Voor de Vlaamse regering moet studeren een olympische discipline worden, met strenge straffen voor valse starts en diskwalificatie bij struikelen. Maar Hendrik Vos neemt het op voor wie zijn studietraject niet in de ideale tijd kan afleggen.
Hendrik Vos – De Standaard
4 mei 2026
Leestijd: 5 min
De eeuwige student is het mythische wezen dat zich jarenlang door aula’s sleept, lanterfantend, gevoed door belastinggeld, licht lethargisch, wars van planning en wekkers.
De romantische randfiguur is tot publiek probleem gepromoveerd, althans volgens de weekendeditie van deze krant (DS 2 mei).
Aan de bron van het probleem zou de flexibilisering liggen. Het hoger onderwijs is opgeknipt in semesters en studiecomponenten waaruit studenten mogen kiezen.
Te vrij, klinkt het. Dat is maar hoe je het bekijkt.
Toen ik studeerde, in de goede oude tijd van rekenen en vlijt, was het systeem op zijn eigen manier minstens even flexibel.
Ik behoor tot de laatste generatie die werd opgeleid in het jaarsysteem.
- Opleidingsonderdelen heetten toen gewoon vakken.
- We hadden er ieder jaar een stuk of twaalf, die tegelijk in oktober begonnen.
- De kerstvakantie bood volop ruimte voor kroketten en gebak.
- In januari kabbelde het academiejaar verder en pas in juni volgden de examens.
- Tussendoor waren er opdrachten en groepswerken, maar zelden tussentijdse toetsen.
Er was tijd. Tijd om te studeren, zeker, maar ook om te dwalen, te discussiëren, te denken, te drinken. Wereldproblemen werden opgelost op bierviltjes, tussen het derde en vierde glas.
Ver na middernacht viel er in de Gentse Overpoortstraat nog wat wijsheid te rapen, al kan ik die vandaag niet meer exact reproduceren.
Iedereen gaf zijn studententijd een eigen invulling. Ik vond het heerlijk. Na de strak gestructureerde middelbare school beviel de vrijheid me wel.
En ja, ook toen bestond hij al: de eeuwige student. Ik heb er ooit een ingehaald.
Hij volgde al een tijd politieke wetenschappen, toen ik er zelf begon.
Vier jaar nadat ik mijn diploma had behaald, is hij ongehaast afgestudeerd. Intussen is hij viceminister-president van de Vlaamse regering.
Zijn koffie wordt ’s ochtends ingeschonken, zijn agenda beheerd, zijn dag gedirigeerd. Hij beschikt over een kabinet en een chauffeur.
Ik flans intussen syllabussen in elkaar, haal koffie uit een automaat en probeer om 8.30 uur in de aula mijn studenten wakker te houden.
Ik doceer hoe macht werkt, hij oefent ze uit.
Ik wil maar zeggen: de eeuwige student kan het verdomd ver schoppen.
Het oude systeem ging intussen op de schop. Studenten kregen meer ruimte om hun traject te bepalen. Dat heette flexibilisering, al snapte ik nooit goed waarom, want alles werd tegelijk veel strakker.
Opleidingsonderdelen werden in blokjes gedoceerd, met tussentijdse toetsen, permanente evaluatie en examens in ijltempo. Het rad draait zonder stoppen – en de hamster maar hollen.
Wie wil volgen, moet permanent presteren. Voor het verkennen van zijpaden is er amper nog gelegenheid.
Wie uit een middelbare school komt waar ze leerlingen niet klaarstomen voor dat ritme of uit een minder studievriendelijk sociaal milieu, botst op een hoge drempel.
Tijd om te wennen, is er niet. Dus zijn er die kwakkelen.
Sommigen haken af, anderen blijven proberen. De eeuwige student is niet verdwenen, maar hij kreeg een nieuw statuut: inefficiënt en storend.
Ben Weyts (N-VA), intussen viceminister-president van de Vlaamse regering, maar voorheen verantwoordelijk voor Onderwijs, voerde de harde knip in: wie niet gezwind genoeg over de horden raakt, moet eruit.
Zijn opvolgster, Zuhal Demir (N-VA), wil het nog strenger. Studeren moet een olympische discipline worden, met een strak parcours, strenge straffen voor valse starts en diskwalificatie bij struikelen.
Tegelijk wordt het studenten moeilijker gemaakt, zeker voor wie financieel krap zit: er worden miljoenen bespaard op studiebeurzen.
Jongeren worden wel aangemoedigd om te werken: dat mag nu al tot 650 uur per jaar, tot vreugde van een economie die goedkope krachten verwelkomt.
Studeren wordt op die manier voor sommigen noodgedwongen een bijberoep. Maar wie achteropraakt, krijgt tegelijk te horen dat het een persoonlijk mislukken is: niet hard genoeg gewerkt, niet goed genoeg gekozen.
Toch zit er ook logica in de bezorgdheid van de ministers. Te lang blijven hangen in een verkeerde keuze is zelden een zegen.
Er zijn achttienjarigen die rechten studeren omdat mama het notariskantoor in de familie wil houden. Of economie omdat ze een beursnotering nastreven en al een appartement in Dubai op het oog hebben.
Maar wat is treuriger: te lang proberen of nooit proberen? En ja, studievertraging kost geld. Maar aan iemand die nooit leerde omgaan met falen, zijn er vroeg of laat ook kosten.
Uiteindelijk gaat het om balans.
Vandaag moeten studenten vooral efficiënt door de fabriek rollen. Er is veel ongeduld. Wie niet snel bewijst op het juiste spoor te zitten, moet de droom opbergen.
Terwijl leren soms rommelig, traag en grillig verloopt.
- Wie struikelt en recht krabbelt, kweekt wilskracht.
- Wie al eens verdwaalt, steekt misschien meer op dan wie op het pad blijft.
- Wie statistiek of grondwettelijk recht pas na tig pogingen onder de knie krijgt, is allicht een doorzetter, eerder dan een mislukkeling.
- Wie weet breekt hij nog potten in de politiek.
De studententijd is voor velen het laatste moment in hun leven waarop ze zich onbevangen zullen verwonderen en laten verrassen.
Dat mag met proberen, aarzelen en zoeken, wat niet altijd lukt langs de rechte lijn.
Hendrik Vos
Doceert Europese studies aan de UGent.
Zijn column verschijnt tweewekelijks op dinsdag.

Lees ook
Lees ook
Klik op de hyperlink hieronder
en vind meer berichten van
Bron: De Standaard