Wat Israël betreft, was Gaza altijd al een militair probleem dat alleen militair opgelost kon worden, schrijft Lotfi El Hamidi. De genocide die zich nu in Gaza ontvouwt, is geen aberratie maar een logisch gevolg.
Lotfi El Hamidi – De Standaard
13 juli 2025
Leestijd: 7 min
De Maltees-Amerikaanse journalist en tekenaar Joe Sacco dacht jaren geleden een uitweg te hebben gevonden voor de Palestijnen in Gaza.
Sacco, bekend van zijn graphic novels over de Palestijnse gebieden, zei tegen een Palestijnse vriend, Gandhi indachtig:
“Weten jullie wat jullie eens moeten doen?
Met z’n allen vreedzaam richting de grenshekken lopen. Dan zal de wereld het onrecht aanschouwen en moet er wel iets gebeuren.”
De Palestijnse vriend keek hem stoïcijns aan en antwoordde:
“Maar Joe.
Ze zullen ons gewoon neermaaien.”
Met deze anekdote begint Sacco zijn War on Gaza, een dunne, illustratieve verhandeling over de voortdurende genocide in de Palestijnse enclave.
Zijn ietwat naïeve voorstel kreeg trouwens in zekere zin navolging toen honderdduizenden Palestijnen in 2018 deelnamen aan de zogeheten ‘Grote Mars van de Terugkeer’.
Tijdens dat volksprotest eisten Palestijnen, van wie een aanzienlijk deel oorspronkelijke bewoners van gebieden die sinds 1948 tot Israël behoren, een einde aan de Israëlische blokkade en hun recht op terugkeer.
Een onmogelijke wens, maar in de overbevolkte en hermetisch afgesloten Palestijnse kuststrook waren de leefomstandigheden net zo onmogelijk.
Dus gingen massa’s Palestijnen elke vrijdag richting de streng bewaakte en levensgevaarlijke grens, waar zij zich geconfronteerd zagen met trigger-happy Israëlische militairen.
Wie alleen traangas hoefde in te ademen had geluk. Minder gelukkig waren betogers die door scherpschutters onder vuur werden genomen.
In de wekenlange protestreeks vielen tientallen Palestijnse doden. Honderden raakten gewond, van wie velen volgens Artsen zonder Grenzen met “ongewoon ernstige letsels”, vergelijkbaar met verwondingen in voorgaande oorlogen in Gaza.
Kortom, de vriend van Sacco kreeg gelijk.
Eufemismen
Er is een Gaza voor en een Gaza na 7 oktober 2023.
Over het ‘na’ kunnen we volstaan met de vaststelling dat de genocide zich in een lange eindfase begeeft.
Israël en de Verenigde Staten anticiperen al op een “naoorlogs Gaza”, het liefst zonder Palestijnen.
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu voelt zich zo ongenaakbaar dat hij bij zijn bezoek onlangs in Washington tegenover journalisten hardop suggereerde dat Palestijnen elders een “betere toekomst” kunnen opbouwen.
Om de “vrijwillige migratie” te bespoedigen, heeft de Israëlische regering inmiddels een deportatieplan uitgetekend.
Op de ruïnes van de verwoeste grensplaats Rafah komt een “humanitaire stad” – Israël grossiert van oudsher in eufemismen – waar uiteindelijk ruim twee miljoen Palestijnen samengedreven moeten worden.
In dat concentratie- annex doorgangskamp hebben Palestijnen vervolgens de “keuze” om te blijven of om weg te gaan naar een ander land.
Een staande uitdrukking onder Palestijnen is dat zij het enige volk zijn dat in ieder geval kan rekenen op één zekerheid, namelijk dat het vandaag altijd beter is dan morgen.
Of de meest cynische Palestijn zich ooit kon voorstellen wat zich nu voltrekt, is de vraag. Maar terugkijkend, dat wil zeggen lang voor 7 oktober, kun je niet anders stellen dan dat het huidige Israëlische optreden in Gaza geen aberratie is, maar een logisch gevolg.
Havik Sharon
Reeds in 1970, drie jaar nadat de Israëliërs tijdens de Zesdaagse Oorlog Gaza hadden veroverd, noteerde journalist Peter Young in een reportage voor Life Magazine dat het ooit zo bruisende en relatief welvarende kustgebied een naargeestig en onheilspellend oord was geworden.
Toen al was Gaza overbevolkt en was de situatie voor het overgrote deel van de werkloze bevolking uitzichtloos.
Terwijl Palestijnse commando’s aanvallen bleven uitvoeren op Israëlische militaire posten, reageerde de bezettingsmacht met dodelijke vergeldingsacties en de vernietiging van winkels en huizen.
Een jonge Israëlische soldaat die Young te woord stond, wilde niets liever dan vertrekken uit “deze godvergeten hel”.
Opvallend: toen al waren de Israëliërs druk bezig te bedenken hoe zij honderdduizenden Palestijnen konden “verplaatsen” naar de eveneens bezette Egyptische Sinaï.
Gaza bleef sindsdien een vulkaan die op uitbarsten stond.
Tijdens de twee intifada’s, de Palestijnse volksopstanden eind jaren 80 en begin 2000, was het een brandhaard van geweld.
De slepende guerrillaoorlog in Gaza en het bewaken van de ruim twintig nederzettingen achtte Israël op de lange termijn onhoudbaar.
Dat het uiteindelijk de havik Ariel Sharon was die besloot de nederzettingen te ontmantelen, was ironisch te noemen: diezelfde Sharon was nog verantwoordelijk geweest voor de eerdere uitbreiding van diezelfde nederzettingen. Maar hij was dan ook een gewiekst militair strateeg.
Het opgeven van Gaza ging gepaard met toenemende landroof op de Westelijke Jordaanoever.
Na de verkiezingswinst van Hamas in 2006 (meteen ook de laatste Palestijnse verkiezingen) volgde een jaar later in Gaza een korte burgeroorlog waar de fundamentalistische beweging afrekende met politieke rivaal Fatah.
De Palestijnse dichter Mahmoud Darwish sprak van “de onafhankelijkheid van Gaza van de Westoever – één volk met twee staten, twee gevangenissen”.
Want al waren de nederzettingen ontmanteld, het gebied zelf werd afgesloten van de rest van de wereld.
Israël was te land, ter zee en in de lucht heer en meester, wat de facto een voortzetting betekende van de militaire bezetting, maar dan op enige afstand.
De Israëliërs bepaalden wie Gaza mocht binnengaan en verlaten, welke goederen geïmporteerd mochten worden, hoe ver Palestijnse vissers op zee mochten varen, of er water uit de kraan stroomde.
Inschattingsfout
De vergelijking met een groot detentiekamp is vaak gemaakt, en terecht, maar de Israëliërs bleven haar afdoen als Palestijnse propaganda. Niet Israël maar Hamas hield de Palestijnse bevolking gegijzeld.
Ook in westerse landen waren er genoeg nuttige idioten te vinden die de dystopische realiteit van de bevolking in Gaza wegzetten als louter de schuld van Hamas.
Een terugkerende uitspraak is dat Gaza een ‘Singapore aan de Middellandse Zee’ had kunnen zijn als Hamas er niet de scepter had gezwaaid.
Feit is dat Israël wel met de status quo kon leven. Een verdeelde Palestijnse natie betekende dat een Palestijnse staat verder uit zicht raakte.
Op de Westelijke Jordaanoever konden kolonisten hun gang gaan, met elke opgebouwde nederzetting creëerden zij daar “nieuwe feiten op de grond” (zoals gezegd, Israëliërs strooien graag met eufemismen).
En in Gaza voerde het Israëlische leger zo nu en dan hevige luchtaanvallen uit als jihadistische groepen ongeleide projectielen op het land afvuurden.
Bij elke korte maar hevige oorlog in Gaza kon de Israëlische oorlogsmachine ook wapens uittesten die vervolgens op lucratieve wapenbeurzen werden tentoongesteld.
Intussen, zo blijkt nu, waren de Israëliërs vooral bezig met toekomstige confrontaties met Hezbollah in Libanon en de grote rivaal Iran.
Op diplomatiek vlak wist Israël zelfs een gat te slaan in het (op papier) Arabische cordon sanitaire: het normaliseren van betrekkingen met Arabische landen zonder een onafhankelijke Palestijnse staat te hoeven erkennen.
Geen Arabisch land dat zijn handen nog wilde branden aan de Palestijnse zaak – if you can’t beat them, join them.
Toen ook het belangrijkste land in de Arabische wereld, Saudi-Arabië, op het punt stond een handtekening te zetten onder een “vredesakkoord”, telde Hamas zijn knopen.
Israël bleef ervan uitgaan dat de leiders van Hamas, veelal comfortabel in ballingschap levend, de status quo wel zouden handhaven.
Dat was buiten de lokale leiding gerekend. Een fatale inschattingsfout, op z’n zachtst gezegd.
Allemaal te laat
Wist Hamas dat Israël zo vernietigend zou reageren op zo’n grootschalige terreuraanval?
Dat moet haast wel. Maar de verwachting dat de wereld bij het aanschouwen van zoveel destructie en onrecht wel zou ingrijpen, om met Joe Sacco te spreken, heeft zich niet voltrokken.
Het is erger dan dat, zoals speciaal rapporteur voor de Verenigde Naties Francesca Albanese recent meedeelde: niet alleen wordt een genocidale campagne, waarbij minstens 60.000 Palestijnse doden zijn gevallen, door de internationale gemeenschap gedoogd, er wordt zelfs economisch van geprofiteerd.
Als Gaza een plaats delict is, dan zijn de vingerafdrukken van westerse bedrijven overal te vinden, aldus Albanese, die inmiddels zelf doelwit is geworden van Amerikaanse sancties vanwege haar felle kritiek op Israël.
Wat nu?
Zelfs als de wapens voorgoed zouden zwijgen en humanitaire hulp vrije doorgang zou krijgen, is het allemaal te laat.
Gaza bestaat niet meer, behalve als een permanente morele schandvlek op de wereld.
En niemand die kan zeggen dat wij het niet hebben geweten.
Lotfi El Hamidi
Historicus en redacteur van ‘De Groene Amsterdammer’.

Lees ook
Lees ook
Lees meer berichten
Bron: De Standaard