Ook in Parijs is het snikheet. Aurélie Duchâteau ziet op haar terras de temperatuur oplopen en beseft dat dit geen gril is van de zon, maar een heel tastbaar symptoom van een ontspoord economisch stelsel.
Aurélie Duchâteau – De Standaard
25 juni 2026
Leestijd: 6 min
Het is nog maar net officieel zomer, en samen met alle andere inwoners van Parijs zijn we veroordeeld om binnen te blijven bij een zogezegd “aangename” 31 graden, terwijl de thermometer buiten stijgt richting 40 graden in de zon.
Een “frisse neus halen” is gewoonweg onmogelijk.
Wanneer ik een whatsappje krijg van de Brusselse thuisbasis met de vraag of we hier voldoende verkoeling vinden en iced lattes drinken, antwoord ik dat het nu eerder gaat om het vinden van (nieuwe) overlevingsstrategieën tijdens deze nu al tweede uitzonderlijke hittegolf van het jaar.
Wat we meemaken, is de ecologische crisis:
- in onze lichamen
- in ons denken
- in onze slaap
- in de manier waarop we de dag leefbaar proberen te houden
Sinds mijn zwangerschap besef ik dat mijn lichaam publiek domein is geworden (zie DS 7/3/2026).
Het baren staat ten dienste van een demografische herbewapening die onze groei-economie ten goede moet komen.
Het zwangere lichaam wordt zo herleid tot een zwijgzame container in de economische infrastructuur.
Wat ontbreekt, is aandacht voor kinderopvang en onderwijs, sociale diensten, openbaar vervoer, zorg en publieke infrastructuur.
Men wenst meer leven op aarde, maar heeft geen oog voor het leven dat er al is. Kwantiteit gaat voor op kwaliteit.
Hetzelfde gevoel heb ik vandaag – opgesloten in een donker appartement, wachtend op ons dochtertje dat nog lekker in mijn buik vertoeft.
We ondergaan deze abnormale tropische temperaturen en toch vervaagt het woord ‘klimaatverandering’ in het politieke schaakspel.
Het is economische groei al wat de klok slaat, “er is geen alternatief, de begroting moet in evenwicht zijn”, de consumptie en de productiviteit moeten omhoog.
De economie staat echter niet los van de natuurlijke wereld (ecologie), ze is er zelfs onlosmakelijk mee verbonden.
De huidige sputterende economie moeten we niet aan het infuus leggen, integendeel, ze botst volop op haar groeigrenzen.
Het verleggen van die grenzen heeft geen enkele zin, dat maakt een blik op de thermometer op mijn vensterbank maar al te duidelijk.
De feministische steekvlam aan de start van mijn zwangerschap gaat richting een bosbrand en ligt in het verlengde van de verontwaardiging over een samenleving die vergeten is wat sociale vooruitgang écht inhoudt en bijgevolg wat een goed leven is.
Meer pakjes van Amazon
Réveillons-nous!
“Wakker worden”, riep de haast onsterfelijke Edgar Morin (hij overleed vorige maand, hij was 104) in een essay van enkele jaren geleden.
Maar tevergeefs, niemand hoorde hem, of in ieder geval: er heeft niemand geluisterd.
En toch zal ik aan ons dochtertje niet alleen moeten uitleggen dat ze als meisje in vergelijking met jongens benadeeld zal worden, maar ook dat ze zal opgroeien in een systeem dat haar leefwereld onder druk zet onder het mom van economische groei en consumptiedrang.
En wat als ze ons op een dag vraagt:
“Waarom moet onze economie eigenlijk altijd groeien?“
Wat moeten wij als ouders dan antwoorden?
Dat het is om onze schulden af te betalen, om de pensioenen betaalbaar te houden, om de werkloosheidscijfers te beheersen?
Of concreter, dat we zo meer en sneller pakjes bij Amazon kunnen bestellen, iced lattes in geklimatiseerde koffiebars kunnen blijven drinken en ieder jaar een nieuwe telefoon kunnen kopen?
Als ze dat allemaal zou willen – ik hoop stiekem van niet – zal ik aan mijn antwoord ook moeten toevoegen dat ze in dat geval veel – en veel meer dan de jongens – en heel lang zal moeten werken.
Ik zal bovendien moeten toegeven dat ik haar vanaf dat ze 2,5 maanden oud was niet meer de hele dag heb kunnen zien en voor haar heb kunnen zorgen.
Waarom?
Omdat er een termijn staat op de rust die een moeder zichzelf mag gunnen om diezelfde economische groei gaande te houden, want groei vraagt dat tijd versnipperd wordt.
Groei vraagt niet alleen dat leven in productiviteit wordt omgezet, maar maakt ook nog eens dat de aarde opwarmt en dat veel plekken onleefbaar worden.
Nogmaals, dat bewijst de thermometer op mijn terras.
En wat als ons dochtertje (slim!) antwoordt:
“Maar ik wil gewoon lieve ouders, vriendjes en familie rond mij, een goede school waar ik kan spelen en leren, een dokter die me verzorgt, een dak boven mijn hoofd, verhaaltjes om ’s avonds te lezen, en een fiets om samen de wereld te zien. Meer hoeft toch niet?”
In woorden lijkt het zo vanzelfsprekend, maar in werkelijkheid is het zo moeilijk …
Naar een dienende economie
Ik hoop dat we de antwoorden vinden.
Ik hoop dat we ons dochtertje, en alle andere kinderen, kunnen tonen dat het anders kan, met een economie die de samenleving dient en niet omgekeerd.
Een economie die aandacht schenkt aan een goed leven, aan onze alledaagse, eigenlijk zeer eenvoudige behoeften:
- betaalbare, duurzame woningen
- goede en toegankelijke zorg
- democratisch en kwalitatief onderwijs
- tijd om na te denken
- tijd voor hobby’s en voor sociale relaties
- leefbare, groene, en openbare ruimtes …
- ja, meer ademruimte
Maar in het slechtste geval staat ze over twintig jaar verontwaardigd aan onze deur, met de oplossingen die wij te traag hebben durven uitspreken, en met woorden die zullen klinken als die van Edgar Morin:
“Ik leerde dat welzijn en groei geen synoniemen zijn”, begint ze.
“Jullie hebben sinds de jaren 60 de keuze gehad om andere prioriteiten te kiezen dan eindeloze economische groei, maar jullie kozen om niet naar wetenschappers en sublieme denkers, zoals Edgar Morin, te luisteren.
“Het is nochtans zeer eenvoudig.
We hebben een ware humanistische politiek nodig die de ecologie integreert:
- Een energiebeleid dat vuile energie vervangt door schone.
- Een waterbeleid dat rivieren, kanalen en oceanen zuivert.
- Een stadsbeleid dat de luchtkwaliteit verbetert met voetgangerszones, elektrisch openbaar vervoer, fietsen en ecowijken.
- Een plattelandsbeleid dat de conventionele landbouw afbouwt ten gunste van de agro-ecologie.
- Een economisch beleid dat de almacht van de winst terugdringt, en een sociale en solidaire economie versterkt. Dat een duurzaam landbouwsysteem lokale en gezonde voeding laat voortbrengen, en de consumptie bevrijdt uit de greep van de reclamelogica.
- En ten slotte: een onderwijsbeleid dat leerkrachten hun grote humanistische missie teruggeeft, en dat zich richt op het vormen van kritische geesten. Geesten die in staat zijn om te problematiseren en te twijfelen, en zelfkritiek en kritiek te leveren.
Dat zal niet meer klinken als een vraag die we dienen te beantwoorden.
Het zal een werkelijkheid zijn die al lang had kunnen beginnen.
Aurélie Duchâteau
Diplomate en filosofe, werkt in Parijs.
Ze schreef deze bijdrage in eigen naam.

© Christophe Ena/ap
Lees ook
Overzicht
Lees andere berichten in deze categorieën
Bron: De Standaard