Katrin Swartenbroux – Ode aan de smartphone – Haal hem eens wat vaker boven tijdens een concert


Wie een ticket koopt om zijn favoriete artiest aan het werk te zien, zal die doorgaans vooral mogen bezichtigen via het telefoonscherm van de persoon voor zich. Toch schuilt er ook een zekere schoonheid en kwetsbaarheid in de pokdalige aanwezigheid van smartphones op concerten, vindt Katrin Swartenbroux.

Katrin Swartenbroux – De Morgen

1 juli 2026

Leestijd: 4 min


Ode

Journaliste Katrin Swartenbroux schrijft deze zomer elke week een onverwachte Ode aan een fenomeen dat doorgaans geen lofzang krijgt


Niet dat ik de dingen groter wil maken dan ze zijn, maar ik denk dat het mijn manier is om wereldvrede te bestendigen.

Om mijn leeftijd te ontkennen misschien ook.

Want ik had makkelijk kunnen sakkeren op de jeugd van tegenwoordig en hun ammechtige arrogantie om overal een stokje voor te steken – een selfiestick soms, maar meestal volstaat een opgestoken arm om je de zin en het zicht te ontnemen.

Of het nu de aanzwellende aria van Rosalía is, de gitaarsolo van Jack White of Parker Cannon die met hart en ziel beschrijft hoe hij de zon ziet opkomen boven Mount Diablo: telkens schieten de telefoons de lucht in, armen als slagbomen tussen jou en het podium, het moment onderschept nog voor het je kon raken.

Telkens schieten de telefoons de lucht in, armen als slagbomen tussen jou en het podium, het moment onderschept nog voor het je kon raken

Opgloeiend en pokdalig zijn ze, de rode recordbolletjes op smartphoneschermen die als een hardnekkige huiduitslag over arena’s, achterafzaaltjes en drooggelegde akkers woekeren en waar begrijpelijkerwijze op gefoeterd wordt.

Een mensenmassa met krampachtig gestrekte armen en verbeten blik doet ieder weldenkend persoon immers huiveren.

Bovendien wordt het logistiek allemaal nogal treurig wanneer je twee handen nodig hebt om je absoluut gargantueske iPhone 17 te bedienen, waardoor je geen draagkracht meer overhoudt om, pakweg, een crowdsurfer aan te nemen, een straffe strofe met je wijsvinger kracht bij te zetten of gewoonweg te applaudisseren.

Het is dus niet dat ik de irritatie niet begrijp, het is dat mijn fascinatie sterker is.

Verlichte velux

Misschien komt het omdat ik door mijn kleine gestalte nog maar zelden een blik, laat staan een bh, op het podium heb kunnen werpen.

Omdat ik optredens sowieso heb leren waarnemen via mijn voorstellingsvermogen of via het smartphonescherm van iemand voor me: een verlichte velux in een deinende, donkere ruggenmassa.

Ik ben er ondertussen de poëzie van gaan inzien. De kwetsbaarheid vooral. Want zo’n smartphonescherm is vaak veelzeggender, luider meestal ook, dan al het geschreeuw eromheen.

Je ziet waar iemand op scherpstelt of inzoomt, bij welke bridge er op de opnameknop wordt gedrukt, hoeveel batterijpercentage er al doorgejaagd werd en hoe iemand de hele tijd een van de backupdansers bij Pommelien Thijs probeert in te kaderen – zijn zusje, zo zou hij achteraf meedelen.

Er zijn mensen die hun elleboog met hun andere hand stutten om het beeld zo stabiel mogelijk te houden, robuuste reflecties in de reuring, terwijl anderen hun beelden, als bootjes, laten meegolven op de mensenzee, want het is niet omdat je documenteert dat je ondertussen niet kan dansen. En soms is het ook gewoon om iets om handen te hebben.

Meestal wordt het nog geapprecieerd wanneer tijdens een ballad de telefoons plots veranderen in een zwerm dure vuurvliegjes.

Maar het échte plaatje zit voor mij in de seconden ervoor, wanneer ze naakt en onbeschermd de lucht in schieten en je getrakteerd wordt op een symfonie van achtergrondafbeeldingen.

Altaartjes op zakformaat; liefjes en huisdieren, vrienden, helden en morsige vakantiefoto’s. Kiekjes van momenten en mensen die zo bijzonder zijn dat je er meerdere keren per dag naar wil kijken.

Binnen zonder kloppen

Het is die intimiteit waarin ik telkens opnieuw de schoonheid vind.

Zo keek ik tijdens het optreden van Olivia Rodrigo minutenlang in de ogen van een onbekende jonge vrouw op een omhoog gestoken scherm – een FaceTime-gesprek met iemand die erbij hoorde te zijn, vond de persoon op de stoeltjesrij voor me.

Met iemand die er dankzij haar dus bij wás. Samen schreeuwden en dansten ze, het silhouet en het scherm, de pixels tussen hen in slechts een peulschil.

Bijna had ik mijn blik afgewend, alsof ik per ongeluk hun tienerkamer was binnengevallen zonder kloppen. Terwijl ik dus eigenlijk gewoon werd toegelaten.

Waar smartphones verweten worden dat ze ons uit het moment halen, zorgen ze er misschien net zo vaak voor dat anderen in het moment worden binnengetrokken

Want waar smartphones verweten worden dat ze ons uit het moment halen, zorgen ze er misschien net zo vaak voor dat anderen in het moment worden binnengetrokken.

Omdat ze worden gedeeld, of herbekeken door de ogen – of nou ja, de lens – van een ander.

Oh zeker, als concertvideo zijn de beelden die op shows geschoten worden vaak waardeloos en ook als aandenken blijven ze ongeopend en onbewust geheugen innemen.

Maar als venster zijn ze wel glashelder.

In september verschijnt Katrin Swartenbroux’ tweede essaybundel
Dat is het ding bij Horizon uitgevers.

Dat is het ding

Bron Brecht Vanzieleghem

Lees ook


Lees ook

Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten

,


Bron: De Morgen

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven