Trump voert opnieuw campagne als geopolitieke showman, maar achter het spektakel woedt een andere realiteit. Zijn team van ‘warriors’ hertekent de wereldkaart met oude doctrines, nieuwe vijanden en militaire spierkracht. Venezuela en Groenland zijn pas het begin, denkt Jonathan Holslag.
Jonathan Holslag – De Morgen
30 augustus 2025
Leestijd: 8 min
De buitenlandpolitiek van de Amerikaanse president Donald Trump lijkt op die van een oude trofeeënjager die vanuit zijn leunstoel breed grijnzend zijn prijzenkast aanvult:
- Een groot akkoord met dit land
- Een groot akkoord met een ander land
- Een jumbojet geschonken door Qatar
- Enkele honderden miljoenen aan steun voor zijn stablecoin van de Emiraten
- Een vredesverdrag hier
- Een ronkende verklaring daar
met wellicht een ultiem ereplaatsje gereserveerd voor de door hem zo gegeerde Nobelprijs.
Trump heeft eigenlijk maar één doel in het buitenlandbeleid: hemzelf.
Maar achter de oude trofeeënjager doemen de gestalten van echte jagers op, ‘warriors’, om het met de woorden van defensieminister Pete Hegseth uit te drukken.
Terwijl het de president vooral te doen is om prestige en een imago als vredesstichter, maken de jagers in zijn entourage er geen geheim van: ‘The hunt is on.’
Vicepresident JD Vance vatte de strategie voor de jacht als volgt samen.
- Eerst maak je de belangen van de VS kristalhelder.
- Vervolgens zet je er op een agressieve wijze diplomatiek de beuk in.
- Daarna gebruik je overweldigende militaire macht en maak je dat je wegkomt voor je een langdurig conflict riskeert.
Het belangrijkste jachtterrein is de onmiddellijke invloedssfeer van de Verenigde Staten.
Washington wil veilige grenzen, dat is de isolationistische trek, maar Trump en de zijnen willen de beveiliging ook mogelijk maken met offensieve middelen en interventies.
Hier en daar klinkt een pleidooi voor een hemisferische invloedssfeer.
Op zich is dat niets nieuws. De VS hebben zich sinds de negentiende eeuw altijd bemoeid met hun nabije omgeving. Dat is overigens wat alle grootmachten doen.
Een en ander werd in 1923 vastgelegd met de Roosevelt Doctrine en later door de aanvulling van Theodore Roosevelt daarop, die voorzag in meer interventionisme.
Met Trump krijgen we een zoveelste invulling van die eeuwenoude Monroe Doctrine: oude wijn in nieuwe zakken.
Trump stuurt op enkele belangrijke doelstellingen aan.
Prioriteit is het verminderen van de migratiestromen en zuidelijke buurlanden ertoe te dwingen het terugkeerbeleid te aanvaarden.
Vervolgens is het Washington erom te doen drugshandel bij de bron aan te pakken.
Daarnaast zoekt Washington ideologische bondgenoten:
- Zeer rechts
- Nationalistisch
- Conservatief
Tot slot moet de Chinese invloed ingedamd worden en de Amerikaanse achtertuin een soort chasse gardée worden voor Amerikaanse bedrijven.
De totale Amerikaanse markt is immers bijna 40 miljard dollar waard en je vindt er bijna alle grondstoffen.
Project 2025, een traktaat waarin de trumpiaanse wereldvisie enigszins wordt samengevat, heeft het in dat opzicht over het ‘re-hemisferen’ van de wereldwijde waardeketens.
In plaats van naar globalisering te streven, komt er een fase van regionalisering aan.
Dat levert als voordeel op, vanuit het standpunt van Trump en de zijnen, dat het Amerikaanse leger niet moet worden ingezet voor de bescherming van allerlei lange bevoorradingsroutes en dat Amerika zich in geval van crisis op het continent kan terugplooien.
Dat lijkt aardig op wat ook China aan het doen is.
Doorn in het oog
Hoewel militaire interventies nooit vreemd zijn geweest in dat zogenoemde hemisferische beleid, lijkt de drempel voor het gebruik van geweld bij Trump en zijn intimi flink wat lager dan doorgaans het geval was in pakweg de laatste dertig jaar en tijdens de eerste presidentstermijn van Trump.
Toen al flirtte hij met het idee om Mexico en Venezuela binnen te vallen, maar werd dat uit zijn hoofd gepraat door relatief gematigde politici als defensieminister Mark Esper.
Vandaag wil de minister van Defensie slash warrior Pete Hegseth niets liever.
Samen met Trump bepleit hij alvast de naamsverandering van ministerie van Defensie naar ministerie van Oorlog.
Ook vicepresident JD Vance, doorgaans een van de meer terughoudende figuren als het op interventies aankomt, ziet er geen graten in om militair tussenbeide te komen in Latijns-Amerikaanse landen.
“We moeten de slagkracht van het Amerikaanse leger gebruiken om achter de drugskartels aan te gaan”, verklaarde hij in een interview.
Brandpunt op dit moment is Venezuela.
Washington heeft al langer een eitje te pellen met president Nicolás Maduro, die in 2019 de relaties met de VS verbrak, nadat Trump zijn politieke rivaal Juan Guaidó steunde.
Vandaag blijft Venezuela een doorn in het oog. Het Maduro-regime gaat openlijk de confrontatie met Washington aan. Daarbij rekent het op de steun van Rusland en China.
Groenland
In november vorig jaar tekende Moskou nog een verdrag om samenwerking op het vlak van veiligheid en energie te bespoedigen.
In april meerde een Russisch marineschip in de haven van Guaira aan.
Nu doemen Amerikaanse oorlogsschepen voor de Venezolaanse kust op: minstens drie met raketten volgestouwde onderzeebootkruisers, een nucleaire aanvalsonderzeeboot en enkele amfibische schepen met duizenden mariniers aan boord.
Die machtsopbouw is uitzonderlijk.
Het is niet duidelijk wat Washington van plan is. Trump ondertekende vorige week een besluit dat het Pentagon toelaat militaire macht te gebruiken tegen Latijns-Amerikaanse drugskartels.
De VS beschouwen Maduro als de leider van zo’n kartel.
“Maduro staat aan het hoofd van de narco-terroristische organisatie Cartel de los Soles, en is verantwoordelijk voor drugssmokkel naar de VS en Europa”, verklaarde buitenland minister Marco Rubio onlangs.
Amerikaanse inlichtingendiensten waren daar tot nu toe niet van overtuigd. Maduro is een wrede despoot, maar de nexus met drugs zou niet duidelijk zijn.
Ondertussen klinkt het bij Republikeinse hardliners dat het regime-Maduro omvergeworpen moet worden.
En dat zou wel eens het perfecte avontuur kunnen zijn waarin de warrior-ambities van politici als Hegseth, de protectionistische verzuchtingen van Vance en de zegepronkerij van Trump samenlopen.
Opnieuw zou een regimeverandering in Latijns-Amerika op een wat langere geschiedkundige tijdlijn naar Amerikaanse normen niet zo heel uitzonderlijk zijn, maar toch wel een ommezwaai in de meer recente geschiedenis.
Voor wat het internationaal veiligheidsbeleid van de VS betreft, zou het na de aanval op Iran kunnen wijzen op een geleidelijke gewenning aan zeer gevoelige offensieve operaties en de erosie van Trumps overwegend isolationistische instinct.
Wat de regionale diplomatie aangaat, is het een beetje terug naar de tijd van vooral Nixon en Reagan: niemand die de VS tegen de haren wrijft is veilig.
Prijkt Groenland weldra ook in Trumps trofeeënkast?
Aanvankelijk leek de aanspraak van Trump vooral potsierlijk. Een bananenrepubliek teisteren is één zaak, maar een onderdeel van een Europese staat en NAVO-land?
Trump verwees al naar de grondstoffen en de strategische waarde van het gebied in de Atlantische Oceaan: een bastion tegen Russen en Chinezen.
De Amerikanen hebben er nu al een militaire basis die vooral gebruikt wordt door de Space Forces en voor raketverdediging.
De Deense inlichtingendiensten waarschuwden al voor beïnvloedingscampagnes. Recent werden drie Amerikanen ervan beticht geheime beïnvloedingsoperaties uit te voeren en in te spelen op de onafhankelijkheidsdrang die bij een deel van de Groenlanders bestaat.
Die campagne blijkt contraproductief, want hoe meer Trump doorduwt, hoe meer de Groenlanders hun band met Kopenhagen koesteren.
Dan komt de militaire optie opnieuw in het vizier.
“Ik sluit ze niet uit”, verklaarde Trump zelf.
“Ik zeg niet dat we het gaan doen, maar ik sluit ook niets uit, zeker niet daar.
“We hebben Groenland hard nodig. Het heeft maar een kleine bevolking voor wie we zorg zullen dragen, die we zullen koesteren en dat soort dingen, maar we hebben er nood aan voor de internationale veiligheid.”
In mei suggereerde Hegseth dat er operationele plannen waren mocht de president overgaan tot militaire actie.
Symbolisch maar met operationele gevolgen: het Pentagon haalde in juni het Amerikaanse Europese Commando weg uit Groenland om het in Northcom onder te brengen, verantwoordelijk voor Noord-Amerika.
Ook Vance riep de Groenlanders op om zich aan te sluiten bij de VS en opperde dat Denemarken Groenland onvoldoende beschermde tegen Rusland en China.
De motieven in Washington lopen uiteen maar vinden elkaar steeds duidelijker in de verzuchting om opnieuw een hemisferische invloedszone te bouwen.
Daarin wordt tegenstand niet getolereerd en houden de Amerikanen zich het recht voor om hun zin door te drukken. Hoe ver ze daar in gaan, zal weldra blijken in Venezuela en Groenland.
Macht en dominantie waren enkele decennia lang een zekerheid in de VS.
Nu de VS zich rekenschap geven van de afbrokkeling van de macht, grijpen zij terug naar een beproefd recept: een invloedssfeer bewaakt door kanonneerbootpolitiek.

Lees ook
Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten
Jonathan Holslag – Essay – USA
Bron: De Morgen