De roep om socialistische alternatieven klinkt luider dan ooit, maar wat stellen ze eigenlijk voor? David Frum, redacteur bij The Atlantic, plaatst kanttekeningen bij het nieuwe socialisme en het zwijgen over de voordelen van de vrije markt. Dit is het tweede deel van een langer essay. Het eerste verscheen hier gisteren.
David Frum – De Morgen
6 augustus 2025
Leestijd: 10 min
In sommige opzichten zijn mensen die na 1990 zijn geboren conservatiever dan hun oudere generatiegenoten.
Uit academisch onderzoek blijkt dat Amerikaanse mannen en vrouwen die in de jaren 2010 naar de middelbare school zijn gegaan meer traditionele opvattingen over genderrollen hebben dan degenen die dat in de jaren 90 deden.
Maar op economisch gebied ligt dat anders. Daar is er een duidelijke verschuiving waarneembaar in de houding ten opzichte van markten en kapitalisme.
Slechts 40 procent van de volwassenen jonger dan 30 jaar had een positieve kijk op het kapitalisme, blijkt uit een Pew-enquête uit 2022.
Dat is een serieuze daling ten opzichte van de 52 procent vóór de pandemie.
Oudere groepen verloren ook hun vertrouwen in markten, maar niet zo sterk: onder 65-plussers daalde de positieve kijk op het kapitalisme van 76 procent vóór de pandemie tot 73 procent na de pandemie.
Het nieuwe socialisme
Deze desillusie opent de deuren voor de zelfverklaarde socialisten van het huidige decennium.
Het meest recente en spectaculaire voorbeeld is Zohran Mamdani, die eerder deze maand, tijdens een verkiezing die vriend en vijand verbaasde, de Democratische nominatie voor het burgemeesterschap van New York City won.
Mamdani voerde campagne met de belofte om de belastingen voor de rijkste inwoners van New York te verhogen, om zo een gedurfd nieuw programma van staatsondernemingen te financieren:
- Gratis busvervoer
- Door de overheid gerunde supermarkten
- Een huurstop voor de 1 miljoen appartementen die onder de jurisdictie van de stad vallen
- Een belofte om in de komende tien jaar 200.000 betaalbare woningen te bouwen
Nadat de stemmen waren geteld volgens het New Yorkse systeem van voorkeursstemmen, behaalde Mamdani 56 procent van de stemmen. Hij staat nu bovenaan in de peilingen voor de algemene verkiezingen in november. Maar zijn agenda heeft al invloed op de Democraten in het hele land.
Van de Amerikanen die de term ‘socialistisch’ gebruiken, zijn er vandaag de dag nog maar weinig voorstander van de oorspronkelijke communistische centrale planeconomie.
Maar in hun kritiek op de vele tekortkomingen van de hedendaagse Amerikaanse samenleving gaan ze vaak voorbij aan de voor de hand liggende tegenvraag: als ze geen centrale planning willen, wat willen ze dan wel?
Liberalen zoals Bill en Hillary Clinton hadden deze visie: laat de markten welvaart creëren, zodat de overheid die vervolgens kan belasten om sociale programma’s te financieren.
Als dat uit de mode is en er iets radicalers wordt gewenst, wat zou dat dan kunnen zijn? Gewoon Clintonisme met nog hogere belastingen? Of een echt alternatief?
Hoe kan een samenleving die socialisme nastreeft, tegelijk de welvaart produceren die zij wil herverdelen, als zij niet zelf gebruikmaakt van dezelfde klassieke kapitalistische methoden van eigendom, prijzen en winst?
De droom van ‘overvloed’
De socialisten van een eeuw geleden beloofden zowel een nieuwe manier om rijkdom te creëren als een nieuwe manier om die te verdelen.
De vooraanstaande Amerikaanse socialist van het begin van de 20ste eeuw, Eugene V. Debs, schetste dat nieuwe systeem in toespraken.
Hier een voorbeeld uit 1908 in Girard, Kansas:
“Wij socialisten stellen voor dat de samenleving in haar collectieve hoedanigheid niet in naam van winst produceert, maar in de naam van overvloed om in de behoeften van de mens te voorzien…
“Iedere man en vrouw zal dan economisch vrij zijn. Zij kunnen dan zonder belemmeringen hun arbeidskracht, met de beste machines die kunnen worden ontworpen, inzetten voor alle natuurlijke hulpbronnen, om zo het werk van de samenleving te verrichten en voor iedereen produceren.
“En in ruil daarvoor nemen ze een certificaat in ontvangst met een waarde die gelijk is aan die van hun productie. Bijgevolg zal de samenleving haar instellingen verbeteren in verhouding tot de vooruitgang van de uitvindingen. Zowel in de stad als op het platteland zullen alle productieve activiteiten op gigantische schaal worden voortgezet.”
Maar zodra het werd geprobeerd, stuitte deze adembenemende utopische visie op één enorme uitdaging: hoe kunnen, zonder marktprijzen, die gigantische socialistische ondernemingen dan weten wat ze moeten produceren, of hoe ze hun middelen moeten inzetten?
Er was nog een tweede probleem: hoe kunnen we, zonder marktinstellingen, waaronder het winstmotief, dan marktprijzen hebben?
Socialistische ondernemingen zouden in het duister tasten, niet in staat om met elkaar te communiceren. En niet in staat om in te spelen op veranderende omstandigheden, omdat socialistische planning de enige communicatielijnen tussen economische actoren verbreekt: marktprijzen.
Socialisme, maar niet echt?
Er is de voorbije decennia veel denkwerk verricht om dit raadsel op te lossen.
Francis Spuffords’ roman Red Plenty is bijzonder aangrijpende literatuur die de wanhopige hoop verbeeldt van de Sovjet-economen die dachten dat de nieuwe computertechnologie het socialisme op de een of andere manier zou kunnen redden van zijn eigen onmogelijkheid.
Maar er was geen ontkomen aan. Er ís geen socialistische manier om rijkdom te creëren. Er is alleen een socialistische manier om rijkdom uit te geven. De socialistische heropleving van de afgelopen vijf jaar lijkt dan ook niet eens meer te doen alsof ze zich zorgen maakt over het creëren van rijkdom.
Ze bestaat nu puur als een nieuwe reeks aanspraken op de al bestaande productiewijzen: socialistische appartementen financieren door belastingen op niet-socialistische appartementen te heffen, socialistische supermarkten inrichten die geen belastingen of huur hoeven te betalen, in tegenstelling tot niet-socialistische supermarkten.
Maar de profiteurs van die aanpak zijn niet eens noodzakelijkerwijs de armsten van de samenleving. New York, bijvoorbeeld, verdeelt betaalbare woningen via een proces dat begint met een loterij, maar al snel verandert in een test van vaardigheden, slimheid en connecties.
In de eerste plaats geeft New York de voorkeur aan aanvragers die voor de stad werken – wat op zich al een voordeel is voor mensen uit de middenklasse, ten opzichte van de echt behoeftigen.
Zodra de gelukkige winnaars van die loterij het goede nieuws hebben gekregen, moeten ze een heleboel documenten verzamelen om aan te tonen dat ze geschikte huurders zijn. Denk aan loonstrookjes, huurovereenkomsten en geboorteaktes.
Of zoals een expert op dit gebied aan een vastgoedwebsite uitlegde: “Als je eenmaal bent geselecteerd, draait het allemaal om organisatie en efficiëntie.”
In 2022 knipte burgemeester Eric Adams – verkozen als Democraat, maar nu op de kieslijst als onafhankelijke kandidaat – het lint door van een 120 miljoen dollar kostend project in Far Rockaway.
Die buitenwijk bood studio’s aan vanaf 522 dollar per maand, en tweekamer appartementen voor 809 dollar per maand. Maar het gebouw telde slechts 224 woningen.
Ondanks alle opwinding van de gelukkige begunstigden, was het slechts een vaag afkooksel van een potentiële huisvestingsoplossing – én het is een reality check voor Mamdani’s grandioze visie van door de overheid geleide overvloed aan huisvesting.
Trump is een nepkapitalist
Ondanks al deze teleurstellende resultaten, rijst de vraag: waarom melden zoveel New Yorkers zich steeds aan voor meer en groter?
Het korte antwoord is dat het debat over socialisme nauwelijks over socialisme gaat.
De rampen van het socialisme zijn vandaag de dag verbannen naar een slecht herinnerd verleden. De ontevredenheid over het huidige economische systeem daarentegen, is hier en nu dringend voelbaar.
De progressieve econoom Joseph Stiglitz merkte onlangs op: “Trumponomics is nepkapitalisme.” De president en zijn omgeving vergaren enorme fortuinen door schaamteloos misbruik te maken van de goedgelovigheid van hun aanhangers.
Trump-insiders hebben politieke macht gebruikt om regelgevende instanties lastig te vallen en de belastinghandhaving te verlammen.
De grote beleidsmaatregelen van Trump gaan gepaard met een lawine van verdachte transacties.
“Van de verkopen van aandelen en aandelenfondsen die tussen 20 januari en 30 april door ambtenaren zijn gemeld, vond 90 procent plaats binnen tien dagen na de aankondiging van de invoerheffingen”, meldde USA Today twee weken geleden.
The New York Times suggereerde in april dat als Trump zich weinig lijkt te bekommeren om een crash van de aandelenmarkt, maar wel veel om de obligatiemarkt, dat misschien te verklaren is door zijn eigen beleggingen: hij bezit weinig aandelen, maar veel obligaties.
Terwijl het gedrag van Trump de markten nog louter in diskrediet brengt, is zijn retoriek er een heuse aanval op.
In april legde de regering-Trump de meest verpletterende invoerheffingen op de internationale handel op sinds het regime van de Smoot-Hawley Tariff Act van 1930.
Trump adviseur Stephen Miller legde aan Fox News de redenen van de regering uit:
“Onze leiders hebben andere landen toegestaan de spelregels te manipuleren, te bedriegen, te stelen, te beroven en te plunderen”, zei hij.
“Dat heeft Amerika triljoenen dollars aan rijkdom gekost.”
In navolging van de met verwijten beladen taal van zijn baas zei hij:
“Ze hebben onze industrieën gestolen.”
De boodschap is consistent: vrije handel is een illusie; er is niets dan uitbuiting. De enige manier om Amerikanen tegen uitbuiting te beschermen is dat de politieke leiders van het land steeds meer de Amerikaanse economie onder staatscontrole brengen.
Als deze manier van denken klopt, dan hebben de felste critici van het kapitalisme volmondig gelijk.
Hoe verder in Trump-wereld?
Gelukkig klopt die manier van denken helemaal niet. Vrijhandel is een systeem van samenwerking en wederzijds voordeel. Het is het meest effectieve systeem dat de mensheid tot nu toe heeft ontdekt.
Maar wie pleit er in de door Trump geleide Verenigde Staten nog voor vrijhandel?
De meest invloedrijke intellectuelen van links verwerpen markten als te onrechtvaardig – en die van rechts verwerpen ze als te kosmopolitisch.
Aan de ene kant worden professionele politici geïntimideerd door hun meest radicale aanhangers, aan de andere kant staan politici zelf onder invloed van invloedrijke fraudeurs en bedriegers, wier idee van kapitalisme neerkomt op, welja, ongereguleerde toestemming om te bedriegen en te frauderen.
Marxisten veroordelen het kapitalisme als ‘georganiseerde diefstal’. In werkelijkheid slaan ze de plank volledig mis.
Maar wie zal hen tegenspreken nu de regering van ’s werelds grootste kapitalistische democratie in handen is van een georganiseerde dievenbende?
Gisteren deel 1:
“Waarom jonge Amerikanen massaal twijfelen aan het kapitalisme (en het falen van het socialisme vergeten)“
© 2025 The Atlantic Monthly Group. Alle rechten voorbehouden. Gedistribueerd door Tribune Content Agency, LLC

Deel 1
Lees ook
Klik op de hyperlinks hieronder
en vind andere berichten van
Bron: De Morgen