Katrin Swartenbroux  – Ode aan de overprikkeling – De zomer hóórt te zinderen


Ontprikkelen zou het medicijn van onze tijd zijn, maar het daadwerkelijk doen, dat nietsdoen, is niet voor doetjes, merkt Katrin Swartenbroux. ‘Als niets meer willen alarmerend is, is álles willen dan niet net een teken van blakende gezondheid?’

Katrin Swartenbroux – De Morgen

15 juli 2026

Leestijd: 4 min


Ode

Journaliste Katrin Swartenbroux schrijft deze zomer elke week een onverwachte Ode aan een fenomeen dat doorgaans geen lofzang krijgt


Eigenlijk is het allemaal de schuld van de FIFA.

Op woensdag 1 juli omstreeks 23.46 uur Belgische tijd scoorde Youri Tielemans in de 89ste minuut van de wedstrijd de gelijkmaker tegen Senegal en dreef hij mij tot het uiterste. Of alleszins toch tegen de pompende elleboog van een medesupporter en vervolgens tegen de muur.

Een hersenschudding, maar geen hersenschade, zo luidde het verdict dat op dat moment eerder als een waarschuwing klonk. Want om te herstellen moest ik zeker de eerste weken fel licht, bewegend beeld, drukke conversaties, lange zinnen en lawaai vermijden.

Ontprikkelen dus, een devies dat je doorgaans in weekendkranten voorgeschreven krijgt, maar dat blijkbaar ook op de huisartsenwachtpost uitgedeeld wordt.

Bijgevolg leef ik al dagen onder mijn onmogelijke stolp. Onmogelijk omdat werkelijk álles een prikkel is – wellicht exact wat in die weekendkranten aangeklaagd wordt, maar waar je niet bijster veel mee bent wanneer je tot de vaststelling komt dat je de dag geen kant meer kan opduwen.

“Er is niks”, stuur ik wanneer mijn buurvrouw mij bezorgd hoort jammeren.

Niks behalve het suizen van het bloed in mijn oren, het sponzige bonzen van mijn hart, het tikken van de klok, het geritsel waaraan ook dit moment me ontglipt omdat tijd die je verliest achteraf niet gewoon voor het oprapen ligt.

Vanaf ik probeer te ontsnappen aan de monotone metronoom, dreunt mijn hoofd alsof iemand herhaaldelijk op dezelfde nagel klopt.

Rust, rust, rust. Ik wil er met mijn klak naar smijten.

Oh, ik wéét dat er mensen zijn die deze woorden met schuimbekkende jaloezie lezen. Mensen met kleine kinderen, mensen die snakken naar een moment van verstilling.

Het enige wat ik kan zeggen, terwijl ik deze woorden aan mijn duister scherm dicteer, is dat het gras altijd groener lijkt aan de overkant – tenzij je natuurlijk de hele fùcking tijd een zonnebril moet dragen, zelfs binnen, zelfs met de gordijnen dicht, waardoor je op de duur ook geen idee meer hebt welke kleur gras hoort te hebben.

Nu denk ik dat er geen enkel goed seizoen is om een hersenschudding te hebben maar ik vermoed dat de zomer het ergste is.

Omdat de zomer hóórt te zinderen.

Het is het seizoen van oogsten, het seizoen van overdaad, van opbranden.

Het zijn vuurrode schouders en een gloeiende scheidingslijn, het is een brain freeze van het ijsje waar je te gulzig in gehapt hebt, de ochtendzon die je al om 6 uur ’s ochtends ongenadig doet duizelen met een kater van de Aperol die je gisteren veel te vroeg bent beginnen te drinken, joelende supporters, jengelende kinderen, uitgelaten honden, gierende remmen, schurende bandjes, grillend vlees, kleverige zonnecrème, auto’s die luide muziek uit hun raampjes laten walmen en overal de geur van verschroeiing.

De zomer is gebottelde prikkeling en ik wil me eraan laven.

Ik wil op café met iemand die druk gesticulerend zijn drankje over mijn schoot morst, ik wil ruziemaken over de route langs de kant van een bloedhete snelweg, ik wil alle soldenaanbiedingen in mijn netvlies gebrand.

Ik wil uitroeptekens, ik wil meldingen, ik wil meer.

Ik wil scrollen langs discussies, langs vakantie foto’s en make-uproutines van anderen tot ik mezelf vergeet.

Ik wil belaagd worden, opgejaagd worden, meegesleept worden door de adembenemende rotvaart waarmee het leven aan je voorbijraast en die je geen tijd laat om na te denken, want wie wil er in godsnaam nadenken?

Even gaan zitten met je gevoelens, alsof die het gezellig zullen houden?

Het is om de muren van op te lopen, maar dat brengt me – vrees ik – weer exact in de situatie waaraan ik wil ontsnappen.

Als niets meer willen alarmerend is, is álles willen – en het liefst tegelijkertijd – dan geen teken van blakende gezondheid?

En zou iemand me dat dan, alstublieft, op een doktersattestje willen meegeven?


Bron Brecht Vanzieleghem

Lees ook


Lees ook

Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten

,


Bron: De Morgen

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven