Literatuur – Met zijn pageturner over de oorlog maakt Bert Natter kans op de Librisprijs


Bert Natter (58) beleeft mooie dagen. Voor zijn roman Aan het einde van de oorlog kreeg hij al de Confituur Boekhandelsprijs en nu maakt hij ook kans op de Libris Literatuurprijs.

Janita Monna – De Morgen

1 mei 2026

Leestijd: 9 min


‘Meteen wist ik: hier zit een roman in’


Nauwelijks ben ik de woonkamer binnen gestapt of er ligt een donut voor mijn voeten. Van pluche. Osca wil spelen. Osca is de nieuwe hond van schrijver Bert Natter. Ze is labradorzwart en heeft labradorlieve ogen.

Ze lijkt op Hutsh, vindt hij, zijn vorige hond die destijds in het gezin kwam als buddyhond voor zijn dochter Lidewij.

De hond gaf haar zelfvertrouwen en troost als dat nodig was. Met Hutsh stond Lidewij, die inmiddels in een zorginstelling woont, steviger in haar schoenen.

Ook Osca was voorbestemd om hulphond te worden, maar de screening daarvoor is streng en ze werd afgekeurd.

En zo kwam ze afgelopen december bij Natter, precies op de dag dat de proef van Zonderhond arriveerde, een requiem voor Hutsh. Want die overleed onverwacht, maart vorig jaar. Negen was hij pas.

Zodra we aan tafel gaan zitten en de recorder loopt, kruipt Osca stilletjes op de bank. Ze mag uiterlijk op hem lijken, verder is ze volgens Natter “een heel ander individu” dan Hutsh. Pienterder.

“Ze wist bij het eerste rondje om al wat de snelste weg naar huis was.”

Je komt niet uit een familie van hondenmensen, schrijf je in Zonderhond. Toch werd Hutsh veel meer dan alleen een steun voor je dochter. Je noemt hem ‘vriend’. Waarin zit hem die vriendschap?

“Een kat is leuk, en onze eigen Molly loopt weleens mee naar het park, maar met een hond doe je dingen samen.

“Die gaat mee naar verjaardagen, je gaat wandelen, beleeft avonturen, de bal is kwijt, die ga je samen zoeken.

“Met een hond kun je praten, al zegt hij niks terug. En hij oordeelt niet. Het maakte Hutsh niet uit of iemand zijn bal ver weg trapte of met een zacht boogje, als hij maar kon apporteren.

“Als schrijver ben ik veel alleen. Dan is het goed dat er een hond is die af en toe naar buiten moet.

“Zo’n beest is afhankelijk van jou. Al heb ik geprobeerd om Hutsh ook zelf beslissingen te laten nemen, over de route bijvoorbeeld. Vond hij moeilijk, maar het lukte.”

Hutsh overleed niet lang na Natters moeder – “we waren nauwelijks terug van de crematie of we zaten bij de dierenarts”.

Met Zonderhond wilde hij een boek schrijven over de hond, zijn ouders, het gezin waar hij vandaan komt en het gezin dat hij nu heeft.

Het werd een liefdevol portret van ‘vriend Hutsh’ en ‘oma Kaas’, zoals zijn moeder werd genoemd, want een stukje kaas voor de hond was vaste prik bij elk bezoek.

Tegelijk is het een verhaal over rouw.

Bert Natter: ‘Humor hoort voor mij thuis in de literatuur.’ Bron V2 Desiré van den Berg

Volgens onderzoek kan rouw om een huisdier intenser zijn dan die om een mens. Herken je dat?

“Mijn moeder was door haar parkinson dementie een schim van wie ze ooit was. Ze woonde hier vlakbij en ik heb veel voor haar kunnen doen, wat heel troostrijk was. Maar ze had een lang sterfbed en dan is de dood ook een verlossing.

Hutsh was nog betrekkelijk jong en levenslustig.

“‘Niet ook Hutsh!’, huilde ik op een moment dat het echt slecht met hem ging.

“Het verdriet om het verlies van mijn moeder was er al die jaren dat ze ziek was al. De dood van de hond kwam plotseling.

“Op dat moment was ik verdrietiger om Hutsh dan om mijn moeder.”

Je dochter ging anders om met verlies?

“Wij dachten altijd: Lidewij, die behalve een meervoudige beperking ook een autisme spectrumstoornis heeft, kan zich niks voorstellen bij de dood.

“Haar sociaal-emotionele ontwikkeling is vergelijkbaar met die van een peuter. Maar eigenlijk is haar concept heel reëel.

“Uit sentimentaliteit hadden mijn vrouw en ik de hondenmand in de kamer laten staan.

“Tot Lidewij voor het eerst na Hutsh’ overlijden weer thuiskwam en stellig zei: ‘Die mand kan weg, Hutsh is er niet meer.’

“Tegelijk gelooft ze dat hij in de hondenhemel is en daar van mijn moeder een stukje kaas krijgt. Dat vind ik komisch, en troostrijk ook.”

Zonderhond moest nog verschijnen toen Natters vorige boek Aan het einde van de oorlog de longlist van de Libris Lieratuur Prijs haalde.

Inmiddels staat de roman ook op de shortlist. Op een scène met een dode hond na verschilt die roman als dag en nacht van het autobiografische memoir.

Aan het einde van de oorlog vertelt het laatste etmaal van een concentratiekamp dat veel wegheeft van Ravensbrück.

Maar liefst 31 personages komen aan het woord. Daders, slachtoffers, mannen, vrouwen, volwassenen, kinderen.

Vanuit die veelheid aan perspectieven schreef Natter een soort helletocht die begint als het 11-jarige zoontje van Karl Zehlendorf, de plaatsvervangend kampcommandant, zoek raakt.

Iets vergelijkbaars gebeurde echt in Auschwitz, vertelt Natter, die vanwege een boek dat hij vertaalde al eerder onderzoek deed naar de kampen.

“Het zoontje van een SS-commandant, wiens kinderen mochten spelen op het terrein van het kamp, was op een dag zoek en dook pas weer op tijdens het avondappel.

“De SS-commandant besloot toen dat zijn kinderen herkenbaar moesten zijn en liet ze een kettinkje dragen. Maar zo’n kettinkje is niet alleen een talisman, dacht ik toen ik dat las.

“De kinderen konden zo ook het mikpunt worden voor het oprukkende Sovjet-leger. Meteen wist ik: hier zit een roman in.”

Op de vraag waarom dat een roman met zoveel personages moest worden, en met korte scènes die zich steeds afspelen op verschillende plekken in het kamp, pakt Natter Lincoln in the Bardo van Georges Saunders uit zijn boekenkast. Hij laat pagina’s zien die ook voor poëzie zouden kunnen doorgaan.

“Dit ziet er toch totaal anders uit dan alles wat je hebt gezien? Dat had ik voor ogen.

“Terwijl ik eraan werkte, durfde ik het eerst aan niemand te laten lezen. Dit wordt een complete mislukking, dacht ik, of het is het beste wat ik ooit heb gedaan.”

In concentratiekamp Ravensbrück stierven vele duizenden vrouwen – politiek gevangenen, lesbiennes, prostituees, Jehova’s getuigen – een wrede dood. Net als een kleinere groep mannen. Voelde je geen gêne om daarover een roman te schrijven?

“‘Wie ben ik dat ik wat die vrouwen allemaal hebben doorstaan, ga zitten opschrijven?’ Dat is wel door mijn hoofd gegaan.

“Ik las veel getuigenissen. Nam een enkele gebeurtenis over. Maar de levens van de slachtoffers heb ik met rust gelaten.

“De levens van de daders daarentegen, van de mannen die model stonden voor onder anderen plaatsvervangend kampcommandant Zehlendorf of vrouwenarts Lance Weitze, die medische experimenten uitvoerde op vrouwen uit het kamp, heb ik wel geplunderd.

Ravensbrück zelf heb ik nooit bezocht. Misschien was de moed me in de schoenen gezonken als ik dat had gedaan.”

Wat de roman ongemeen spannend maakt, is dat van geen enkel personage op pagina 1 duidelijk is of die pagina 634 zal halen.

  • Overleeft Marga, de Duitse Jehova’s getuige, de oorlog?
  • Houdt de Deense communiste Lone de loodzware dwangarbeid vol?
  • Of de Nederlandse verzetsstrijder Suzie, die de kleren van dode vrouwen moet sorteren?
  • Wat gebeurt er met de Joodse mannen van het Sonderkommando, die de lijken uit de gaskamers moeten halen en verbranden?
  • Wordt de kleine Ernst Zehlendorf gevonden? Als lezer hoop je dat het ventje een gruwelijk lot ontloopt.

Natter doet je zo stilstaan bij de onmenselijke werkelijkheid: want is het leven van dat ene onschuldige zoontje meer waard dan dat van duizenden even onschuldige vrouwen en mannen die in Ravensbrück hun einde vonden?

Jouw personages – slachtoffers én daders – lijken zich te schikken in hun lot. Ze stellen geen vragen, bemoeien zich niet met zaken die hun niet aangaan. Is dat hun overlevingsstrategie?

“In een oorlog zou zich de ware mens tonen, vond W.F. Hermans. Ik zie dat anders.

“Volgens mij zijn mensen in staatsvormen als een democratie best geneigd om iets voor elkaar over te hebben.

“In mijn roman is daar weliswaar weinig ruimte voor, daar kan elke beslissing je eigen leven of dat van een ander in gevaar brengen. Maar dat lijkt mij niet de natuurlijke houding van de mens.

“Ik geloof in een samenleving waarin het goede wordt beloond.”

In het kamp werken veel ‘gewone’ burgers: de dochter van een bakker, de zoon van een cafébaas, een filosofiestudent, die soms vreselijke dingen doen.

“Middelmatig getalenteerde mensen konden binnen de SS snel carrière maken, als ze over lijken konden gaan. Maar niet iedereen was sadist.

Herbert is in het verhaal een doodgoeie jongen, die als Zehlendorfs chauffeur toch medeplichtig wordt aan het systeem. Al gelooft hij bij het zien van de lijken in het crematorium dat de ‘Führer dit nooit kan hebben gewild’.

Herbert zie ik als symbool voor veel Duitsers, voor mensen die op de NSDAP stemden en zo Auschwitz mogelijk hebben gemaakt.

“Dat mensen massaal zijn vermoord, was de uiterste consequentie van stemmen op een antidemocratische partij.”

Is de humor in de roman een tegenwicht bij alle gruwelijkheden?

“Sommige passages heb ik met afschuw zitten schrijven, tegelijk hoort humor voor mij thuis in de literatuur.

“Door Martin AmisThe Zone of Interest, waar ik ook om heb gelachen, durfde ik een scène te schrijven als die over Szymon van het Sonderkommando.

“Hij rookt denkbeeldige sigaretten maar wil stoppen met roken als de oorlog voorbij is. Dat vind ik grappig.”

Er zijn huiveringwekkende parallellen te trekken tussen jouw roman en onze tijd.

“Zeker. Op dit moment wordt er veel te lichtzinnig gesproken over de rechtsstaat. Terwijl zelfs het kleinste steentje dat je uit het bouwwerk van de democratie tikt, schade aanricht.”

Maar, benadrukt hij, een politiek schrijver is hij niet.

“Ik heb een vorm gevonden voor een onderwerp dat me al lang bezighield. En dat onderwerp is helaas weer actueel.”

Dan tilt Osca, die het hele gesprek lag te slapen, haar kop op.

“Als je goed kijkt, kun je veel aflezen aan een hond”, zegt Natter.

“Er zit een soort dieper weten in zo’n dier. Of praat ik nu als een hondennerd?”

Bert Natter


Zonderhond
Aan het einde van de oorlog

Bert Natter met Osca. Die lijkt op Hutsh, zijn vorige hond waarover hij ‘Zonderhond’ schreef. Bron V2 Desiré van den Berg

Lees ook


Lees ook

Klik op de hyperlinks en lees veel meer
berichten in deze categorieën

,

Bron: De Morgen

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven