Lieke Knijnenburg (30) doet met Een schitterende leegte een poging tot verzet tegen onze obsessie met productiviteit, en hoe die alles overheerst: niet alleen ons werk, maar ook onze hobby’s, onze relaties en zelfs ons beeld van de liefde. ‘Het is dodelijk vermoeiend als elk uur iets moet opleveren.’
Yannick Dangre – De Morgen
11 januari 2025
Leestijd: 13 min
‘Het is dodelijk vermoeiend als elk uur iets moet opleveren.’
Lieke Knijnenburg
Ik spreek Lieke Knijnenburg in de kantoren van De Groene Amsterdammer, het tijdschrift waarvoor ze regelmatig doortimmerde essays schrijft.
Voordat u gillend wegrent: het zijn geen academische werkstukken over obscure filosofen, maar heldere, prikkelende analyses over zaken die ons vandaag de dag bezig houden: relaties, narcisme, nachtcultuur en – vanzelfsprekend – Temptation Island.
De rode draad in haar stukken is de druk die voortkomt uit ons leven: we gaan ten onder aan keuzevrijheid en overprikkeling.
“Ik spreek vaak van een ‘vermoeide’ samenleving”, zegt Knijnenburg.
“We hebben het met zijn allen voortdurend druk, ook buiten ons werk. We moeten die ene serie nog bekijken, dat boek lezen, die reis maken, die halve marathon lopen.
“Ik herken het zelf ook: zodra ik een paar uur niets doe, begint er een schuldgevoel te knagen.
“Zelfs in het weekend willen we per se iets productiefs doen, wat eigenlijk absurd is. Hoe vrij is onze ‘vrije’ tijd dan nog?
“We denderen maar door zonder ons af te vragen of we dit leven wel willen.”
Hoe verklaar je onze drang om elke dag ‘nuttig’ te besteden?
“Op een bepaald moment zijn we productiviteit niet alleen als een economische, maar ook als een morele kwaliteit gaan zien.
“Iemand die hard werkt is ‘goed’; de minder productieve mensen noemen we ‘lui’ en achten we niet respectabel.
“Die mindset is zo diepgeworteld dat ze ook buiten de werkuren actief blijft. Voortdurend rekenen we elkaar en onszelf af op hoe productief de dag was.
“We doen alles om maar niet ‘lui’ genoemd te kunnen worden, zelfs niet door onszelf.”
Dus proppen we ons leven, inclusief onze vrije tijd, helemaal vol.
“Ja, er zijn zoveel dingen die we ‘moeten’ van de maatschappij: sporten, leuke reizen maken, de juiste partner vinden, de picture-perfect woonkamer creëren, en nog talloze andere zaken die worden verkocht als vormen van zelfontplooiing.
“In werkelijkheid dienen die idealen vooral om ons op alle mogelijke vlakken te laten consumeren.
“Zelfs onze vrije tijd verandert daardoor in een ratrace, waarin we op sociale media laten zien hoe goed we het ervan afbrengen.
“Om zo’n overvol – en dus ‘goed’ – leven te kunnen bolwerken, gaan we heel planmatig leven.
“Een typisch voorbeeld dat iedereen boven de 25 herkent: het moment waarop ‘met vrienden afspreken’ plots een agendapunt wordt.
“Kortom, zelfs de dingen die ons ontspanning zouden moeten brengen, komen op een takenlijstje terecht.
“Waarom denk je dat we met z’n allen uitgeput thuiskomen en onze gedachten leegmaken met Netflix?
“Het is dodelijk vermoeiend als elk uur iets moet ‘opleveren’.”
Het is zelfs in onze taal geslopen, schrijf je. We moeten ‘investeren’ in relaties, onszelf persoonlijke ‘targets’ stellen. Er verschijnen zelfs artikelen met tips over hoe je vrienden ‘ontslaat’ om meer ruimte voor jezelf te creëren.
“Ja, de managementbegrippen zijn ons intieme leven binnengedrongen. Het is een noodgreep om die overvloed aan opties te proberen beheersen.
“Ik ben het eens met de socioloog Hartmut Rosa, die zegt dat we lijden aan ‘excessieve vrijheid’.”
Dat moet je even uitleggen.
“Juist omdat we in onze samenleving vandaag alle mogelijkheden hebben, voelen we een enorme druk om die ook te realiseren.
“Als je uit dat ene leven – yolo – het maximale moet halen, denk je goed na over wie en wat jouw tijd waard is.
“Activiteiten en zelfs mensen waaruit je niet genoeg ‘return’ haalt, sneuvelen dan. Je moet daarnaast immers nog je huis schoonmaken, het nieuws bijhouden, en nu toch echt vaker gaan sporten.
“Dat is voor mij de essentie van onze obsessie met productiviteit: we vragen ons, bewust en onbewust, voortdurend af wat we uit een bepaalde activiteit of persoon halen.”
Zelfs bij de mensen die ons het meest na aan het hart liggen.
“Exact. Wie durft te beweren dat hij of zij zich nog nooit heeft afgevraagd: wat krijg ik nu eigenlijk terug van deze liefdesrelatie of vriendschap?
“Hoeveel tijd en energie is die mij waard?
“We beseffen wel dat dit een te economische redenering is, maar we maken haar voortdurend.
“Geen enkel uur mag verspild worden, want dat betekent dat weer een paar van onze eindeloze mogelijkheden onbenut blijven.”
Hoe kunnen we ons tegen die productiviteitsdwang verzetten?
“Het meest voor de hand liggende antwoord is meer tijd voor jezelf nemen en spontaniteit toelaten.
“Je moet jezelf de ruimte gunnen om een lege dag te hebben, zomaar een vriendin te bellen zonder het idee dat je haar misschien stoort, of gewoon iets lekker ongezonds of volstrekt onproductiefs te doen op een zaterdagnacht.” (lacht)
Vind je zelf ontsnapping in de nacht?
“Het nachtleven is voor mij altijd een plek geweest waar ik het systeem een beetje kan saboteren. De nacht draait bij uitstek om het onverwachte, om frictie, en soms zelfs een vorm van destructie.
“Het is niet voor niets dat veel gemarginaliseerde groepen in de samenleving juist dan samenkomen en experimenteren met een andere vorm van zijn. Ook dat is een vorm van zelfzorg.”
Een cynicus zou kunnen tegenwerpen dat je door een avondje clubben je hoofd leegmaakt om maandagochtend weer fris en monter de werkweek in te gaan.
“Voor een deel klopt dat natuurlijk. Dat probleem beschrijf ik ook in mijn boek: veel vormen van zelfzorg zijn inmiddels totaal gecommercialiseerd.
“Het systeem biedt je, ironisch genoeg, zélf manieren aan om tijdelijk uit het systeem te ontsnappen. Yogasessies, een sapkuur, een dagje wellness of een technofestival, allemaal dure activiteiten waarmee je even me-time kunt nemen, zodat je daarna gerevitaliseerd weer de ratrace in kunt stappen.
“Het is nooit de bedoeling om een ‘definitieve’ oplossing te bieden, want dan zou je stoppen met consumeren.”
Ik begin de ‘poging’ tot verzet uit de ondertitel van je boek te snappen.
“Ik moet helaas vaststellen dat ik me nooit volledig aan het systeem kan onttrekken. De dingen die me pauze bieden, zijn immers vaak al vermarkt. Toch maakt dat de poging niet minder waardevol.
“Het gaat mij vooral om bewustwording: bevragen wat we als normaal zijn gaan zien in deze samenleving. Dat op zichzelf is al een vorm van verzet.”
Verzet maakt het leven ook leuker, schrijf je.
“Ik geloof dat de poging om de productieve modus te doorbreken het leven inderdaad spannender maakt. Iedereen vindt het toch fijner om spontaan vrienden te ontmoeten dan om ze af te vinken van een to-dolijstje?
“De memorabelste avonden zijn toch die waarop níét exact gebeurt wat je had verwacht?
“Het klinkt misschien wollig, maar het is essentieel om open te blijven staan voor dingen die je overkomen, in plaats van alleen maar dingen te ondernemen.”
Is het ook een kwestie van minder op jezelf gericht zijn?
“Zeker. We zien de ander te vaak als een instrument dat moet bijdragen aan ons persoonlijk geluk, in plaats van als een volwaardig mens met wie je samenleeft in een maatschappij.”
Je schrijft dat we zelfs op die manier naar ons lichaam kijken.
“Ook ons lichaam is een instrument geworden dat vooral goed moet functioneren om onze persoonlijke doelen te halen.
“Ik vind het altijd komisch als mensen zeggen: ‘Ik kan het nu écht even niet hebben om ziek te zijn.’
“Dat absurde verzet tegen iets waar je niets aan kunt doen en wat ook nog eens perfect normaal is.
“We zien ons lichaam niet meer als een wezenlijk onderdeel van onszelf, als iets wat gewoon mag zijn zoals het is.
“Als vrouw geldt dat nog sterker, omdat we ook nog eens moeten voldoen aan allerlei dwingende schoonheidsidealen. Daardoor accepteren we ons lichaam helemaal niet meer. Het is steeds weer die drang naar optimalisatie.
“Maar waarom zou ik naar een ‘optimaal’ gewicht moeten streven? Sinds mijn zestiende heb ik me doelbewust niet meer gewogen.”
Behalve een mooi lichaam dringt de maatschappij ons vooral een gezond lichaam op. Ook daar stel je vragen bij.
“Die focus op gezondheid lijkt normaal, maar dat is hij niet. Het leidt bijvoorbeeld tot het haast algemeen geaccepteerde idee dat dikke mensen iets ‘verkeerds’ doen.
“Ook hier is een morele dimensie binnengeslopen: gezond zijn getuigt van deugdzaamheid, ongezond zijn van een zwak karakter.”
Kortom, we moeten het recht heroveren om complexloos ongezond te zijn?
“Absoluut. Er is een tegengewicht nodig voor een overheid die ons tegenwoordig vooral ziet als een biologisch proces dat geoptimaliseerd moet worden, zodat we zo min mogelijk kosten voor de gezondheidszorg veroorzaken.
“De situatie is bovendien nogal schizofreen.
“Aan de ene kant moeten we gezond leven, maar tegelijk worden we op elke straathoek verleid door fastfoodreclames. ‘Koop dit!’ Maar als we dat doen, krijgen we op onze donder.”
Leven we in een te moraliserende tijd?
“Het moraliserende vingertje is inderdaad nooit ver weg, ook op vlakken zoals gezondheid, waar het voor mij totaal niet thuishoort.
“Het gevaarlijke is dat er telkens een ‘eigen schuld, dikke bult’-redenering aan wordt gekoppeld.
“Dik zijn, longkanker krijgen, geen goede baan hebben – het wordt allemaal gezien als je eigen schuld, want er is je duidelijk gemaakt wat het ‘goede’ gedrag is om die dingen te vermijden.
“Ik merk dat steeds meer mensen zo denken, terwijl het een genadeloze benadering is tegenover iedereen die wat zwakker staat.”
Je ziet die meedogenloosheid zelfs in de liefde.
“Ook daar is de impliciete boodschap: alleen als je voldoet aan bepaalde schoonheidsidealen ben je het waard om begeerd te worden.
“Alleen als je netjes een gezin opbouwt, ben je goed bezig.
“Dat soort oordelen hebben we met z’n allen geïnternaliseerd, zonder ons nog af te vragen of dat ‘wenselijke’ gedrag wel echt zo wenselijk is.”
Een van de heilige huisjes die je sloopt, is het klassieke gezin.
“Ik bekijk de dingen altijd in historisch perspectief.
“Iets wat we nu normaal vinden, is dat niet altijd geweest en zal dat in de toekomst misschien ook niet meer zijn.
“Het gezin zoals we dat nu kennen, is pas in de 19de eeuw ontstaan. Voordien leefden mensen in veel grotere groepen en zorgden talloze anderen mee voor de opvoeding van de kinderen.
“Voor het kapitalisme zijn kleine gezinnen echter veel voordeliger, want die moeten allemaal hun eigen huis, tuin en televisie, en ze bewegen zich bovendien als redelijk voorspelbare units.
“Kortom, het gezin zorgt voor een grotere afzetmarkt en voorspelbare consumenten, precies wat het systeem verlangt.”
Onze drang naar een gezin is geen verlangen van onszelf, maar van de kapitalistische maatschappij?
“Beide, maar dat tweede beseffen we niet meer. De vorm is immers wel degelijk ontstaan omdat hij nuttig was voor een kapitalistische samenleving. Maar dat neemt niet weg dat veel mensen oprecht naar zo’n gezin verlangen.
“Daar heb ik, voor alle duidelijkheid, ook helemaal niets op tegen. Ik ben zelf in een klassiek en liefdevol gezin opgegroeid.
“Maar het gezin voorstellen als de enige nastrevenswaardige vorm van samenleven of volwassen worden, vind ik nogal kortzichtig.
“Het lijkt me gezond als we openstaan voor meerdere vormen.”
Een van de vormen die de laatste jaren op veel aandacht en jubelverhalen kan rekenen, is de open relatie. Ook daar ben je kritisch over.
“Ik vind een open relatie niet de heilbrengende of progressieve vorm waar ze soms voor wordt versleten. Sterker nog, in die vorm vind je juist heel erg de eis tot zelfoptimalisatie terug.
“We hebben die open relatie immers nodig om ‘het maximale uit ons liefdesleven te halen’.
“Hebben we niet ‘het recht’ op meerdere partners, zodat we onze seksualiteit ten volle ‘benutten’?
“Kortom, ik zag bij de open relaties om me heen dat ze uiteindelijk toch heel zelfgericht waren, en dat vind ik in de liefde een gekke benadering.
“Om nog maar te zwijgen van allerlei afspraken waarmee dan nauwkeurig wordt vastgelegd wat wel en niet mag.
“Dan kan ik alleen maar denken: jongens, liefde is geen contract.”
De liefde is een rommeltje en moet dat ook blijven?
“Zoiets, ja. (glimlacht) Precies daarom is het zo onnozel – en getuigt het van weinig historisch besef – om een bepaalde vorm als de enige juiste te bestempelen.
“Ik verzet me tegen vooropgestelde ideeën over hoe we zouden moeten leven of liefhebben. Zeker als je merkt dat die ideeën, zoals de monogame relatie, in de praktijk zelden werken. Mensen gaan immers massaal vreemd.”
Werkt monogamie voor jou?
“Ik heb nooit geloofd in het klassieke plaatje van een allesvervullende eenheid met z’n tweeën, maar een open relatie is, zoals gezegd, ook niet echt aan me besteed.
“Dat betekent niet dat mijn zoektocht naar vrijere liefde daardoor ophoudt.
“Ik denk vooral dat we eerlijker moeten zijn. Eerder dan krampachtig vast te houden aan een haast onhaalbaar ideaal, vind ik het interessanter om te erkennen dat we nu eenmaal wezens zijn die voor meerdere mensen iets kunnen voelen.
“Het lijkt me ongezond om dat steevast in een kwaadaardig daglicht te stellen.
“Ik heb koppels uiteen zien gaan vanwege overspel, terwijl iedereen dat ontzettend jammer vond. Maar het is in onze maatschappij nu eenmaal haast gênant als je in zo’n situatie bij je partner blijft.
“Dat is betreurenswaardig. Het bewijst dat het maatschappelijke ideaal onze acties en verlangens ten diepste beïnvloedt.
“Dat is de kerngedachte van mijn boek: we denken dat we zelf iets willen, maar het is tegelijk altijd óók het systeem dat ons die verlangens influistert.”
Fluistert het systeem jou een kinderwens in?
“Ik ben 30 geworden, dus ik denk wel over dat soort dingen na, maar ik heb er momenteel niet echt het geschikte leven voor.
“Ik ben anderhalf jaar geleden mijn vriend gevolgd naar Berlijn, waar hij een bar is begonnen, en ik werk zelf vooral freelance, dus dat zijn geen ideale omstandigheden.
“Tegelijk vind ik het grappig dat er dus blijkbaar, ook bij mij, vaste ideeën bestaan over het soort leven dat bij een kinderwens hoort.
“Je wordt, al was het maar omdat je vrienden eraan beginnen, ook voortdurend verleid tot de volgende stap. Maar ik houd het nog open.”
Je klampt je vast aan je excessieve vrijheid?
“Zeker weten.” (lacht)
Bio
- Nederlandse filosofe, schrijver en journalist
- Geboren in 1994
- Studeerde aan de Universiteit van Amsterdam
- Werkt vanuit Berlijn voor onder andere De Groene Amsterdammer
- Behandelt thema’s als intimiteit in kapitalistische tijden, het nachtleven, identiteit, vrijheid en verzet


Lees ook
Bron: De Morgen