Het is een onontkoombaar deel van het leven: het moment waarop ouders hulp nodig hebben en de zorgrelatie stilaan omkeert. Hoe dat voelt als kind van? “Plots moest ik beslissingen nemen voor mijn moeder. Dat wrong.”
Lieve Van de Velde – De Standaard
1 mei 2026
Leestijd: 20 min
“Mijn moeder is een andere vrouw geworden.
Dat is rouwen”
Het is jaren geleden, maar Kathleen De Schepper (68) herinnert zich nog goed de dag waarop ze besefte wat er gebeurde.
“Meteen toen ik het appartement binnenkwam, wist ik dat er iets niet klopte. Het was 27 graden in huis. Mijn moeder zei dat de verwarming het niet deed. En dat ze had zitten prullen aan de gasketel.
“In mijn hoofd ging een alarmsignaal af: ‘Oei, gas!’ Ze vroeg of ik een boterham bleef eten. Ze dekte de tafel. De kaas en de charcuterie zaten nog half in de plastic verpakking. Dat was niet haar stijl – normaal gezien was ze heel secuur. Een paar dingen waren voorbij de vervaldatum.
“Toen ik iets uit de kast wilde nemen, zag ik tien pakken bruine suiker staan. Die suiker haalde ze altijd in huis als er kleinkinderen kwamen, voor bij de pannenkoeken. Ze had er blijkbaar keer op keer opnieuw gekocht.”
Het zijn scènes die ze in haar geheugen heeft opgeslagen. Duidelijk met hartzeer.
“Het werd erger. Mijn moeder vertelde hoe ze op de autosnelweg de afslag had gemist en achteruitgereden was op de pechstrook. We beseften dat ze een gevaar aan het worden was, voor zichzelf maar ook voor de anderen.”
Ook Pascale Dirix (57) mijmert aan de telefoon over het begin.
“Ik had mijn leven, mijn moeder het hare. Zo vanzelfsprekend, we kenden het niet anders.
“Toen merkte ik dat ik beslissingen begon te nemen voor haar, over dingen uit haar leven. Het wrong: moet ik hier een knoop doorhakken? Ook al wil zij het misschien anders?
“Ik denk dat die eerste keer moeilijk is voor iedereen. Dat moment waarop je ziet en voelt hoe je ouders ouder worden en stilaan minder kunnen, en hoe je als dochter of zoon steeds meer gaat overnemen.
“Hoe je hen daar niet zomaar mee kunt overrompelen, hoe je moet uitleggen waarom het belangrijk is dat je meebeslist, hoe je het elke keer aftoetst en erover praat.”
Ouders zijn er om ouders te zijn. Maar ouders worden ouder, en dan gaat alles anders.
Hoe dat voelt, hoe kleine bezorgdheden grotere zorgen worden, er existentiële vraagstukken opduiken, dat vroegen we u, beste lezer.
Onze mailbox was te klein. Er volgden lange telefoongesprekken. Hoe fijn het was om het hart eens te mogen luchten, zeiden sommigen.
Het viel op hoe gelijkgestemd de gevoelens waren, ook al liepen de feiten vaak ver uit elkaar.
De vader van Pascale Dirix overleed meer dan 25 jaar geleden na een ziekte. Hij was 53.
“Omdat mama niet kon autorijden, bracht ik haar toen al overal naartoe. Vandaag is ze tachtig en doe ik haar boodschappen, regel ik haar financiën en maak ik de afspraken bij de dokter.
“Ik woon dichtbij en kan elke dag wel even bij haar langsgaan. Mijn zus woont verder weg. Zij springt administratief bij en ze bestelt bijvoorbeeld ook de grote boodschappen om thuis te laten leveren.”
Ze keert terug naar hoe het begon.
“Het leven was altijd druk, ik ben altijd doorgegaan. Ik had kleine kinderen toen papa stierf, en daarna ben ik mama beginnen te helpen, en dat ging steeds verder.
“Of ik ooit een keuze heb gemaakt voor mezelf, die vraag stel ik me vandaag vaak.
“Ik heb het gevoel van niet. Je zoekt de hele tijd naar een balans tussen zorg geven, grenzen afbakenen en uitzoeken wat je zelf wilt voor je leven.”
Oud verdriet
Bij het overlijden van haar vader was haar moeder totaal verloren, vertelt Kathleen De Schepper.
Moeder bleef alleen achter aan de kust, ver van de rest van de familie.
Kathleen, haar zussen en broer hielpen bij de administratie, bij het zoeken naar een dichterbij gelegen appartement en bij de verkoop van het oude appartement.
Na een jaar of twee ging het een tijd goed. En toen kwamen die dagen van het te warme huis en de bruine suiker in tienvoud.
De Schepper en haar drie zussen gingen rond de tafel zitten, samen met hun moeder.
“We vroegen haar wat zij wilde. ‘Zo lang mogelijk in mijn appartementje blijven’, antwoordde ze.
“Dat wij allemaal voltijds werkten en haar niet elke dag konden helpen, repliceerden we. En dat ze zou moeten aanvaarden dat er mensen in haar huis kwamen om haar te helpen. Maar iemand betalen voor wat ze zelf nog dacht te kunnen, daar had ze het moeilijk mee.
“De eenzaamheid sloeg toe in de covidperiode, en het werd erger. De huisarts liet het woord woonzorgcentrum vallen. Hij raadde aan om er een paar te gaan bezoeken.
“Toen ze zelf corona kreeg, is ze in kortverblijf opgenomen. Wat kort leek, is uiteindelijk haar woonplek geworden.”
“Elke dag gaat er iemand van ons langs. Haar kleren klaarleggen, haar nagels knippen, een was doen. Allemaal perfect geregeld via een whatsappgroep.
“We hebben het geluk dat we met vier zijn. Het is niet altijd makkelijk, maar als de ene het niet meer ziet zitten, steekt de andere een tandje bij.
“Alle vier hebben we al weleens een crash gehad, simpelweg omdat het te veel werd in combinatie met de dingen van het leven.”

Het thema leeft ook op de redactievloer van De Standaard.
Collega Klaartje De Bonnaire (48) voelt de urgentie van dit soort verhalen, hoe het ook haar allemaal wat verwart.
Haar vader is overleden toen ze twaalf was. Op dat moment waren haar ouders al uit elkaar en was haar moeder hertrouwd.
“Zij is nu 79 en nog altijd samen met mijn stiefvader (71). Ze wonen in een gelijkvloers appartement in Antwerpen, en ik woon in Brussel.
“Mama heeft veel artrose, haar lijf doet overal pijn, ze heeft nu een rolstoel. Ze hoort niet meer zo goed en is vaak verward en vergeetachtig.
“Ze leest met plezier de kranten en de Knack, en weet wat ze leest, maar als ik haar vraag wat ze gisteren gegeten heeft, kan ze zich dat niet altijd meer herinneren.
“Ik merk ook dat ze neerslachtig wordt omdat ze beseft dat ze veel dingen niet meer kan. En soms komt er oud verdriet aankloppen, wat haar triest maakt.
“Dat alles maakt dat het huishouden bij mijn stiefvader terechtkomt. Maar ook dat hij moet bijspringen in de zorg voor mama.”
“Ik weet nog hoe ik haar in het begin vooral wilde afleiden en entertainen. Hoe ik in het najaar van 2024 de hele tijd bezig was met leuke activiteiten te plannen: samen naar een expo, naar de biosupermarkt, een koffietje gaan drinken.
“Maar toen besefte ik dat dat allemaal niet genoeg was: we moesten er korter op zitten, checken hoe het echt zat, of we brood konden halen, eten konden brengen, helpen met de was.
“Ik riep mijn twee broers samen voor een bespreking. Daar hebben we onder meer beslist om familiehulp in te schakelen.”
Machtsgreep uit liefde
Beslissen. Het woord valt ook bij haar.
Beslissen over het leven van iemand anders, dat van een moeder of vader.
“Een machtsgreep uit liefde”, dat is de prozaïsche omschrijving die Luc Van de Ven bovenhaalt.
Hij is klinisch ouderenpsycholoog aan het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven en schreef dit voorjaar het boek Opeens moet je voor je ouders zorgen.
“Als ouders ziek of zorgbehoevend worden, denken veel mensen automatisch aan praktische taken als wassen, eten maken, papieren invullen”, zegt hij.
“Op zich is dat al stresserend, zeker als je zelf meerdere ballen in de lucht moet houden.
“Maar wat vaak zwaarder weegt, is die andere vorm van stress, die te maken heeft met beslissingsprocessen waarbij je ingrijpt in het leven van volwassen mensen.
“Het is ons cultureel ingepeperd dat we elkaars autonomie moeten respecteren.
“Als er in je onmiddellijke omgeving iemand is die die autonomie op een aantal vlakken niet meer kan opnemen, dan botst dat met onze principes, en dat geeft stress, onrust.
“We kennen allemaal wel voorbeelden: het bed dat gelijkvloers moet worden geïnstalleerd, de inschakeling van thuishulp, de vraag of papa nog wel veilig met de auto kan rijden en, het ultieme voorbeeld, of we niet stilaan aan een woonzorgcentrum moeten denken.
“In al die gevallen krijg je een verschuiving van de macht.
“Het is zo en niet anders, moet je dan tegen je eigen vader of moeder zeggen.
“Het enige argument dat je daarvoor hebt, is: ik ben bezorgd, ik zie je graag. In de praktijk merk ik dat dat vaak zwaarder weegt dan het hardere zorgwerk.”
Achttien jaar geleden overleed de moeder van Elisabeth Vermeulen (62). Haar vader woonde een tijdlang alleen in Tienen, een eind uit haar buurt.
Tot een jaar of tien geleden, hij was toen tachtig, liep het allemaal nog vrij vlotjes. Stilaan veranderde dat en begon ze vaker naar hem toe te rijden.
“Af en toe ging ik naar de supermarkt in zijn buurt, nam ik de was mee, deed ik wat administratie.
“Acht jaar geleden belde hij mij om te zeggen dat hij volledig uitgeput was. Ik liet alles vallen en reed naar Tienen. Hij wilde naar een woonzorgcentrum, maar had de fut niet om het te regelen.”
Ze gingen op zoek en vonden een wzc in het Antwerpse, bij haar in de buurt.
Fastforward naar vandaag. Haar vader is hulpbehoevend en de zorg wordt verdeeld over de drie zussen.
“We gaan driemaal per dag langs, helpen hem met eten, doen de was. Maar we werken ook nog alle drie. Het is een gigantisch planwerk waarvoor we een gedeelde excel hebben aangemaakt.”
Ze haalt iets belangrijks aan:
“Wat mij zo hard raakt, is de existentiële klik die je maakt over de relatie tussen ouders en kinderen.
“Ineens wordt onze vader de zorgbehoevende en zijn wij de zorgers. Maar dat zorgen gaat gepaard met een enorme machteloosheid tegenover zijn lijden.”
Klaartje De Bonnaire herkent het:
“Die omkering van de rollen, daar ben ik heel hard mee bezig. Dat heeft iets oers, ik heb er geen ander woord voor, iets inherents aan het mens-zijn dat in veel culturen vanzelfsprekend is.
“Het lijkt alsof we dat in onze maatschappij willen vergeten. Terwijl er geen ontkennen aan is.
“Die fase is heel bijzonder omdat de circle of life zich zo sterk manifesteert. Tegelijk voelt het ook bezwarend, als een confrontatie met het einde.”
“Het is hard om te zien hoe mama, die ooit zo fier en zo zelfstandig was, een bange vrouw geworden is”, zegt Kathleen De Schepper.
“Ik stelde me ooit voor hoe we met het ouder worden samen zouden gaan wandelen en fijne gesprekken zouden hebben over het leven. Maar dat gaat niet, want haar geheugen zit in het verleden.
“Onze relatie bestaat bijna alleen nog uit zorgen voor. Zorgen voor iemand die niet beseft dat ze haar tanden moet poetsen, dat ze incontinent is. Het is zo erg om je moeder op zo’n manier te zien verdwijnen.”
Anticiperend rouwen
Thomas Vreriks (55) is net thuis van een bezoek aan zijn ouders – zijn vader is 84, zijn moeder 83 – wanneer we elkaar spreken.
Hij is van Nederlandse afkomst, maar woont al zijn halve leven in België. Het is hier dat hij alles heeft opgebouwd. Zijn ouders wonen op bijna drie uur rijden. Ook zijn zus, die een jaar ouder is, woont in Nederland.
“Het begon in de covidperiode. Die heeft mijn vader een enorme opdoffer gegeven”, vertelt hij.
“Zijn wereld werd heel klein. Stilaan sukkelde hij in een soort depressie. Dat kenden we niet van hem. Hij was altijd de man in huis die leuke dingen bedacht en deed.”
Zijn moeder nam de zorg voor zijn vader op zich. Maar op een bepaald moment moest zijn vader in crisisopvang, het ging niet meer.
“Nachten heb ik daarover gehuild”, vertelt hij.
Van de opvang ging het naar een woonzorgcentrum in de buurt.
“In het begin was mijn vader vooral heel boos. Hij verweet ons dat we van hem af wilden, terwijl we elke stap met hem besproken hebben, en geprobeerd hebben om hem bij elke stap op te vangen.
“Intussen is zijn situatie gestabiliseerd en merk ik dat hij weer een beetje tevreden kan zijn met wat er is.
“Het is een kleinschalig woonzorgcentrum in de buurt. Hij heeft er sociaal contact en er wordt goed voor hem gezorgd.”
De moeder van Thomas is intussen hersteld van een stressfactuur in haar voet. Overbelasting.
“Het kwam ook doordat ze elke dag naar mijn vader ging. Alles deed voor hem.”
Het deed hen nadenken over haar kwetsbaarheid.
“Ze woont afgelegen, in een huis in het bos. Mooi, maar ze heeft dus geen buren vlakbij. En als het sneeuwt, is het lastig. Er moest wel wat geregeld worden opdat ze daar alleen kon blijven. Zo hebben we bijvoorbeeld een whatsappgroep met de buren gemaakt.”
Het doet ook hem stilstaan bij hoe de levens gelopen zijn.
“Dit is niet meer de relatie die mijn ouders en ik twintig jaar geleden hadden. Doordat de afstand veranderd is. Doordat er dingen zijn gebeurd die je niet altijd met elkaar hebt gedeeld, en doordat je ondervindt dat zij plots zorg nodig hebben.
“Een van de gevolgen is dat ik niet meer met het kleinste vraagstuk uit mijn eigen leven naar hen stap, al is het maar om te vermijden dat ze zich druk zouden maken in dingen waar ze toch niets aan kunnen doen. “
Ontkenning
Klaartje De Bonnaire hoorde in dat verband een uitdrukking die bleef hangen.
“Iemand had het over rouw bij het leven. Dat is wat ik voel, denk ik, de vaststelling dat je ouders andere mensen worden, dat ze niet meer je caretakers zijn, dat je gedwongen afscheid neemt van de mensen die ze waren.
“Ik heb daar twee, drie jaar mee geworsteld. Het heeft iets moois, want er komt iets nieuws, maar je moet zelf ook een hele weg afleggen, het alleen doen, loskomen.”
Pascale Dirix herkent die rouw.
“Soms denk ik dat mijn moeder een andere vrouw geworden is. Op een bepaald moment besefte ik dat ik zelf niet meer met mijn eigen problemen bij haar zou gaan aankloppen, dat ik geen hulp meer ging vragen. Dat is rouwen.
“Daar komt nog het besef bij dat dit niet meer beter zal worden, alleen traag achteruit kan gaan. Traag, maar misschien ook abrupt.”
“Anticiperend rouwen noemt Luc Van de Ven het.
“Want het gaat wel degelijk om een verlieservaring, het verlies van hoe en wie iemand was, van de relatie zoals die was, en ook om de confrontatie met het einde.”
Volgens hem begint dat al bij de eerste tekenen die op een achteruitgang wijzen.
”Dat hoeven geen zware symptomen te zijn, maar het zijn wel signalen die je dwingen om psychologisch al afscheid te nemen.”
In zijn boek beschrijft hij hoe de typische gevoelens bij klassieke rouw zich ook hier manifesteren.
“Ontkenning, bijvoorbeeld, wanneer je je niet kunt neerleggen bij een mentale vertraging en je boos maakt omdat je vader of moeder zich vergeetachtig of verstrooid gedraagt.
“Maar ook schuldgevoelens zijn typisch in deze fase. De vraag of je wel voldoende voor hen doet en gedaan hebt.”

Op de vraag of hij overwogen heeft om zijn eigen leven te veranderen, dichter bij zijn ouders te gaan wonen, is Thomas Vreriks resoluut:
“Nee, ik heb daar niks te zoeken, dat komt zelfs niet in me op.
“Ik geef toe dat ik bewondering voel voor mensen die een kangoeroewoning bouwen omdat ze dicht bij hun ouders willen zijn. Maar mijn ouders hebben vaak genoeg aangegeven dat ze wel voor zichzelf zorgen en dat wij dat voor hen niet moeten doen.”
Wat niet wil zeggen dat ook hij zich de vraag niet stelt:
“Soms komt dan bij mij toch ook de vraag of ik wel genoeg doe. Maar mijn leven is hier. Mijn zus neemt de administratieve taken op zich, doet telefoontjes, overlegt met artsen en gaat mee op artsenbezoek.
“Ik doe dat ook wel, maar iets minder. Misschien omdat ik er allemaal wat geruster in ben? Van je ouders blijf je toch denken dat zij het allemaal wel weten? (lacht)
“Als ik er dan kom, zie ik soms dingen die dat tegenspreken. Zo vertelde mijn moeder onlangs dat haar poetshulp tijdens het werk een paar keer een epilepsieaanval had gehad. Die bezorgdheid kan ze er niet ook nog bij nemen, dus dan moet ik voor haar beslissen of er een andere poetshulp moet komen.”
“In elk geval probeer ik wél om de agency bij haar te leggen.
“Als ze vraagt of ik wil langskomen omdat mijn vader naar het ziekenhuis moet, maak ik haar duidelijk dat dat niet om de haverklap kan, wijs ik nog eens de weg naar de taxidienst die we geregeld hebben.”
Gezond egoïsme
Ook Klaartje De Bonnaire heeft het voor zichzelf onderzocht.
“Ik heb nu drie maanden zorgverlof, elke vrijdag ga ik naar hen. Ik zou er wel vaker willen zijn, ook al doe ik er op zich niet heel veel.
“Want wat is dat dan precies, dat zorgen voor? Het komt vooral neer op er zijn, luisteren, een wasje draaien, wat babbelen, een beetje opruimen.
“Het lijkt niet veel, maar ik merk dat het voor haar wel een verschil maakt.
“Tegelijk heb ik intussen wel beseft dat ik ook moet loslaten, dat ik niet de hele tijd kan flippen, bellen en me afvragen of mama weer gevallen is.
“Er was een tijd dat ik dat deed, elke dag belde en me ongerust maakte wanneer ze niet opnamen.“
“Schuldgevoelens zijn eigen aan vitale relaties”, aldus Van de Ven.
“In dat verband wil ik pleiten voor een vorm van gezond egoïsme. “Het klinkt als een gevaarlijke woordcombinatie, dat besef ik. Maar het is belangrijk om voor jezelf als zoon of dochter de boekhouding in orde te houden, je eigen grenzen te kennen, te voelen wanneer het te veel wordt.”
Elisabeth Vermeulen ontkent niet dat de zorg voor haar vader een rem zet op haar sociale leven.
“We moeten vaak tegen vrienden zeggen dat het ons niet lukt om mee te doen. Ik heb zelf twee dochters, één kleinkind en het tweede is onderweg. Ook voor hen wil ik er zijn. Het is lastig om alles te combineren. Maar het is wat het is. We moeten dat in ons leven inbouwen, zo zie ik dat.”
“Die omkering van de zorg is een heel betekenisvolle fase in een mensenleven”, zegt Guy Bosmans, ontwikkelingspsycholoog aan de KU Leuven.
“Maar hoe je die zorgrelatie beleeft, zal erg afhangen van de manier waarop de relatie in het verleden gelopen is.
“Als een ouderrelatie stroef en lastig was, met kindernoden die onvoldoende gelenigd zijn, kan het lastig worden om iets terug te geven aan de ouder die je heeft tekortgedaan. Omdat je bij elke toenadering opnieuw riskeert om gekwetst te worden. Of omdat je het gevoel hebt dat je hulp niet aanvaard wordt.”
Dat verleden schemert bij Kathleen De Schepper door.
“Mijn moeder was een product van haar generatie en van haar West-Vlaamse roots. Ze was een heel zorgende moeder, maar ook een erg nuchtere. Er werd niet over gevoelens gepraat, ze heeft nooit geleerd om heel emotioneel te zijn.
“Dat kleurt de relatie die we hebben. Hoe we zorgen, hoe we proberen haar gelukkig te maken, hoe dat heel soms lijkt te lukken, en daarna weer afglijdt, hoe we vaak het gevoel hebben dat we niet genoeg doen. Dat is zo’n rollercoaster.”
Vergeving
Omgekeerd kan het verdriet om wat je kwijt bent sterker wegen als de relatie met je ouders erg warm was, zegt Guy Bosmans.
“Al kan dat ook weer positief beleefd worden, en zie je mensen die dat verdriet compenseren door iets moois aan hun ouders terug te geven.
“Zwart-wit is het sowieso nooit. Je ziet wel hoe bij beide partijen in die zorgfase wonden uit het verleden geheeld worden, en ouders en kinderen anders tegenover elkaar gaan staan, zodat die rolomkering toch nog positief beleefd kan worden.”
“Er komt, denk ik, een vergevingsproces op gang”, zegt Elisabeth Vermeulen.
“Ondanks de vele goede dingen was niet alles rozengeur en maneschijn in de relatie die we als kind met vader hadden.
“Intussen voel ik hoe ik daar anders naar kijk. Hoe ik milder geworden ben.”
De relatie met haar twee zussen werd intenser door die gedeelde zorg, en dat is niet per se iets positiefs.
“We zien elkaar graag, maar we zitten nu als zussen veel te dicht op elkaar, en we moeten elkaars leven zo nauw organiseren. Dat is geen natuurlijke gang van zaken.
“Dat we ondanks die zwaarte toch een efficiënt team geworden zijn, ervaar ik wel als iets positiefs.
“Ik heb veel respect voor ons, omdat we dit uiteindelijk wel klaarspelen. En uit de manier waarop papa soms kijkt, leiden we af dat hij dankbaar is. In woorden kan hij dat niet gezegd krijgen.”
Silver lining
In elk van de gesprekken vallen ook woorden over de mooie momenten, over dingen die anders beleefd worden, over ouderwetse routines die een ander kader krijgen.
Voor Kathleen De Schepper is de teamspirit met haar zussen ondubbelzinnig positief.
“Het is mooi hoe het ons als zussen weer heeft samengebracht. Binnenkort gaan we voor het eerst samen op reis, naar Italië. We gaan dus even moeten loslaten.”
“Hoe mijn broers en ik elkaar allemaal op een heel andere manier leren kennen, is echt wel leuk”, stelt ook Klaartje De Bonnaire vast.
“Eerder in het leven zijn we nooit zo met elkaar omgegaan. Het is mooi om te beseffen dat en hoe we op elkaar kunnen rekenen en iets van elkaar kunnen leren. Op de een of andere manier heeft het iets warms en verbindends om het samen over je ouders te hebben.”
Er is nog veel dat haar raakt.
“Ik merk nu ook hoe groot de kracht van aanraking is, en hoe hard mijn mama daarvan geniet. Dat knuffelen, dat zorgende, is bijna een ouder-kindrelatie, zo puur, en een mooi tegengewicht voor wat je niet meer uit het verbale haalt.”
“Dit weekend hebben we vader opgehaald, thuis gezellig gekeuveld, iets lekkers erbij en televisie gekeken”, vertelt Thomas Vreriks.
Ook Kathleen De Schepper koestert het kleine.
“Wanneer we spelletjes spelen, lijkt het alsof mama weer de oude is. Met zo veel vuur. Hoe ze bij het kaarten roept: ‘Ik ga u ne goeie klop geven!’
“Of hoe ze onlangs bij het scrabbelen het woord ‘seks’ gelegd had, en daar zo hard moest om lachen. Zij die altijd zo preuts was. Ja, dan kun je toch niet anders dan keihard meelachen.”


Lees ook
Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten
Bron: De Standaard
