Met hun uitspraken over “bootcamps” voor rellende jongeren dreigen politici een kernprincipe van ons strafrecht los te laten, schrijft Ignaas Devisch. In een democratie bestrijd je misdaad niet door wraakzuchtig tekeer te gaan tegen de dader.
Ignaas Devisch – De Standaard
8 juni 2026
Leestijd: 4 min
De Oostenrijkse regisseur Ulrich Seidl bracht een tiental jaar geleden het laatste deel uit van zijn trilogie Paradijs.
Daarin toont hij hoe jongeren met overgewicht naar een streng kamp worden gestuurd om er via een dieet en een spartaans trainingsschema gewicht te verliezen.
Je zou dat gerust een bootcamp kunnen noemen, een term die vorige week in de actualiteit kwam nadat jongeren vernielingen hadden aangericht in Brussel.
Onder anderen Conner Rousseau vond een strafkamp de gepaste reactie daarop. Jongeren mores leren door ze op kamp te sturen: het klinkt stoer, maar werkt het?
Het bootcamp als een intensieve en kortdurende afzondering waarbij je op militaristische wijze het gedrag van mensen probeert bij te sturen, past in het huidige politieke klimaat.
Streng zijn en hard straffen, daarover gaat het. De dalende onderwijskwaliteit kun je verhelpen met strenge scholen. Langdurig zieken, zeker mensen met mentale gezondheidsproblemen, moeten dringend opnieuw aan de slag. En jongeren die Brussel op stelten zetten, moeten naar een bootcamp.
Mochten strenge straffen zonder meer leiden tot gedragsverandering, dan gehoorzaamde ieder kind na een ouderlijke reprimande, was er nooit nog een recidivist en hadden onze gevangenissen cellen op overschot.
Duurzame gedragsverandering komt niet zomaar tot stand.
In zijn film laat Seidl alvast mooi zien hoe de jongeren in het kamp er alles aan doen om aan de strenge omgeving te ontsnappen, ook omdat ze geen enkele intrinsieke motivatie hebben om af te slanken.
Dat ze creatief zijn in hun pogingen om het verstikkende militaire regime te ontvluchten, is in zekere zin hoopgevend.
Weerbaarheid toont zich eerder in durven op te staan tegen een autoritair regime dan in blind bevelen opvolgen.
Principieel laakbaar
Voor alle duidelijkheid: we moeten van daders geen slachtoffers maken en we mogen geen enkel probleem minimaliseren.
Zo moet de onderwijskwaliteit weer omhoog en zijn vernielingen principieel laakbaar. De vraag blijft welke remediëring daartegenover moet staan.
Via empirische evidentie nagaan welke maatregelen het meest geschikt zijn om de samenleving ordentelijk te laten verlopen, is een eerste stap.
Daarbij dringt de volgende vraag zich op: waarom zouden strengheid en weerbaarheid plots de enig mogelijke antwoorden zijn op zowat alle problemen in onze samenleving?
Nog geen twintig jaar geleden moest iedereen “empowered” worden en leek empathie de oplossing voor alle problemen. Je kon geen beleidsnota erop naslaan zonder daarover iets te lezen.
Vandaag is het dus anders. Ik spreek me niet eens uit over wat de beste oplossing is.
Wel stel ik me de vraag waarom zoveel politici het nodig vinden stoere verklaringen af te leggen.
Ze zouden het ook kunnen hebben over perspectieven in het leven, of over voldoende slagkracht voor zowel justitie als voor preventie, een combinatie die al eerder haar vruchten heeft afgeworpen.
Je hoeft heus geen diploma te hebben om te beseffen dat als je alle geweldplegers zo hard en zo lang mogelijk wil straffen én tegelijk de overvolle gevangenissen aanklaagt, er iets niet klopt in je redenering.
Meer zelfs, met hun recente uitspraken tegenover wandaden dreigen politici een kernprincipe van ons strafrecht los te laten.
Met name dat we verwachten dat slachtoffers hun neiging tot wraak aan de kant schuiven en de strafmaat overlaten aan een onafhankelijke rechter.
Dat is allerminst eenvoudig, maar wel cruciaal. In een democratie bestrijd je misdaad niet door vanuit wraak of ressentiment zelf tekeer te gaan tegen de dader.
Losgeslagen bendes
Als onze politici het wraakprincipe er opnieuw bijhalen en de daders nog het liefst zelf en zo hard mogelijk willen straffen, moeten ze goed beseffen wat ze aan het doen zijn.
Niet alleen halen ze daarmee een pijler van de moderne democratie onderuit, ze stellen in zekere zin ook een voorbeeld aan de rest van de samenleving. Door mee te gaan in de cultuur van verontwaardiging die al overheerst, positioneert de overheid zich als het slachtoffer van losgeslagen bendes.
Dan is de stap om zelf aanklager te spelen snel gezet, evenals de neiging om straffen te eisen die volledig gebaseerd zijn op de subjectieve gevoelsopwelling van het moment.
Ten gronde getuigen de recente uitspraken van een naïef geloof in een al te makkelijk door te prikken fabel, met name dat je de samenleving zou kunnen opdelen in hardwerkende mensen aan de ene kant en ‘crapuul’ of ‘profiteurs’ aan de andere kant.
Dat klinkt goed omdat het moreel overzichtelijk is. Helaas is de realiteit veel weerbarstiger dan dit soort schema’s laat uitschijnen.
We doen er daarom goed aan ressentiment zo ver mogelijk weg te houden van de publieke moraal of wat daarvoor moet doorgaan.
De politiek zou net een tegenwicht moeten vormen tegen de neiging tot slachtoffer populisme.

Lees ook
Lees ook
Lees andere berichten
in deze categorieën
Bron: De Standaard