Interview – Gaea Schoeters bij Dirk De Wachter


Gaea Schoeters (50) won dit jaar de Boon Publieksprijs voor ­Literatuur. Hoe voelt het om erkenning te krijgen na jarenlang in de luwte te zwoegen en zweten? Een gesprek over Oudgrieks, gulzigheid en vrouwenrechten. ‘Is blikschade aan je auto erger dan een vrouw die levenslang getraumatiseerd is?’

Deborah Seymus – De Morgen

5 juni 2025

Leestijd: 24 min


‘Na je 40ste ben je zelf verantwoordelijk voor je keuzes en moet je ophouden met te herhalen dat de fouten in je opvoeding liggen’

Gaea Schoeters


Uitzonderlijk vindt dit gesprek tussen psychiater Dirk De Wachter en auteur Gaea Schoeters plaats in Parijs, waar vanmiddag koffie − een dubbele espresso voor de kersverse baron en een café crème voor haar − in het karaktervolle hotel Grand Amour wordt geserveerd.

Schoeters’ intellectuele en gulzige geest werd gevormd door een vrije maar strenge opvoeding, met Oudgrieks op zondagochtend en een gecultiveerd gebrek aan televisie.

Van Japanse vechtsport tot het internationale succes met haar roman Trofee (2020): ze weigert platgetreden paden te bewandelen.

Dirk De Wachter: Normaal vraag ik aan mijn gasten of het de eerste keer is dat ze bij een psychiater in de zetel zitten, maar hier in dit voormalige rendez-vous hotel in Parijs is dat misschien een wat bizarre openingsvraag.

Gaea Schoeters: “Misschien moet u de vraag dan stellen: ‘Is het uw eerste keer in een rendez-vous hotel?’ (glimlacht) Maar dan hebben we een ander gesprek.”

Die vraag zou misschien wat makkelijker te beantwoorden zijn, wat laagdrempeliger.

“Ik weet eigenlijk niet welke van de twee vragen sociaal gezien het laagdrempeligst is om te beantwoorden.

“Ik kan me voorstellen dat de meeste mensen het makkelijker vinden om te vertellen dat ze bij een psychiater zijn geweest dan dat ze ooit in een rendez-vous hotel zijn ingecheckt. Er heerst een soort nieuwe preutsheid.”

Interessant. Ik heb die vraag nog niet eerder aan geïnterviewden gesteld.

“Misschien een goede insteek voor de volgende zomerreeks.”

Wie weet. Laten we met uw voornaam beginnen. U bent geboren in 1976, een tijd waarin de meeste Vlaamse meisjes Maria of Monica werden genoemd. Hoe kwamen uw ouders bij Gaea terecht?

“Mijn ouders haalden de naam uit de Griekse mythologie, waar Gaea de godin van de aarde is.

“Het leidde op het stadhuis meteen tot een botsing tussen mijn moeder en een ambtenaar. Zij wilde de naam op z’n Grieks spellen, met een ‘i’, maar de ambtenaar eiste de Latijnse spelling, met een ‘e’.

“Mijn moeder zei toen: ‘Je zet op dat paspoort wat je wilt’, maar ze schrijft het vijftig jaar later nog steeds consequent met een ‘i’.

“Die naam kwam wel met een intellectuele verplichting. Vanaf mijn tiende zei mijn moeder: ‘Als je een Oudgriekse naam hebt, moet je de taal ook kennen. Dus ga je op zondagochtend Oudgrieks studeren.’

“Consequent als mijn ouders waren, hadden ze de jaren voordien ook alle verhalen over de Griekse goden voorgelezen of verteld.”

In plaats van naar de mis te gaan, werd dat uw hobby op zondagochtend?

“De mis zat er bij ons niet in, ik ben zelfs niet gedoopt. Ik ben opgegroeid in een huis vol boeken, maar zonder televisie. Achteraf gezien was dat een enorm privilege, maar als kind vond ik het sociaal soms heel lastig.

“Op de lagere school deed iedereen de nieuwste videoclipdansjes van MTV na, terwijl ik ergens op een muurtje zat te lezen.

“Mijn ouders waren bovendien allebei directeur op de school waar ik zat, wat me al snel in een outsiderpositie plaatste.

“Die sociale groepsdynamiek heb ik mezelf echt moeten aanleren en pas na mijn twintigste onder de knie gekregen.”

‘Ik ben opgegroeid in een huis vol boeken, maar zonder televisie. Achteraf gezien was dat een enorm privilege, maar als kind vond ik het sociaal soms heel lastig.’ Bron Eva Beeusaert

U bent enig kind, had geen broers of zussen. Als ik het goed begrijp lag uw focus al snel op goed leren en studeren?

“Ja, goed studeren was erg belangrijk. Alles onder de 9 op 10 was eigenlijk niet voldoende. Maar niet alleen goede punten waren belangrijk, ook mijn ontwikkeling in de brede zin werd gestimuleerd.

“We hadden geen televisie, maar ik had bijvoorbeeld wel een heel creatieve babysit. Zij gaf mij dan vingerverf en zei: ‘Je hoeft je niet tot het blad papier te beperken, er is ook heel veel behangpapier.’ (grinnikt)

“Expressie moest volgens haar in alle richtingen kunnen. Dat zorgde soms voor conflict met mijn ouders, zeker als er net opnieuw behangen was.”

Zijn uw ouders, die allebei nog leven, trots op hun dochter omdat ze met die ontwikkeling daadwerkelijk ook iets gedaan heeft?

“Ze zijn beiden tachtigers in een redelijk goede gezondheid en ik vermoed dat ze daar blij mee zijn.

“Die generatie verkondigt dat niet met toeters en bellen. Mijn vader vertelt het volgens mij vooral aan anderen, mijn moeder spreekt haar trots uit op haar eigen typische manier.

“Ze zegt dan: ‘Ik heb één kleine opmerking’, en dan moet je er zelf maar van uitgaan dat de overige 99 procent van wat je deed gewaardeerd werd.

“Tegelijkertijd zijn haar opmerkingen meestal ook wel zinvol. Het is een communicatiestijl die misschien niet altijd leuk is, maar waarmee je als volwassene wel leert omgaan.

“Zodra je de 40 voorbij bent, moet je een manier vinden om elkaar als kind en ouders te verstaan, met elkaar om te gaan en de dingen − goed en slecht − te accepteren zoals ze gelopen zijn.”

Als gezinstherapeut ben ik het daar volledig mee eens, maar ik zie dat dat in de praktijk niet altijd lukt.

“Maar dan komen we tot het punt dat we onszelf de vraag moeten stellen: hoe wil ík hier zelf verder mee?

“Sowieso ben ik een voorstander van het idee dat je na je 40ste zelf verantwoordelijk bent voor je keuzes en gekozen paden, en dat je moet ophouden met te herhalen dat de fouten in je opvoeding liggen.

“Dat klinkt hard, maar op een gegeven moment is het jouw verantwoordelijkheid om te zeggen: ‘Dit is mijn traject. Wat ik uit mijn verleden wil meenemen, daar ga ik op die en die manier mee om.’

“Ik kan mij wel voorstellen dat er situaties zijn waarin bepaalde gedragspatronen zich herhalen of dat het loslaten ervan een veel moeilijker proces is. Ook wat dat betreft heb ik gewoon heel veel geluk gehad met mijn gezin.”

Was er naast dat Oudgrieks en al die boeken dan wel ruimte voor gewone kindersport of een opstandige fase?

“Mijn opstandigheid uitte zich vooral in de musea waar ik naartoe werd gesleept.

“Op een gegeven moment had ik een vurige hekel aan ‘bruine schilderijen’ − al die oude meesters.

“Mijn moeder zei toen: ‘Als jij niet naar het museum wilt, breng ik de kunst wel naar jou.’ En dus hing er elke maand een andere kunstposter tegenover mijn vaste plek aan de eettafel.

“Zo heb ik een hele maand naar een fluorescerende roze koe op een geel vlak van Andy Warhol zitten kijken.

‘Mijn studiekeuze was een keuze op volstrekt oneigenlijke gronden: ik wist dat er in Antwerpen legendarische lesbiennebars waren’

Gaea Schoeters

“Thuis luisterden we naar klassieke muziek en mijn vader had ook veel jazzplaten. Popmuziek kende ik dus lange tijd niet. Ook dat was zoiets waarvan ik op school dacht: waar heeft iedereen het over?

“Het heeft me jaren gekost om die achterstand zelfs maar een beetje in te halen, en dan nog vooral dankzij een lief dat me popmuziek leerde kennen.

“Dat heeft me doen beseffen hoe moeilijk het is om iets te leren waarderen als je het niet hebt meegekregen. Of het nu lezen is, of klassieke muziek.

“Dus probeer ik in mijn werk altijd mensen die dat geluk niet hadden die kans te geven. Bijvoorbeeld door klassiek op onverwachte plaatsen te brengen, zoals met de stationsopera of de Dead Ladies Show (een literair café-chantant, red.) of door jongeren met schoollezingen voor literatuur te proberen enthousiasmeren, zonder de lat te laten zakken.

“Als je iets niet kent, kun je er niet van houden.”

Maar een mens kan toch niet alles hebben in het leven?

“Ik weet niet of ik het daarmee eens ben. Ik wil het alleszins wel proberen. Van nature heb ik een gulzige persoonlijkheid. Dat heeft zijn voor- en nadelen, en monofocus kan ook heel mooi zijn, maar ik ben een toch een beetje van I want it all. Vooral uit nieuwsgierigheid.

‘Mijn moeder zei dat ik het vredevol moest oplossen, maar mijn vader gaf het praktische advies: ‘Dreigen met links, slaan met rechts’ Bron Eva Beeusaert

U vertelde daarstraks dat u niet naar popmuziek luisterde en niet naar tv keek: had u wel vrienden of vriendinnen op school?

“Een paar, maar ik ging voornamelijk om met volwassenen: mijn ouders namen mij overal mee naartoe. Naar etentjes met vrienden, naar films die voor mijn leeftijd nog niet toegelaten waren.

“Ik was ook een kind dat niet graag elders bleef, dus ik werd ook het liefst meegenomen en zat dan mee aan tafel. Ik vond dat altijd heel boeiend.

“Als jong kind heb ik heel snel geleerd om naar gesprekken tussen volwassenen te luisteren. En niet alleen naar wat er woordelijk gezegd werd, maar ook naar de gesprekken die daaronder gevoerd werden, met lichaamstaal.

“Ik denk dat mijn ouders soms − hoewel ze allebei in het onderwijs stonden − misschien een licht onaangepast beeld hadden van wat een kind eigenlijk is.

“Op mijn dertiende gaf mijn vader me De naam van de roos (van Umberto Eco, 1980, red.) en zei: ‘Je zult er vermoedelijk de helft niet van begrijpen, maar dat is niet erg, lees het gewoon alsof het een crimi is. Wat je niet begrijpt, daar lees je over en dat kun je nadien nog meepakken.’

“Er werd nooit gezegd dat iets ‘te moeilijk’ was, maar altijd: probeer het maar. Ik mocht ook alles vragen. Daar namen ze allebei de tijd voor. Ik zat vaak tot een stuk in de nacht met mijn vader te discussiëren. Over literatuur. Over het leven.

“Voor mij leek dat allemaal normaal, ik realiseerde me niet dat dat afweek van hoe andere kinderen werden opgevoed.

“Toen ik op de lagere school kwam, vanuit een klein schooltje, was ik een jaar jonger dan de rest én ik was de dochter van de directie. Dus ik werd al snel gepest. Mijn logische reactie was: vechten.

“Mijn moeder zei dat ik het vredevol moest oplossen, maar mijn vader gaf het praktische advies: ‘Dreigen met links, slaan met rechts.’

“Bij de overgang naar de middelbare school ben ik met martial arts begonnen. Mijn ouders waren tegen, want die strakke cultuur leek te veel op religie voor hen, en alles wat naar religie rook, was thuis een absolute rode lijn.

“Maar die gevechtssport bracht me enorm veel zelfdiscipline bij, een besef van eigen fysieke ruimte, en een ritueel van vertraging. Het pesten hield meteen op zodra ik die mat op stapte. De pesters voelden aan dat er iets was veranderd, dat ik het niet langer pikte omdat ik een zelfverzekerdheid over me had gekregen.”

U hebt een enorme analytische geest en begon al op jonge leeftijd te reflecteren over de wereld. Op welk moment en via welke weg kwam de seksualiteit binnen in het universum van dat slimme, vechtende meisje?

“Dat gebeurde heel expliciet rond mijn dertiende en vijftiende, getriggerd door twee specifieke films.

“De eerste was het ultieme cliché: Top Gun.

“Toen ik naar de scène keek waarin Tom Cruise Kelly McGillis kust, maakte mijn brein een bizarre kortsluiting: ik besefte dat ik niet Kelly McGillis, maar Tom Cruise wilde zijn, om háár te kunnen kussen. Ik dacht echt: o fuck, wat betekent deze identificatie?

‘Ik heb nog een tijd gedacht: misschien moet ik het eerst met jongens proberen en dan kijken of het overgaat’

Gaea Schoeters

“De echte doorbraak kwam kort daarna met de film Henry & June.

“Toen Anaïs Nin en June Miller elkaar vol op de mond kusten, viel het kwartje definitief: aha, ik hoef helemaal geen ingewikkelde omweg via Tom Cruise te maken, het kan gewoon een-op-een. Ik kan als vrouw ook gewoon rechtstreeks een andere vrouw kussen.

“Toch heeft mijn eerste relatie met een vrouw nog lang op zich laten wachten. Ik heb nog een tijd gedacht: misschien moet ik het eerst met jongens proberen en dan kijken of het overgaat. (lacht)

“Dat heeft niet gewerkt, en misschien moet ik mij nog excuseren bij al die jongens die daarvoor oneigenlijk zijn gebruikt − al leken zij het niet zo erg te vinden.”

Hoe werd er thuis gereageerd toen u die ontdekking wereldkundig maakte? Want u schetst een heel progressief, ruimdenkend milieu.

“Mijn moeder was lerares en gaf lange tijd zedenleer. Zij verzamelde bij wijze van spreken holebi-jongeren en zei tegen hun ouders: ‘Als u er een probleem mee hebt dat uw kind homoseksueel is, komt u maar naar mij, ik zal u weleens uitleggen hoe normaal dat is.’

“Maar toen ik op mijn vijftiende thuis vertelde dat ik op vrouwen viel, reageerde mijn moeder tot mijn grote verbijstering gechoqueerd: ‘Ja, maar jij niet, hè. Jij mag jezelf dit niet aandoen, je gaat zo’n moeilijk leven krijgen.’

“Pas veel later begreep ik dat haar reactie voor 99 procent voortkwam uit pure, verlammende ongerustheid.

“Het was begin jaren 90, midden in de aidsepidemie. Zij wist hoe hard de maatschappij kon zijn voor wie afweek.

“Mijn vader reageerde op zijn typische manier: ‘Het is mij allemaal goed, maar zeg het alsjeblieft niet tegen je moeder, want dat geeft gegarandeerd gedoe.’ Waarop ik moest toegeven dat ik het haar vijf minuten daarvoor al verteld had.”

Die bezorgdheid van uw moeder was begin jaren 90 absoluut niet onterecht. Maar vandaag, ruim dertig jaar later, leven we toch in een fundamenteel andere, meer accepterende wereld? Of zie ik dat als oudere psychiater te rooskleurig?

“Is het nu echt zo anders? Ik heb heel sterk het idee dat de tolerantie weer daalt.

“Juridisch zijn er sindsdien veel stappen gezet, denk maar aan het huwelijk en adoptie, maar de maatschappij is niet gevolgd.

“Wie hand in hand loopt, krijgt nu weer veel meer opmerkingen dan vroeger. De polarisatie neemt zienderogen toe.

“Dat geldt trouwens ook voor vrouwenrechten en alles wat met emancipatie te maken heeft.

“Kijk maar hoe laks seksueel geweld bestraft wordt: het rechtssysteem laat daar echt verschrikkelijke steken vallen.

“Vijftig uur werkstraf voor het in de prak rijden van een auto bij het joyriden, dertig uur voor een groepsverkrachting van een minderjarig meisje: welk signaal geef je daarmee aan de maatschappij?

“Is blikschade aan een auto erger dan een vrouw die levenslang getraumatiseerd is?

“Er heerst een maatschappelijke verrechtsing die heel subtiel binnensijpelt. Ik hoorde laatst op de trein weer jonge gasten tegen elkaar zeggen: ‘Als je gaat trouwen, moet je zorgen dat je een meid pakt die goed kan koken en haar mond houdt.’ Vrouwen moeten weer hun ‘plek’ kennen.

“En als het over seksueel geweld gaat, hoor je mannen steevast zeggen: ‘Ja, maar ik doe dat niet, dat zijn ándere mannen.’ Maar al die mannen die in de statistieken seksueel geweld blijken te plegen, zijn niet allemaal monsters of Marc Dutrouxs, hè?

“Dat zijn heel vaak doodnormale mannen. Seksueel geweld begint niet plotseling met een wurging in een steegje. Het zit in kleine dingen die ‘normaal’ gevonden worden.

‘Er is in de cultuurwereld al te lang een old boys network geweest dat alleen jonge mannen omhoogtrekt. Laten we dat eens omdraaien.’ Bron Eva Beeusaert

Zoals?

“Kleine grensoverschrijdingen die algemeen getolereerd worden. Een opmerking hier, een sms’je daar, een hand die te lang blijft liggen, een ‘misverstand’ over consent. En dan de signalen niet opvangen dat iemand eigenlijk ‘neen’ zegt.

“Ook binnen relaties: hoeveel mannen verwachten ‘gewoon’ dat hun vrouw altijd seksueel beschikbaar is als zij zin hebben? En hoeveel vrouwen laten dat ‘gewoon’ toe, omdat het de weg van het minste conflict is? Als ze al een keuze hebben, want dat is voor heel veel vrouwen in de wereld niet het geval.

“Wat ik nog steeds heel frappant vind, is dat er tegen meisjes gezegd wordt − nu meestal in een digitale context − dat ze moeten oppassen voor vreemde mannen. ‘Zorg dat je niet aangerand wordt.’

“Zorg dit, zorg dat. Terwijl zeer weinig ouders met hun zonen praten en uitleggen wat consent is en hoe belangrijk dat is.

“‘Zorg dat jij niemand aanrandt’: dat moet echt gethematiseerd worden. De maatschappelijke verantwoordelijkheid om niet verkracht te worden, moet toch niet bij vrouwen gelegd worden? Ik vind dat onwaarschijnlijk.”

Dit zijn de thema’s waarover u zich vandaag buigt, maar nog even terug naar vroeger. Na de middelbare school volgde u een opleiding vertaler-tolk in Antwerpen. Waarom geen klassieke filologie of Oudgrieks, gezien uw achtergrond?

“Ik wilde eigenlijk naar de toneelschool, Studio Herman Teirlinck, maar dat mocht absoluut niet van thuis. ‘Eerst een studie waarmee je je brood kunt verdienen, daarna zie je wel’, klonk het.

“Psychologie wilde ik ook wel studeren, maar mijn moeder zei: ‘Alleen als je eerst geneeskunde doet en dan psychiatrie.’

“Daar had ik op mijn 18de geen zin in, vooral omdat ik naar Antwerpen wilde en niet naar Gent. Ik moest dus een studierichting vinden die dat mogelijk maakte.

‘Seksueel geweld begint niet plotseling met een wurging in een steegje. Het zit in kleine dingen die ‘normaal’ gevonden worden’

Gaea Schoeters

“Het was een keuze op volstrekt oneigenlijke gronden: ik wist dat er in Antwerpen legendarische lesbiennebars waren, zoals de Shakespeare.

“Bovendien ging mijn hele klas naar Gent, en die wilde ik op dat moment echt niet meer zien. Ik wilde mezelf compleet heruitvinden, in een nieuwe stad met een levendige queerscene.

“Ik koos voor Engels, Spaans en Mandarijn. Eigenlijk wilde ik Duits en Russisch volgen, maar die opleiding bleek op 1 september in plaats van 1 oktober te starten. Ik dacht: ik heb één keer in mijn leven drie maanden vakantie, ik kies wel andere talen.

“Met het Engels ben ik nog altijd blij, Spaans spreek ik nog steeds niet graag. Maar Mandarijn was een fantastische eyeopener: het leren van zo’n taal dwingt je om te beseffen dat ons westerse denkkader niet het enige en zeker niet altijd het superieure denkkader is.”

Werd die studietijd in Antwerpen de verhoopte bevrijding?

“Mijn eerste jaar aan de universiteit was wild. Thuis was ik gestructureerd en streng opgevoed, dus in Antwerpen ging de riem er helemaal af.

“Mijn eerste echte lief was een stuk ouder dan ik en woonde midden in de toenmalige Antwerpse rosse buurt, aan het station. Zij had het wilde leven al achter de rug en wijdde mij in.

“Ze zei: ‘Om te weten waar de grens ligt, moet je ze aan beide kanten hebben gezien. Ik zal je behoeden voor de grote, fatale misstappen.’

“Antwerpen was toen ook nog een heel andere stad, een havenstad met havencafés, volksbuurten en een grote sociale diversiteit.

“Ik ging dat eerste jaar bijna elke nacht tot 5 uur ’s ochtends uit, maar ik heb geen enkele les gemist en haalde fantastische cijfers.

“Ik hield dat wel allemaal stil voor mijn ouders: het wilde leven was mijn eigen, afgeschermde wereld. Vanaf mijn tweede jaar deed ik het wat kalmer aan en zetelde ik ook in het bestuur van een holebi-jongerengroep in Antwerpen. Geëngageerd zijn en een actieve rol opnemen, zat er dus al vroeg in.

“Nadat ik mijn diploma tolk had gehaald, deed ik een stage bij het Europees Parlement. Daar kreeg ik de fantastische feedback: ‘There is nothing wrong with your English, but you have an attitude problem.’

“Het carrièrisme, het ellebogenwerk en de hypocrisie van die wereld stonden me zo ontzettend tegen dat ik er meteen ben weggevlucht.

“Geld heeft me nooit aangetrokken, veel verdienen is nooit een drijfveer geweest en materiële dingen interesseren me niet. Je moet natuurlijk genoeg hebben om te kunnen leven, maar waarom zou je alsmaar meer willen?

“Die vrijheid beschouw ik als een van de allergrootste privileges in mijn leven.”

U bent daarna via een opleiding scenario aan het RITS, de regionale televisie en het schrijven van soaps uiteindelijk voltijds schrijver geworden. In 2011 hebt u al uw spaargeld geïnvesteerd om alleen nog te schrijven.

“Klopt, ik wilde gewoon ‘een echte schrijver’ worden. Dat wilde ik al sinds ik als jonge tiener de dagboeken van Anaïs Nin las, in die periode ben ik ook heel consequent dagboeken beginnen te schrijven.

“Pas veel later realiseerde ik me dat ik toen al op zo’n manier schreef dat ook een externe lezer het verhaal kon volgen. Het zat er dus al vroeg in. Maar je moet ook iets te vertellen hebben.

“Ook Anaïs Nin worstelde met dat dilemma: in welke mate moet je experimenteren om over iets te kunnen schrijven?

“Hoeveel tijd gaat er naar ‘leven’ en hoeveel rust is er nodig om iets te kunnen maken?

‘Ik zit nu in een positie waarin ik jongere vrouwelijke makers kan optillen, hun werk bij buitenlandse uitgevers kan neerleggen of hen bij festivals kan tippen.’ Bron Eva Beeusaert

“Ik geloof niet in schrijven in complete afzondering, en denk dat er wel een soort aarding en emotionele connectie moet zijn in het leven.

“Van nature ben ik ook altijd nieuwsgierig naar alle soorten mensen en moeilijke momenten. Opgroeien in een zeer geprivilegieerde omgeving zal er ook voor gezorgd hebben dat ik op zoek ging naar een soort compensatie, zo van: je kunt er niet middenin blijven zitten, je moet ook in het echte, rauwere leven gaan staan.

“Maar hoe vind je als schrijfster die balans tussen de ervaring opdoen en genoeg tijd om te schrijven?

“Die periode was best uitdagend. Ik had amper geld om rond te komen, want ik had geen inkomen, en ook al had ik zelf geld gespaard, ik was veel te trots om hulp van thuis te vragen. Ik moest het zelf doen, was mijn redenering.

De grote doorbraak bij het brede publiek kwam er pas in 2024, toen uw roman Trofee plotseling een gigantisch succes werd in Duitsland. Hoe verhoudt een mens zich tot die uitgestelde roem?

“In zekere zin ben ik heel blij dat dat succes me pas op mijn vijftigste overkwam en niet bij mijn eerste boek. Als je op je twintigste zo’n hit scoort, verlamt de verwachting je voor de rest van je carrière − of het maakt je ijdel.

“Nu kan ik dat makkelijk relativeren, want mijn vorige werk was net zo waardevol, dus dat succes in Duitsland is grotendeels een kwestie van geluk en de juiste timing.

“Het geeft me vooral de luxe en de rust om gul te zijn. Ik zit nu in een positie waarin ik jongere vrouwelijke makers kan optillen, hun werk bij buitenlandse uitgevers kan neerleggen of hen bij festivals kan tippen.

“Er is in de cultuurwereld al te lang een old boys network geweest dat alleen jonge mannen omhoogtrekt. Laten we dat eens omdraaien.”

Naast romancier bent u ook een gevierd librettist. U maakt opera’s, onder meer samen met uw partner, componist Annelies Van Parys. Is het niet moeilijk om als geliefden én als artistieke makers zo intens samen te werken?

”Het is een heel bijzondere vorm van artistieke intimiteit. We hebben elkaar nota bene leren kennen tijdens het maken van onze allereerste opera samen.

“Ik was als kind al geobsedeerd door opera. Mijn vader hield er niet van, dus ik ging als klein meisje met mijn moeder mee naar De Munt, in een verschrikkelijk rokske met lakschoentjes.

“Maar die wereld betoverde me. Opera is niet elitair of ingewikkeld; het is emotie in haar meest zuivere vorm: bang, blij, boos. Het laat alle realistische logica los en zoekt de emotionele kern.

“Er is niks zo puur als een menselijke stem die uit een lichaam komt en een ander lichaam rechtstreeks raakt.

“Het enige wat nog directer is dan dat, is seks − communicatie van lichaam tot lichaam zonder ruis.

“Ik werk nu aan een kameropera over feminicide, die in 2028 hier bij ons en in Berlijn in première gaat, met muziek van Annelies.

“En tussendoor cureer ik met Lara Taveirne een bundel met erotische verhalen van twintig vrouwelijke auteurs over het vrouwelijk orgasme, omdat we merkten dat bijna alle seksscènes in de literatuur vanuit een mannelijk perspectief en personage geschreven zijn.”

‘Liefde en verankering moet je veel breder zien, dat zit in de zorg die je draagt voor de roedel om je heen’

Gaea Schoeters

U bent 50, u hebt geen kinderen en u leeft in een heel specifiek, intens netwerk. Hoe kijkt u naar de toekomst en naar het ouder worden?

“Ik heb één keer in mijn leven, vanuit een romantisch idee, kinderen gewild met iemand. Dat is er toen niet van gekomen, en nadien heb ik mijn leven op een compleet andere manier georganiseerd.

“Vandaag is dat simpelweg niet meer aan de orde. Binnen een heteroseksuele relatie is dat ook iets wat gewoon kan gebeuren, als queer koppel moet je daar veel meer moeite voor doen.

“Ik vind het trouwens opvallend dat twee vrouwen samen vaker kinderen hebben dan twee mannen; die drempel is nog steeds hoger.

“Maar goed, omdat ik geen broers, zussen, neven of nichten heb, besefte ik al heel jong: als mijn ouders er niet meer zijn, is er niemand.

“Als ik niet alleen 80 wil worden, moet ik mijn eigen sociale omkadering bouwen. Want ooit ga ik ook zorg nodig hebben, zoals mijn ouders nu.

“Bloedbanden zeggen mij daarom heel weinig; de mensen die echt belangrijk zijn in je leven, kies je zelf. Dat gedachtegoed werd ook gestimuleerd door mijn ouders, die geloofden in de waarde van zelfgekozen relaties.

“Wat dat betreft hinkt onze maatschappij ook echt achterop. Kijk naar het erfrecht. Waarom is dat nog zo aan een bloedband verbonden? Waarom kun je geen mensen kiezen die je als eerstegraadsverwant beschouwt? Zodat ook wie niet getrouwd is, iets aan vrienden kan nalaten, of aan mantelzorgers, en zodat in alle nieuw samengestelde gezinnen alle kinderen gelijke rechten hebben.

“Als ik in coma raak, mogen strikt genomen alleen mijn ouders mij bezoeken en beslissen wat er met mij gebeurt. Dat is toch onzin?

“De groep mensen die ik als mijn eerstegraadskerngezin beschouw, noem ik mijn ‘roedel’: een handvol hechte relaties waarin ik investeer met dezelfde duurzaamheid, loyaliteit en intensiteit als in een huwelijk. We moeten vriendschappen veel meer soigneren.

“Tegenwoordig zijn afspraken zo relatief, elk excuus is goed om af te zeggen. Ik neem mijn vrienden mee op mijn buitenlandse tournees om samen te kunnen zijn. Met tijd en aandacht.

“Het neemt ook druk weg van een relatie: het is niet realistisch om te verwachten dat die ene partner aan al je eisen en verwachtingen voldoet.

“Liefde en verankering moet je veel breder zien, dat zit in de zorg die je draagt voor de roedel om je heen.”

Trofee
Het geschenk

‘Mijn moeder zei dat ik het vredevol moest oplossen, maar mijn vader gaf het praktische advies: ‘Dreigen met links, slaan met rechts’ Bron Eva Beeusaert

Wikipedia



Lees ook

Klik op de hyperlink en ontdek
meer berichten van

Jelle Van Riet


Lees meer interviews

Het leven – Een gebruiksaanwijzing


Bron: De Morgen

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven