De Navo-landen moeten hun defensie-uitgaven optrekken naar 3,5 procent van hun bbp. Daarbovenop moet 1,5 procent gaan naar “defensiegerelateerde uitgaven”. Verschillende landen vinden dat (veel) te veel. Waarom hebben ze zich niet feller verzet?
Christof Vanschoubroek – Peter De Lobel
Dominique Minten
20 juni 2025
Leestijd: 15 min
“Good morning!” Mark Rutte zegt het alsof er geen andere ochtenden bestaan.
Als de man al een verkeerd been heeft om mee uit bed te stappen, dan heeft hij dat alvast niet meegebracht naar het Turkse Antalya, waar op 15 mei de Navo-ministers van Buitenlandse Zaken bijeenkomen om de top van Den Haag voor te bereiden.
“Dit wordt een heel belangrijke vergadering. We moeten ervoor zorgen dat de Navo sterker wordt en dat betekent: meer defensie-uitgaven en een hogere productie van onze defensie-industrie. De Navo moet ook fairder worden, met een gelijke verdeling van de lasten.”
De 32 ministers en Ruttes deputy zitten in een grote kring rond hem. Er staat geen tafel tussen hen in, alleen vier grote bloembakken. Het is een wat vreemde setting voor zo’n “belangrijke vergadering” met een veertigtal mensen.
Rutte vindt het niettemin “truly amazing” en bedankt gastheer Hakan Fidan, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, hartelijk en stoomt weer door.
“We moeten maken dat de Navo dodelijker – more lethal – wordt. Niet door zelf in het offensief te gaan, maar door zo sterk te worden dat niemand ons ooit durft aan te vallen.”
Op het tweede stoeltje rechts van Rutte zit Marco Rubio, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Voor aanvang hebben zij met z’n tweeën al een opening statement gegeven.
“De alliantie is maar zo sterk als haar zwakste schakel. De bedoeling is geen zwakke schakels te hebben”, zei Rubio daarbij.
Belangrijkste opdracht die hij van zijn baas in het Witte Huis had meegekregen: iedereen moet naar 5 procent bbp aan defensie-uitgaven.
Niet Prévots dag
Op het vierde stoeltje links van Rutte moet Maxime Prévot, de Belgische minister, op dat moment al voelen dat het niet zijn dag zal worden.
Hij was oorspronkelijk ook niet van plan om te komen, bij gebrek aan een eensgezind regeringsstandpunt over de hogere defensie-uitgaven.
“Pas op het allerlaatste moment is beslist toch te gaan”, zegt Prévot aan De Standaard.
“De dag voordien hadden we ’s avonds nog een kernkabinet waar we een akkoord gevonden hebben over de boodschap waarmee ik naar Antalya kon.”
Zo komt het dat Prévot enkele uren later – “Good morning!” – toch in Turkije is, met zijn voorbereide toespraak, anderhalf A4’tje, op zijn schoot. Het cijfer 5 komt er ook in voor, maar niet op de manier waarop Rubio dat graag wil horen.

© anadolu/getty
Op de kern is afgesproken dat België zich zachtjes zal verzetten tegen het verder en verder optrekken van de defensiebudgetten.
Al weken gonst in Navo-kringen het cijfer van 3 à 3,5 procent rond. Maar ook de 5 procent waarop de Amerikaanse president Donald Trump blijft hameren en waar anderen wat lacherig over deden of die ze zagen als een openingszet, blijft hardnekkig de ronde doen.
Vier van de vijf regeringspartijen vinden dat 5 procent niet kan. Alleen de N-VA wil het voorlopig laten passeren.
Prévot krijgt de opdracht de Navo-partners duidelijk te maken dat geen van beide scenario’s haalbaar is voor België.
Vijf procent van het Belgische bbp komt ruwweg overeen met 30 miljard euro. Dat is het volledige werkingsbudget van de federale overheid, als alle transfers naar de regio’s gebeurd zijn en de sociale zekerheid en de rentelasten gefinancierd zijn.
Met 3,5 procent zou dat zakken naar om en bij de 20 miljard. Maar ook dat is nog altijd onmogelijk veel.
Lijdzaam
Prévot wacht lijdzaam zijn beurt af terwijl hij de ene na de andere collega ‘ja’ hoort zeggen op het nieuwe voorstel dat op tafel ligt. Drieënhalf procent uitgaven voor strikt defensie-spullen en daarbovenop 1,5 procent defensie-gerelateerde uitgaven. Samen 5 dus en Rubio tevreden.
Dat men op dat moment nog altijd mikt op 2032 om het allemaal gerealiseerd te krijgen, maakt het ook voor verschillende andere landen een steile klim.
Maar niemand schiet het af, ook Italië gaat erin mee, zelfs Spanje zwijgt in Antalya. De landen aan de oostflank pleiten zelfs voor een versnelling. Waarom in zeven jaar doen wat ook in vijf kan? Pas als 24ste is het aan Prévot.
Hij steekt de hand in eigen boezem en geeft toe dat België een slechte leerling is geweest. Wanneer hij daarna zegt dat ons land dit jaar al naar 2 procent gaat en dus “in vier maanden tijd de inspanning zal doen waar we al tien jaar mee wachten”, krijgt hij zelfs van een paar collega’s een schuchter applaus.
“Maar lang heeft dat applaus niet geduurd”, herinnert hij zich.
Hij somt in Antalya de Belgische uitdagingen een voor een op. Er zijn de hoge staatsschuld en de grote structurele begrotingstekorten en de bevolking aan wie al gevraagd wordt om inspanningen te doen op het vlak van sociale zekerheid, de pensioenen, werk en extra belastingen.
En daarom, zegt Prévot:
Moet ik jullie heel eerlijk zeggen dat België de toekomstige doelen van 5 of zelfs 3,5 procent niet kan onderschrijven. Wij willen een inspanning doen, maar dan over een periode van tien jaar of meer, niet in zeven jaar.
En met realistische doelen.”
Plots werd het heel kil in die zaal.
Front tegen Trump-Rutte
Prévot en de regeringstop hadden gehoopt dat ze samen met een aantal andere landen een front konden vormen om de pletwals Trump-Rutte wat vaart te doen minderen. Maar dat draait anders uit.
Als je als regering één dag voor zo’n belangrijke top nog aan je standpunt moet sleutelen, is dat ook moeilijk. Welgeteld één partner schaart zich aan Prévots zijde: het Groothertogdom Luxemburg.
Oud-premier en huidig minister van Buitenlandse Zaken Xavier Bettel zegt dat ook zijn land het opbod onmogelijk kan volgen.
“Wij hebben 900 militairen. Als we 3,5 procent uitgeven, is dat 3,5 miljoen euro per soldaat!”
Vreemd is dat zelfs Spanje op dat moment niet op de kar springt. Het is bekend dat de linkse regering van premier Pedro Sanchez een erg koele minnaar is van het militaire bondgenootschap waar de VS al decennia de plak zwaaien. De terugkeer van Donald Trump heeft dat sentiment alleen maar groter gemaakt.
Dat Sanchez deze week het debat weer op scherp heeft gezet met zijn brief aan Navo-baas Mark Rutte, is daarom niet vreemd. Dat zijn minister van Buitenlandse Zaken toen stil is gebleven, is dat wel.
Pas drie weken later, als de ministers van Defensie op 6 juni in Evere samenkomen, laat de Spaanse minister van zich horen. Bij het binnengaan van de vergadering zegt hij dat voor Spanje 2 procent genoeg is.
“Daarmee kan het land al zijn Navo-verplichtingen nakomen”, klinkt het.
Maar na afloop stoomt Rutte gewoon door: het wordt 3,5 procent defensie-uitgaven en 1,5 procent defensiegerelateerde uitgaven.
Hij kondigt ook aan dat hij strakke voortgangsrapporten wil zodat landen niet met de voeten kunnen slepen.
Exploderende uitgaven
In Belgische regeringskringen wordt geklaagd dat de exploderende defensie-uitgaven amper besproken zijn. Er vallen woorden als “fuik”, en “niet tegen te houden”. Toch loopt het proces al jaren.
In 2012, op de Navo-top in zijn eigen Chicago, peperde president Barack Obama zijn Navo-partners al in dat de VS zich meer op China en de Stille Oceaan zouden richten. Europa zou meer voor zijn eigen veiligheid moeten instaan.
Twee jaar later, in Wales, ging de Belgische premier in lopende zaken Elio Di Rupo (PS) akkoord met een ongeziene stijging van het Belgische budget, of althans met de belofte om het te laten stijgen “towards 2%”.
De Belgische diplomaten haalden toen op instructie van de regering alles uit de kast om die “towards” erin te krijgen. België gaf op dat moment minder dan 1 procent van zijn bbp uit aan defensie, niemand die geloofde dat het ooit het dubbele zou halen.
Nu gaat het over 3,5 en eigenlijk 5 procent.
Er was, in februari 2022, natuurlijk de grootschalige invasie van Oekraïne.
Op de top van Madrid dat jaar was van die percentages nog geen sprake. Wel kregen de Navo-generaals de opdracht nieuwe veiligheidsplannen uit te werken.
“Men besefte dat we veel meer collectieve verdediging zouden moeten doen. Niet meer in gevaarlijke landen ver weg, maar op het Navo-grondgebied. We moesten ons voorbereiden op een mogelijk conflict met een gelijke”
zegt een bron die destijds mee op de eerste rij zat.
“‘Een gelijke’ is Rusland. Toch beter uitgerust dan de taliban, waar we aan gewend waren. Je verdedigen, dat is bovendien de hele tijd en overal. Dat vreet manschappen en middelen. Met 2 procent zouden we er niet meer komen, dat zag je toen al aankomen.”
België zat op dat moment op 1,22 procent.
Vogelpik
Een jaar later, op de Navo-top in Vilnius, komt de Amerikaanse generaal Christopher Cavoli – de baas van de Navo-troepen in Europa – aanzetten met concrete plannen voor de bescherming van de Europese landen. Daarvoor is een “minimum van 2 procent” nodig.
“Dat is niet zomaar een wenslijstje van een stel generaals”, zegt een diplomaat.
“Het is gebaseerd op massa’s inlichtingen. Daar zijn generaals en inlichtingendiensten uit verschillende landen bij betrokken.
Dit is geen vogelpik.”

Cavoli waarschuwt dat:
“Een gezonde en flexibele defensie-industrie even belangrijk is voor deze plannen als troepen die klaarstaan”.
Hij erkent het belang van diplomatieke en economische “soft power”, maar:
“Het grote, onmisbare kenmerk van oorlog voeren, dat is hard power. And we have to be good at it.”
Wat er dan precies in de plannen staat, daar loopt de Navo niet mee te koop. Zeker als het gaat over hoe die plannen zich concreet vertalen in aantallen vliegtuigen, raket lanceerders, onderzeeërs, munitie.
Feind hört mit.
Maar als je een bevolking moet overtuigen van de zin van militaire miljardeninvesteringen, is die discretie natuurlijk vervelend.
Ook in de Belgische regering vinden velen het debat te weinig transparant verlopen. Vandaag hebben sommigen het ongemakkelijke gevoel dat door het lange, uitgesponnen proces geruisloos een paar hordes genomen zijn die politiek amper aandacht hebben gekregen.
“Iedereen in de regering heeft zijn prioriteiten, dus we zitten daar ook niet altijd bovenop”, wordt toegegeven op een kabinet.
Alleen in algemene termen zijn er dingen bekend: collectieve luchtverdediging, wapen- en munitiestocks, investeringen in militaire mobiliteit, dat soort dingen.
Cavoli benadrukt ook dat het “levende plannen” zijn, die rekening houden met nieuwe ontwikkelingen. Hoe ver dat gaat, is een open vraag. Houdt men het bij “note to self: niet vergeten drones te kopen” of is het eerder “Operatie Spinnenweb is de nieuwe standaard”?
Minister van Defensie Theo Francken (N-VA) heeft het parlement meer openheid beloofd, maar moet daarvoor eerst zelf groen licht krijgen van de Navo.
Dat het allemaal heel veel geld gaat kosten en dat 2 procent niet genoeg zal zijn, begint pas een jaar later voorzichtig te dagen.
In de conclusies van de Navo-top in Washington, in juli 2024, staat voor het eerst:
“Dat in veel gevallen uitgaven boven de 2 procent nodig zullen zijn om tegemoet te komen aan alle vereisten, in alle domeinen, in een meer gecontesteerde veiligheidssituatie”.
Toenmalig Navo-baas Jens Stoltenberg deelt wel schouderklopjes uit. Twee derde van de lidstaten heeft intussen de drempel van 2 procent bereikt. Probleem: België behoort daar met zijn 1,3 procent glansrijk niet bij.
Bart De Wever is op dat moment preformateur, Ludivine Dedonder (PS) minister van Defensie en Alexander De Croo (Open VLD) premier.
Theo Francken (N-VA) was wel al van de partij in Washington. In een interview in De Standaard antwoordde hij op een vraag naar extra F-35’s en naar luchtafweer dat:
“De onderhandelingen natuurlijk nog moeten beginnen. Maar voor een deel zijn dat basisbehoeften.”
Van uitgaven ten belope van 3,5 of 5 procent was toen nog geen sprake. Ook een halfjaar later, als de regering-De Wever echt aantreedt, houdt ze daar geen rekening mee.
In het regeerakkoord staat dat:
“Een verdere inspanning nodig is om de gemaakte beloftes op de Navo-toppen in Madrid, Vilnius en Washington in te lossen”.
Toch voorziet het akkoord om pas in 2029 de lat van 2 procent te halen.
Mar-a-Lago
Stak de nieuwe regeringsploeg de kop in het zand? Als ze goed geluisterd had naar de signalen uit de Navo, had ze moeten weten dat 2 procent tegen 2029 onvoldoende was.
Rob Bauer, de voorzitter van het Militair Comité van de Navo, had drie weken eerder in deze krant België de mantel uitgeveegd voor zijn eeuwige getreuzel. Ons land zou “veel meer dan 2 procent” moeten gaan uitgeven.
“De capaciteitsdoelendie er voor België aankomen, worden stevig. Ze worden voor iedereen stevig, maar de schok bij jullie zal groter zijn, omdat jullie zo ver achterlopen.”
Ook Navo-baas Mark Rutte had enkele weken eerder al gezegd dat de defensie-uitgaven flink boven 3 procent moesten gaan.
Hij was toen al twee keer op bezoek geweest bij Donald Trump in Mar-a-Lago. Die had hem ingepeperd dat de norm opgetrokken moest worden naar 5 procent.
Dat leek bijzonder arbitrair, want de Navo was nog volop aan het uittekenen wat elke lidstaat zou moeten doen. Daarvoor kwam een Navo-delegatie kamperen bij de Belgische legerstaf.
Drie dagen lang werden intensieve gesprekken gevoerd over de doelen en de mogelijkheden van België.
“Dat zijn geen aangename gesprekken”, zegt een ervaringsdeskundige.
“Zij zijn heel eerlijk en noemen een kat een kat. ‘Jullie moeten dit, dat en dat doen, maar jullie kunnen dat nu duidelijk niet en op drie dagen tijd hebben wij hier geen enkel plan gehoord om dat binnenkort wel te kunnen.’ Da’s een beetje de stijl. Dat zijn momenten waarop je alleen maar kunt incasseren.”
Na dat gesprek werd een verslag opgesteld en besproken op een plenaire vergadering van de Navo-ambassadeurs. Elk land komt daarbij aan de beurt.
“Als je op dat moment weet dat ze capaciteiten vragen waar je niet aan kunt voldoen, moet je allianties sluiten of dingen proberen te wisselen met andere landen. Dat is niet gemakkelijk. En al wat jij niet doet, moet een ander land overnemen”,
zegt een ervaringsdeskundige. Pas als die etappe achter de rug is, begint er echt duidelijkheid te komen over de cijfers.
Maar verschillende gesprekspartners geven aan dat het niet de planningsprocessen van de Navo waren die het besef deden indalen dat we ver boven de 2 procent moesten gaan, maar wel Donald Trump.
“Het is echt iets van de laatste drie maanden”, zegt Prévot.
“Toen we eind januari naar buiten kwamen met het regeerakkoord, vonden we dat al heel wat. Daar waren we best trots op. En toen kwam Trump. Als je dan ook hoort dat hij de steun aan Oekraïne laat doodbloeden, dat hij Zelensky een dictator noemt, dat hij gesprekken heeft met Vladimir Poetin zonder Oekraïne daarbij te betrekken, dan besef je dat Europa veel meer zal moeten doen.”
Dat verklaart ook waarom Rutte de 3,5 procent op tafel legde.
Uiteindelijk heeft hij kunnen bekomen dat de 5 procent van Trump uitgesplitst mag worden naar 3,5 pure defensie-uitgaven en 1,5 procent defensiegerelateerde uitgaven.
Dat heeft hem heel wat masseerwerk gekost in Washington. Dat verklaart ook waarom hij nog maar weinig geduld heeft met landen die dat nog altijd te veel vinden.
Harakiri
Dat mocht De Wever ervaren, een dag nadat Prévot was afgegaan in Antalya.
In de Albanese hoofdstad Tirana zitten dan de regeringsleiders samen op de European Political Community Summit.
In een hoekje zit hij samen met de Nederlandse premier, Dick Schoof, en zijn Luxemburgse collega Luc Frieden.
Die laatste is ook in paniek. Als hij in het kleine Groothertogdom plots miljarden in het nog veel kleinere Luxemburgse leger moet gaan pompen, pleegt hij politieke harakiri, zegt hij.
“Hoe kan ik dat uitleggen aan de bevolking, dat lukt nooit!”
Schoof moet met het Nederlandse leger ook van ver komen, maar hij geeft wel aan dat hij zich niet zal verzetten tegen de 3,5 en 5 procentnorm.
Uiteindelijk is het ook zijn zorg niet meer. Zijn regering is nu in lopende zaken. Hij verdwijnt volgend jaar van het politieke toneel.
Dan gaat de vraag naar De Wever. Denkend aan wat Prévot een dag eerder zei in Antalya, gaan de tafelgenoten ervan uit dat de Belgische premier de verwachtingen zal proberen te temperen, net als zijn Luxemburgse collega.
Maar De Wever zegt dat de sprong niet meer tegen te houden lijkt.
“Ik zal heel slim moeten zijn om het zoveel mogelijk uitvoerbaar te maken.”
Daar schiet Frieden niets mee op.
Dan voegt Rutte zich plots bij het trio. Hij ziet een kans om te reageren op wat Luxemburg en België in Antalya hebben geprobeerd.
“Hoe Rutte reageerde, dat was nog erger dan de Amerikanen”, zegt een getuige van het gesprek.
Ze moesten meer doen, het sneller doen, het was hun verdomde taak hun bevolking te overtuigen.
“Pak desnoods een televisieploeg mee naar de Baltische staten om te tonen waar we voor staan. Maar maak dat het opgelost raakt!”

Lees ook
Lees ook
Lees meer berichten
Bron: De Standaard