In hun open brief over de mensenrechten tonen premier De Wever en acht collega’s hun machteloosheid, schrijft Marc Reynebeau. Of liever, ze tonen een machtsdrang die de rechtsstaat zelf in het gedrang brengt.
Marc Reynebeau – De Standaard
27 mei 2025
Leestijd: 6 min
Criminele migranten: sommige Europese politici hebben het ermee gehad en dus moeten ze worden gedeporteerd.
Negen regeringsleiders, onder wie de Belgische premier Bart De Wever (N-VA), willen ze zonder veel tegenspraak kunnen uitzetten.
En tegenspraak, zo vinden ze, is er te veel, met name vanuit het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Dat schrijven ze in een open brief, die verder aan niemand in het bijzonder is gericht (DS 22 mei). Het is een hartenkreet.
Het leven van politici zou inderdaad veel gemakkelijker zijn als hun geen wetten en praktische bezwaren in de weg stonden.
Dat is geen loze allusie op het bekende gedicht Het huwelijk (1910) van Willem Elsschot. Het is de koortsdroom van politici die zich geremd voelen in hun plannen, omdat die niet altijd stroken met geldende wetten en afspraken.
Soms worden zij door rechters op de vingers getikt, wier taak het nu eenmaal is de wet te handhaven.
In het gedicht gaat het tenslotte om een man die zijn vrouw beu is en haar wil “doodslaan” om op zoek te gaan naar “een ander lief in enig ander land”. Excuus als dat “enig ander land” in deze context van deportaties wat pijnlijk klinkt.
Politici kunnen hoofdzakelijk twee dingen doen als de wet hun in de weg staat.
- Ofwel zich schikken naar de heersende normen en waarden, zoals ze ook van burgers verwachten. Dat is de kern van de rechtsstaat.
- Of ze kunnen, als ze daarbij op een democratische meerderheid kunnen steunen, de wet wijzigen of internationale afspraken, verbintenissen of verdragen opzeggen.
Maar er is een tussenweg.
Politici kunnen ook de “interpretatie” van wetten en verdragen ter discussie stellen.
Dat is wat die negen met hun brief willen doen: zelf bepalen wat de – toch volgens henzelf – juiste interpretatie is van met name het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) en dus afdingen op de interpretatie van het Hof. Want die zou een obstakel vormen voor enig nationaal migratiebeleid.
Ze willen “meer ruimte” voor zichzelf – wat dreigt te leiden tot een politisering van de rechtspraak.
Zijn juristen doorgaans erg omstandig en genuanceerd in hun argumentering, de groep mensenrechtenspecialisten die zich maandag in deze krant uitliet over de zaak was navenant helder en ondubbelzinnig in hun conclusie: “een weerzinwekkende karikatuur” (DS 25 mei).
Wat de negen regeringsleiders tot het schrijven van hun brief bewoog, klinkt vertrouwd: kritiek op ‘activistische rechters’.
Die kritiek beweert dat rechters niet oordelen zoals de geblinddoekte Dame Justitia, maar ideologisch vooringenomen uitspraken doen.
En rechters, zo klinkt het dan, horen niet ‘aan politiek’ te doen, want wetten maken is het voorrecht van de volksvertegenwoordiging, bij monde van verkozen politici.
Dat laatste is in principe juist, ware het niet dat het verwijt, zeker bij de Vlaamse rechterzijde, toch alleen opklinkt als de rechter politici in het ongelijk stelt.
Zelfs een gerechtelijk onderzoek, zoals nu aan de gang is tegen enkele radicaal-rechtse politici in Nivove, heet dan “intimidatie” door het gerecht.
Hoe diep dat vooroordeel er bij vooral Vlaamse politici ingebakken zit, bleek recent nog uit enkele uitschuivers van premier De Wever. Die had zitten te mopperen over “een procureur in Brussel met een heel duidelijk PS-etiket”.
Even later dichtte De Wever zich het recht toe om te bepalen of een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof al dan niet van toepassing is in België, en dat hij het in het geval van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu niet zou laten uitvoeren.
Dat hij die opvatting “realpolitik” noemde, toont net hoezeer achterdocht tegenover het justitiële apparaat tot de primaire politieke reflexen behoort.
Nederland, om een voorbeeld te noemen, blijkt daaromtrent een andere, meer rechtlijnige politieke cultuur te omhelzen.
Zelfs de rechts-radicale Geert Wilders, die al veel van zijn projecten zag stuiten op juridische bezwaren, klaagt minder over ‘activistische’ of anderszins vooringenomen rechters.
De BoerBurgerBeweging zag veel van haar stikstofplannen stranden op EU-regels, nam zich voor om dit niet meteen te negeren, maar “in Brussel op tafel te slaan” en besloot dan maar zich naar de regels te schikken.
Meerdere mandatarissen namen zelfs ontslag uit de partij omdat de BBB electorale beloften bleef doen die juridisch niet te realiseren waren – dat is een andere vorm van ‘realpolitik’.
In de VS is de afbraak van de rechtsstaat verder gevorderd, nu de rechts-radicale president Donald Trump hem onwelgevallig rechters (en advocaten, en journalisten, en wetenschappers) afdoet als “radicaal-linkse halvegaren” en daarom meent rechterlijke uitspraken te kunnen negeren, tot die van het Hooggerechtshof toe.
Dat “halvegaren” (lunatics) klinkt ook bekend: in de Sovjet-Unie dachten ze ook dat een politieke dissident onmogelijk goed bij zijn hoofd kon zijn.
Defensieminister Theo Francken (N-VA) klonk dan nog gematigd.
Al wie bezorgd is over de grootschalige schending van de mensrechten die de Israëlische regering in Gaza begaat, rekent hij tot “FC Deugpronk” – een term die rechtstreeks uit het rechts-radicale discours komt.
Dat zijn dan meer bepaald “de “linkse media”, die naar zijn smaak de publieke opinie te veel informeerden over de gruwel die zich in Gaza afspeelt.
De toenemende kritiek op de mensenrechten en op de instituties die erover waken, is een symptoom van een opwellende politieke cultuur die niet gesteld is op diversiteit in de meningen, laat staan op tegenspraak, wat toch snel neigt naar autoritarisme.
Francken verpakte zijn ideetje bijvoorbeeld in een bij uitstek populistische frame door dat voetbalploegje deugdzamen te presenteren als de verwerpelijke antipode van “het volk”.
Ook op de open brief zijn populistische vingerafdrukken zichtbaar.
De negen beroepen zich op “ons democratische mandaat” – een argument dat vaak opduikt in het discours van Trump of Wilders: ‘dit is waar de kiezers voor gestemd hebben’.
Of zoals het ook klinkt bij het Franse, rechts-radicale Rassemblement National: een rechter kan Marine Le Pen geen politieke rechten ontnemen wegens gesjoemel met belastinggeld, omdat veel Fransen voor haar stemmen.
Daaruit spreekt een heel enge opvatting over wat democratische legitimiteit kan zijn.
Ze sluit checks and balances uit en legt het eindoordeel exclusief bij een verkozen, kennelijk onfeilbare politicus.
Dat houdt het risico in op wat al in de negentiende eeuw “de dictatuur van de meerderheid” werd genoemd, die kan leiden tot een miskenning van de rechten van minderheden en individuen – net wat het EVRM omschrijft.
Dat verdrag is geschreven door juristen en politici die de Tweede Wereldoorlog hadden overleefd en goed beseften wat er was misgelopen.

Marc Reynebeau is journalist, verbonden aan deze krant. Zijn column verschijnt wekelijks op woensdag.
Lees ook
Lees ook
Lees meer berichten van
Marc Reynebeau
Bron: De Standaard