David Hockney – Je moet kijken om het te zien


Vanaf 8 oktober toont Bozar in Brussel werk van de Britse kunstenaar David Hockney, waaronder 116 iPad-schilderijen die hij tijdens de lockdown maakte. Daarover en over het plezier van het kijken maakte de 84-jarige een boek met Martin Gayford. Zoals steeds is hun conversatie diepzinnig én geestig.

Rudi Meulemans – De Standaard


David Hockney houdt van een opwindend leven. De 84-jarige verwacht dat het voortdurend spannend is. Dat wil niet zeggen dat het spectaculair moet zijn. Hij vindt opwinding in dingen die voor velen niets betekenen, zelfs in regendruppels die op een plas vallen. Voor hem gaat het over hoe je naar iets kijkt, over het genot ervan.

In volle coronacrisis deelde hij, via de website van de BBC, een serie schilderijen die hij met zijn iPad had gemaakt. Ze tonen de cyclus van de seizoenen als een metafoor voor het leven en de dood. De kunstenaar bleek niet te wanhopen, integendeel; op de website schreef hij: ‘I love life’.

Martin Gayford, kunstcriticus van The Spectator, verwierf ook bij ons bekendheid met zijn boek over zijn poseersessies voor Lucian Freud, Man met blauwe sjaal (2012).

Hij kent Hockney al zo’n 25 jaar. Het is een vriendschap op afstand. Ze spreken elkaar meestal via de telefoon of sturen e-mails. Wanneer het kan, zien ze elkaar in levenden lijve in het atelier van Hockney. Telkens hervatten ze hun conversatie alsof er geen onderbreking is geweest.

Hockney out zich als een liefhebber van Proust en maakt vergelijkingen tussen diens romancyclus en zijn eigen werk

Die bijzondere band resulteerde ondertussen al in drie boeken: 

Dat laatste past bij de tentoonstelling in Brussel. Hockney reikt ideeën aan en Gayford ordent en verwerkt hun gesprekken op onnavolgbare en meeslepende wijze tot een verhaal.

Een genereuze uitgever zorgt vervolgens voor een mooi vormgegeven, rijk geïllustreerde uitgave.

A bigger message

Winter en lente

Ten tijde van de gesprekken die een neerslag kregen in A bigger message woonde Hockney, na ongeveer een kwarteeuw in Los Angeles te hebben verbleven, in het Engelse kuststadje Bridlington in East Yorkshire.

Net als Constable het hem had voorgedaan was hij teruggekeerd naar het landschap van zijn jeugd. Hij raakte er gefascineerd door wat hij al die jaren in Californië gemist had: de overgang van de winter naar de lente.

Waar hij in Californië spectaculaire landschappen schilderde, toeristische attracties zoals de Grand Canyon, ging hij zich nu toeleggen op wat hij zelf noemt ‘het goede, gewone Engelse landschap’.

Om die natuur te leren waarderen moet je er lang naar kijken. En laat nu uitgerekend dat een essentiële activiteit zijn in het leven en het werk van David Hockney. Kijken is zijn grootste plezier.

Hockney is vol bewondering voor Claude Monet die 43 jaar lang in zijn tuin in Giverny naar zijn waterlelies stond te kijken. 43 lentes, 43 winters. ‘Wat een leven!’

Het resultaat van dat nauwkeurig kijken is dat Monet ons meer toont dan wat we doorgaans zelf zouden zien.

Hockney gelooft niet zozeer in gezond leven als wel in goed leven, wat wil zeggen ten volle genieten, de schoonheid van de wereld rondom ervaren

Het helpt om ver weg van alles te zijn.

Hockney verwijst naar Vincent van Gogh in Arles. Kijk naar wat hij schilderde: het onooglijke plein voor zijn huis, de spoorwegbrug, twee doodgewone stoelen.

Omdat hij daar zo geïsoleerd leefde ging hij heel goed kijken naar de dingen en laat hij ons de wereld net dat tikkeltje intenser beleven.

De titel van het eerste boek is ontleend aan het schilderij van 2010 dat Hockney baseerde op Le sermon sur la montagne (ca. 1656) van Claude Lorrain. Die Franse schilder van landschappen was eerder al een inspiratiebron voor Turner en Constable. Zo plaatst Hockney zich in een traditie.

Op het omslag van A bigger message staat een foto van David Hockney die met zijn rug naar ons toe werkt aan het schilderij Felled trees on Woldgate (2008).

Op het canvas zien we de gevelde bomen die een purperen kleur zullen krijgen op het afgewerkte schilderij. Want volgens Hockney zijn die boomstammen in het echt purper. Je moet gewoon goed kijken om het te zien.

Het amuseert Hockney om, wanneer hij samen met iemand in de auto zit, te vragen welke kleur de weg heeft. Wanneer de chauffeur antwoordt: grijs of beige of zwart, dan zegt Hockney: ‘Nee, nee, je moet beter leren kijken. De weg is geel of rood of paars, al naargelang. Maar zeker niet grijs of beige of zwart.’

Eén klik

David Hockney werd geboren in 1937 in Bradford, vlakbij Leeds, op twee uur rijden landinwaarts van Bridlington. Op zijn elfde besliste hij dat hij kunstenaar wilde worden zonder precies te weten wat dat inhield. Zijn doorbraak kwam er in 1961.

Wat meteen in het oog sprong was zijn gave om schilderijen te maken die bijzonder fris oogden en de tijdgeest weerspiegelden.

Aan het einde van dat decennium was hij uitgegroeid tot een ster. Zijn bekendheid reikte tot ver buiten de kunstwereld.

Gayford verklaart dat succes door de uitzonderlijke kracht die uitgaat van zijn werk en door de toegankelijkheid ervan. Hij vindt dat ook de persoonlijkheid van Hockney, die een vlotte en charmante spreker is, een rol speelt.

Hockney (en Ruby) in Normandië, mei 2019. Jean-Pierre Gonçalves de Lima 

Aanvankelijk werkte Hockney in een stijl die hij zelf ‘naturalisme’ noemde en waartoe veel van zijn meest geliefde werk, zoals bijvoorbeeld Mr and Mrs Clark and Percy (1970-71), gerekend kan worden.

Na een tijdje vond hij die vorm echter te beperkend en ging hij op zoek naar manieren om de valkuil van het naturalisme te vermijden. Zijn werk werd over de jaren bijzonder divers.

Gayford schrijft dat Hockney zocht naar manieren om de wereld weer te geven die anders zijn dan die waarop een cameralens dat doet.

Camera’s en fotografie zijn een terugkerend onderwerp in hun gesprekken. De ruimte en hoe die af te beelden op een vlak oppervlak is wat Hockney boeit.

Terugblikkend op zijn werken A bigger Grand Canyon en A closer Grand Canyon (1998) zegt hij dat foto’s die landschappen geen recht kunnen doen omdat fotografie alles in één keer ziet, in één klik vanuit één gezichtspunt. Wij kijken anders.

Het feit dat het ons tijd kost om het hele landschap te zien maakt de ruimte. Wij zien niet alles in één keer.

In 2001 schoolde Hockney zich even om van kunstenaar tot kunsthistoricus. In zijn boek Secret knowledge schoof hij de thesis naar voor dat Europese schilders beelden gebruikten gemaakt door lenzen en spiegels lang voor de officiële geboorte van de fotografie in het midden van de negentiende eeuw.

Ondertussen leven we in een tijd waarin een ongelofelijk aantal beelden wordt geproduceerd die op geen enkele manier aanspraak maken kunst te zijn.

Ze pretenderen, volgens Hockney, iets te zijn wat veel dubieuzer is. Ze beweren de realiteit te tonen.

Toch heeft de kunstenaar zich steeds geïnteresseerd voor nieuwe technologie en onderzocht hoe hij die kan inzetten voor het maken van kunst:

  • de polaroidcamera
  • de fotokopieermachine
  • het faxtoestel
  • de iPhone
  • de iPad

In de periode waarin hij met Gayford de gesprekken voerde voor A bigger message begon hij te experimenteren met high definition camera’s.

Hij liet negen zulke camera’s op een rooster monteren op een auto waarmee zijn assistenten rondreden.

Het resultaat werd getoond op een scherm opgesplitst in negen secties. Het was weer een andere manier om het landschap af te beelden, om ons ertoe aan te zetten anders te kijken.

A history of pictures

FaceTime

Voor hun tweede gemeenschappelijke boek, A history of pictures, logeerde Martin Gayford bij David Hockney in zijn huis aan Montcalm Avenue in Hollywood Hills.

In die uitgave, die de allures heeft van het betere salontafelboek, kijken ze naar kunst van vandaag en van vroeger. Als twee mensen naar dezelfde afbeelding kijken zien ze niet altijd hetzelfde. Dat geeft een prettige spanning. Het is een geliefd procedé dat Gayford ook toepast in zijn andere boeken over kunstenaars.

Hockney noemt een werk van vele eeuwen geleden dat hem vandaag nog raakt ‘een hedendaags werk’ omdat het nu een effect heeft op hem.

Gayford en Hockney redigeren op eigenzinnige wijze het verleden zodat het helderder wordt. De kunstenaar staat voor helderheid in wat hij zegt, wat hij schrijft, in wat hij schildert en wat hij denkt. Dat is nog een reden waarom hij zo geliefd is bij een breed publiek.

Spring cannot be cancelled

Verloren tijd

Voor Spring cannot be cancelled werd Gayford door Hockney uitgenodigd om te komen logeren in Normandië waar hij zich in 2019 teruggetrokken heeft in de boerderij La Grande Cour. Maar toen was er corona.

Noodgedwongen zetten ze hun gesprekken verder via Face­Time, meestal rond aperitieftijd, Gayford met een glas wijn in Cambridge en Hockney bij een biertje in Normandië.

La Grande Cour ligt op een goed halfuur rijden van Bayeux waar Hockney graag gaat kijken naar het bijna zeventig meter lange elfde-eeuwse Tapijt van Bayeux.

Al geruime tijd is hij geïntrigeerd door de manier waarop een aaneenschakeling van beelden tot een verhaal kan leiden. Op die manier wil hij ook de lente in Normandië afbeelden.

Met La Grande Cour heeft Hockney een atelier in het landschap. Hij woont en werkt er te midden van zijn onderwerp, een beetje zoals Monet. Hij voelt zich herboren, zegt hij.

Hij gelooft niet zozeer in gezond leven als wel in goed leven, wat wil zeggen ten volle genieten, de schoonheid van de wereld rondom ervaren en je toeleggen op een taak die je volledig opslorpt.

Het werk is voor Hockney een gewoonte en een plezier. Hij herkent zich in Degas die gezegd zou hebben dat hij gewoon een man was die graag tekende.

Hockney out zich als een liefhebber van Proust en maakt vergelijkingen tussen diens romancyclus en zijn eigen werk. 

A la recherche du temps perdu gaat over de relativiteit van tijd en waarneming. Onze ogen zijn verbonden met onze geest. We begrijpen wat we nu zien in het licht van wat we eerder hebben gezien.

Daarom dacht Proust dat het alleen mogelijk was om iets of iemand te begrijpen via een reeks beelden van verschillende momenten.

Ook Hockney grijpt telkens opnieuw terug naar hetzelfde onderwerp: dezelfde boom, dezelfde struik, dezelfde weg, steeds op een ander moment.

Het zijn afbeeldingen van de verloren tijd.

In het hoofdstuk ‘Several smaller splashes’ hebben Hockney en Gayford het over het tekenen en schilderen van regen.

Hun conversatie is geestig en diepzinnig, geraffineerd en ongecompliceerd tegelijk.

Ze kijken naar hoe Hokusai en Hiroshige dat deden in Japan, hoe Leonardo da Vinci het voor mekaar kreeg of Francis Bacon, maar ook hoe de veel minder bekende kunstenaar Konrad Witz het water in 1444 schilderde in De miraculeuze visvangst.

Hockney vertelt een anekdote:

In de regenscène van Singin’ in the rain deden de technici melk in het water zodat de camera het water kon zien. Het kostte hem alvast ontzettend veel tijd om het snel spetterende water in zijn beroemde werken The splash (1966) en A bigger splash (1967) af te beelden.

Hockney betreurt natuurlijk de coronacrisis, maar geeft ook toe dat de lockdown voor hem een zegen was. Hij kon werken naar hartenlust, niemand die hem kwam storen.

Hij bekent dat wanneer hij echt goed aan het tekenen of het schilderen is, hij uit zichzelf kan treden. Hij is zich dan niet langer bewust van de tijd. Het is het hoogste wat we als mens kunnen bereiken. Op die momenten tekent hij simpele dingen.

Hij vindt het jammer dat de meeste mensen de rijkdom van die dingen niet meer zien. Maar hij kan er hen wel aan herinneren.

Of misschien is het, zoals Gayford schrijft, niet zozeer het ding op zich dat interessant is maar wel de mens die ernaar kijkt.

De drie boeken die Martin Gayford en David Hockney samen schreven verschijnen bij Thames & Hudson.

Van A history of pictures bestaat een versie voor kinderen, die in het Nederlands vertaald is (Kijken voor kinderen, bij Lemniscaat)

In De Standaard Weekblad leest u een portret van David Hockney.

Kijken voor kinderen
Man met blauwe sjaal

Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Naar de website


Scroll naar boven