De plek – Met Safae el Khannoussi in de Parijse wijk die mee ‘Oroppa’ inspireerde


“In deze straat zie je Gods hele schepping”, zegt ze, en ze wijst naar de Rue de Belleville. In Parijs, in een wijk waar het leven luid en morsig is, komt Safae el Khannoussi tot rust. Ook het voorbije jaar, toen ze na het winnen van twee grote literaire prijzen even plots weer verdween.

Sarah Vankersschaever – De Standaard

2 juli 2026

Leestijd: 19 min


De plek

In de reeks ‘De plek’
zoeken we auteurs en hun landschap op,
om over hun schouder mee te kijken
naar wat ze zien wanneer ze schrijven.


“Ik bewonder mensen die nooit klaarstaan met hun oordeel”

Safae el Khannoussi


De bonenmaler van de espressomachine. Kerkklokken aan de overkant. Acht lunchende senioren rond bij elkaar geschoven tafeltjes. Een vrachtwagen over een kasseiweg.

Het is luid in café Le Lescot in Parijs, luid maar “heerlijk”.

Safae el Khannoussi zakt lichtjes onderuit op haar houten stoel als ze het zegt, en je gelooft haar door hoe ze erbij kijkt.

Dít, al die geluiden, het ruisen van de wereld zeg maar, dit is haar golflengte. Daar stemt ze haar hele leven op af.

“Ik heb altijd stemmen om me heen nodig. Daarom werk ik ook graag in cafés als dit. Ben ik alleen thuis, dan staat de radio aan. Er moet ergens ruis vandaan komen, anders kan ik niet nadenken.”

En ze plooit haar beide handen onder de verwachtingsvolle welving van haar buik.

Café Le Lescot, gelegen in het hart van het 19e arrondissement in Parijs.
Le Lescot © Cédric Gerbehaye

De plek

In de reeks ‘De plek’ zoeken we auteurs en hun landschap op, om over hun schouder mee te kijken naar wat ze zien wanneer ze schrijven. 

Hier: de Nederlandse schrijfster en onderzoeker Safae el Khannoussi (1994).
Ze won in 2025 als debutant zowel de Boon als de Libris Literatuur Prijs met Oroppa.


Het is donderdag 18 juni en we zijn in de wijk Belleville in Parijs. De hittegolf zwelt aan, ze is nog niet op haar hoogtepunt, dus het zweet mag dan nog niet stromen, het parelt wel al.

Het gaat goed met Safae el Khannoussi, ze lacht veel, alles in haar heeft zin in het leven, en in het leven dat ze binnen een halfjaar op de wereld zet. Pas achteraf bij het uittikken van het bandje valt op hoe vaak ze haar antwoord begint met ‘ja’. Toeval bestaat, maar niet hier.

Het doet deugd om haar zo te zien, want even plots als ze overal was toen ze in 2025 met haar debuutroman Oroppa eerst de Boon Literatuurprijs won en daarna de Libris, zo plots verdween ze nadien weer.

Een jaar lang was ze nog slechts sporadisch te horen of te zien. Ze was, onder meer, hier. Precies hier in Le Lescot, met ertegenover de kerk “waar Edith Piaf werd gedoopt, maar dat is gewoon een weetje”, en om de hoek de Rue de Belleville.

“Ik loop die straat graag af. Ze is druk, vol, divers, het is er morsig en de winkels zijn tot laat open.”

Wie Oroppa heeft gelezen, vindt hier de soundscape terug en ongetwijfeld ook enkele personages.

Hoe gaat het met je, mag ik dat vragen?

“Ja, en het gaat goed. Ik heb een erg fijne tijd achter de rug.”

Wat maakte die tijd zo fijn?

“Ik ben net verhuisd, in januari, naar een nieuw appartement in Amsterdam, en die verhuizing vond ik geweldig.”

Ik ken niemand die het aandurft om het woord “geweldig” zo dicht bij het werkwoord “verhuizen” te gebruiken.

(lacht) “Ja, maar het ging zo vlot. Ik haal daar plezier uit, ik ben dan heel geconcentreerd, richt onze nieuwe plek in … Ik ‘nest’ en dat gebeurt heel snel. Zoals ik ook weer snel wegga. ‘We zijn klaar’, voel ik dan. Ik kijk rond en denk: tijd voor iets nieuws. Die beweging heb ik nodig, anders word ik té onrustig. Daarom kom ik af en toe naar Parijs.

“Ik heb een vertrouwd, klein hotelletje hier naast de brasserie, maar dat was volzet, dus nu zit ik elders. Maar ik vond het fijn om hier af te spreken, want dit is een plek waar ik gewoon echt graag ben.

“Ik ben hier een eerste keer neergestreken vlak voor corona. Ik kende Belleville wel al, maar er een langere periode doorbrengen is toch anders: alleen al de geschiedenis van deze wijk leren kennen, een verhaal van migratie en van radicale linkse strijd.

“Het is nog altijd een volksbuurt, zeker als je de Rue de Belleville naar beneden afloopt, merk je dat. Daar zie je Gods hele schepping.”

Rue de Belleville, dalwaarts met zicht naar het westen op de Eiffeltoren

Acht senioren uit die schepping gaan intussen in Le Lescot met tafels schuiven, schrapen met stoelen over de vloer en laten het houten menubordje op de grond kletteren.

El Khannoussi lijkt niet in staat tot ergernis, lijkt het zelfs niet eens te horen.

Wat doe je om je aandacht te beschermen? Want zeker toen je de twee prijzen won, leek het alsof die je leven overnamen.

“Ja, dat was ook zo. Ik vond het best zwaar, moet ik toegeven, want ik had me voorgenomen: als het boek er eenmaal ligt, kan ik weer door met mijn leven. En dat punt kwam maar niet.

“Ik voelde me losgerukt van mezelf en verloren, in die zin dat het plezier in het leven en het schrijven zelfs even weg was. Mijn ziel leek de hele tijd elders: ik was voortdurend onderweg, in gesprek met mensen, … Dat doet iets met je, het haalt je uit je concentratie. Op een gegeven moment ben ik vol op de rem gaan staan.”

Je was inderdaad heel genereus. Je ging naar boekenclubs en scholen, gaf lezingen en interviews …

“De geweldige keerzijde was dat ik de kans kreeg om mensen te ontmoeten, onder wie schrijvers die ik bewonder, zoals Houria Bouteldja. En jongeren.

“Ik vind het verfrissend om bij kinderen en jonge mensen te zijn. Volwassen kunnen zo … saai en cynisch en pragmatisch zijn. En redelijk! (lacht)

“Het is niet omdat je redelijk bent, dat je per definitie de wijsheid in pacht hebt. Ik hou meer van het jeugdige en ongebreidelde visionaire van een geest die nog niet overal de doodlopende straten weet liggen.”

(De kerkklokken luiden.)

“Misschien heb je dat ook wel gehad toen je klein was: je groeit op en denkt: wat is dit toch, wat is dit voor plek? En alle volwassenen rondom je zeggen dat het een normale plek is, dat dit de wereld is waarin we leven. Maar ze kunnen niet uitleggen waarom die wereld normaal is.”

Het voorplein van de kerk Saint-Jean-Baptiste de Belleville, tegenover Café Le Lescot, gelegen in het hart van het 19e arrondissement in Parijs.
© Cédric Gerbehaye

Het meisje dat zich dat afvroeg, is vandaag een vrouw: heb je het antwoord gevonden dat de volwassenen jou vroeger niet konden geven?

“Ja, maar geen volledig antwoord – gelukkig maar. Ik was vier toen ik met mijn moeder vanuit Marokko mijn vader achterna reisde, naar Nederland. Daar aangekomen, sloeg de wereld me met verstomming.

“Mijn ouders zeiden me vaak, zelfs later als tiener nog: ‘Je zegt zo weinig’, maar ik had niets te zeggen, ik was in shock, ik snapte de wereld gewoon niet!

“Dan kan het twee kanten uitgaan: of je raakt afgestompt, of je vindt iets om je in uit te drukken. En dat heb ik gevonden door te gaan lezen en daarna schrijven, en de dingen zo gaandeweg te leren begrijpen.”

In Oroppa laat je het personage Slaoui op een bepaald moment ook zo naar de wereld om zich heen kijken: hij ziet “de rivier, de gebouwen, en aan de horizon de bussen op het stationsplateau en hij kan geen verbanden meer leggen. Alles komt hem absurd voor.” Ligt er veel van jezelf in zulke zinnen?

“Ja, dat is …

“Zonder heel intiem of persoonlijk te worden, maar soms kun je als kind bepaalde dingen zien of meemaken die je al heel vroeg volwassen maken en die je blijven achtervolgen.

“Juist doordat je omringd wordt door mensen die doen alsof het normaal is ‘want zo werkt de wereld nu eenmaal’.

“De schok van de absurditeit van het alledaagse is me altijd bijgebleven. In die mate dat ik nu pas het gevoel heb dat ik mijn kindertijd beleef. Waarschijnlijk ook doordat ik moeder word, en omdat ik me op een aantal vlakken een stukje zorgeloosheid kan permitteren door wat Oroppa me gebracht heeft.

“Daar ben ik heel dankbaar voor. Spelen, plezier hebben, spontaniteit: daar was als kind weinig ruimte en tijd voor.

“Altijd was er dat schuldgevoel: ik moet prestéren, en productief zijn. Ik heb dat kunnen loslaten. Voor nu, want alles gaat in fases bij mij, weet ik intussen.”

Waarin verschilt de Safae van vandaag met de Safae van augustus 2024, toen je debuteerde?

“Dat er plots veel spel en ongedwongenheid in mijn leven is, is ook omdat ik vandaag het gevoel heb dat ik veel van mijn angsten aankan.

“Dat gevoel móét ik ook hebben, ik krijg namelijk een kind. Maar er zit een vertrouwen diep in mij dat veel sterker is dan twee jaar geleden.”

Kun je die angsten benoemen, of doe je dat liever niet?

“De angst voor het leven. Dat je een misstap maakt en daarvoor afgestraft wordt. Tegelijk ben ik iemand die plots iets bedenkt en het dan impulsief uitvoert, ik ben niet vrij van tegenstrijdigheden, maar die angst om gestraft te worden zal ik nooit kwijtraken.”

Is die angst geworteld in geloof?

“Neen, geloof is voor mij een bron van inspiratie. Ik put uit spiritualiteit. Ik heb me altijd verzet tegen een religieuze lezing waarin we goed moeten doen omdat we anders gestraft worden: ik denk dat dat voorbijgaat aan het hele idee van goedheid.

“Angst is nooit een bron van kracht. Nooit. Dus ook niet van het goede. Ik ben nochtans wel zo opgevoed: je moet goed doen, anders zwaait er wat. Als kind was ik het daar al niet mee eens, ik dacht altijd: dat klopt niet, dat is niet waar. Dat vonden mijn ouders heel lastig.” (lacht)

Het terras van de bar-tabakswinkel, vlak naast Café Le Lescot, in het 19e arrondissement van Parijs.
© Cédric Gerbehaye
Krantenkiosk tegenover Café Le Lescot in het 19e arrondissement van Parijs.
© Cédric Gerbehaye

Wat is goedheid voor jou?

“Ik zie goedheid als een vorm van onbevangenheid. Een soort ruimte in jezelf waarvoor je continu moeite doet om die te creëren, ondanks de boosheid die je kunt voelen bij wat er in de wereld of rondom je gebeurt. Want het is makkelijker om te verzanden in wraak, agressie, geweld of in excuses – je moet niet recht praten wat krom is.

“Dus desondanks die medemenselijkheid en compassie blijven voelen …

“Zoiets kost elke dag ontzettend veel energie en vergt zoveel van je emoties, maar het levert je ook veel op. Het maakt je weerbaar.

“Ik bewonder daarom mensen die nooit klaarstaan met hun oordeel, en de dingen gewoon bekijken zoals ze zijn. Dat vind ik iets heel bevrijdends hebben.”

Het valt op: best veel debuten vandaag gaan over de schrijver zelf. Jij debuteerde met een boek waarbij je haast de hele wereld overschouwt. Wie of wat vormde bij jou die open blik?

“Ik denk dat dat uiteindelijk toch weer neerkomt op die schok uit mijn kindertijd: ‘waar ben ik?’ en ‘wat is mijn plek hier?’

“In mijn hele verdere ontwikkeling heb ik steeds geprobeerd te begrijpen waar ik leef. Daardoor ben ik niet alleen veel gaan lezen, maar heb ik ook een enorme beweegdrang gekregen, letterlijk en figuurlijk, fysiek en in mijn verbeelding.

“Dan kom je al gauw tot de ontdekking: God, we hebben als mensen schitterende manieren gevonden om kennis te delen en verhalen te vertellen … Ook over wat vergeten of uitgewist is. En we kunnen dat als mens opnieuw tot leven wekken met literatuur en films …

“Daar wil ik deel van uitmaken, door te schrijven. En daarnaast heb ik misschien gewoonweg niet genoeg fascinatie voor mezelf. (lacht) Wel voor de groep. Het voelt natuurlijker om het over de ander te hebben.”

Als je het hebt over je plaatsbepaling, dan is dat wel een hele mooie: ‘ik ben onderdeel van’.

“Ja, het relationele zegt veel meer dan het individuele. Het legt de realiteit bloot waarin je samenleeft.”

Jij blijft schrijven, hoor ik je eigenlijk ook zeggen.

“Ja. Ik weet nog precies waar ik was toen ik dat besefte. Men was bezig Oroppa te vertalen, in verschillende talen tegelijk, en er was een namiddag georganiseerd in het Vertalershuis in Amsterdam waarop ik met alle vertalers zou samenkomen.

“We zaten in een kring en gingen de openingspassage van het boek lezen, één voor één. Frans, Hongaars, Fins, en zo ging het maar door.

“Ik kan het niet anders omschrijven dan als een mystieke ervaring: je eigen tekst in al die andere talen horen dat … dat ontroerde me op een overweldigende manier.

“Je schrijft iets in je eentje en dan gaat het plots de hele wereld rond. Ik dacht: dít, dit wil ik voor de rest van mijn leven.

“Ik wil een van die mensen zijn die schrijft tegen de uitwissing en tegen het vergeten.”

Zij is van ons

Het gegrom van de espressomachine is dan wel incontournable, zelf zweert El Khannoussi bij haar Marokkaanse muntthee.

Het is drukkend windstil, maar met de plafond hoge deuren van Le Lescot die wagenwijd openstaan, waait alles en iedereen binnen.

Er zijn dagen dat ze niet functioneert, vertelt ze. Door wat er in de wereld gebeurt: de recente aanvallen op Iran, bijvoorbeeld, dan kan ze niet lezen of schrijven, als familieleden van haar vrienden elk moment vermoord kunnen worden.

“Dat gaat gewoon niet. De genocide, Gaza, Palestina …”

Café Le Lescot, gelegen in het hart van het 19e arrondissement in Parijs.
© Cédric Gerbehaye

De wereld stapelt.

“Ja, ze stapelt. En dan heb je, bij wijze van antwoord, die ‘ontwaking’ van Europese trots en militarisme. Eigenlijk komt die erop neer dat je langs alle kanten voelt dat de noodtoestand is gaan gelden: we zijn in een staat van gevaar en we moeten ons beschermen.

“Daardoor wordt er meer geoorloofd: als jongeman in Duitsland is het nu bijvoorbeeld de regel dat je toestemming moet vragen als je langer dan drie maanden naar het buitenland wil.”

Je hebt zelf Europa door een caleidoscoop bekeken in je boek. Dus hoe kijk je naar die ontwaking?

“Ik vind die houding van ‘Europa als weerloze entiteit die zich nu eindelijk moet durven verdedigen’ getuigen van een gebrek aan historische kennis.

Jacques Derrida zei: er is altijd een wrijving geweest tussen Europa als universeel project, met de focus op mensenrechten, en Europa als een politiek blok.

“Ik weet te veel over de geschiedenis van Europa om te denken dat Europa weerloos is. Europa is een sociaal-politiek-economische orde ontstaan uit genocide, plundering en kolonialisme.

L’Europe est indéfendable”, zei Aimé Césaire daarom. En als die misstanden zó lang blijven duren en een beschaving verzoent zich niet met dat stuk geschiedenis, dan slijt de ontmenselijking van de ander zich in.”

Als een weeffout?

“Ja, je krijgt ze er niet meer uit. Je ziet het nog steeds in hoe Europa zich opstelt tegenover migranten.

“We hebben de dodelijkste grens ter wereld en ze ligt in de Middellandse Zee. Europa is bezig met het uitbreiden van zijn grenzen, dus er zit ook iets imperialistisch in.

“We hebben nu de terugkeerhubs, maar onder andere Libië krijgt geld van Europa om mensen daar vast te houden – in de meest onterende omstandigheden.

“Dat zijn wij. Onze politici doen dat.

“Dan denk ik bij mezelf: onszelf presenteren alsof wij de onderdrukten zijn die ons gaan verdedigen tegenover andere machten, dat vind ik getuigen van een vals bewustzijn. Zoiets creëert een vals narratief.

“Maar zo zijn er wel meer: we leven in een samenleving die ongelijkheid rechtvaardigt:
‘Als je hard werkt, dan kom je er, dus zij die er niet geraken …’

“Dat zijn mechanismen die maken dat je niet hoeft te erkennen dat er iets fundamenteel fout zit in hoe we samenleven.”

Ben je zelf ooit geclaimd, als rolmodel in zo’n discours? Van “zie je wel: op vierjarige leeftijd naar Nederland gekomen en nu twee prijzen met haar eerste boek …”?

“Ja, weliswaar steeds goedbedoeld. Het gebeurde niet alleen in Nederland, trouwens, ook in Marokko. De kranten daar pikten het nieuws van mijn boek en de literaire prijzen op, ik werd gecontacteerd door journalisten en plots kreeg ik familieleden aan de telefoon die riepen ‘heb je jezelf gezien in het nieuws?’.

“Iets in mij was daar natuurlijk heel trots op, toch voelde het ook ongemakkelijk, want alles schreeuwde: zij is van ons.

“Een wat oudere vriend van me zei me: ‘Je bent helemaal van niemand.’ Maar dat is hoe het gaat: als je iets goed doet, ben je van iedereen. Ook al kent niemand je.”

Wie kent jou het best?

“Mijn vrienden. Mijn zus kent me ook goed, en mijn man, Thomas. Die kent me iets té goed.” (lacht)

Wat mag ik me daarbij voorstellen?

“Ach, als ik een of ander wild plan heb, zoals een halfjaar rondreizen als de baby er eenmaal is, terwijl ik ook een heel voorzichtig mens ben, dan schat hij goed in hoe dat zal lopen.

“Zo heb ik eigenlijk heel wat mensen die … niet dat ze voor me zorgen, want dat kan ik zelf goed, maar met wie het heel fijn samen leven is. En dat is zo waardevol.

“Een voorbeeld: als we een etentje bij me thuis hebben, dan ben ik soms tussendoor een uurtje of zelfs anderhalf uur weg, en dat vinden ze prima, dan doen ze allerlei dingen in huis, en daarna sluit ik weer aan.

“Precies zo heb ik een manier gevonden om te kunnen schrijven, zonder alleen te hoeven zijn.”

Safae el Khannousi, Nederlandse schrijfster en de jongste winnaar ooit van de Libris Literatuurprijs, poseert voor een portret in kerk Saint Jean-Baptiste in Belleville, in het 19e arrondissement van Parijs.
© Cédric Gerbehaye

Heb je zin in het moederschap?

“Ja, ik heb er ongelooooflijk veel zin in. Dicht bij een kind zijn, herinnert je weer aan iets in jezelf, ‘oh, zo ontdekte ik de wereld, oh zo keek ik’.

“Ik ben dol op kinderen, het is ongelooflijk dat een kind binnen een paar jaar zoveel kan benoemen, logische patronen in het hoofd creëert, een ziel heeft …

“Hoe kán dat?! Zo’n mirakel, en dat van zo dichtbij meemaken, dag na dag na dag na dag, daar kijk ik ontzettend naar uit.

“De verwondering … Schitterend, toch?”

Hoe je zelf over je verwondering waakt, is bijzonder. Je zou, vanuit een beschermingsreflex, ver weg kunnen blijven van alles wat die bedreigt. Maar jij rent ernaartoe. Je doet onderzoek naar gevangenissen in repressieve regimes.

“Er zijn veel duistere plekken in de wereld en zeggen ‘ik wil daar niets mee te maken hebben’, dat zou ik zelf als schrijver en als wetenschapper als de ultieme nederlaag ervaren. Dan gooi je de handdoek in de ring.”

Voorplein van de Sint-Johannes de Doper-kerk in Belleville, 19e arrondissement van Parijs
© Cédric Gerbehaye

Ik hoor nochtans af en toe mensen zeggen: ik volg het nieuws niet meer.

“Als Europeaan behoor je tot een machtsblok dat heel veel narigheid veroorzaakt. Daar de ogen voor sluiten, vind ik laf. Maar ik moet er wel bij zeggen: ik vind dat ik de voorbije jaren genocide in Gaza op een manier heb gevolgd waar ik zelf ook niet meer per se achtersta.

“Ik heb veel beelden gezien, te veel beelden, terwijl ik ook getuige kon zijn van het leed van de Palestijnen zonder het tot in detail voor me te zien. De manier waarop je je blootstelt aan het nieuws in de wereld kan jou ook afstompen.

“Ik denk dat dat bij heel veel mensen vandaag gebeurt, door het schokeffect dat de gruwel teweegbrengt.”

Wat was voor jou een betere manier geweest om het nieuws over Gaza te volgen?

“Onder andere de Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Said heeft erover geschreven: het gaat er niet alleen over dat je bewijs levert, want iedereen heeft wel feiten, maar ook over hoe je het verhaal vertelt. Je kunt evengoed getuige zijn van wat er in de wereld gebeurt via boeken, artikels, teksten, films …”

Zit de afstomping niet in wat daarop volgt? De machteloosheid na het lezen, kijken, voelen?

“De meesten onder ons hebben niet de collectieve infrastructuur om zomaar te zeggen: ‘Nu ik over dit onrecht lees, weet ik precies waar ik terechtkan om er meteen iets aan te doen.’

“Anderzijds vind ik dat we ons best feller mogen tonen over onrecht, dat we meer mogen eisen van onze politici en van de wereld. Te beginnen bij, maar ik wijk wat af, de vakbond: ik schrik ervan hoe weinig mensen zich aansluiten!”

Jullie kind zal lid worden van de vakbond, daar maak ik me weinig zorgen over.

(lacht) “Of het wordt zo’n techbro die zich daar geen moer van aantrekt, je zult het altijd zien.”

De vrachtwagen dendert over de kasseien naast Le Lescot. We zijn bijna aan het einde van ons gesprek.

Of ze niet te moe is? “Neen.”

En ze gaat verder, op een vraag die nooit is gesteld, maar waarvan het zonde was geweest om het antwoord niet te horen.

“Ik verdiep me momenteel in het leven en werk van Clara Wichmann, juriste en filosofe, en helaas op haar 36ste overleden vlak na de geboorte van haar dochter.

“Zij heeft fantastische essays geschreven, onder meer over de afschaffing van het strafrecht.

“Het kan me wel eens overvallen, als ik in het archief tussen haar handgeschreven briefjes blader: hoe gebeurt het dat we zo iemand na een eeuw al vergeten zijn, terwijl ze in haar tijd nochtans heel serieus genomen werd?”

Hoe gebeurt zoiets, denk je?

“Er is een passage in Goethes Faust waarin Mephisto zegt: ‘Es ist so gut, als wär’ es nicht gewesen.’ Het is alsof het nooit is geweest.

Adorno heeft daarover geschreven dat precies dat het kwade kenmerkt: de duivel wist uit en doet vergeten.

“Dus zo gaat dat, heel gewoon, we vergeten, mensen worden uitgewist. Daarom schrijf ik en wil ik blijven schrijven: tegen het vergeten, zodat we onze geschiedenis blijven kennen, zodat we er ons in kunnen terugvinden.

“Stel je voor dat er een gezamenlijk project komt van lezers en schrijvers, dat dat project groter wordt, dat we dat met velen zouden doen, dat het collectieve geheugen in onze verbeelding geraakt, stel je voor wat voor een enorme golf dat teweeg zou kunnen brengen.

“Ja, toch?”

Safae el Khannousi, een Nederlandse schrijfster en de jongste winnaar ooit van de Libris Literatuurprijs, ligt te zonnen op een bankje in het Parc des Buttes-Chaumont, in het 19e arrondissement van Parijs.
Safae el Khannoussi © Cédric Gerbehaye

Oroppa

Safae el Khannoussi © Cédric Gerbehaye


Lees ook


Lees ook

Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten

,


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven