10 Jaar Centrumrechts in Vlaanderen – Onderwijsbeleid

© Jimmy Kets

Onderwijs werd ‘een ding’, de afgelopen tien jaar. Daar zit het lerarentekort voor veel tussen, maar evengoed de eeuwige discussies over inclusie, eindtermen en tegenvallende Pisa-resultaten.
Van de torenhoge Zweedse ambities kwam weinig terecht.

Klaas Maenhout – De Standaard


Veel geld, weinig visie en de sterksten eerst in ons onderwijs


Tien jaar ‘Zweeds’

Op 25 juli 2014 werd de regering-Bourgeois boven de doopvont gehouden: een ­regering samengesteld uit N-VA, Open VLD en CD&V.
Het was de eerste Vlaamse regering zonder socialisten of groenen.

Die ‘Zweedse’ coalitie werd na de verkiezingen van 2019 voortgezet onder Jan Jambon (N-VA), een combinatie die volgens links Vlaanderen garant staat voor een kil beleid.

De Standaard onderzoekt waar Vlaanderen staat na tien jaar ‘Zweeds’ ­beleid.

Vandaag: Wat heeft 10 jaar onderwijsbeleid opgeleverd?


Er werken meer mensen dan ooit in onze scholen (175.000 voltijdse jobs). Er gaat meer geld dan ooit naar het onderwijs (16 miljard euro per jaar). En toch.

Stap een school binnen en het is zoeken naar de hoerastemming. Dat zou de aard van het beestje kunnen zijn: in leraarskamers wordt soms flink wat geklaagd.

Maar wie met een leraar, leerlingbegeleider, directeur of poetshulp praat, stoot op terechte en fundamentele problemen.

In “de mooiste job ter wereld” vallen leerkrachten uit, zitten leerlingen in de studie, krijgen jongeren geen aangepaste zorg, leven jonge starters in onzekerheid, is de infrastructuur vaak ontoereikend en is het voortdurend puzzelen om kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.

“Lesgeven is en blijft de essentie van leraar zijn”, stelde de Vlaamse regering in haar beleidsnota in 2014.

Tien jaar later staat dat lesgeven onder enorme druk.

Aantal ontvangen vacatures

Het lerarentekort is daar de meest zichtbare graadmeter van. In tien jaar tijd is het aantal vacatures bij de VDAB gestegen van 9.000 naar 26.000, het aantal openstaande vacatures op het einde van het jaar van 300 naar 3.000.

Aantal openstaande vacatures

De afgelopen jaren werd de EHBO-koffer opengetrokken, maar stutmiddelen zoals flexi-jobs, gastleerkrachten en onervaren zijinstromers, brengen nog te weinig soelaas.

“Bovendien denken mensen nu dat iedereen voor de klas kan staan”, zei Karen Luyckfasseel, directeur in Brussel, daar recent over.

Een bijzonder kwalijke evolutie.

De huidige crisissfeer staat in schril contrast met de hoge ambities van CD&V en N-VA aan de start van de regering-Bourgeois.

Beide partijen hadden een grote profileringsdrang en zouden zich fors afzetten tegen het discours van de twee linkse voorgangers op onderwijs, Frank Vandenbroucke en Pascal Smet.

In 2014 was het besef groot dat er dringend nood was aan een grondige hervorming om het onderwijs moderner en aantrekkelijker te maken.

Scholen en leerkrachten snakten naar een moderner hr-beleid en meer flexibiliteit.

De vergrijzing en de “war for talent” leidden toen al tot een grote uitstroom.

“Leraren hebben recht op een uitdagende loopbaan”, stond daarom in de beleidsnota.

Tien jaar later is er van zo’n hervorming nog steeds geen sprake.

Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) faalde in haar opdracht, haar opvolger Ben Weyts (N-VA) ondernam zelfs geen poging.

Meer zelfs: hij kwam ermee weg om negen jaar later een commissie de opdracht te geven om diezelfde oefening te maken.

Dat de commissie van Wijzen, onder leiding van Dirk Van Damme, een halfjaar voor de verkiezingen landde, getuigt van weinig durf en visie.

Gemiste inclusie

Ook in de andere grote dossiers ontbrak visie en ambitie.

De modernisering van het secundair onderwijs is daar een uitstekend voorbeeld van.

  • Het parcours van de eindtermen draaide uit op een fiasco.

  • Het aantal studierichtingen daalde niet, zoals de bedoeling was, maar steeg boven de 600.

  • En ook de schotten tussen het aso, tso en bso bleven intact.

Dat laatste was vooral voor de N-VA een must.

In veel scholen leeft het gevoel dat de modernisering tot zo’n versnippering leidt, dat er al een nieuwe modernisering nodig is – al hebben de scholen wellicht nood aan enkele jaren rust.

Het M-decreet, het afgelopen decennium vaak de steen des aanstoots in onderwijs, is een ander voorbeeld.

Na tien jaar moet je vaststellen dat centrumrechts het streven naar inclusie geleidelijk heeft losgelaten.

Crevits deed dat door het M-decreet, dat inclusie net mogelijk moest maken, zonder tijd en geld op de scholen los te laten.

Weyts deed dat door het buitengewoon onderwijs te versterken en uit te breiden.

Het resultaat: nooit zaten meer leerlingen in het buitengewoon onderwijs.

Een commissie voor inclusie landt pas na de verkiezingen met een visie.

Meer data

Uiteraard zijn er ook goede zaken gebeurd.

De N-VA heeft de kwaliteit van onderwijs bespreekbaar gemaakt binnen de scholen en zaken in beweging gezet.

Taal is opnieuw een topprioriteit. De centrale toetsen, die dit jaar voor het eerst worden afgelegd, kunnen een nieuwe wind doen waaien.

De scholen worden vanuit de centrale diensten ook meer door data ondersteund, en via het opgerichte Leerpunt bereikt de internationale tendens naar evidence informed onderwijs meer scholen.

Beide regeringen maakten ook een inhaal beweging op het vlak van infrastructuur en digitalisering.

Helaas raakte men ook hier niet verder dan een kortetermijnvisie.

Ondanks de vele middelen voor schoolgebouwen, is er geen globaal plan voor de toekomst. Met de verduurzaming tegen 2030 en 2050 wacht de komende regeringen een gigantische opdracht.

Hetzelfde geldt voor het digitale verhaal. Met de digisprong investeerde Weyts zwaar in hardware.

Maar hoe de scholen met laptops kunnen omgaan en hoe ze die de komende jaren moeten bekostigen? Dat blijft een vraagteken.

Maar ook meer ideologie

Op het veld leeft de frustratie dat veel dossiers doorgedreven werden vanuit een ideologie eerder dan vanuit het grotere belang.

Denk aan het afschaffen van de dubbele contingentering, die een sociale mix op scholen garandeerde.

Het dossier was de N-VA een doorn in het oog en moest koste wat het kost verdwijnen.

Dat Weyts recent pleitte voor grotere klasgroepen, maar onmiddellijk een uitzondering maakte voor de klassieke talen, spreekt ook boekdelen.

© Fred Debrock

Een ander tragisch onderwijsdossier, het duaal leren, werd eveneens het slachtoffer van ideologie.

Het systeem, ingevoerd door Crevits, moest leren en werken combineren. Alleen werden daarbij de sterke leerlingen als ­referentie genomen en slopen er tal van constructie fouten in de uitvoering.

Tegen de adviezen en noodkreten in werd voet bij stuk gehouden.

Duizenden kwetsbare jongeren, vooral uit het deeltijds beroepsonderwijs, betalen daar nu een hoge prijs voor.

Die visie zit ook in andere dossiers: het ­beleid focust haast enkel op de sterkste groep, en niet op onze zwakst presterende leerlingen, waar wellicht de meeste winst te halen valt.

Ook de directies betalen een prijs voor het gevoerde beleid.

Mee door de tegenvallende internationale resultaten, werd de overheid de laatste tien jaar – vaak subtiel – steeds sturender.

Er is een ongebreideld geloof ontstaan dat meer centrale controle een hogere onderwijskwaliteit ­oplevert.

De geest van vertrouwen werd er zo een van wantrouwen.

In plaats van vrijheid en versobering, is gekozen voor regelneverij, het kleuren van middelen en extra tussenstructuren.

Dat er heel hard vanuit een aso-bril gekeken werd naar onderwijs, maakt ­bovendien dat basisscholen en technische scholen vaak onder­gewaardeerd bleven.

Er zijn zaadjes geplant die de onderwijskwaliteit de komende tien jaar kunnen opkrikken, maar veel andere werven ­liggen nog altijd braak.


© Jimmy Kets
© Jimmy Kets


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Naar de website


Scroll naar boven