We naderen een zorginfarct, dat meen ik oprecht – Willeke Dijkhoffz, CEO van ’s lands grootste ziekenhuis


Willeke Dijkhoffz (57) is de baas van het grootste ziekenhuis van het land, en daarmee een van de belangrijkste mensen in de Belgische gezondheidszorg. Maar er is meer dat haar verhaal uitzonderlijk maakt: ‘Pas sinds ik mijn ouders ken, voel ik me compleet.’

Ann Van den Broek – De Morgen

19 juli 2025

Leestijd: 23 min


Een lang gesprek met een boeiende gast in restaurant Demain van Dani Hoefnagels en Romée Monkel in Cadzand


Wanneer we de ruime eetzaal van Demain binnenwandelen, is Willeke Dijkhoffz er al. Ze zit met haar rug naar ons toe, de blik op de zee gericht.

“Ik dacht, ik kom maar op tijd”, lacht ze. “Hoe mooi is dat hier?”

We kunnen haar geen ongelijk geven. De Cadzandse duinen komen tot tegen het raam, erachter fladderen een paar kleurige vliegers boven een rustig strand − het hoogseizoen moet nog op gang komen.

Nog wat verder heeft een volgeladen containerschip zonet de Scheldearm verlaten en kiest het hier het ruime sop. Alles straalt rust en kalmte uit. En die kan Dijkhoffz wel even gebruiken.

Net een jaar geleden, op 1 juli 2024, werd ze officieel CEO van het ZAS, het Ziekenhuis aan de Stroom, een fusie van twee Antwerpse ziekenhuisgroepen.

Daarmee staat Dijkhoffz nu aan het hoofd van 9.000 medewerkers en 1.000 artsen, verdeeld over zeventien locaties waar jaarlijks een miljoen raadplegingen en 80.000 operaties plaatsvinden.

Het is het grootste ziekenhuis van het land en het derde grootste van Europa.

Druk is een understatement voor haar agenda.

“Ik zit aan een ritme van minstens twaalf werkuren per dag, sowieso. Maar eerlijk, de laatste jaren is het alleen maar druk geweest. Sinds covid heb ik nog geen enkele rustige zomer gehad. Eigenlijk gaat het alleen maar crescendo met de uitdagingen in onze sector.”

En zo komen we bij het aperitief meteen al uit bij het hete hangijzer van het moment, met name de hervormingen die minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) plant.

Begreep u dat ook in uw ziekenhuis artsen staakten?

“Natuurlijk, heel goed zelfs. Uiteindelijk staakte er zo’n 35 procent van de artsen, maar de steun voor de staking was veel groter.

“Al vind ik wel dat de polarisatie tussen artsen en de minister uit de hand is gelopen.

“De hervorming gaat fundamenteel over veel andere en diepere zaken dan het ereloon debat.

“Het is jammer dat de discussie zich nu vooral daarop toespitst en dat door een te groot accent op de excessen de artsen zelf als geldwolven worden weggezet.

“Er zijn artsen die zich meer dan één huis kunnen permitteren, maar dat zijn ze heus niet allemaal.

‘Verpleegkundige vind ik nog steeds een van de mooiste beroepen. Ik koos bewust voor geriatrie, ik heb altijd van oudere mensen gehouden.’
‘Hoeveel hebben ze voor je adoptiebroer betaald, vroegen andere kinderen. Niemand zag aan mij dat ik ook geadopteerd was, maar dat snijdt door je ziel.’ Bron Anton Coene

“Sowieso werkt het merendeel van de artsen keihard en ik vind dat ze daarvoor ook correct vergoed mogen worden.

“Maar bovenal: men vergeet hoeveel van hun ereloon zij aan de ziekenhuizen afdragen. Gemiddeld ligt de take-home van de artsen in de meeste ziekenhuizen rond de 60 procent, waarna ze uiteraard nog belastingen moeten betalen.

“Dat wil zeggen dat rond de 40 procent van de artsenhonoraria naar het ziekenhuis gaan. In ZAS is dat goed voor zo’n 30 procent van de globale omzet van het ziekenhuis.

“Zonder die bijdrage van de artsen zijn ziekenhuizen helemaal niet meer financieel leefbaar. De marges in ziekenhuizen zijn flinterdun en sommige staan nu al in rode cijfers, wat dramatisch kan worden.”

Is het niet precies daarom dat Vandenbroucke in 2028 een grote hervorming van de ziekenhuis financiering wil doorvoeren, om te vermijden dat ziekenhuizen zo afhankelijk zijn van die afdrachten?

“Ja, en dat is ook heel terecht. Een ingrijpende hervorming dringt zich echt wel op.

“Ziekenhuizen moeten beter gefinancierd worden, de financiële afhankelijkheid van artsen moet kleiner.

“Ook de hervorming van de nomenclatuur (lijst met geneeskundige zorg die de ziekteverzekering geheel of gedeeltelijk vergoedt, red.) kadert hierin.

“De overheid is niet alleen de financiering aan het hervormen, maar ook de organisatie van de ziekenhuizen. Dat lijkt mij eveneens een noodzakelijke efficiëntieoefening te zijn.

“We kunnen niet langer volledig identieke ziekenhuizen op korte afstand van elkaar behouden. Dat is ook niet kwaliteitsvol.

“Vele zaken gebeuren tegenwoordig alleen in een dagziekenhuis, waarbij de noodzaak tot overnachting steeds minder wordt.

“Maar wat de financiering betreft, nogmaals: we moeten dit in een globaal plaatje bekijken, zonder ingrijpende voorafnames.

“Als we dat niet kennen, is het logisch dat mensen erg zenuwachtig worden.”

Stel nu: dat totale plaatje is evenwichtig en budgettair sluitend voor de ziekenhuizen. Zou een maximaal ereloonsupplement van 125 procent, zoals Vandenbroucke vooropstelt, dan wel aanvaardbaar zijn?

“Ja. Mochten wij niet meer afhankelijk zijn van de afdrachten en wij een correcte ziekenhuis financiering krijgen, lijkt mij dat zeker billijk.”

Het zou ook de inkomenskloof tussen artsen wat kunnen dempen.

“Heel zeker. Artsen in ons brandwonden centrum, infectiologen, hematologen, kinderpsychiaters, enzovoort: er zijn heel wat groepen die relatief gezien onderbetaald zijn.

“Een pediater verdient bijvoorbeeld veel minder dan een radioloog. Daarom hebben wij in ons ziekenhuis al een financiële regeling die dat verschil wat tracht te compenseren. En dat is óók de opdracht van de minister, om daar meer balans in te krijgen.

“Ik ben er trouwens zeker van dat de artsen die historisch beter vergoed zijn, de eersten zullen zijn om toe te geven dat het systeem hervormd moet worden.

“Maar als ook die beperking op de ereloon supplementen effectief pas in 2028 ingaat, samen met de rest van de hervorming, waarom moet de minister daar dan nu al over roepen?”

‘Begin 2023 overleed mijn partner. Een maand later kreeg een goede vriend, nu mijn nieuwe partner, ook kanker. Met hem gaat het gelukkig goed.’
‘Begin 2023 overleed mijn partner. Een maand later kreeg een goede vriend, nu mijn nieuwe partner, ook kanker. Met hem gaat het gelukkig goed.’ Bron Anton Coene
Misschien omdat er al zo vaak tevergeefs geprobeerd is om een grote hervorming in één keer door te voeren, dat het nu in stukjes gekapt wordt?

“Ah voilà, daar zit dus exact het grote gevaar. Dat er van de rest niets in huis komt en alleen de aftopping van de ereloonsupplementen overblijft.

Vandenbroucke is ongetwijfeld een intelligente man, er zijn waarschijnlijk weinig ministers die de kennis hebben om zo’n hervorming tot een goed einde te brengen. En ik geloof oprecht: als iemand dat kan, is hij het.

“Maar soms heb ik het gevoel dat de complexiteit nog onvoldoende op de radar zit en dan zijn bepaalde beslissingen of stellingen onvoldoende onderbouwd.

“Dat heb ik als CEO zelf ook wel geleerd. Ik weet ook best veel van hoe een ziekenhuis werkt, ik weet ook welke richting ik uit wil en ik ben ook niet dom. (lacht)

“Maar wanneer mijn mensen collectief zeggen: Willeke, dit moet je niet doen, dan hebben ze wellicht een punt.

“De wereld zit zo complex en onvoorspelbaar in elkaar, één mens kan onmogelijk alles correct inschatten.”

We zouden bijna vergeten dat de hervormingen in de eerste plaats ook bedoeld zijn om de zorg voor de patiënt betaalbaar te houden. Is die vandaag te duur?

“Ik zal de vraag terugkaatsen. Wij zetten in het ZAS jaarlijks 8.000 baby’s op de wereld, dat is een kleuterklas per dag.

“Veertig procent van de mensen die bevallen vragen om een tweepersoonskamer. Dan beval je dus voor maximaal 250 euro. Als je een verhoogde tegemoetkoming hebt, kost het tussen de 50 en 100 euro voor een verblijf van drie tot vier dagen.

“Je kunt toch niet zeggen dat dat duur is? Maar wie vraagt om op een luxekamer te bevallen, moet daar ook voor betalen, vind ik.”

Is dat luxe, na een zware operatie of een bevalling een kamer voor jezelf willen? Is dat geen onderdeel van goede zorg?

“Wij hebben mooie tweepersoonskamers met voldoende privacy waar je perfect van een zware ingreep kunt herstellen.

“Maar je kunt ook om medische redenen, en dat gebeurt heel vaak, door je arts op een eenpersoonskamer gelegd worden en dan wordt er ook geen supplement aangerekend.

“Er zijn zoveel mechanismen die de zorg toegankelijk en betaalbaar houden, dat mag toch ook wel eens gezegd worden.

“Dat neemt niet weg dat we over toegankelijke zorg moeten blijven waken, en ook moeten nadenken wat dit concreet betekent, ook in de toekomst.

“Tandzorg zou bijvoorbeeld wel beter terug betaald mogen worden, omdat we zien welke impact een slecht gebit heeft op de hele gezondheid.

“Ik denk dat we eens goed moeten nadenken welke betaalbare zorg we moeten stimuleren.”

Welke zorg is vandaag te goedkoop?

“Dat je voor 4 euro naar de huisarts kunt, daar blijf ik van schrikken. Is die drempel niet te laag?

“Overconsumptie in de zorg is ook iets dat we moeten tegengaan, want doordat je moeilijk nog een afspraak vastkrijgt bij je huisarts, zijn de spoeddiensten overbevraagd.

“We zien veel huisartsengeneeskunde op spoed, met lange wachttijden van dien.”

U geeft zelden interviews, maar wanneer u dat doet, is dat telkens met een uitgesproken alarmistische boodschap. Is dat een tactiek? Zet u om gehoord te worden de zaken expres extra op scherp?

“Nee, wanneer ik zeg dat we een zorginfarct naderen, meen ik dat oprecht.

“Het gebrek aan zorg voor de mentale gezondheid van onze kinderen en jeugd, vind ik echt zorgwekkend.

“Er is een schrijnend tekort aan handen aan het bed, in ziekenhuizen en in woonzorgcentra.

“Er zijn rusthuizen waar er ’s nachts maar één verpleegkundige is. En het zal niet beter worden.

“Je ziet dat gebeuren en ik denk: maar jongens, waarom openen we dat maatschappelijk debat niet méér?

“Waarom hebben we het niet over wie er over vijftien jaar voor jou en mij zullen zorgen? De demografische projecties zijn alarmerend en men is veel te weinig strategieën aan het uittekenen om dat op te lossen.

“Soms hoor ik: de innovatie zal ons helpen. Dat is zeker zo. Onze artsen gebruiken al best veel artificiële intelligentie als hulpmiddel bij diagnoses. Maar verpleegkundigen ga je er niet door kunnen vervangen.”

Kunst, noemt ­Dijkhoffz de bordjes bij Demain. ‘Wie zoiets kan, daar heb ik veel respect voor.’
Kunst, noemt ­Dijkhoffz de bordjes bij Demain. ‘Wie zoiets kan, daar heb ik veel respect voor.’ Bron Anton Coene
Zou u, wanneer het moment daar is, graag naar een woon-zorgcentrum verhuizen?

“In principe niet, nee. En dat zeg ik als de trotse bestuurder van heel goede wzc’s.

“Als het niet moet, zou ik er niet voor kiezen. Zoals ik niet in een ziekenhuis opgenomen wil worden.

“Sommige dingen in het leven zijn een noodzakelijk gegeven. Je belandt in een ziekenhuis omdat je ziek bent. In een wzc omdat je niet meer zelfstandig kunt wonen, op een minderheid na die er zelf voor kiest.

“Mijn grote vrees is: met de verschraling van het aantal handen aan een bed en de vergrijzing van onze samenleving zullen we op een punt komen dat er te weinig zorg beschikbaar is. En ik zou niet te weinig zorg willen hebben.”

U bent van opleiding geriatrisch verpleegkundige en stond zelf jarenlang in de praktijk. Dat is niet het gemiddelde parcours van een ziekenhuisdirecteur.

“Ik was eigenlijk aan geneeskunde begonnen. Maar dan scheidden mijn ouders plots, een donderslag bij heldere hemel. Mijn moeder ging daardoor door een moeilijke periode en ik wilde er voor haar zijn. Dus dan ben ik verpleegkunde in Antwerpen gaan studeren, zodat ik weer thuis kon wonen.”

Dat is een grote opoffering.

“Dat vind ik niet. Ik heb daar nooit spijt van gehad. Ik vind verpleegkundige oprecht nog steeds een van de mooiste beroepen die er zijn.

“Ik heb ook heel bewust voor geriatrie gekozen. Ik had aanvragen om op intensieve zorg en in het operatiekwartier te werken, maar ik heb altijd van oudere mensen gehouden.

“Zo ben ik ook geïntrigeerd geraakt door patiëntenrecht, want de wet op de rechten van de patiënt bestond toen nog niet.

“Als iemand binnenkwam met een hersenbloeding of vergevorderde dementie, wie moest dan de beslissingen nemen? Wie besliste om de antibiotica te stoppen?

“Ik heb vaak kinderen boven het bed van hun wilsonbekwame ouder zien ruziemaken.

“k ben vervolgens als werkstudent rechten gaan studeren en heb me nadien vooral op het gezondheidsrecht toegelegd.”

Daarna klom u steeds hoger op in de hiërarchie van de ziekenhuiswereld. Is het ambitie die u voortbrandt?

“Help, nee. Het was mij altijd om de patiënten te doen. En om het personeel: ik was al negen jaar algemeen directeur van GZA Ziekenhuizen, voordat we met Ziekenhuis Netwerk Antwerpen tot ZAS fuseerden.

“Dat ik na de samensmelting CEO ben geworden, heeft niets met ijdelheid en ambitie te maken. Ik vond het wel mijn verantwoordelijkheid.

“Je weet dat er met zo’n fusie een heel lastige periode aanbreekt voor je personeel en ik ben degene die dat mee in gang heeft gestoken. Dan moet je er ook maar zijn wanneer de verandering in de praktijk wordt omgezet, vind ik.

“Maar ik geef toe dat ik er wel heel lang over heb nagedacht. We hadden Covid-19 al gehad.

“Mijn partner met wie ik dertig jaar samen was, was op dat moment al zwaar ziek, hij had kanker en had meer en meer zorg nodig.

“Begin 2023 is mijn partner overleden. Een maand later kreeg een goede vriend, intussen mijn nieuwe partner, ook kanker. Met hem gaat het gelukkig inmiddels heel goed.

“Ondertussen deden de energiecrisis en de geopolitieke calamiteiten onze sector shaken. Ziekenhuizen kwamen meer en meer in financiële problemen. Dus ik wist dat het ook heel zwaar zou worden, nog zwaarder.”

‘Verpleegkundige vind ik nog steeds een van de mooiste beroepen. Ik koos bewust voor geriatrie, ik heb altijd van oudere mensen gehouden.’
‘Verpleegkundige vind ik nog steeds een van de mooiste beroepen. Ik koos bewust voor geriatrie, ik heb altijd van oudere mensen gehouden.’vBron Anton Coene
En dan barstte er in de laatste rechte lijn, weken voor de uiteindelijke fusie, nog een bom. Op de gloednieuwe campus Cadix werden in één klap alle zeven radiologen ontslagen.

“Dat heeft de emoties wel even doen opflakkeren, ja.”

Het officiële verhaal was dat hun medische foutenlast disproportioneel groot was. Maar achter de schermen ging het verhaal van een afrekening: zij zouden heel moeilijk gedaan hebben over de gelijkstelling van de financiële regeling voor artsen uit de twee koepels.

“Dat heb ik ook gehoord, maar daar is echt niets van aan. Waarom zou je daar iemand voor ontslaan? Dat is echt uit de lucht gegrepen.”

De details van de juiste toedracht zijn nooit bekendgemaakt. Er is een eindrapport geschreven, maar dat is nooit naar buiten gebracht.

“Nee, omdat we een dading gesloten hebben met de artsen in kwestie waardoor we niet over de inhoud kunnen communiceren.

“De conclusies bleven wel overeind: het ontslag was terecht. Maar voor mij is het ook lastig om daar veel over te zeggen: het was voor de fusie, die artsen werkten voor ZNA, ik kwam uit GZA en ik kende hen bovendien nog niet.”

Was de fusie wel nodig? Zowel ZNA als GZA behoorden al tot de grootste ziekenhuizen van het land.

“Het werd hoe langer hoe logischer. Doordat wij nu over een hele grote groep sterke artsen en medewerkers beschikken, hebben we de luxe om te subspecialiseren en waar nodig bepaalde zorg te centraliseren.

“Je gaat mij namelijk niet vertellen dat de kwaliteit van je zorg even goed is wanneer je pakweg drie radiologen in je ziekenhuis hebt die alles even goed moeten kunnen.

“Wij hebben nu radiologen die gespecialiseerd zijn in borsttumoren, andere die focussen op pakweg hoofd- en halstumoren. Dat geeft een enorme kwaliteitswinst.”

Waar ligt het plafond? ZAS telt 1.000 artsen, 9.000 personeelsleden, u hebt een bestand van 2,5 miljoen patiënten…

(vult aan) “We hebben rond het miljoen consultaties per jaar, de MUG rijdt 20 keer per dag uit.

“Ik snap waar u naartoe wilt, wanneer word je too big to manage? Dat is een terechte vraag.

“Ik denk dat ons voordeel is dat we van op zeventien verschillende sites werken, waardoor we kleinschaligheid in de grootschaligheid kunnen brengen.”

‘Het gebrek aan zorg voor de mentale gezondheid van onze kinderen en jeugd, vind ik echt zorgwekkend.’
‘Het gebrek aan zorg voor de mentale gezondheid van onze kinderen en jeugd, vind ik echt zorgwekkend.’ Bron Anton Coene
Voelt de patiënt dat ook? Die kan nu perfect met de ambulance naar een van de ziekenhuizen gevoerd worden, waarna hij na urenlang wachten op de spoed te horen krijgt dat hij voor de operatie nog naar een andere campus moet worden overgebracht.

“Ik snap dat dat heel frustrerend is. Dat komt omdat de ambulance wettelijk verplicht is om naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te rijden. Daar bekijken ze het probleem en of het ter plekke opgelost kan worden. Indien niet, moet je naar de gespecialiseerde campus.

“Maar ik ben het ermee eens dat we specialistische letsels vaker meteen naar het juiste ziekenhuis zouden moeten kunnen vervoeren.

“De MUG-arts kan daarvoor wel een afwijking vragen en doet dat nu ook al bijvoorbeeld bij ernstig neurologisch trauma. Maar dat zou nog meer moeten.

“Voor mij hoort dat ook bij die noodzakelijke hervormingen van ziekenhuizen.”

‘Ik kende alleen haar voornaam: Wilhelmina.
Die had ik op de adoptiepapieren kunnen ontcijferen, ook al probeerde een non die af te dekken’

Elisabeth Molisani
Biologische moeder

In een perfect synchrone beweging van de obers, een geste zo sierlijk dat we er uren training achter vermoeden, krijgen we een salade van noordzeekrab en asperges geserveerd waar een miniatuurstrikje omheen zit.

Kunst, noemt Dijkhoffz het terwijl ze het bordje langs alle kanten bewondert.

“Wie zoiets kan, daar heb ik geweldig veel respect voor.”

Schuilt er in u een creatieve ziel?

“Eigenlijk wel. Bij mij uit zich dat vooral in het zoeken naar oplossingen, maar ik kan ook redelijk goed tekenen.

“Dat is best wel grappig, want mijn vader blijkt modeontwerper te zijn geweest en mijn broer is zelfs hoofdschilder van Jeff Koons. Dat is zo indrukwekkend wat hij doet, bijna als Rembrandt, zo detaillistisch.

Koons tekent zijn werken deels uit op computer, mijn broer en zijn team maken het dan in de praktijk en tijdens de afwerking gooit Koons er nog zijn eigen saus over.”

Die ‘blijkt’ in bovenstaande paragraaf vindt u allicht maar een vreemd woord. En toch is hij juist.

Hoewel Dijkhoffz zichzelf als “een echte Antwerpse” omschrijft – ze woont er dan ook al zo’n drie vierde van haar leven – is haar levensverhaal vele malen complexer dan dat.

Willeke Dijkhoffz werd als baby namelijk in Venezuela door een Nederlands koppel geadopteerd en leerde haar biologische familie pas tien jaar geleden kennen.

Om ons op dit gesprek voor te bereiden, gaf de ziekenhuisbaas ons het nummer door van Elisabeth Molisani, oftewel Dijkhoffz’ biologische moeder en een gepensioneerde lerares uit New York.

Geheel uitzonderlijk voor dit format laten we haar even aan het woord, want wie is er beter geplaatst om het verhaal van Dijkhoffz’ adoptie te doen dan zij?

Molisani: “Ik was 15 toen ik zwanger werd van Willeke. Het waren de jaren 60, mijn familie is heel gelovig, er was geen sprake van dat ik de baby kon houden.

“Ik werd vanuit de VS naar een tante in Venezuela gestuurd, ben daar bevallen en toen ik maanden later weer terugkeerde is er nooit meer over gesproken. Mijn broers en zussen hebben er nooit van geweten. Zelfs mijn eigen kinderen niet. Die hebben we pas ingelicht toen Willeke weer in ons leven kwam.

“Mijn ouders heb ik nooit iets kwalijk genomen. Ik begrijp dat ze toen, in die tijdsgeest, gedaan hebben wat ze moesten doen. Ik was ook nog zo jong.

“Als ik mijn kleinkinderen van die leeftijd vandaag zie, denk ik: een kind was ik. Maar als je me vraagt: had ik Willeke een leven lang willen kennen en bij me hebben? Natuurlijk. Zonder twijfel.

“Met mijn man – de vader van Willeke trouwens, want we zijn samen gebleven – had ik het wel vaak over haar. Altijd zijn we aan haar blijven denken.

“Ik heb haar ook online proberen op te zoeken, maar ik kende alleen haar voornaam: Wilhelmina. Die had ik op de adoptiepapieren die ik meteen na de bevalling moest ondertekenen, kunnen ontcijferen, ook al probeerde een non die af te dekken. Die zoektocht was dus onbegonnen werk.

“Al wat ik ooit heb gewenst, is te weten komen dat ze oké was.

“De laatste keer dat ze hier was, voor de trouw van haar jongste zus een paar maanden geleden, heb ik haar gezicht in mijn handen genomen en gezegd: Willeke, je bent meer dan oké, meer dan ik ooit had kunnen dromen.”

Bron Anton Coene

Dijkhoffz is er helemaal stil van geworden.

“Dat mijn moeder dit wilde doen, met jullie over ons verhaal praten, dat is voor mij het grote cadeau van dit interview. Dat had ik nooit verwacht en dat is voor mij zo groots, zo schoon.”

U bent pas op uw 46ste naar haar op zoek gegaan.

“Zolang mijn adoptiemoeder leefde, heb ik nooit overwogen om mijn biologische familie op te sporen. Ik hád een goede moeder, waarom zou ik?

“Natuurlijk wist ik dat ik geadopteerd was, dat hebben onze adoptieouders mijn adoptiebroer en mezelf van kleins af aan heel duidelijk verteld. We zijn daar ook in het best denkbare nest terechtgekomen, zeker mijn moeder gaf ons alle mogelijke liefde en warmte.

“De buitenwereld, dat was een ander verhaal. Mijn adoptiebroer heeft wel Zuid-Amerikaanse roots, dat zie je natuurlijk.

“Ik was een jaar of acht wanneer andere kinderen me vroegen: hoeveel hebben ze voor hem betaald? Niemand die aan mij zag dat ik ook geadopteerd was, maar dat snijdt door je ziel.

“‘Ze konden waarschijnlijk zelf geen kinderen krijgen’, hoor je dan. Als kind voel je je onwillekeurig tweede keuze en dat raak je nooit meer kwijt.

“Ik ben er ook van overtuigd dat ik daardoor zo’n perfectionist en een pleaser geworden ben.

“Hoe ouder ik werd en hoe meer kwaaltjes ik kreeg, hoe vaker ik die ene vraag kreeg die me mateloos irriteerde, van elke arts die ik tegenkwam: zit dat in de familie? Welja, geen idee.

“Oorspronkelijk was ik gewoon op zoek naar een medisch dossier, niet naar een familie.”

Dijkhoffz doet eerst een beroep op het VTM-programma Vind mijn familie met Francesca Vanthielen, maar die wagen zich er niet aan.

Dus richt ze zich tot de beroemde Nederlandse equivalent Spoorloos. De opdracht bleek een eitje voor de researchers, die al decennia ervaring hadden met de hereniging van families.

“Ze hadden mijn moeder meteen gevonden en haar gevraagd om nog geen contact met me op te nemen, het moest een verrassing blijven. Maar dat vraag je dan echt aan de verkeerde. (lacht luid)

“Dus in september 2014 krijg ik een berichtje op LinkedIn.

“‘Ben jij Willeke Dijkhoffz, geboren op 3 januari 1968 in Maracaibo? Dan ben ik je moeder.”

Wat gaat er op zo’n moment door u heen?

“Je wereld staat stil. Het was elf uur ’s avonds toen ik dat las, ik ben gaan zitten en ik heb een uur niets kunnen zeggen.

“Dat is zo, zo ongelooflijk waanzinnig.

“Vervolgens heb ik haar geantwoord: ‘Ik ben uw dochter.’

“We hebben nummers uitgewisseld en hebben meteen gebeld, een hele nacht lang. Ik bleek behalve een moeder en een vader ook een broer en twee zussen te hebben. Zelfs nog een opa en een oma.

“Die eerste weken hebben we non-stop contact gehad. Honderden mails hadden we al uitgewisseld voordat ik hen in oktober voor het eerst ging bezoeken.

“Die acht uur op dat vliegtuig, die vergeet ik nooit meer. Die duurden een jaar.

“En dan staan daar je ouders voor je neus, twee mensen die je nog nooit gezien hebt, maar in wie je je meteen herkent.”

Bron Anton Coene
Uw moeder zei me ook dat het onmiskenbaar is dat u hun dochter bent.

“Ze heeft gelijk. Het zit in kleine dingen, zoals eetgewoonten, de voorliefde voor kleuren en kunst.

“Maar ik lijk qua karakter ook op mijn vader. Hij is net zoals ik heel filosofisch ingesteld, erg bezig met ethische vraagstukken.

“Ik ben het beste voorbeeld van nature versus nurture, zeg ik vaak.

“Het biologische is onmiskenbaar en ik zou geneigd zijn om te zeggen dat de verhouding fiftyfifty is. Maar misschien weegt de opvoeding uiteindelijk toch nog net iets sterker door.

“Ik ben heel onafhankelijk en nogal vrijgevochten opgevoed, met een adoptievader die met zijn bedrijf overal in de wereld actief was. In de VS zou ik een ander, meer beschermd leven hebben gehad.

“En tegelijk blijft die bloedband ongelooflijk speciaal, weet ik nu.

“Pas door die klik met mijn nest te maken, besefte ik: eigenlijk voel ik me nu pas compleet.”

Het klinkt als een Hollywoodsprookje. Maar zo evident kan dat toch niet zijn geweest?

“Natuurlijk is dat zeker in het begin pittig geweest. Maar met mijn biologische moeder heb ik nu dezelfde band als met mijn adoptiemoeder.

“Ik heb twee moeders en twee vaders die ik even graag zie. Wat is dat voor een rijkdom? Wie kan zoiets zeggen?

“Maar dat maakt ook dat ik nu tussen twee werelden zit. Het trekt aan mij. Mijn leven is hier, maar eigenlijk hoor ik ook dáár.

“Het afscheid wanneer ik op bezoek ben geweest, is telkens heel moeilijk, zowel voor mij als voor mijn moeder.

“Zeker wanneer ze hulpbehoevend zouden worden, wil ik er voor mijn biologische ouder zijn. Mijn adoptiemoeder en mijn vorige partner zijn aan kanker overleden, voor allebei heb ik tot het laatste moment zelf gezorgd.

“Dat wil ik voor hen ook kunnen doen, als het nodig is.

“Ik denk daar vaak aan. Mocht ik de middelen en mogelijkheid hebben, ik zou onmiddellijk naar New York verhuizen. Gewoon om dichter bij hen te zijn.

“Dat zegt veel, wellicht? Misschien zegt het alles.”

Bron Anton Coene

Bio Willeke Dijkhoffz

  • Geboren op 3 januari 1968 in Maracaibo, Venezuela
  • Geadopteerd door Nederlandse ouders
  • Groeide op in Nederland, verhuisde in haar tienerjaren naar België
  • Studeerde verpleegkunde in Antwerpen
  • Werkte als geriatrisch verpleegkundige
  • Haalde later nog een diploma in de rechten aan de Universiteit Antwerpen
  • Was negen jaar lang CEO van de Antwerpse koepel GZA Ziekenhuizen
  • Is sinds begin 2024 CEO van het Antwerpse fusieziekenhuis Ziekenhuis aan de Stroom (ZAS)

Willeke Dijkhoffz: ‘Wie zal er over vijftien jaar nog voor jou en mij zorgen?’
Bron Anton Coene

Lees ook



Bron: De Morgen

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven