‘Ons stabiel klimaat verdwijnt voorbij die anderhalve graad opwarming. We begeven ons op compleet onontgonnen terrein.’ Wetenschapper Valerie Trouet over de klimaattop, het nut van oude bomen en de uitdagingen voor onderzoekers in het Amerika van Trump.
22 november 2025
Leestijd: 9 min
Nadat ze met een veelbesproken column in deze krant de deur achter zich had toegetrokken bij het Klimaatcentrum, is klimaatwetenschapper Valerie Trouet (Universiteit van Arizona) even terug in het land om haar boek te promoten.
In In de ban van de jaarring, bundelt Trouet verhalen van collega-wetenschappers over de oudste bomen in alle uithoeken van de wereld, van Nieuw-Zeelandse kauri’s van wel 2.000 jaar oud tot moerascipressen met meer dan 2.600 jaarringen in Mexico.
Het behoud van bossen, en de tropische wouden in het bijzonder, was ook een belangrijk topic op de klimaattop in Belém. Hoe cruciaal is dat?
“Bossen en andere ecosystemen op het land slaan zo’n 30 procent van de CO2 die wij uitstoten op.
“Hoe minder bossen er overblijven, hoe meer inspanningen wij moeten doen om onze uitstoot te verminderen.”
De opslagcapaciteit van bossen en andere ecosystemen op het land neemt wel af. Hoe komt dat?
“Dat komt deels door grootschalige bosbranden, waarbij al die opgeslagen CO2 terug de atmosfeer in gaat.
“Daarnaast tasten frequentere en langere droogteperiodes de gezondheid van ecosystemen aan, waardoor planten minder goed groeien en minder koolstof opslaan.
“Dat is ook in Europa een probleem, want wij rekenen op die bossen en ecosystemen.
“Als die niet doen waar we op gerekend hadden, gaan we onze klimaatdoelen niet halen.”
Hoe schat u de verdienste van deze COP in?
“Er stonden enkele cruciale punten op de agenda.
“Een eerste zijn de betalingen van industrielanden aan landen in het globale zuiden.
“Die zijn niet alleen noodzakelijk om hen te helpen de uitstoot te beperken en zich aan te passen aan de opwarming, maar ook om ze mee aan boord te houden.
“Daarnaast is er op de COP in 2023 in Dubai – ironisch genoeg – voor het eerst een akkoord gesloten over een ‘transitie weg van fossiele brandstoffen’. Dat moet nog concreet gemaakt worden.
“Dat zijn erg moeizame processen. Toch is het op zich waardevol om daarover op de COP de dialoog te blijven aangaan, ook als dat niet eindigt in een grote doorbraak zoals in Parijs.”
Wat trekt u in het bijzonder zo in oude bomen aan?
“Het idee dat er levende organismen bestaan die op totaal andere tijdschalen leven dan wij, die er tijdens belangrijke omwentelingen in onze samenlevingen al waren, vind ik ongelooflijk fascinerend.
“Het zijn de getuigen van eeuwen en soms millennia menselijke en klimaatgeschiedenis.
“Neem die moerascipressen in Mexico. In de oudste bomen kan je aan de hand van hun jaarringen de opeenvolging van droge en natte jaren de voorbije 1.500 jaar reconstrueren.
“Daaruit kunnen we afleiden dat de periode waarin het Maya-rijk uit elkaar viel, samenviel met een periode van uitzonderlijke droogtes.
“Uit de analyse van de reuzensequoia’s hebben we dan weer geleerd dat het in die bossen in het verleden om de vijf à tien jaar wel eens brandde.
“Die bomen kunnen daar prima mee om en hebben dat zelfs nodig om zich voort te planten. Maar toen dat nog niet bekend was, probeerden bosbeheerders elke brand te blussen. Met als gevolg dat brandbaar materiaal zich in het bos ophoopte, waardoor branden juist destructiever werden.”

Wat hoopt u met deze bundeling verhalen over die oude bomen in alle uithoeken van de wereld teweeg te brengen?
“Ik hoop dat mensen meer respect krijgen voor oude bomen, dat ze inzien dat ze ons veel kunnen leren en dat het de moeite waard is om ze te beschermen.
“Maar het boek besteedt ook aandacht aan de wetenschappers die die bomen bestuderen, hun verhalen, geschiedenis en gevoelens.
“Zo hoop ik het beeld te ontkrachten van wetenschap als iets saais en elitairs.”
Was dit project voor u ook een vlucht in de schoonheid van de natuur en de wetenschap, na uw vertrek uit België en de afscheidscolumn waarin u uw frustratie de vrije loop liet? U was het beu een roepende in de woestijn te zijn.
“Een vlucht is een groot woord, maar ik ben wel teruggekeerd naar wat mij het meest passioneert.
“Ook door te verhuizen: hier in Arizona zijn de landschappen zo ongelooflijk mooi.
“Klimaatwetenschapper zijn is geen evidente job. Er is weinig goed nieuws.
“Even focussen op de schoonheid van de natuur en van wetenschappelijk onderzoek helpt om te beseffen waarom ik dit allemaal doe.”
Ziet u het nog altijd zo somber in?
“Ja. Want er is weinig verbetering gekomen in de situatie. Ik denk nog steeds dat het niet goed komt met het klimaat.”
U kreeg nogal wat kritiek van wetenschappers, die het geen goed idee vonden om zo’n defaitistische toon aan te slaan. Hebt u daar achteraf gezien spijt van?
“Ik was erbij op de klimaattop in Parijs in 2015. Het doel om de opwarming te proberen te beperken tot anderhalve graad was toen erg ambitieus, maar het kon nog, als we onmiddellijk alles uit de kast hadden gehaald. Dat is niet gebeurd.
“Ik schreef die column net nadat Donald Trump eind vorig jaar opnieuw aan de macht was gekomen in de Verenigde Staten.
“Een klimaatontkenner aan het roer van de tweede grootste uitstoter ter wereld.
“Het was een uiting van wat ik toen voelde.”
Uit het jongste Emissions Gap Report van de VN blijkt dat we bij ongewijzigd beleid afklokken op 2,8 graden opwarming in 2100. Als de nationale klimaatplannen worden nageleefd, wordt dat 2,3 graden. In hun vorige analyse was dat nog respectievelijk 3,1 en 2,6 graden, vóór het akkoord van Parijs zelfs 3,5 graden. Dat is toch vooruitgang?
“Het is niet makkelijk om in deze discussie goed te doen.
“Als je zegt dat het niet goed gaat, ben je een alarmist. Maar als je zegt, ‘We zijn goed bezig, maar we zijn er nog niet’, dan denken de mensen: oké, het komt uiteindelijk wel goed, en dat is volgens mij dus niet zo.
“Het stabiele klimaat waarin onze samenlevingen zijn ontstaan en geëvolueerd, verdwijnt voorbij die anderhalve graad opwarming. We beseffen onvoldoende wat dat impliceert.
“We begeven ons op compleet onontgonnen terrein.”
‘Er wordt veel te weinig aandacht besteed aan hoe erg het kan worden’, zei u in een eerder interview. Uw critici voeren net aan dat mensen veel te veel om de oren worden geslagen met doemverhalen.
“Er zijn een aantal redenen waarom we ons op die vooruitgang miskijken. Die 2,8 graden opwarming in 2100 bijvoorbeeld is de meest waarschijnlijke schatting.
“Door onzekerheden in het klimaatsysteem is er in eenzelfde scenario ook een kleine kans dat de wereld minder opwarmt, maar tegelijk ook een kans dat het toch erger wordt.
“Bovendien is die gemiddelde opwarming niet gelijk verdeeld over de wereld. Europa is een van de snelst opwarmende continenten, waar de gevolgen zich dus ook sterker zullen laten voelen.
“Daarnaast zijn er de kantelpunten in het klimaat. Denk aan het afsmelten van de poolkappen of de tropische regenwouden die aangetast worden door droogte.
“Het zijn processen die, eens een bepaalde drempel voorbij, niet meer om te keren zijn, en die de opwarming nog meer kunnen doen toenemen.
“Hoe warmer het wordt, hoe groter de kans dat we die drempels overschrijden.
“De beste remedie tegen doemverhalen is dus meer actie, zodat we het overschrijden van die anderhalve graad opwarming zo beperkt en kort mogelijk houden.”
‘Het zijn niet zozeer de gewone burgers die moeten worden gemotiveerd, maar de politici’
Doemverhalen zijn volgens de critici nu net geen goede motivator voor meer actie.
“Die doemverhalen zijn gewoon de wetenschappelijke realiteit.
“Het zijn ook niet zozeer de gewone burgers die moeten worden gemotiveerd, maar de politici.
“Als burger is het vooral belangrijk te stemmen op partijen die van de aanpak van de klimaatverandering een prioriteit maken.”
Het Klimaatcentrum, waarvan u van 2022 tot 2024 wetenschappelijk directeur was, is sinds mei dit jaar geïntegreerd in het KMI. Hoe kijkt u terug op hoe het met dat instituut is gelopen?
“Het is nog een beetje te vroeg om daar veel over te zeggen.
“Er werd heel veel verwacht van het Klimaatcentrum. Maar daar stonden onvoldoende mensen en middelen tegenover. We hadden in het begin zelfs geen meubels.
“Ik vind het wel jammer dat het nu geen onafhankelijk instituut meer is. De klimaatverandering is zo’n veelomvattend probleem. Het onderbrengen in een meteorologisch instituut miskent die complexiteit.”
‘Als je bij de National Science Foundation – het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek van de VS – onderzoeksgeld aanvraagt, mag de term ‘climate change’ niet voorkomen in je aanvraag’
De Verenigde Staten zijn momenteel niet bepaald het walhalla voor wetenschappers. En wellicht al helemaal niet voor een klimaatwetenschapper?
“Deze regering ontkent de klimaatverandering en haar effecten niet, wel het menselijke aandeel erin. Voor iemand zoals ik, die bosbranden bestudeert, valt het nog mee.
“Mijn salaris aan de universiteit wordt betaald door de staat, niet door de federale overheid.
“Bij federale instellingen zoals de US Geological Survey of de US Forest Service is heel wat klimaatonderzoek geschrapt.
“En als je bij de National Science Foundation – het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek van de VS – onderzoeksgeld aanvraagt, mag de term ‘climate change’ niet voorkomen in je aanvraag.”
Toch overweegt u in tegenstelling tot sommige collega’s geen exodus?
“Er is meer dat mij hier houdt dan de wetenschap. Ik heb hier een man, familie, en zoals ik al zei: ik vind het hier ontzettend mooi. Dus nee, ik blijf voorlopig in de VS.”
Valerie Trouet
- 1974: Geboren in Heverlee
- 1999: Bio-ingenieur (UGent)
- 2004: Doctor in de bio-ingenieur wetenschappen (KU Leuven)
- 2007-2010: Verbonden aan het Zwitserse Federale Instituut voor Bos-, Sneeuw- en Landschapsonderzoek, het meest prominente jaarringlab van Europa
- 2011: Assistent-professor aan de University of Arizona
- 2016: Medeontdekker van Adonis, de oudste levende boom van Europa
- 2020: Gewoon hoogleraar paleo-klimatologie aan de University of Arizona.
- Publiceert Wat bomen ons vertellen
- 2023: Directeur van het Belgische klimaatcentrum
- Publiceert In de ban van de jaarring



Lees ook
Overzicht
Lees alle berichten in deze categorieën
Bron: De Morgen