Marc Reynebeau – Elk Songfestival, elk WK is politiek gekleurd – Nu nog afleren om dat te ontkennen


Alles heeft recht op politieke aandacht zodra er nationale vlaggen mee gemoeid zijn, schrijft Marc Reynebeau: het Songfestival, het WK voetbal, AI of het geloof.

Marc Reynebeau – De Standaard

28 april 2026

Leestijd: 6 min


Het klinkt als een vrome wens: dat ze “ons” eens met rust zouden laten, opdat “wij”, muzikanten, sporters of gelovigen, ons ding konden doen zonder bemoeienis van buitenaf, zonder die spel- en pretbederver die de politiek is.

Over twee weken zal het weer een thema zijn, als Wenen het Eurovisiesongfestival organiseert en het de vraag is of Israël daar wel kan aantreden.

De vraag betreft niet Noam Bettan – zijn talent is het terrein van de artistieke autonomie. Maar een zanger is een groep. En die groep is het land dat hem officieel afvaardigt.

Israël, leverancier van al veel fijne en soms vernieuwende Eurosongliedjes, is ook de staat waarvan de regering in Gaza tal van oorlogsmisdaden beging, tot genocide toe, op de bezette Westelijke Jordaanoever een apartheidsregime uitbouwt en nu in buurland Libanon een agressieve bezetting installeert.

Dat zijn geen details.

Het besef daarvan is die politieke spelbederver. Het veelal emotionele appel aan liefde, jubel of begrip in de buitenwereld dat besloten ligt in zoveel liedjes, verliest elke geloofwaardigheid als het de ogen sluit voor alles wat verder in die buitenwereld gebeurt.

Een ongemakkelijke waarheid is er niet minder een waarheid om. Die eerlijkheid is een kwestie van ethische weerbaarheid. De zanger in Wenen is uitgestuurd onder dezelfde vlag als de soldaten in Palestina of Libanon.

Niettemin zal België, de RTBF dan, er in Wenen bij zijn en de VRT zal het Songfestival uitzenden.

Weliswaar met wat “duiding” vooraf om het “in de juiste context” te plaatsen.

Wat kan die juiste, kennelijk verkeerd begrepen context dan zijn?

Onwrikbaar is alleen dat Israël in Wenen welkom is, dat een Israëlisch bedrijf de hoofdsponsor van het festival is en dat de Israëlische regering er vorig jaar niet voor terugdeinsde om de weinig transparante televoting te beïnvloeden.

Zeg dan nog eens dat muziek en entertainment niets te maken hebben met politiek.

Door de mand

Veel apologeten van het apolitieke festival vielen weinig galant door de mand toen ze het met hun reacties vorig jaar nog feller politiseerden.

Niet de politieke inmenging hoorde niet, wel de foute politieke inmenging.

Defensieminister Theo Francken (N-VA) verwarde de gemanipuleerde en betalende televoting met de stem van “het volk” – alsof hij terugverlangt naar het elitaire cijnskiesrecht – die de antipode zou zijn van “FC Deugpronk”, een radicaal-rechts scheldwoord voor wie een beroep doet op ethiek – alsof normen en waarden in zijn woordenboek ontbreken.

Het was Francken zelfs uitsluitend om politiek te doen en allerminst om muzikale kwaliteit, aangezien hij zijn stelling staafde door de resultaten van de televoting (“het volk”) te contrasteren met die van de vakjury’s, wier vak dus de muziek is.

Het Songfestival mag dan van zichzelf beweren dat het “apolitiek” is, het was van bij zijn eerste editie, zeventig jaar geleden, geconcipieerd als een platform dat een bij uitstek politieke boodschap over Europese, door culturele waarden gedragen harmonie verkondigde.

Dat opzet is best verdedigbaar, zolang het maar niet wordt verdoezeld. Het is geen liedje dat er wint, maar een natiestaat met zijn vlag.

Gezellig kan het straks in Wenen toch niet worden als op dat platform van gedeelde waarden ook de vertegenwoordiger aan te treffen is van een staat die door de regering Netanyahu, besmuikt gezegd, danig in opspraak is gebracht.

Nationale jury’s vragen om elkaars muzikale prestatie te quoteren kan moeilijk zonder een uitspraak te doen over de politieke en ethische context ervan. Rusland weet als geen ander wat dat betekent.

Over wat al dan niet apolitiek is of hoort te zijn, bestaat een misverstand. Dat spruit voort uit een al te enge definitie van wat politiek is.

Het is meer dan louter partijpolitiek, stugge bastions van het eigen gelijk, onwrikbare dogmatiek of altijd schrale standpunten pro of contra.

Het politieke ligt in het tegendeel daarvan, in het publieke debat en het open en vrije gesprek waarin rationele argumenten en ideeën worden uitgewisseld.

Het politieke weren uit kunst, muziek, wetenschap of sport, of eisen dat zelfs de paus geen uitspraken mag doen over oorlog en vrede, maakt die thema’s letterlijk onbespreekbaar, weggedrukt uit de openbaarheid als ze dan zijn.

Schijn van zuiverheid

Daar komt echter niet de helderheid van een stralende, in zichzelf besloten want van alle politiek ontdane zuiverheid uit voort.

Als het open en rationele debat wordt geweerd, vervluchtigt de publieke ruimte.

In de plaats daarvan komt de duisternis van onbespreekbare of onbenoembare tegen krachten die geen tegenspraak dulden, zoals de technocratie of het geld. Het geld van de sponsor bijvoorbeeld.

Of het geld van de Amerikaanse techmiljardairs, die hun digitale media of AI al evenmin politiek en ethisch bevraagd willen zien.

Wat onder meer Elon Musk niet belet om een harde en radicale politiek te bedrijven die niet uit is op democratische legitimiteit, maar zich opdringt met de macht van het geld.

De politiek erbuiten houden betekent concreet: geen enkele ándere politiek dulden en zichzelf het monopolie van de politiek toe-eigenen.

De schijn van de apolitieke zuiverheid heeft al tot tal van kwalijke fratsen geleid, zoals Fifa-bobo Gianni Infantino bewijst.

Politiek en ethiek mochten van hem al geen plaats krijgen op het WK voetbal in Qatar.

Om zijn gastheren te plezieren, stelde hij dat het hypocriete Europa, na alles wat het 3.000 jaar lang heeft aangericht, zich met zijn ethische kritiek maar beter nog eens 3.000 jaar zou excuseren vooraleer anderen de les te lezen.

Dat laatste schoot Bart De Wever (N-VA), nu premier, toen bezig met een kruistocht tegen wat hij ‘woke’ noemde, in het verkeerde keelgat.

Als Infantino de sport toen woke-gewijs met politiek leek te besmetten, deed hij dat toch maar selectief en opportunistisch. Hij had op het Qatarese gras zelf de OneLove armbanden verboden.

Met het oog op het WK dit jaar in de VS bedacht Infantino de Amerikaanse president Donald Trump met de voor de gelegenheid verzonnen Fifa-Vredesprijs.

Fifa-Vredesprijs

En hij ging, als enig niet-staatshoofd, zetelen in Trumps vooral met autocraten bevolkte Board of peace.

Begin februari pleitte hij ervoor om de voetbalboycot tegen Rusland op te heffen, omdat die toch “niets heeft bereikt”.

Toegegeven, op een ethisch principe is Infantino niet te betrappen, op politieke inmenging in de smalst mogelijke betekenis des te meer.

Apolitiek zijn is niet vol te houden en al zeker niet door wie beweert dat de politiek erbuiten staat.


Vorig jaar was het gezellig in het Israëlische kamp, tijdens het Songfestival. 
© Maya Levin/afp

Marc Reynebeau is journalist, verbonden aan deze krant. Zijn column verschijnt wekelijks op woensdag.


Lees ook


Lees ook

Lees meer berichten

Marc Reynebeau


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven