Plage Centrale –  Rebekka de Wit en Thomas Hertog


Rebekka de Wit noemt hem een astronaut op aarde. Thomas Hertog legt zijn hoop in haar handen, de verwachting is niet min: ‘We hebben kunst nodig om ons wereldbeeld grondig te herdenken.’ Een gesprek over ruimteschip aarde, hoe het allemaal begon en wie de vuilnisbakken buitenzet.

Ann-Sofie Dekeyser en Filip Rogiers

De Standaard


‘Dat je het universum wilt ontrafelen, is dat niet een beetje machtsbelust?’

Rebekka de Wit


Allebei grijpen ze naar het ongrijpbare. Hij naar de kosmos, zij naar een posthumanis­tische toekomst. Hij hanteert wiskunde als taal, zij doet het met woorden. Maar uiteindelijk komen ze op dezelfde kwestie uit: waar gaan we naartoe?

Het is voor hen geen retorische vraag, geen defaitistische verzuchting, geen hoofdschudden en kop in het zand. Ze zijn op zoek naar een nieuw verhaal voor de toekomst.

‘Ik geloof in kosmisch activisme’, zegt Thomas Hertog.

Een terras op de dijk van Oostende. Aan tafel zitten Hertog, kosmoloog en hoogleraar theoretische natuurkunde aan de KU Leuven, en Rebekka de Wit, theatermaker, schrijver en columnist, onder meer in dit blad.

Hertog bracht net een boek uit, Het ontstaan van de tijd, waarin hij schrijft dat er een tijd heeft bestaan waarin tijd niet bestond. En dat er niet zoiets is als vaste, universele natuurwetten.

Het is zijn conclusie na meer dan twintig jaar nauw samenwerken met wijlen Stephen Hawking, de wereldbefaamde, aan zijn rolstoel gekluisterde astrofysicus.

Zijn wereld bestaat uit zwarte gaten, kos­mische hologrammen en gravitatiestraling.

Maar tegenwoordig ook uit het podium, waar hij grootse, beladen thema’s toegankelijk maakt. Dat is ook wat zij daar doet, op die bühne.

Allebei stonden ze op Theater aan Zee. De Wit met het bejubelde De zaak Shell, dat ze samen met Anoek Nuyens maakte. Daarvoor volgden ze het klimaatdebat jarenlang op de voet.

Ze bezochten aandeelhoudersvergaderingen van multinationals, lazen speeches, doorploegden beleidsnota’s van overheden. De theatermaakster maakt wel vaker uitstappen naar non-fictie.

‘En ik heb geacteerd in een theaterstuk’, zegt Hertog.

‘Met theatermaker Thomas Ryckewaert. Onze ­bedoeling was de ruimte tussen wetenschap en kunst op te zoeken. We hebben beide nodig om ons wereldbeeld grondig te herdenken. 

Move 37 ging over aliens, robots, intuïtie. En uiteindelijk ook over de vraag of artificiële intelligentie ooit een nieuwe Einstein wordt.’

Wat denkt u, zal AI wetenschappers vervangen?

Hertog: ‘Het was een open vraag. Dat is het voordeel van theater, je hoeft geen antwoorden te geven.’

De Wit: ‘Ik las laatst een mooie quote van James Baldwin“The purpose of art is to lay bare the questions that have been hidden by the answers.”

‘Antwoorden bedekken veel van de aannames waarmee de vraag, en vervolgens ook het antwoord, geproduceerd zijn. In mijn werk is de vraag meestal het eindpunt en niet het beginpunt. Het begint vanuit frictie, iets waarvan ik voel: hier klopt iets niet. Ik vertrek vanuit een soort sprakeloosheid en uiteindelijk kom ik uit bij de meest precieze vraag.

‘Neem bijvoorbeeld mijn boek Afhankelijkheidsverklaring. Ik zie mensen naar de doe-het-zelfzaak gaan om een kippenhok te timmeren. Ze kopen spijkers, hout, scharnieren, en denken vervolgens dat ze dat hok helemaal zelf hebben gebouwd.

‘Ze gaan voorbij aan het delven van ijzererts, transport en al wat er is moeten gebeuren voor dat materiaal in de winkel lag: een metafoor voor de mens die timmert aan zijn eigen succes en zich selfmade man waant.

‘We zien onafhankelijkheid als het hoogste goed, terwijl we ons in structuren hebben georganiseerd waarin we afhankelijker van elkaar zijn dan ooit. De vraag luidt: waarom houden we dag in, dag uit een illusie van onafhankelijkheid voor elkaar op?’

Hertog: ‘Voilà. Wat is de vraag die we ons moeten stellen? Daar begint alles mee.

‘Wat was er voor de oerknal? Al negentig jaar lang is mijn vakgebied die vraag aan het herformuleren en blijft een antwoord uit.

‘Er is duidelijk iets mis met de vraag. Elk wetenschappelijk onderzoek ontvouwt zich binnen een paradigma, een verzameling van gedeelde overtuigingen, vooronderstellingen en waarden.

‘Maar heel af en toe gebeurt het dat je botst op de limieten van zo’n paradigma, dat je vaststelt dat er iets schort aan je vooronderstellingen. Dat is wat Stephen en ik hebben meegemaakt.’

De Wit: ‘Zie je een deur naar een nieuw paradigma?’

Hertog: ‘Zeker! Een nieuwe wetenschapspraktijk. Een nieuw wereldbeeld bijna. Als tijd is ontstaan bij de oerknal, houdt de vraag wat er voor de oerknal was geen steek. Wat betekent dat causaliteit geen steek houdt. En dat betekent dat we eindelijk iets hebben gevonden dat geen oorzaak heeft.’

Daar flippen normale mensen op.

Hertog: ‘Dat maakt het zo leuk.’

Met uw boek zet u alle natuurwetten op losse schroeven.

Hertog: ‘Je kunt me daarvoor van ketterij beschuldigen.’

Kreeg u niet al absolutie? In 2016 was u met Stephen Hawking bij de paus. Daar en dan is als het ware de strijd beslecht tussen religie en wetenschap, die eeuwen heeft geduurd en talloze mensenlevens heeft gekost. Heeft de paus Hawking zijn zegen gegeven of omgekeerd?

Hertog: ‘Wederzijds. De vroege Hawking had, net als Einstein en Newton, het beeld dat we via de objectieve taal van de wiskunde tot een soort theorie van alles konden komen, een natuurwet als een goddelijke waarheid.

‘Vandaar de clash met religie. Maar daar stappen we van af, er zal altijd een soort mysterie blijven. Onze hypothese over de oerknal vertelt hoe het allemaal is gebeurd, maar laat de grote waaromvraag deels open. Zo kunnen wetenschap en geloof hand in hand gaan.’

Uw theorie maakt de mens weer het middelpunt van alles in dat onmete­lijke heelal.

Hertog: ‘Wat maakt het heelal zo levensvatbaar, zo biofiel, was de vraag die ons bezighield. Hoe kan het dat uit die oerknal een universum is voortgekomen waarin als bij wonder leven mogelijk is? Dat voelt als doorgestoken kaart.

‘Was de zwaartekracht iets sterker, waren de temperatuurverschillen in de hete oerknal iets groter, dan liepen wij hier nu niet rond.

‘Is ons bestaan het resultaat van een opeenstapeling toevalligheden of is het universum planmatig en doelgericht?

‘We hebben dat mysterieuze biofiele karakter van het heelal in onze formules verweven. Je zou kunnen zeggen dat we ons eigen scheppingsverhaal hebben geschreven.

‘Slotsom? De regels van de fysica muteren in de oerfase van het heelal in een proces van willekeurige variatie en selectie, zoals we kennen uit de evolutietheorie van Darwin.’

Wij zijn een gelukkig toeval?

Hertog: ‘En dan durf ik de vraag te stellen wat het betekent om mens te zijn in deze gastvrije kosmos, als rentmeesters van planeet aarde.’

De Wit: ‘Ik vind het een prettig idee dat ik even rommelig ben als het universum. Het bevalt me dat het leven random is en vorm krijgt naarmate het vordert. Dat de mensen met wie je omgaat en de dingen waar je tegen aanbotst je voortdurend vormen. We ontstaan door onze relaties met anderen, we veroor­zaken elkaar.’

Jullie gaan zelf in het middelpunt staan op het podium. Vanwaar jullie behoefte aan publiek?

De Wit: ‘Behoefte aan gemeenschap, in de pastorale zin des woords. (lacht) Theater is een gemeenschappelijk proces. Ik hou zo van theater omdat het een van de laatste ruimtes is waarin een gemeenschappelijke concentratie heerst, die ik in het dagelijks leven mis.

‘In het theater zetten mensen nog hun telefoon op vliegtuigstand, dat doen ze zelfs niet meer in het vliegtuig.’

Spaceship earth

Hertog zegt dat hij van nature timide is, ‘de publieke arena betreden vergt een inspanning’. Maar hij staat er met een missie: de kloof tussen de maatschappij en de ivoren toren dichten.

‘Wetenschappelijke kennis krijgt pas ten volle betekenis in de confrontatie met het ­publiek. We leven in een hoogtechno­logische wetenschappelijke ­samen­leving en tegelijk staat die wetenschappelijke waarheid permanent onder druk. We moeten dringend een bredere wetenschappelijke cultuur kweken.

‘We moeten onze eigen plek in het heelal begrijpen om ons van een toekomst op kosmische schaal te verzekeren. Wij zijn spaceship earth, iedereen op aarde is crewlid, niemand is passagier. We hebben nood aan een kosmisch humanisme.’

De Wit: ‘Of aan een biofiele politiek.’

Verandert wetenschap wat het betekent om mens te zijn?

De Wit: ‘Als ik Frans de Waal lees of documentaires bekijk over bomen, octopussen en schimmels, vind ik mensen helemaal niet de kroon op de schepping.

‘Oké, we zijn intelligent, maar wel binnen onze eigen kaders. Wij kunnen niet in acht verschillende kleuren veranderen, driehonderd beukennootjes verstoppen en die allemaal terugvinden, en van echolocatie hebben we ook geen kaas gegeten. Onze talenten zijn nogal schamel.

‘De angst van mensen om niet uniek te zijn vind ik zo kinderachtig. ­Gelukkig is onze plek in de natuur enorm veranderd de laatste jaren. Advocaten pleiten ervoor om rechten toe te kennen aan landschappen, om chimpansees vrij te laten.

‘Ik vind het zo vet om uit het centrum van de schepping te zijn geknikkerd.’

Is de mens de kroon op de schepping?

Hertog: ‘Nee, natuurlijk niet. We staan misschien nog maar aan het begin van de evolutie van het leven.’

The best is yet to come?

Hertog: ‘Mogelijk. Maar we zitten op een scharniermoment. Met artificiële intelligentie, genetische modificatie, ­climate engineering en geo-engineering leven we in een eeuw waarin we onze toekomst zelf in handen nemen.

‘Na miljarden jaren van darwiniaanse evolutie is dit een zeer bijzonder kantelpunt. Daarom is het cruciaal om een toekomstbeeld voor ogen te houden: waar willen we naartoe? Het is net daar dat onze werelden elkaar moeten vinden.

‘Dit debat moet plaatsvinden in de open ruimte tussen kunst, wetenschap, beleid en bedrijfsleven.’

De Wit: ‘Ik kom er steeds meer op uit dat de klimaatcrisis een crisis in waarden is. We hebben het de hele tijd over carbon budget en cijfers, omdat er blijkbaar geen andere taal is.

‘Als je het klimaatdebat ontrafelt, stuit je op een gapende leegte in onze waarden. We zitten in een existentiële crisis en we weten niet wat we willen beschermen.’

Hertog: ‘De planeet zit niet verrekend in het kapitalisme. We weten allang wat er moet gebeuren, maar niemand reikt een kompas aan.’

De Wit: ‘Toch wel, de politiek vaart blind op het kompas van multinationals. Er is een enorm gebrek aan moed om onze waarden te formuleren. Nochtans hoeven we niet ver te zoeken, denk ik.

‘Sla er gelijk welk religieus boekje op na en je vindt een leidraad over hoe we mens moeten zijn tussen de rest van de schepping.

‘De VN hebben ook best wel aardige verdragen geschreven over mensenrechten, waar je een eind mee zou komen als ze niet op grote schaal werden geschonden. Het is dus niet zo dat we een verhaal moeten uitvinden, maar blijkbaar lukt het ons niet om die waarden in het systeem te implementeren.’

Hertog: ‘Ik denk niet dat er veel consensus is over onze waarden. Ik heb het gevoel dat wereld verdeeld is in mensen die de boel om zeep willen helpen en mensen die haar willen redden.’

‘En de wereld dan?’

Rebekka de Wit is onmiskenbaar betrokken in al wat ze doet. Politiek bewustzijn was een plicht bij de De Wits. Haar vader is theoloog en dominee. Hij zat in het verzet in Latijns-Amerika, tegen de dictaturen. Rebekka woonde tot haar vier jaar in Chili. De meest gehoorde zin in het ouderlijke huis: ‘En de wereld dan?’

Ze is niet opgevoed met het idee dat Jezus ons komt redden. Haar opvoeding draaide om compassie en het bewustzijn van macht en ongelijkheid. En ‘niet rusten voor iedereen gered is’.

Als ze spreekt, doet ze dat doorgaans met het voorhoofd gefronst en de ogen dichtgeknepen. Nee, met haar theater wil ze het publiek geen geweten schoppen.

Ze leent andermans woorden om te zeggen wat ze wel wil bereiken:

Art should comfort the disturbed and disturb the comfortable.’

Thomas Hertog was behoorlijk disturbed toen hij in de coulissen stond voor Move 37.

‘Wetenschap heeft een duidelijke methodologie, theater voelde als complete chaos. Dat creatieproces leek nergens naartoe te gaan. Ik had niets in de hand.

‘Ik heb begrepen dat wetenschap naar het publiek brengen niet gewoon een vertaaloefening is. Het vergt emotie, beleving, presentatie … Zeer interessant, maar ook verwarrend, onwennig en frustrerend.’

De Wit: ‘Inmiddels ben ik zo vertrouwd met de chaos dat het bijna geen chaos meer is. De nachtmerrie van elke acteur – opkomen zonder tekst – is best reëel.

‘Je moet erop leren vertrouwen dat je niet weet waarover het gaat, maar dat je dat stuk maakt om te weten te komen waarover het gaat. Dat is doodeng en het meest existentiële wat er is.’

In haar columns schrijft ze met veel openheid over zowel haar ‘planeetschmerz’ als over de pijn van het afkolven.

De kosmos is Hertogs comfortzone, het persoonlijke houdt hij liever af. Ze laat hem er niet zomaar mee weg­komen.

Om hem uit zijn kot te lokken, beschrijft ze een scène uit een documentaire over Andrew Wiles, de wiskundige die zeven jaar lang in isolement bezig was met het bewijs van de laatste stelling van Fermat.

Aan het krijtbord presenteerde Wiles het bewijs aan een zaal wiskundigen die van over de hele wereld naar Cambridge waren gekomen.

Toen een journalist hem vroeg wat het met hem deed om 300 jaar nadat Fermat met zijn stelling kwam het raadsel eindelijk op te lossen, trok hij bleek weg. Hij besefte dat er een fout in zijn bewijsvoering zat.

De Wit: ‘Dan heb je zeven jaar in alle eenzaamheid in een put gezeten, weg van vrouw en kinderen, en waarvoor?’

Hertog: ‘Die stelling bewijzen was waarvoor hij leefde. Hij kwam in een ­cata­strofale crisis terecht, niemand durfde hem nog aan te spreken.

(Twee jaar later kon hij alsnog de knoop ontwarren, zijn wiskundige bewijs telt 100 pagina’s, red.)

Einstein beschrijft iets gelijkaardigs over het bedenken van de relativiteitstheorie: “Jarenlang zat ik alleen in de woestijn, en ik wist niet of ik ooit een uitweg zou vinden.”’

De Wit: Herkenbaar?

Hertog: ‘Hawking en ik hebben de kosmologie binnenstebuiten gedraaid. Als je bezig bent met een paradigmashift, heb je geen vaste grond onder je voeten. Het is natuurlijk dat wat onze vriendschap gesmeed heeft: we zaten samen in die put.’

De Wit: ‘In Het boek van de schoonheid en de troost vroeg Wim Kayzer aan natuurkundige Edward Witten wat hij zou kiezen: de snaartheorie bewijzen of zijn kinderen zien opgroeien.’

Hertog: ‘Het laatste?’

De Wit: ‘Ja, maar ik vond de snelheid waarmee hij dat zei opmerkelijk. Het deed me denken aan wetenschappers die vooraan in hun boek hun vrouw bedanken. Nogal gratuit, zo in één zinnetje je schuldgevoel afkopen.’

Hertog: ‘Heb ik ook gedaan. Maar ik snap je bezwaar, het kost weinig moeite. En toch staat het er van ganser harte.’

De Wit: ‘Was het soms een dilemma? Dat je werd teruggeroepen uit die put en zei: “Sorry, Stephen, ik moet even de vuilnisbakken buitenzetten.”’

Hertog: ‘Tja, ik heb vier kinderen, dat vergt management.’

De Wit: ‘Ik bedoel niet letterlijk: nu leg ik mijn krijtje neer en ga ik mijn zoon van judo halen. Maar heb je ooit een tweestrijd gevoeld tussen de tijd in die woestijn versus de tijd die je met je kinderen doorbrengt?’

Hertog: ‘O, dat is een permanent spanningsveld.’

U hebt privé offers gebracht?

Hertog: ‘Vooral mijn vrouw, denk ik. Het is natuurlijk zo dat dit me dag en nacht bezighoudt, dat maakt me wellicht wat de typische afwezige of verwarde wetenschapper. Maar ik heb niet het gevoel dat ik iemand heb tekortgedaan. Het is een voortdurend navigeren en ­balanceren, zoals dat nu eenmaal gaat in een gezin.’

De Wit: ‘Als uw vrouw hier nu zou zitten, wat zou zij zeggen?

Hertog: ‘Dat zij het bed heeft moeten delen met de kosmos. (lacht)

Waren er ook momenten van wanhoop, daar in uw put?

Hertog: ‘Ik ben één keer naar spoed gevoerd. Ik zat heel diep in mijn hoofd en zag maar niet hoe het ineen moest klikken. Kortsluiting. Grote verwardheid en paniek. Ik kon niet meer logisch nadenken, mijn systeem was oververhit. Mijn vrouw heeft de ambulance gebeld.’

Bent u geholpen op spoed?

Hertog: ‘Als je daar binnenkomt met de oerknal als probleem, geven ze je iets om te kalmeren.’

Hoe vergaat de spanning tussen creatie en vuilnisbakken u, Rebekka?

De Wit: ‘Ik ben best wel ongeëmancipeerd. Niet in mijn gedachten, wel in de praktijk. Ik schrijf met de kinderen rond mijn hoofd. Mijn vriend zegt dat hij niet kan multitasken, maar ik heb het gevoel …’

Dat dat een keuze is?

De Wit: ‘Dat we die ongeëmancipeerde verhoudingen in de wereld verheffen tot karakterverschillen.

‘Ik kan ook niet multitasken, maar het moet wel gebeuren. Ik heb het gevoel dat ik me die put of woestijn helemaal niet kan permitteren. Ik voel me een beetje zoals Raymond Carver, die had een alcoholverslaving en kon daardoor alleen maar kortverhalen schrijven. Dan werd hij snel betaald en kon hij weer naar de slijterij.

‘Ik bedoel maar: de condities bepalen heel erg wat ik maak. Mijn vriend is bioloog en gaat nu met de minister van Landbouw spreken, want hij heeft een uitweg bedacht voor het stikstofprobleem. Terwijl ik borstvoeding aan het geven was en stukjes over het gezinsleven schreef. Dat zijn de verhoudingen.’

Hertog: ‘Je geeft je kinderen toch iets mee door hen je passie en bezetenheid te tonen. Of is dat een gedachte waarmee ik mezelf sus?’

De Wit: ‘Mijn vader was een afwezige ­vader en ik denk dat hij ook zoiets zou zeggen. In het dankwoord van zijn proefschrift staat: voor mijn vrouw, mijn kinderen en voor hun interesse in de vorderingen van dit boek.

‘Ik was toen vier, ik weet niet hoe hij erbij kwam dat ik geïnteresseerd was in interculturele hermeneutiek, zijn vakgebied.’

Hertog: ‘Ik heb mijn gezin vaak meegenomen op mijn sabbaticals. Naar Californië, Cambridge …

‘De kinderen zijn onderweg geboren, leerden er Engels, liepen er school. Dat zijn ervaringen die hen een internationaal perspectief gaven en ons als gezin gesmeed hebben. Maar goed, ik snap dat ze daar niet veel aan hebben als ze met een longontsteking zitten.’

De Wit: ‘Maar het is juist níét de longontsteking. Het gaat erom dat je je op een bepaalde manier niet gezien of gekend voelt. Ik mocht naar hém kijken, naar hém luisteren, zíjn boeken lezen.’

Hoe gaat u om met de discrepantie in emancipatie tussen theorie en praktijk?

De Wit: ‘Mijn moeder was niet geëmancipeerd, zij overleed toen ik zestien was. Mijn vader was ook niet geëmancipeerd. Dus ging ik het huishouden runnen.

‘Ik ben erg geconditioneerd in die man-vrouwverhoudingen, het is een erfenis. Van duizenden jaren, trouwens. Het zit in je lijf, die zorgreflex. Dat gom je niet uit door Le deuxième sexe van De Beauvoir te lezen. Maar ik werk eraan.

‘Laatst was ik een weekendje weg met familie. Aan het eind zei mijn vader: “Nou, ik heb vier boeken gelezen, hoeveel jullie?”

‘Ja vriend, niet één, want dat zijn communicerende vaten: terwijl hij las, deed ik boodschappen of stond ik in de keuken.

‘Dus mijn taak is nu een boek lezen en geen boodschappen doen. Een gat van chaos laten vallen. De wil om aan de verhoudingen te sleutelen is wel een gezamenlijk project.

‘Ik kan met niemand zo goed over emancipatie praten als met mijn vriend. Hij is overigens nu op de kinderen aan het passen in een kleine kamer iets verderop.’

Platte band

Dat tijd relatief is, zal brasserie Albert worst wezen, het restaurant sluit onverbiddelijk de deuren. Met een kop koffie in de hand worden we verbannen naar de lobby van hotel Thermae Palace.

Stephen Hawking zou het niet hebben geapprecieerd. Hertog zegt dat de meester-tovenaar een feestbeest was. Hij vertelt over hun avond samen op de dansvloer van een Cubaanse tent en die keer dat Hawking platte band had in Parijs.

‘We vonden geen taxi. We moesten wandelen. Ik met Stephen in mijn armen.’

Hawking was Hertogs mentor.

‘Ik heb van hem geleerd dat alles mogelijk is, zowel in de wetenschap als in het leven. Hij was staalhard in het negeren van alle complexiteit die met zijn ziekte, ALS, gepaard ging.

‘Twee jaar gaven de dokters hem nog toen hij als twintiger de diagnose kreeg. Hij heeft 55 jaar in extra time geleefd. Bij mijn weten heeft geen enkele arts ooit gevonden wat hem in leven hield.’

Rebekka de Wit was zestien toen haar moeder de diagnose alvleesklierkanker kreeg. Zes weken later had ze geen moeder meer.

‘Haar dood heeft me gevormd. Wellicht meer dan haar leven.’

Ze vraagt Hertog hoe hij met verdriet omgaat.

‘Het heeft me verrast hoe diep de dood van Stephen me heeft geraakt. Alsof je een partner kwijtraakt. Maar anders dan wanneer je een geliefde of andere vrienden verliest, voel ik me niet eenzaam.

‘Onze vriendschap was gestoeld op onze wetenschappelijke interacties, en die inzichten leven voort. Ik zet mijn conversaties met hem gewoon verder in mijn werk.’

‘Het universum ontrafelen, op de een of andere manier vind ik dat typisch mannelijk’, bedenkt De Wit zich plots.

‘Ik ben aan het zoeken waarom die vraag mij op zich niet aantrekt. Ik zie het zoals in het denken van Levinas. De ander is een oneindigheid en op het moment dat je denkt dat je de ander begrijpt, vernietig je hem daarmee.

‘Ik probeer de ander te beschouwen als iets dat fundamenteel onkenbaar is. Dat helpt me om meer van de ander te houden en een betere relatie aan te gaan.

‘Als je de ander in een categorie wilt vatten, dan wil je de ander controleren, wil je een machtsrelatie installeren. Ik vind het gek dat je dat met de kosmos wel zou willen doen, dat beheersbaar maken.’

Hertog: ‘Hawking heeft ooit eens gezegd tegen mij: “If we understand the universe, in some sense we control the universe.”

‘Ik heb nooit goed begrepen wat hij daarmee bedoelde.’

De Wit: ‘Je noemt jezelf een ontdekkingsreiziger van het heelal, dat associeer ik met veroveringsdrang. Is de kosmos willen ontrafelen niet een beetje machtsbelust?’

Hertog: ‘Het heeft toch ook iets nederigs. Het legt de limieten bloot van wat kenbaar is.’

Hoever reikt de verantwoordelijkheid van de wetenschapper? Is hij aansprakelijk voor toepassingen van de theorieën die hij heeft ontdekt?

Hertog: ‘Die vraag heb ik me al vaak gesteld. Dat is het juk van Oppenheimer, de vader van de atoombom.

‘Elke wetenschappelijke ontdekking draagt potentieel gevaar in zich omdat de technologische ontwikkelingen kunnen ontsnappen aan onze controle en zich tegen ons keren.

‘De klimaatcrisis komt uiteindelijk voort uit de industriële revolutie 150 jaar geleden.

‘Er is niks a priori goed of slecht aan de wetenschap die aan de ­basis lag van de industriële revolutie of aan de kernfysica, maar de kunst is om te maken dat al die wetenschappelijke ontwikkelingen bijdragen aan the common good. Daarom hamer ik zo op een versterking van de wetenschappelijke cultuur.

‘Onze wijsheid om met technologische ontwikkelingen om te gaan loopt sinds Oppenheimer achter op de wetenschap. Denk maar aan artificiële intelligentie, dat zijn de nucleaire wapens van vandaag. Zo ontstaat een kloof tussen waar de wetenschap ons leidt en onze doelen en verzuchtingen als mens.

‘Wetenschap los van onze condition ­humaine is a recipe for disaster.’

Kosmische porno

De volgende ochtend, aan de ontbijt­tafel, antwoordt Rebekka de Wit op de vraag of ze goed heeft geslapen: ‘Ja, wat een genade!’

Af en toe verraadt haar taalgebruik dat ze een domineesdochter is. Haar werk en leven bestaan uit gedachten en emoties omzetten in taal.

‘Ik zie veel mensen om me heen die geen taal hebben ontwikkeld om over hun emotionele huishouding te spreken. In het gat tussen wat we bedoelen maar niet zeggen en wat we zeggen maar niet bedoelen, gaat veel liefde verloren.’

We polsen tevergeefs naar de littekens in het leven van Thomas Hertog. Hij is het prototype van een wonderboy. Hij promoveerde aan de Universiteit van Cambridge en werkte aan het Cern in Genève. Maar een nerd of outsider is hij nooit geweest. Hij was populair in scouts, sportclubs en op café.

Heeft hij ooit iets gedaan in zijn leven dat niet is gelukt?

Hertog: ‘Veel berekeningen.’

Geen existentiëler falen? Nooit het ­gevoel gehad te zijn tekortgeschoten als mens?

Hertog: ‘Je roeit met de riemen die je hebt. Mijn persoonlijke leven is heel gewoon, niets dramatisch. Ik heb geen bijzondere scars of life.’

De Wit: ‘Een mens ís een scar of life. Je bent het resultaat van al wat je meemaakt en tegen het lijf loopt. Maar misschien is de vraag of je bent tekort­geschoten een vraag die een mens niet zelf kan beantwoorden. Met een beetje cognitieve dissonantie kun je de dingen wel makkelijk gladstrijken voor jezelf. En verdwijnen je littekens in je dode hoek.’

De Wit kan zichzelf troosten met een ticket voor het planetarium in Artis.

‘In de stad kun je niet goed naar de sterren kijken, maar daar heb je een 3D-simulatie. De uitgestrektheid van het heelal, waarin de aarde minder is dan een zandkorrel, kan me rustig maken. Iemand noemde het cosmic porn, naar de sterren kijken als escapisme.

‘Ervaar jij dat ook zo? Jij bent een astronaut op aarde.’

‘Dan is mijn job extreem escapisme’, zegt Hertog. Nee, hij heeft het nooit als een vlucht ervaren. Onbevangen naar de hemel kijken is hem niet meer gegund.

‘Beroepsmisvorming. Maar je hoeft geen medelijden te hebben, in de niet-onbevangen blik zit veel schoonheid. Het klinkt misschien raar, maar na al die jaren van onderzoek voelt de kosmos meer en meer als een thuis.’

Of hij al dat abstracte ‘kosmische gedoe’ soms niet beu wordt?

‘Het doet me deugd om geregeld tussen de geiten te staan, voeten in de modder. Ik woon op een boerderij met vier andere gezinnen en 120 geiten. Het is een combinatie van een duurzamelandbouwproject en cohousing.

‘Sorry, ik had onze geitenkaas moeten meebrengen. Die wordt verkocht op de markt.’

De Wit kan het wel smaken, zo’n duurzaam project. Als ze vandaag moedeloos of cynisch dreigt te worden over de status quo van de wereld, probeert ze zichzelf gerust te stellen door op een grotere tijdsschaal te denken.

‘Als je uitzoomt op veel langere termijn, zie je dat verandering de constante is.

‘Ik had vroeger een andere voorstelling van een paradigmawisseling. Iets Woodstockachtigs. Maar de dramaturgie van maatschappelijke verandering heeft helemaal niets te maken met een concert van Jimi Hendrix met een juichende massa. Het gaat tergend traag.

‘In de eerste fase word je niet gehoord, dan volgt het uitlachen, daarna worden mensen boos en in het laatste stadium denken de anderen dat ze het zelf bedacht hebben en kan niemand zich nog voorstellen dat het ooit anders was.’

Hertog: ‘Ik zit nu tussen de derde en vierde fase.’

De Wit: ‘Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat paradigmawisselingen vaak worden tegengehouden door mensen.

‘Of zoals de Duitse fysicus Max Planck zei: “Science advances one funeral at a time.”’

Hertog: ‘Ik blijf optimistisch, dat moet in mijn business.’

Het ontstaan van de tijd
Afhankelijkheidsverklaring

Een zomer lang komen twee mensen bij valavond samen aan de branding in Oost­ende. In het decor van het Thermae Palace Hotel wordt van ’s avonds tot ’s ochtends ontmoet en gepraat. Met de blik op de horizon gaan we van vloed naar eb, en helemaal terug. 


Foto Kaat Pype

Lees ook

Lees hier de andere gesprekken



Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Naar de website


Scroll naar boven