Regisseur Arnout Arens over aflevering
‘Het tijdperk van hyperpolitiek’
1 augustus 2026
Leestijd: 3 min
Zijn werkplek in Brussel was even zoeken: achter een stalen deur, volgekalkt met graffiti, het soort deur dat je normaal achteloos voorbijloopt.
Erachter een smalle tunnel, die zich onverwacht opent naar een bizar binnenplaatsje: scheve tegels, ruisend blad van jonge boompjes, gestapeld oud hout dat nooit is opgeruimd.
Ergens tussen sprookjesachtig en verwaarloosd in.
Daar, achter, een werkruimte vol planten, met daglicht dat door het grote, ronde glazen plafond naar beneden valt, de ruimte ingericht met heerlijke oude stoelen die ooit zeer chic moeten zijn geweest.
Het is de werkplek van een intellectueel, iemand die liever tussen boeken en oud hout zit dan op een kille, geoptimaliseerde flexplek in een kantoorkolos van glas en staal.
Het is een decor dat bij politicoloog Anton Jäger past.
Hij is begin dertig en heeft geen smartphone, maar een Nokia. Niet als gimmick maar als tegengif: hij zet bewust een stap terug, om scherper te kunnen zien wat er om hem heen gebeurt.
En wat hij wereldwijd ziet gebeuren, daar heeft hij een woord voor bedacht: hyperpolitiek.
Nog nooit werd er zoveel geprotesteerd als in het voorbije decennium, maar de partijen en vakbonden die al die woede ooit konden omzetten in beleid, zijn verdwenen.
Wat rest is spektakel: het politieke equivalent van de flashmob, opgetrommeld via X of Telegram, die oplaait en weer uiteenvalt.
Er zijn legio voorbeelden te vinden: van Black Lives Matter tot Gele Hesjes, van Occupy tot de Malieveldrellen. Zowel links als rechts kampt met dezelfde kater.
Om te snappen hoe we in deze hyperpolitieke kater terecht zijn gekomen, neemt Jäger ons terug naar de twintigste eeuw.
Eerst naar de massapolitiek van trouwe partijleden en machtige vakbonden.
Daarna naar de post-politiek van de jaren negentig: toen politiek iets voor de technocraten werd, ideologie werd afgeschud en toen niemand nog ergens lid van wilde zijn.
En uiteindelijk liggen de wortels van onze huidige hyperpolitiek in het jaar 2008, het jaar van de wereldwijde financiële crisis, én van de razendsnelle opkomst van de iPhone.
Zo kwamen we uit in het tijdperk van de hyperpolitiek: overal in het westen lijden samenlevingen aan hoge politieke koortsen zonder de partijen en instituties om die uit te zweten.
Want een betoging tot stand gekomen als een flashmob via Telegram is iets fundamenteel anders dan een massabetoging georganiseerd door een partij.
Volgens Jäger komt die oude vorm van politiek niet meer terug, want: ‘Je kunt geen dinosaurus klonen.’
Nederland was in het ontstaan van die hyperpolitiek overigens absoluut geen toeschouwer, zegt hij, maar patiënt nul.
Wij liepen voorop in deze nieuwe, hitsige cyclus van eendagsvlieg-partijen en digitale protest golven. Maar wat hier gebeurt, gebeurt straks elders.
Dus vroeg ik hem waar dit naartoe gaat.
Zijn antwoord stemde niet vrolijk:
- Meer wrijving
- Meer polarisering
- Mogelijk zelfs meer geweld
Maar misschien, zegt hij, zien we ook een terugkeer van iets dat we kwijt waren: het gevoel dat je als simpele burger zelf iets teweeg kan brengen.
Laten we het hopen. Want gezellig wordt het niet, volgens Jäger. Maar saai evenmin, volgens mij.
Arnout Arens
Regisseur
Het tijdperk van hyperpolitiek

Lees ook
Lees ook
Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten