In de trein, op de festivalweide, in de politieke arena, op het WK: Josse De Pauw ziet mensen in beweging komen en verbaast zich over wat ze bereiken.
Josse De Pauw – De Standaard
14 augustus 2025
Leestijd: 7 min
Het meisje dat voor me zat in de trein was doende zich te schminken met behulp van haar foon. Ik wist van horen zeggen dat ze het deden, maar had het nog nooit levend en wel meegemaakt.
Ik bespiedde haar tussen de hoofdsteunen van de zetels door, erover wakend niet in het zicht van haar cameraatje te komen, dat zou al te gênant zijn.
Maar ik zag dus het meisje én het beeld van het meisje, en die twee verschilden van elkaar.
Even wilde ik haar op de schouder tikken om te waarschuwen dat ze waarschijnlijk nog wat filters had openstaan, maar ze leek zo blij met zichzelf dat ik me heb gedwongen rustig achterover te leunen en het gelijkmatig voorbijglijdende landschap te overschouwen en te denken: het meisje en het beeld van het meisje mogen gerust verschillen.
Het fenomeen ‘Tomorrowland’ heeft me nooit kunnen bekoren, maar een hoofdpodium dat in vlammen opgaat, dat wens je niemand toe.
Als het dan toch moet gebeuren kan je niet anders dan blij zijn dat de zaak gaat branden alvorens er zestigduizend uitzinnige feestvierders omheen staan te dansen.
De communicatie die volgde op het debacle werd op vele krantenpagina’s en nieuwssites door experten ter zake uitvoerig geroemd: helder en transparant, snel, zakelijk en met strijdlust.
Een voorbeeld van degelijke damage control.
De woordvoerder van het festival zei dat “the show must go on gemakkelijk gezegd is, maar dat je het dan ook nog moet doen”.
Ik kon bij het lezen van haar woorden slechts gedwee naar mijn scherm zitten knikken.

Charlotte de Witte zei: “Tomorrowland did it, en niemand doet dat na.”
Straffe uitspraak, maar dan eerder omwille van de tweetalige alliteratie.
Een journalist vond dat de regering maar eens een voorbeeld moest nemen aan de veerkracht van het festival. Ook niet mis.
Dat veiligheid altijd de eerste prioriteit moet zijn, daar was iedereen het over eens, maar dat was ná de brand. Intussen dansten er mogelijk oorlogsmisdadigers tussen de menigte, de strijdvlag om de schouders.
Ze kwamen waarschijnlijk voor de Israëlische ‘combat-dj’ Skazi, maar na de ophef die rond zijn komst was ontstaan, had die besloten een beurt over te slaan. Het festival liet weten dat hij volgend jaar van harte welkom is.
Ik zag beelden van een mooie collectie politici – waarvan sommigen slecht vermomd –, zeer herkenbare BV’s, feestvierders ingevlogen uit alle hoeken van de wereld, en moeilijk te identificeren dealers, allemaal verenigd in liefde.
Ik hoorde over de bonkende beats heen gegilde, heroïsche statements over wederopstanding, volharding, veerkracht en zo, en dat alles dankzij diezelfde liefde.
Terwijl ikzelf bij de beelden van de uitslaande vlammen alleen maar had gedacht: oei, de groei is ontploft.
Ik weet het niet, maar er wordt nu al jaren gezegd dat hij héél slim is. De slimste politicus in jaren. Mijn eigen gedachten over hem zijn nog steeds geblakerd door zijn fakkeltocht naar het stadhuis destijds.
Dat was een beeld dat mij in de war bracht. Een onaangenaam déjà vu. En dus is mijn oordeel over hem te gekleurd om te vertrouwen, dat weet ik.
Maar als je de toestand in Gaza “geruis van de buitenwereld” noemt … Onder welke steen leef je dan?
Het gezicht van Roos Vanotterdijk toen ze zilver had behaald op de 100 meter vlinderslag in Singapore, daar werd ik blij van, even blij als zij, even blij als iemand die heel even heel blij was met zichzelf.
Ik begrijp dat mensen die zich elke dag afbeulen om hun doelen te bereiken, doorgaans weinig op hebben met poëzie.
Maar zie, ik kan het niet laten, vergeef het me: de roos en de vlinder, de otter en het zwemmen, de dijk en het breken …
Een en al poëzie, die vrouw.
Zo kan het soms ook gaan. Je gaat koffiedrinken met vrienden en een van die vrienden zegt dat ze net een mooi interview heeft gelezen.
Ruud Goossens die Uwe Wittstock bevraagt. “Het staat in De Standaard der Letteren”, zegt ze.
Terug thuis, na de koffie, zoek je het op. Eigenlijk moet je naar de schrijftafel en dan is elk uitstel meegenomen.
Boeiende mens, die Wittstock, en tijdens het lezen van het interview rinkelt er onophoudelijk een belletje in je hoofd. Februari 1933. De winter van de literatuur.
Tot je beseft: ik heb dat boek ooit gekocht, het ligt hier ergens in huis, ongelezen.
Je maakt in je hoofd een rondje door de kamers en ja hoor, je weet zelfs precies waar het ligt, je loopt er zo naartoe, het is het eerste boek van een stapeltje op de grond naast de schrijftafel, je loopt er al een paar jaar zowat elke dag langs.
Je pakt het van het stapeltje en begint erin te lezen.
Natuurlijk kan iedereen die nu in de geschiedenisboeken bladert, zeggen dat de mensen in 1933 dwaas waren als ze niet begrepen wat Hitler voor hen betekende. Maar dat zou onhistorisch gedacht zijn.
Als het al zin heeft om te zeggen dat Hitlers misdaden onvoorstelbaar waren, dan geldt dat in de allereerste plaats voor zijn tijdgenoten.
Ze konden het zich niet voorstellen, ze konden hooguit een voorgevoel hebben van waartoe hij en zijn mensen in staat waren.
Vermoedelijk hoort het bij de aard van een beschavingsbreuk dat die moeilijk voorstelbaar is.
Om mezelf op te fleuren heb ik dan maar voor de zoveelste keer naar Leyla McCalla geluisterd en gekeken op Youtube.
Gestreken bas, gemartelde cello, getokkelde banjo en krom gespeelde viool. Een fijn gezelschap te midden van de swamp:
If they take me away,
I want you to pray,
not for me,
for the souls who have been taken like me before.
If I am to stay,
I want you to pray,
not for me,
for the souls who have stayed like me before.
A day for the hunter, a day for the prey.
A day for the hunter, a day for the prey.
McCalla is een fascinerende persoonlijkheid. Geboren uit Haïtiaanse, politiek geëngageerde ouders groeide ze op in New York, leefde als tiener een paar jaar in Accra, Ghana, studeerde cello en kamermuziek aan de New York University, en verkaste vervolgens naar New Orleans om er te gaan spelen in de straten van het French Quarter.
Ze maakte gedurende een paar jaar deel uit van The Carolina Chocolate Drops, zo leerde ik haar kennen, en ging vervolgens haar eigen weg. Sindsdien volg ik haar.
- Vari-colored songs
- A day for the hunter, a day for the prey
- The capitalist blues
- Breaking the thermometer
- Sun without the heat
Ga naar Youtube, tik ‘A day for the hunter, a day for the prey’ in en geniet van een bijzondere artiest.
Blijf vooral kijken tot ze die mug op de knie van haar banjospeler doodslaat.
Josse De Pauw
Is speler en maker.
Elke maand verschijnt in De Standaard der Letteren zijn column ‘EN?’.

Lees ook
Overzicht
Lees alle berichten in deze categorie
Bron: De Standaard