een kwestie van ruimte te laten voor structuur en eenvoud. Dat merk ik ook wanneer ik zelf platen van haar draai: die bouwen tot acht minuten op.
“Charlotte weet dat techno een kwestie van hypnotiseren is.”
In een interview voor de Grammy’s omschreef De Witte wat voor haar de essentiële elementen zijn van een technoknaller:
“De beat is functioneel, repetitief en gestript, niet chaotisch of vrolijk. Mijn stijl is redelijk minimalistisch en licht agressief. Het is de leegte die net tot mij spreekt: dat geeft veel ruimte aan de elementen die je wél gebruikt.”
Volgens Galle is De Witte binnen de techno bij uitstek een drempelverlagende figuur.
“Techno heeft veel subgenres, maar ik zou haar bij geen daarvan indelen. Ze kan net zo goed overweg met trance, industrial, minimal als de hardtechno die sinds kort populair is.
“Dat zij zich niet beperkt tot één genre, heeft er mee toe geleid dat ze grenzen kon slopen voor techno. Ze merkt meteen welke muziek aanslaat bij de mensen voor haar draaitafels en speelt daar feilloos op in, los van heilige huisjes.”
Is dat dan fijnproeverstechno?
Dat verbredende is niet zonder risico’s.
Galle vergeleek de roem van De Witte al met Ed Sheeran of Madonna, dj Helena Lauwaert noemde de samenwerking tussen De Witte en Lens in Humo nog “alsof Taylor Swift en Beyoncé de handen in mekaar zouden slaan”.
Die popsterren weten maar al te goed dat groot succes vaak met enig dedain van de incrowd gepaard gaat. Dat is binnen de techno niet anders.
“In de underground wordt wat Charlotte doet soms businesstechno genoemd”, zegt de Antwerpse dj CJ Bolland.
“Wat zij draait, is ook voor mijn smaak te mainstream: met die extreem grote basdrums die 90 procent van het nummer bepalen, gebeurt er te weinig om mij te prikkelen.
“Maar dat is het standpunt van een liefhebber die er ook thuis naar luistert en al veertig jaar elke dag verrast wil worden.
“Op de dansvloer zijn zulke details minder van belang. Dan is de vraag: hoe grondig herschikt de bas mijn ingewanden?
“Dat neemt niet weg dat wat Charlotte doet, ongelooflijk spectaculair is. Het is een kunst om zo’n gigantisch publiek te doen bewegen. Dat zou voor mij dan weer minder weggelegd zijn.”
Hoe kun je nu houden van “botsautomuziek”?
“Afgrijselijk lelijke muziek waar ik tegelijk onrustig en triest van word.”
Zo omschreef violiste Charlotte De Cooman de muziek van De Witte in een column voor De Standaard.
Ze vroeg zich af wat mensen in godsnaam leuk vonden aan zo’n eenvoudig genre dat bestond uit “gedreun, gehamer en gebonk”.
“Techno moet helemaal niet ingewikkeld zijn”, legt Bregje Van Deun uit.
Als cultuursocioloog aan de UAntwerpen doet zij onderzoek naar de rol van muziek in het leven van jongeren.
“Het genre is ontstaan in momenten van grote economische onrust en in kleine gemeenschappen zoals de zwarte en queer cultuur.
“Het gaat om escapisme, in een trance raken, en dat urenlang – want als de muziek stopt, moet je weer omgaan met de rest van de wereld.”
Tegenover de complexere melodielijnen van jazz of klassieke muziek presenteert techno zich bewust als een gestructureerd, minimalistisch genre.
“Die ene beat is zo nadrukkelijk dat iedereen erop danst, want hij is moeilijk te missen.
“De repetitiviteit werkt intoxicerend, ook zonder alcohol en drugs – al versterken die middelen dat natuurlijk.”

Het leidt Van Deun naar het concept collective effervescence, dat de Franse socioloog Émile Durkheim 100 jaar geleden introduceerde: een gemeenschappelijke roes waarbij een mens opgaat in een groter geheel.
“Hij gebruikte de term in zijn onderzoek over dansen rond totems: dat was een manier om de sociale cohesie in een groep te versterken. Het verbaast mij niet dat net in tijden van individualisme technoraves zo populair zijn.”
Of je iemand kunt leren houden van techno, betwijfelt Galle.
“In mijn boek schreef ik dat, eens je het voelt, je voor altijd deel bent van de community. Maar ik kan me ook voorstellen dat je het nooit voelt, dat heb ik met pakweg metal ook.
“En dat geldt bij uitbreiding voor alle kunst en cultuur: iemand kan je nog met hart en ziel staan uitleggen waarom een schilderij mooi is, als je het niet voelt, voel je het niet.
“Maar als je het wél voelt, is het geweldig.”


Lees ook
Overzicht
Lees alle berichten in deze categorieën
Bron: De Standaard