Arbeidsmarkt – Pensioen op 65 is een recht, geen plicht


Waarom zou je mensen tegen hun zin met pensioen sturen? Een groep prominenten pleit voor een wetswijziging. Dan helpt de vergrijzing zichzelf op te lossen.

De Standaard


‘Gij Zult Met Pensioen Gaan!’, een ­gebod dat nog afstamt uit het begin van vorige eeuw, is niet meer van deze tijd. Het staat trouwens haaks op het recht op werk uit de Universele Ver­klaring van de Rechten van de Mens.

Wie vandaag na zijn 65ste aan de slag wil blijven, heeft daarvoor de ­instemming van zijn werkgever ­nodig. Wil die werkgever de 65-jarige niet langer op de payroll, dan gaat die automatisch met pensioen, al dan niet ­tegen zijn zin.

Wie het hard wil spelen, kan nog een vooropzeg uit de brand slepen. Statutaire ambtenaren, net als statutaire personeelsleden van scholen en universiteiten, kunnen twee keer zes extra maanden aan hun carrière breien, maar, alweer, alleen als hun werkgever ermee instemt. Nadien volgt de definitieve exit.

­Alleen zelfstandigen ontsnappen aan die maatregel, zij kunnen na hun 65ste verjaardag aan de slag blijven. Wat ze dan ook massaal doen.

Uit een recente bevraging van vacaturesite Indeed bij duizend Belgische 50-plussers bleek nochtans dat een aanzienlijk deel van de 50-plussers ­gelooft dat blijven werken na de pensioenleeftijd voordelen heeft.

46 procent vindt het goed voor de gezondheid, 42 procent noemt het goed voor hun geluksgevoel en 45 procent ­beschouwt het als financieel nood­zakelijk.

Het is dan ook niet verrassend dat vier op de tien na hun pensioen graag deeltijds willen blijven werken. Bijna een op de vijf zegt zelfs voltijds aan de slag te willen blijven.

Iets meer dan de helft van de 50-plussers wil na de actieve loopbaan ook aan vrijwil­ligerswerk doen.

Voldoening en betekenis

De huidige pensioenregeling op 65 jaar laat uitschijnen dat ouderen niet langer hun plaats hebben op de arbeidsmarkt en maar beter kunnen flexi-jobben of als vrijwilliger aan de slag kunnen gaan.

Voor alle duidelijkheid, zowel flexwerkers als vrijwil­ligers hebben een belangrijke plaats in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Zonder hen zou het snel spaak lopen. Maar niet alleen gepensioneerden kunnen die rol op zich nemen.

Wordt het dan niet tijd om werk­nemers en ambtenaren zelf te laten bepalen of ze na hun 65ste in dienst willen blijven van hun werkgever?

Wie dat wenst, gaat met pensioen, wie liever aan het werkt blijft, doet dat. Daarmee zou de samenleving erkenning en waardering voor ouderen op de arbeidsmarkt uitspreken.

Een update van de wetgeving dringt zich op: een wetgeving die zich aanpast aan een nieuwe realiteit waarin zestigers en zeventigers steeds fitter en gezonder blijven.

65-jarigen hebben vandaag nog gemiddeld twintig jaar in het verschiet, waarvan ruim de helft in goede gezondheid.

Tegen 2040 wordt dat ruim 23 jaar waarvan nog veertien in goede gezondheid.

Het zou zonde zijn om dat potentieel niet te benutten, als in de toekomst door de vergrijzing steeds meer ouderen afhankelijk worden van steeds minder werkenden.

Voor elke ­67-plusser zijn er vandaag 3,7 poten­tiële actieven. Tegen 2050 zullen dat er nog amper 2,5 zijn. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt, die de komende jaren met de uitstroom van de baby­boomers nog zal toenemen, is het niet langer verantwoord mensen die na hun 65ste aan het werk willen blijven, aan de kant te schuiven.

Er zit trouwens niet alleen winst in voor de arbeidsmarkt, ook wie kiest om langer aan het werk te blijven, heeft er baat bij. Voor die mensen is hun werk meer dan een job. Ze halen er voldoening uit en vinden er betekenis in.

Collega’s zijn vaak meer dan ­alleen collega’s. Het werk biedt ­kansen om mensen te ontmoeten, ­ervaring te delen, maar ook om zich verder bij te scholen en te ontwikkelen.

Mensen die zich goed voelen en actief blijven, blijven ook langer ­gezond en doen minder vaak een ­beroep op de ­gezondheidszorg. Waarom hen die kansen dan ontzeggen?

Werk anders organiseren

Ook dat er – uiteraard – een finan­cieel voordeel aan zit, zal mensen ­ertoe aanzetten langer aan de slag te ­blijven. Denk maar aan wie nog studerende kinderen heeft of een hypotheek heeft af te lossen, of een levensstandaard wil handhaven waarvoor het pensioenbedrag te laag uitvalt.

Een wetswijziging die mensen de kans biedt langer te blijven werken, mag natuurlijk impliciet niet de ­verplichting in zich dragen aan de slag te blijven zodra de pensioenleeftijd is bereikt.

Maar is er meer nodig dan een wetswijziging om werknemers de ­vrijheid te geven aan de slag te blijven als ze de pensioenleeftijd bereikt ­hebben.

Wie na 45 jaar dienst is ­opgebrand, zich niet langer gewaardeerd voelt of de kans niet meer krijgt om zich bij te scholen, heeft niets aan zo’n wetswijziging. Die heeft alleen zin als we loopbanen en werk anders organiseren.

Zo kan de boog geen 45 jaar ­gespannen staan, als mensen na hun 65ste aan de slag willen blijven. Loopbanen van 45 jaar of langer spreiden over een langere periode kan een deel van de oplossing zijn.

Zo kunnen mensen meer tijd nemen voor (groot)ouderschap, voor zelfontwikkeling en zelfontplooiing, of voor ­vrijwilligerswerk.

Het idee is ook ­achterhaald dat je je carrière op het spel zet als je nieuwe paden verkent met minder verantwoordelijkheid, minder status en zelfs minder loon.

Anders kijken naar werk en loopbanen is ook anders kijken naar ouderen. Op die manier is vergrijzing niet langer een probleem, maar wordt ­vergrijzing een deel van de oplossing.

  • Luc Martens (voormalig politicus), 
  • Vincent Van Malderen (HR-expert), 
  • Stefan Doutreluingne (bureau50)
  • Filip Lemaitre (bureau50)
  • Frederik Anseel (UNSW Business School), 
  • Lesley Arens (zaakvoerder ZigZagHR), 
  • Stijn Baert (prof. Arbeidseconomie UGent), 
  • Elke Bijl (loopbaancoach VDAB), 
  • Maarten Boudry (wetenschapsfilosoof UGent), 
  • Johan Braeckman (hoogleraar wijsbegeerte UGent), 
  • Peter Craeymeersch (ceo Kursaal Oostende / Toerisme Oostende), 
  • Hilde De Brauw (loopbaancoach Travvant), 
  • Hans De Croos (zaakvoerder Rabbit), 
  • Geert Degrande (journalist Re-Story), 
  • David Ducheyne (president hrpro.be), 
  • Lode Godderis (gewoon hoogleraar en ceo van Idewe), 
  • Fons ­Leroy (voorzitter van Het Beroepenhuis, GTB en Vlajo), 
  • Georges Monard (voormalig secretaris-generaal ministerie van Onderwijs), 
  • Michele Sioen (ceo Sioen), 
  • Guy Tegenbos (journalist), 
  • Martine Tempels (consultant MT advice), 
  • Wouter Torfs (voorzitter koepel CAW), 
  • Chantal Van Audenhove (hoogleraar emeritus KU Leuven), 
  • Roeland Van Dessel (ceo Travvant), William Van Malderen (voormalig ceo Bull), 
  • Frank Van Massenhove (voormalig voorzitter directiecomité FOD sociale zaken), 
  • Steven Van Mol (gedelegeerd bestuurder Skillbuilders), 
  • Saskia Van Uffelen (Belgian Digital Skills Lead), 
  • Stéphane Verbrugge (Business Growth Coach), 
  • Lut Vercruysse (bestuurder De Chinezen, VRT, Studio 100, Stuk Leuven).

Lectrr

Bron: De Standaard

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven