Tinneke Beeckman – De oorlogen van koning Donald de eerste en zijn hofhouding van ja-knikkers


De VS hebben een staatshoofd dat zich als een onbetrouwbare leider gedraagt, met een Congres dat zichzelf overbodig acht, schrijft Tinneke Beeckman.

Tinneke Beeckman – De Standaard

11 maart 2026

Leestijd: 5 min


De onwettige oorlogen van de Verenigde Staten, zoals de huidige tegen Iran, zijn niet alleen een internationaal probleem, ze destabiliseren de Amerikaanse binnenlandse politiek.

Al decennia halen ze de machtsevenwichten binnen de republiek onderuit, met een radicalere politiek tot gevolg. 

Volgens de Amerikaanse grondwet is de oorlog tegen Iran onwettig: alleen het Congres kan oorlog bekrachtigen. President Donald Trump negeerde die bepaling. 

De founding fathers meenden dat volksvertegenwoordigers zich over een belangrijke kwestie als oorlog moesten uitspreken.

Oorlogsverklaringen mochten niet langer van één persoon afhangen, zoals in een monarchie het geval was.

Met koningen hadden de grondleggers slechte ervaringen. Ze wilden dan ook niet dat hun staatshoofd een verkozen monarch zou worden. 

Koningen, zo ging de redenering, zijn geneigd oorlogen te voeren uit eigenbelang: om zich te verrijken, hun macht te vergroten, om eer en glorie te verkrijgen.

Daarom geven ze er soms de voorkeur aan om nieuwe gebieden te veroveren, in plaats van hun bestaande rijk te besturen.

Voor de bevolking is dat dubbel ellendig: die moet peperdure conflicten bekostigen, terwijl ze slecht wordt geregeerd. 

De founding fathers verwoordden hun verzet tegen de Engelse koning met de slogan “no taxation without representation”: wie belastingen betaalt, moet medezeggenschap krijgen over het beleid, en dus ook over conflicten.

Vanaf de renaissance hadden humanisten al gewaarschuwd voor de monarchale tendens om eerder oorlog te bedrijven dan bekwaam te regeren.

Thomas More, bijvoorbeeld, begint zijn Utopia (1516) met een uiteenzetting over de geldverspillende oorlogszucht van koningen.

Hun hofhouding bestaat uit vleiers en intriganten, die hen naar de mond praten. Ze stellen familieleden en bondgenoten tevreden door hun privileges te verlenen. En ze hebben nauwelijks voeling met de werkelijkheid waarin hun onderdanen leven. Uit onvrede snakt de bevolking naar verandering.  

Trump houdt een soort koninklijk hof, in het Witte Huis of in zijn residentie in Mar-a-Lago.

In Vanity Fair gaf stafchef Susie Wiles een tijdje geleden een spraakmakend interview. Daarin suggereert ze dat wie met Trump werkt, hem probeert te behagen.

Het maakt zijn medewerkers dus niet uit of zijn beleid grondwettelijk is en of hij correcte informatie voorgeschoteld krijgt.

Een ander voorbeeld: kabinetsvergaderingen beginnen met minutenlange lofbetuigingen aan de president. 

Trumps gevoeligheid voor vleierij is internationaal bekend. Dat maakt zijn beleid kwetsbaar voor buitenlandse invloeden. 

Trump is natuurlijk niet de eerste president die ongrondwettelijke oorlogen voert. De voorbije decennia ging zowat iedere president zijn boekje te buiten. De militaire en politieke realiteit is niet meer die van de founding fathers.

Vlak na de Onafhankelijkheidsverklaring (1776) had Amerika geen permanent leger. Het Congres moest de oorlog goedkeuren om soldaten op te roepen en budget vrij te maken.

Vanaf de Tweede Wereldoorlog werd het Amerikaanse leger het grootste ter wereld en krijgt het departement van Defensie – of van Oorlog – een astronomisch budget.

Tijdens de Koude Oorlog hadden de VS de ambitie een wereldmacht te worden. Ideologisch wilde het liberalisme en globalisering verspreiden, ook met militaire interventies en oorlogen.

Presidenten kwamen in de verleiding om op eigen houtje te handelen. Die evolutie leidde in de jaren 70 – nadat president Nixon Vietnam en Cambodja had laten platbombarderen – tot de War Powers Resolution in het Congres: een president die een aanval beveelt, krijgt twee dagen om het Congres in te lichten en moet die aanval tot twee maanden beperken.

In werkelijkheid blijkt dat principe niet afdwingbaar. Het Congres kan weinig doen, en doet steeds minder. Vorige week stemde de meerderheid een wetsvoorstel weg dat Trump toch zou verplichten zijn oorlogsplannen aan hen voor te leggen. 

De politieke gevolgen van die ontwikkelingen blijven niet beperkt tot Trumps presidentschap, of tot deze oorlog in Iran.

De vraag is welke politieke impact deze evolutie op de langere termijn heeft.

De laatste jaren groeide de kloof tussen een politiek establishment dat meeging in de aanvallende buitenlandse politiek, en een deel van de bevolking dat die dure oorlogen beu is.

Dat ongenoegen heeft mee geleid tot de verkiezing van Trump, zowel in 2016 als in 2024.

Hij beloofde een antiliberale en antiglobalistische koers te zullen varen. Hij zou niet naar de haviken luisteren die voor de veiligheidsdiensten werken (zoals adviseur John Bolton) of naar de politieke elite in Washington, waartoe Democraten en Republikeinen behoren.

Trumps kiezers vertrouwden erop dat hij geen militaire interventies zou lanceren, dat hij zich op de binnenlandse politiek zou toeleggen.

Maar nu blijkt dat de verkozen monarch wispelturig is, dat hij alleen luistert naar wie hem behaagt, dat hij glorie zoekt door militair machtsvertoon en dat hij gedane beloftes achteloos verbreekt. 

Daarmee krijgt de ontrafeling van de republiek een nieuwe wending.

De founding fathers begrepen dat een stabiele republiek niet alleen een daadkrachtige uitvoerende macht nodig heeft, maar ook een toegewijde en onafhankelijke wetgevende macht.

Intussen heeft Amerika een staatshoofd dat zich als een onbetrouwbare leider gedraagt, met een Congres dat zichzelf, voorlopig althans, overbodig acht. 


Tinneke Beeckman is filosofe en schrijfster.
Haar column verschijnt tweewekelijks op donderdag.


Niet iedereen is blij met koning Donald I
© getty


Lees ook

Klik hier of op de hyperlink hieronder
en vind andere columns van

Tinneke Beeckman


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven