Een lekkende leiding vraagt een goede loodgieter, schrijft Dirk Holemans. Een huis dat langzaam onbewoonbaar wordt, vraagt iets anders. Het wordt tijd dat onze politici dat gaan inzien.
Dirk Holemans – De Standaard
27 juli 2026
Leestijd: 6 min
Afgelopen zondag vielen in Gent enkele druppels regen. Het was zowat de enige dag van de maand waarop regen was voorspeld.
Tijdens een wandeling langs de Leie waande ik me in de Provence op het einde van augustus: dwarrelende bruine bladeren en vergeelde weides. Het leek alsof het water in de rivier stilstond, stroming zag ik niet.
Toen ik thuiskwam, besefte ik hoe vreemd dat aanvoelt. Het is nog maar eind juli.
Ondertussen staat Zuid-Europa in brand. We kijken naar de hallucinante beelden alsof ze zich afspelen in een andere wereld. Maar de droogte tekent ook onze landschappen.
Deze julimaand wordt zonder twijfel een van de droogste ooit gemeten. De klimaatontwrichting is ook bij ons bezig en haar impact is enorm.
De woorden van de brandweerexperts uit Frankrijk en Spanje over de branden zijn dan ook profetisch: ze zijn niet alleen ongezien, ze zijn simpelweg oncontroleerbaar.
De crisisbestrijding doet denken aan de aanpak van de voormalige christendemocratische premier Jean-Luc Dehaene:
”We lossen de problemen op
wanneer ze zich aandienen.”
Die typisch Belgische loodgietersaanpak werkt uitstekend in het geval van pragmatisch crisisbeheer op de korte termijn, maar faalt hopeloos in tijden waarin stabiele systemen onvoorspelbaar worden.
Bovendien is die aanpak nu onverantwoord.
Wetenschappers en de Europese Commissie waarschuwden al maanden vooraf voor een extreem natuurbrandenseizoen.
Een uitzonderlijk natte winter leidde tot een explosieve groei van struikgewas, dat door vroege hittegolven razendsnel veranderde in droog brandhout.
Het aantal bosbranden neemt elk jaar toe – wat nu gebeurt, mag voor niemand een verrassing zijn.
De loodgietersaanpak had trouwens ook zijn verdienste. De overheid aanvaardde haar verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke problemen.
Nu lijken politici soms liever weg te kijken of de problemen af te schuiven op de bevolking in plaats van ze ten gronde aan te pakken. Dat is dramatisch in tijden van klimaatontwrichting.
Zeven lekken tegelijk
De bosbranden tonen aan dat de loodgieterspolitiek niet meer werkt. Een lekkende leiding herstel je wanneer dat probleem zich voordoet.
Een klimaat dat structureel verandert en kantelpunten overschrijdt, laat zich niet achteraf repareren, het begint te lekken op zeven plekken tegelijk.
Je kunt het klimaatbeleid ook niet op pauze zetten.
- Elke ton broeikasgas die we uitstoten, werkt nog decennialang door.
- Elke hectare open ruimte die we betonneren, maakt het moeilijker om die ruimte te beschermen tegen wateroverlast en droogte.
- Elke investering die wordt uitgesteld, maakt de noodzakelijke aanpassing later duurder.
Dat maakt de huidige klimaatontwrichting fundamenteel anders dan veel andere problemen, hoe groot die ook zijn.
Dit is uiteraard niet de eerste moeilijke crisis die we doormaken, maar het is wel een crisis waarvan we de contouren al decennia kennen en waarin we toch blijven handelen alsof we alles kunnen repareren zodat het weer wordt zoals voorheen.
Het is vermoeiend om te herhalen, maar de wetenschap heeft haar huiswerk gemaakt.
- We weten dat de uitstoot sneller moet dalen.
- We weten dat energie, mobiliteit, landbouw en ruimtegebruik moeten veranderen.
- We weten dat we ons moeten aanpassen aan meer hitte, droogte en extreme neerslag.
De klimaatcrisis is daarom steeds minder een kennisprobleem. Ze is een uitvoeringsprobleem waarop het beleid de tanden stuk bijt.

op 130 kilometer van Madrid.
© Europa Press/ABACA
Gezond verstand
Maar er is nog iets veranderd: hoe de politiek aankijkt tegen problemen en erover communiceert.
De definitie van politiek steunt op het idee dat collectieve problemen een collectieve aanpak vereisen.
Tegenwoordig zien we vaker een andere reflex: populistische politici relativeren de problemen of stellen ze voor als iets waarmee burgers vooral zelf moeten leren omgaan.
Dat is een belangrijke verschuiving.
Extreme hitte wordt dan niet langer in de eerste plaats een uitdaging voor volksgezondheid, ruimtelijke ordening en klimaatadaptatie, maar een kwestie van individuele voorzichtigheid.
Denk aan de politici die ons aanraden om bij een extreme hittegolf “ons gezond verstand te gebruiken” en “voor elkaar te zorgen”.
Ondertussen blijft doortastend klimaatbeleid uit en laten politici zich steeds meer leiden door de belangen van industriële lobbygroepen.
Dan wordt er bespaard op openbaar vervoer, terwijl een buitenlandse operator van de regionale luchthavens subsidies krijgt tot in 2039.
Dan stemmen conservatieve politici in het Europees Parlement voor de afzwakking van de Green Deal die we net nu dringend nodig hebben. En zo blijft doortastend beleid op zowat elk domein achterwege.
- We weten dat duurzame mobiliteit noodzakelijk is, maar het meeste geld gaat nog altijd naar salariswagens.
- We weten dat hernieuwbare energie ons bevrijdt van fossiele brandstoffen, maar het dossier voor een groot windmolen park op zee raakt maar niet rond.
- We weten dat Vlaanderen zich beter moet wapenen tegen droogte en wateroverlast, maar deze regering verminderde het budget voor de Blue Deal.

Lobbyisten draaien overuren
Dat is geen probleem van één regering. Het is een bredere uitdaging voor onze westerse democratieën, die moeite hebben met problemen waarvan de gevolgen zich pas later laten voelen.
De baten van klimaatbeleid liggen vaak in de toekomst, terwijl de politieke kostprijs nu al zichtbaar is. En ondertussen draaien de lobbyisten van de grootindustrie overuren.
De politieke loodgieter van vroeger had tenminste nog de ambitie het lek te dichten. Nu lijkt de grootste politieke ambitie erin te bestaan de bewoners van het huis ervan te overtuigen dat het eigenlijk best meevalt met dat lek.
Maar de uitdagingen waarvoor we staan, vereisen meer dan herstel achteraf of populistische communicatie. Ze vergen een ander beleid en andere politici.
We staan voor een cruciale uitdaging die verder reikt dan klimaat alleen.
Bij kwesties als wonen, landbouw, stikstof, water, maar ook zorg en infrastructuur, rijst dezelfde vraag: welke falende mechanismen kunnen we nog repareren om het oude systeem overeind te houden, en welke vragen om een innovatief nieuw ontwerp?
Toen ik zondag langs de Leie wandelde, dacht ik even dat de zomer al voorbij was. Maar misschien keek ik naar een landschap dat ons een voorproefje geeft van de toekomst.
De vraag is of onze politici in staat zijn zichzelf en onze democratie grondig te herdenken.
Een lekkende leiding vraagt een goede loodgieter. Een huis dat langzaam onbewoonbaar wordt, vraagt iets anders.
Het vraagt bestuurders die opnieuw durven na te denken over wat het goede leven inhoudt en hoe we dat organiseren, voor onszelf en voor onze kinderen.
Dirk Holemans
Coördinator van Denktank Oikos.

“Ja, ik ben woedend”






Lees ook
Overzicht
Lees andere berichten in deze categorieën
Bron: De Standaard