Priester Gabriel Romanelli trok midden in de oorlog Gaza binnen. De christelijke gemeenschap kreeg er dodelijke klappen, maar kampte ook met kleinere problemen. Waar vind je hosties en miswijn in oorlogstijd?
Dries Blontrock – De Standaard
26 april 2026
Leestijd: 6 min
“Als priester moet je bij je kudde blijven.”
Gabriel Romanelli zegt het alsof het de normaalste zaak ter wereld is, maar hij moet zowat de enige persoon zijn die midden in de Gaza-oorlog het gebied binnentrok én er vrijwillig bleef.
“Ik kon hen toch niet aan hun lot overlaten? Ouderen, zieken, kinderen met een beperking, vluchtelingen, gezinnen met kinderen.”
Sinds hij in Gaza aankwam, op 16 mei 2024, woont de Argentijnse priester in de gebouwen van de katholieke kerk, terwijl de bommen en kogels om hem heen insloegen.
Dat hij nog steeds gezond en in één stuk de misvieringen leidt, mag een wonder heten.

Veel gezinnen waren samengetroept rond de kerk van de Heilige Familie in het hartje van het noordelijke Gaza-Stad, ondanks talrijke Israëlische evacuatiebevelen.
“Zij vertelden me: vader er is geen veilige plek in Gaza, niet in het noorden of in het zuiden”, zegt Romanelli tijdens een videogesprek vanuit zijn kantoortje bij de kerk.
“Dus hebben we geprobeerd hen te beschermen, maar jammer genoeg zijn we vaak aangevallen. In 2023 heeft een Israëlische sniper twee vrouwen gedood op ons terrein, en tien anderen verwond.”
Toen was Romanelli nog niet in Gaza.
Tijdens de Hamas-aanval van 7 oktober 2023 was hij in Rome voor een bijeenkomst van kardinalen.
Maar ook nadat de priester teruggekeerd was, stopten de bombardementen en ontberingen niet.
Over die twee jaar schreef Romanelli een boek, waarvan de Nederlandse vertaling Licht in het puin pas verschenen is.
Salmonella
“Vader, ik zou liever sterven dan leven”, vertrouwt de twaalfjarige Clara de priester toe in het eerste hoofdstuk.
De katholieke gezinnen voelden zich dan misschien beter bij de kerk, het leven bleef er beenhard. Tot zevenhonderd mensen zaten er samengepropt in de kerk, een huis van de katholieke zusters, een huis voor de priester, en een kleuter- en lagere school.
“Mensen sliepen overal”, zegt Romanelli.
“Tussen 10 en 25 mensen in één klaslokaal zonder water en met te weinig eten, voor meer dan twee jaar.”
Die dichtbevolkte situatie leidde af en toe ook tot spanning en “ruzies tussen of binnen gezinnen”.
Sinds het staakt-het-vuren in oktober zijn sommige mensen naar hun oorspronkelijke woonst teruggekeerd. Zij wonen wel vaker in een tent op de ruïnes van hun huis.

De priester beschrijft zijn kerk als “een vluchtelingenkamp, een ziekenhuis en ook een kerkhof”.
Het eerste bombardement op het kerkterrein dat hij zelf meemaakte, noemt Romanelli nog een mirakel. Toen drie Israëlische bommen het huis van de zusters in puin legden, vielen er geen slachtoffers: iedereen zat net in de kerk voor de mis.
“Iedereen weet dat dit een kerk is. We hebben geen enkele connectie met iets militairs of politieks”, stelt hij.
Een tweede bombardement volgde, dit keer met zwaardere gevolgen. De explosie blies enkele stenen weg uit de gevel van de kerk, net onder het kruis op de nok van het dak. Drie mensen kwamen om en twaalf anderen raakten gewond.
“Ik was een van hen”, zegt Romanelli. De priester kwam allerminst ongeschonden uit de oorlog.
Naast die verwonding liep hij ook nog salmonella op, een ziekte waarvan hij naar eigen zeggen nog altijd de gevolgen draagt.
“Water was, en is nog altijd, een enorm probleem”, zegt de priester. Hij beschrijft in zijn boek ook de dodelijke hongersnood die Gaza vooral in de zomer van 2025 teisterde.
“Het was normaal dat mensen 25 kilo lichaamsgewicht verloren.”
Zo erg is het nu niet meer, maar Romanelli klaagt dat er nog steeds te weinig en te weinig kwalitatief voedsel is.
Dankzij de inspanningen van Pierbattista Pizzaballa, de patriarch van Jeruzalem, mochten de christenen zich nog tot de gelukkigen rekenen qua toegang tot hulp.

Een beetje Nederlands
De hongersnood had ook onvoorziene gevolgen voor de kleine katholieke gemeenschap van Gaza: de hosties en de miswijn raakten op.
Voor de oorlog moest Romanelli rekenen op sporadische leveringen van enkele flessen wijn via het Patriarchaat van Jeruzalem. Hij begon te rantsoeneren en probeerde zelf wat wijn na te maken met een doos rozijnen die hij op de markt kon bemachtigen.
“Met de hosties kregen we ook problemen. We moesten er hier beginnen te produceren. Gelukkig had ik na de oorlog van 2021 een machientje meegenomen van vrienden in Italië waarmee je hosties kan maken”, lacht hij.
De Argentijn leidt sinds 2019 de parochie in Gaza. Zijn eerdere omzwervingen brachten hem onder andere naar Jordanië, waar hij 28 jaar geleden enkele woorden Nederlands leerde van een Belgische vrijwilliger.
“Ik vond Nederlands toen al moeilijker te leren dan Arabisch”, grapt Romanelli, die het Nederlands nog verrassend goed blijkt te beheersen – toch voor een Argentijn in Palestina.
Hij belde tijdens de oorlog elke avond met zijn landgenoot paus Franciscus in Rome, tot diens dood in april vorig jaar.

Romanelli mag blij zijn dat hij wel nog leeft. In zijn boek vertelt hij hoe hij maar nipt ontsnapte aan twee droneaanvallen: een op de binnen koer en een op het terras. De kogel van die laatste aanslag, die in de muur insloeg, heeft hij bewaard.
“Elk kind heeft wel vijf zulke verhalen”, zegt een bijna gelaten Romanelli.
Hij toont een granaatscherf, die een kind hem overhandigde:
“Het is een spel voor hen. Ze zoeken er om het meest.”
Met de christelijke gemeenschap in Gaza gaat het niet goed, zegt de priester. Van de 1.017 christenen voor de start van de oorlog op 7 oktober 2023 zijn er vandaag nog 569 over.
Meer dan een derde kon naar het buitenland vluchten volgens Romanelli, 86 Palestijnse christenen stierven door Israëlisch wapen geweld of omdat ze niet de juiste verzorging konden krijgen. 14 overleden van ouderdom.
“Zes procent is gestorven. Dat is veel.”
En Clara?
“Ze woont met haar familie buiten de kerk, in een appartementje omdat hun huis vernield is. Ik heb haar vandaag nog gezien.
“Er zijn veel trauma’s waarmee we proberen te helpen. Maar het gaat goed met haar. Ze wil leven.”


© Omar Al-Qattaa/afp
Lees ook
Overzicht
Lees alle berichten in deze categorieën
Bron: De Standaard