Orhan Pamuk – Waar er mensen zijn, is er liefde


In De nachten van de pest ontvouwt Orhan Pamuk zijn epische vertelling vanuit vrouwelijk oogpunt. Hij wil af van de vooroordelen waaraan hij zich als Turkse man schuldig maakt.

Jelle Van Riet – De Standaard


Mocht Orhan Pamuk (70) al zijn in zijn schrijversleven verworven medailles, lintjes en eretekens – inclusief zijn gouden Nobelprijs-pin opspelden, dan gaf hij zelfs koning Charles III het nakijken.

Pamuk is wereldberoemd. Gelukkig maar; faam houdt hem uit de gevangenis.

In Turkije zijn schrijvers en journalisten die hun mond durven te openen – en Pamuk durft dat – als loslopend wild.

Dat hij op z’n tellen moet passen, daarover laten eerdere aanklachten van de Turkse autoriteiten en bedreigingen door nationalisten geen twijfel. Hij leeft met bodyguards, maar de angst heeft zijn leven niet overgenomen.

Pamuk oogt opvallend ontspannen wanneer ik hem spreek in Brussel. Onophoudelijk snoepend van studentenhaver en boterwafels, praat hij met zichtbaar genoegen over waar het hart vol van is: zijn nieuwe roman en – hij is pas hertrouwd – de liefde.

Misschien behoort de geschiedenis van het Ottomaanse rijk tot uw parate kennis en zijn de sultansnamen Abdülaziz, Abdülhamit en Murat u even vertrouwd als George, Elisabeth en Charles.

Zo niet, dan kunt u voor een soepele start in het 764 pagina’s tellend historische epos De nachten van de pest beter even gaan zitten.

Het is 1901. Het Ottomaanse Rijk is aan het afbrokkelen en wordt bestuurd door Abdülhamit II, ‘de rode sultan’.

Op het fictieve Ottomaanse eiland Minger, ‘de parel van de Middellandse Zee’, breekt de pest uit, wat de menselijke verhoudingen op scherp zet en de samenleving totaal ontwricht.

Autoriteiten reageren te traag, de quarantainemaatregelen worden niet nageleefd, moslims en christenen raken verdeeld.

Minger verkruimelt tot een lugubere, van de rest van de wereld afgesneden plek waar naast de pest ook nationalisme kan gedijen. Een bloedig politiek conflict lijkt onafwendbaar.

‘De onstuimigste en meest schokkende zes maanden in het leven van het eiland’ worden ons bezorgd door verteller Mîna Mingerli.

Zij is een historica die, naar eigen zeggen, compleet in de ban is geraakt van de brieven die Pakize sultane, de (fictieve) derde dochter van Murat V, broer van Abdülhamit II, op Minger schreef aan haar zus Hatice.

Pakize en haar man, de beroemde quarantainearts Nuri, werden in 1901 naar Minger gestuurd door haar oom Abdülhamit II om er de moord uit te klaren op Bonkowski pasja, de hofscheikundige die even tevoren naar Minger was gestuurd om er de pest te helpen indammen.

Het klinkt ingewikkeld, en is het ook, maar Pamuk doet in De nachten van de pest waar hij goed in is: hij bouwt een verhaal minutieus op.

Vertrekpunt is de geschiedenis, waar hij vervolgens zijn intelligentie, verbeelding én obsessie voor detail op loslaat.

Hij lacht: ‘C’est moi.’

‘Het leven heeft begin noch einde, waarde noch betekenis. Pas in de literatuur, de filosofie en de kunst worden dramatische momenten in het leven uitgelicht en wordt er gezinspeeld op een diepere spirituele betekenis’

Orhan Pamuk

De favoriete vraag van Mîna Mingerli, is: wat als? Wat als deze of gene niet ziek was geworden? Wat minder lang had gesproken? Een roddel niet had verspreid? Had de geschiedenis dan een andere loop gehad?

‘Of zouden bepaalde ontwikkelingen die de geschiedenis voor het eiland Minger in petto had, onvermijdelijk toch hebben plaatsgevonden?’

In De nachten van de pest zijn het een hele resem persoonlijke gevoelens en beslissingen, misverstanden en verzinsels die de geschiedenis van het eiland schrijven. 

De nachten van de pest is, zoals Mingerli zelf aangeeft, ‘een historische roman, die tegelijkertijd een in romanvorm geschreven geschiedenis is’.

Het is ook een spannende detective waarin feit en fictie voortdurend haasje-over springen, een subtiele en vlijmscherpe politieke aanklacht, een liefdesverhaal én een komedie.

De geschiedenis zou hilarisch kunnen zijn, als ze niet zo tragisch was.

Wat denkt u, is de geschiedenis een aaneenschakeling van toevalligheden of ligt ze vast?

‘Geschiedenis is een kwestie van statistiek. Eens om de honderd jaar breekt een pandemie uit, eens om de dertig jaar beeft Istanbul. Als je zoals mijn broers dochter statistiek studeert, dan weet je dat toeval niet bestaat.

‘Enkel omdat de menselijke geest begrensd is en we het grotere plaatje niet kunnen zien, noemt men mij profetisch. Net wanneer je aan een roman werkt over de pest, breekt corona uit!

‘Nonsens. Het leven wordt niet bepaald door het toeval en het lot. Zulke paradigma’s zijn me te passief, terwijl het juist onze beslissingen zijn die het leven betekenis geven.

‘De westerse samenleving heeft het individualisme uitgevonden, wat betekent dat je in het individu gelooft. De hele romankunst is gebaseerd op menselijke daden.

Julien Sorel – hoofdpersonage in Stendhals Het rood en het zwart – neemt voortdurend beslissingen om sociaal hogerop te geraken. Als je wat hem overkomt aan het lot toeschrijft heb je geen roman.’

Ontstaan uw romans in de hiaten, losse eindjes en tegenstrijdigheden die de geschiedschrijving laat?

‘Ik schrijf ontzettend graag historische romans, waarbij de geschiedenis telkens een ander doel dient.

´In Het witte kasteel heb ik de periode van het bewind van Mehmed IV gebruikt zoals Edgar Allan Poe: om een bepaalde sfeer op te roepen.

‘In Ik heet Karmozijn doet het tijdperk, de islamitische cultuur van 1591, er werkelijk toe. In die tijd was het verlangen van de sultans om zichzelf vereeuwigd te zien zoals op westerse schilderijen blasfemisch. 

De nachten van de pest is een zuiver historische roman, in de zin dat ik me heb gebaseerd op wetenschappelijke geschriften en me heb verdiept in hoe in 1901 de samenleving was georganiseerd, hoe de bureaucratie draaide en quarantaine werd opgelegd.

‘Ik wilde een realistisch fresco maken van het tanende Ottomaanse Rijk. Vergeet niet dat mijn grootvaders en mijn vader precies zo leefden als de dokters en pasja’s in mijn boek.’

Dat bepaalde dingen ‘op de lezer zo vertrouwd overkomen als herinneringen die in vergetelheid dreigen te raken is precies de bedoeling’, schrijft u. Bent u een schatbewaarder?

‘Als ik in mijn literatuur of kunst – denk aan Het museum van de onschuld – iets wil bewaren, dan zijn het de levendige details van wat er zich om mij heen, in mijn leven, afspeelt.

´In een historische roman ben ik er niet op uit om verloren details uit het verleden te bewaren. Ik wil een romantisch beeld maken van de – in dit geval waarheidsgetrouwe – geschiedenis.

‘De Duitse schrijver Hermann Hesse – boeiend brein, aparte persoonlijkheid – zei ooit: het ergste van al die schrijfsels over het heden is dat ze zo vlak en direct zijn. Voor romantiek heb je de geschiedenis nodig.

‘Ik deel zijn opvatting: geschiedenis voegt aan de literatuur een romantisch aroma toe. Of zoals Mingerli het stelt: hoe romantischer historische verhalen zijn, hoe minder ze op waarheid berusten en – helaas! – hoe meer ze op waarheid berusten, hoe minder romantisch ze zijn.’

Zouden u en Mîna Mingerli goede vrienden kunnen zijn?

‘Zouden? Ik spreek nooit over mijn personages als fictieve figuren!

´Mîna is gebaseerd op mijn vriendinnen aan Columbia University in de VS (waar hij elk jaar een semester vergelijkende literatuurstudie doceert, red.), die graag politiek correct willen zijn, maar toch onvermijdelijk af en toe uit de bocht gaan.

‘Met de jaren voel ik een alsmaar groter verlangen om vanuit vrouwelijk oogpunt te vertellen. Mijn Turkse lezeressen hebben me erop gewezen dat ik te veel een mannelijke wereld schep. Ik moest maar eens ophouden te vertellen hoe ik als intellectuele, seculiere jongen uit de hogere middenklasse Istanbul zie.

‘Omdat ik af wil van de god-weet-hoeveel vooroordelen waaraan ik mij als man uit het Midden-Oosten schuldig maak, probeer ik nieuwe vertelperspectieven uit: niet alleen van vrouwen, maar ook van Koerden, Joden, ongeschoolden, enzovoort.

´Ik kies bewust voor wat men politieke correctheid noemt, maar in wezen een ethische keuze is.

‘Literatuur bestaat bij de gratie van het menselijk vermogen om ons in de ander te verplaatsen. Daarom lezen we. Daarom schrijf ik.’

Orhan Pamuk

Schrijft u ook nog steeds omdat u hoopt te begrijpen waarom u zo vreselijk boos bent op ons allemaal, zoals u stelde in uw dankwoord voor de Nobelprijs?

‘Aangezien zowel mijn vrouw als veel van mijn vrienden zeggen dat ik snel geïrriteerd ben en makkelijk de hele wereld beschuldig, heeft het geen zin het te ontkennen.

´Diep in mij huist een grote woede, waarvan ik niet weet waar ze vandaan komt.

‘Wellicht heeft die boosheid me ertoe gebracht om te kiezen voor een solitair bestaan als schrijver – aanvankelijk wilde ik kunstschilder worden – want ik wilde van niemand boven mij orders moeten aannemen en aan niemand onder mij orders moeten geven.

‘Toch zit er in De nachten van de pest minder woede, vind je niet? Zelfs wanneer ik schreef over ritmeester Kâmil, die van alle personages toch het minste deugt, kon ik me niet inhouden om iets liefs over hem te schrijven.

´Ik wil het graag op een menselijke en liefdevolle manier over slechteriken van extreemrechtse signatuur hebben.

‘Ziehier de paradox van de romancier: zelfs wie ik in ethisch en politiek opzicht veroordeel, moet ik in een roman trachten te begrijpen in plaats van met de vinger te wijzen.’

U toont de Mingerse samenleving op haar mooist, lelijkst en idiootst. Brengen wanhopige tijden extremen in mensen naar boven?

‘Niet de tijd van nood en wanhoop als dusdanig, maar drama graaft het mooiste en lelijkste in mensen op.

´Het leven heeft begin noch einde, waarde noch betekenis. Pas in de literatuur, de filosofie en de kunst worden dramatische momenten in het leven uitgelicht en wordt er gezinspeeld op een diepere spirituele betekenis.

‘Ziehier het belang van kunst en literatuur: ze scheppen een kader.

‘Daarom ook speelt dit verhaal op een eiland dat door quarantainemaatregelen en een internationale blokkade afgesneden raakt van de buitenwereld.

‘De setting van mijn roman Sneeuw was ook al niet toevallig een door een sneeuwstorm geïsoleerd dorp. Zodra een groep mensen ergens komt vast te zitten, krijg je drama.

‘Wanneer er na een vliegtuigcrash in de Amazone twintig overlevenden zijn, dan wil je over hen lezen.

´Een van de beste boeken ooit over de pest is van de hand van Daniel Defoe, die niet toevallig een van de beste boeken ooit schreef over afzondering op een eiland: Robinson Crusoe.’

Op Minger duiken al snel nationalisme en complottheorieën op. Hoe verklaart u dat?

‘Wanneer mensen worden geconfronteerd met iets wat ze niet begrijpen of gewoon anderen willen schenden omdat ze een andere religie aanhangen, een andere taal spreken of simpelweg van een toeristisch concurrerend dorp verderop komen, beschuldigen ze die er al heel snel van de bron te zijn van alle ellende.

‘Complottheorieën zijn een vrucht van de menselijke verbeelding.

´Vergeet niet dat religie een menselijke uitvinding is. Aangezien ik al zo’n zestig jaar Turkse kranten lees, heb ik er een half leven aan vergooid! Meer nog: ik ben zélf het onderwerp van complottheorieën.

‘Ik ben verwesterd, weet je wel, en wil zoals alle westerlingen Turkije benadelen.

´Umberto Eco heeft er mooie, dikke boeken aan gewijd, maar voor mij zit aan complotdenken altijd iets akeligs en wreeds.

´De menselijke geest verdient beter, maar roddels en verzinsels zijn heel krachtig. Zelfs mensen met universitaire diploma’s houden ze op haast kinderlijke, ietwat beschroomde wijze mee in stand.’

In die tijd, schrijft u, zag iedereen tekenen in de sterren, de wolken, de wind.

‘Ik geloof, zoals al gezegd, in statistiek. Toen corona net was uitgebroken, was ik ontzettend bang dat ik zou sterven. Dat ik toch enigszins optimistisch bleef, was omdat statistieken uitwijzen dat de mensheid alle pandemieën heeft overleefd. Zelfs de pest is op mysterieuze wijze verdwenen.

‘Let wel, ik reken het mijn personages niet aan dat ze allerlei niet op waarheid berustende zaken voor waar aannemen.

´Als romancier is het mijn taak om mededogen te tonen en zelfs de indruk te wekken dat ik sommige van die tekenen tot op zekere hoogte ook zelf geloof.’

Zowel moslims als christenen ‘ontkennen de doden, zijn kwaad op de stervenden’. Is verzet tegen quarantainemaatregelen in wezen een ontkenning van onze sterfelijkheid?

‘Ken je dat? Je bent ziekjes en een geliefde wijst je erop dat je wat pips oogt. En wat is die vreemde vlek op je arm? Je eerste reactie is: ach, niks aan de hand.

´Hetzelfde mechanisme schiet in gang wanneer een pestepidemie rond waait en er maatregelen voor de volksgezondheid worden opgedrongen. In dat geval wuift een hele natie het gevaar weg.

‘Vanaf het moment dat men benoemt wat er zich voor de ogen voltrekt, is er geen ontkomen meer aan. En dus draait men zichzelf een rad voor de ogen, houdt men zijn mond of stelt men het rooskleuriger voor dan het in werkelijkheid is.

‘Maatregelen veronderstellen een radicale ommezwaai en niemand wil zijn eigen, normale, prettige leven veranderen.

´Bovendien wordt zo’n situatie meteen gepolitiseerd. Lokale overheden ontkennen het probleem, want zij zullen verantwoordelijk worden gehouden. Tot het te groot wordt en het niet meer kan worden ontkend.’

Hoeft u, net als een epidemioloog en Sherlock Holmes, uw paleis niet uit om uw werk te doen?

‘De ruggengraat van een boek kan ik op z’n Sherlock Holmes uittekenen en uitdenken, maar voor het vlees moet ik de hort op.

´Net als Sherlock Holmes redeneer, analyseer en concludeer ik op basis van concrete data en cijfers, maar daarnaast reis ik naar plekken, neem ik foto’s en praat ik met mensen. Ik eet wat zij eten, probeer hun blijdschap en hun woede te voelen.

‘Voor het eiland Minger heb ik me geïnspireerd op het Prinseneiland Büyükada waar ik mijn zomers doorbreng, op Kastellorizo in Zuid-Turkije en op Kreta dat ik heb bezocht met het oog op mijn roman.

´Alle fauna en flora, geuren en kleuren, bergen en mineralen, oude gebouwen en lichtinvallen heb ik daar gezien.’

Dokter Nuri komt via logisch redeneren met zijn vrouw tot inzicht. Hebt u ook zo’n Watson?

‘Jazeker. Mijn vrouw en ik zijn in april getrouwd. We zijn al tien jaar samen. We ruziën en discussiëren de hele tijd, maar kunnen evenmin bij elkaar weg.

´Zij runt een ziekenhuis, maar als ze ’s avonds thuiskomt, lees ik haar voor wat ik die dag heb geschreven.’

Orhan Pamuk in zijn Museum van de Onschuld, geïnspireerd op zijn gelijknamige roman, in zijn geboortestad Istanbul. 
Beeld Anadolu Agency/getty

‘Veel mannen uit het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten willen absoluut tot een gemeenschap van mannen behoren. Ze treffen elkaar in een bourgeois jachtclub, onder militaire vrienden, in een politieke of religieuze beweging, wat dan ook.

‘Ik ben geen gemeenschapsman. Ik heb een vrouw nodig met wie ik alles kan delen en met wie ik een wereld kan scheppen. Dat geeft me een gevoel van veiligheid, de zekerheid dat de wereld betekenis heeft.

‘Als ik op tour ben, checken we voortdurend hoe het met elkaar gaat. Afgescheiden van haar voel ik me heel eenzaam. Als de muziek in haar leven hapert, ben ik zelf ook geen stuiver waard.’

In plaats van hun plicht te vervullen, vluchten uw mannelijke hoofdpersonen in de armen van een vrouw. Herkenbaar?

‘In moeilijke tijden gebruiken zij hun vrouw als bron van troost, terwijl ze omgekeerd niet in staat zijn hun vrouw te troosten.

´Veel mannen laten zich op momenten dat ze problemen hebben of druk voelen omarmen door een vrouw en verliezen op datzelfde moment hun vermogen om zich in de geliefde in te leven. Met name mannen uit het Midden-Oosten hebben er last van – ik ongetwijfeld ook.

‘Het verlangen om met de ander samen te zijn maakt natuurlijk deel uit van de energie van de liefde. En toch is het niet de liefde die de wereld doet draaien.

´We moeten in eerste instantie zien te overleven, onszelf voeden en beschermen. Maar hoewel in de geschiedenis van een natie liefde niet zichtbaar is, is ze er wel altijd.

‘Waar er mensen zijn, is er liefde. Zelfs als je de liefde zou verbieden blijft ze nog bestaan.’

Deelt u Pakize’s kijk op de liefde?

‘Volgens haar is het grootste bewijs dat een man en een vrouw van elkaar houden dat ze diepe en oprecht positieve gevoelens voor elkaar koesteren. Haar huwelijk met dokter Nuri is, hoewel gearrangeerd door Abdülhamit, erg gelukkig. Er is veel onderling begrip.

‘Ik vind vriendschap in een relatie ontzettend belangrijk, maar seks evenzeer – zeker op momenten dat de vriendschap een beetje onder druk komt te staan.

‘Net zoals Pakize en dokter Nuri zijn mijn vrouw en ik voortdurend met elkaar in gesprek. Ik deel al mijn kleine en grote zorgen met haar.

´Soms volstaat het dat ik tegen haar zeg wat ik aan mijn hoofd heb. Ze hoeft geeneens te antwoorden. Gewoon omdat het zij is tegen wie ik het heb gezegd, wordt mijn ergernis al lichter.’

Uw vader leerde u dat u het leven niet moet verdienen, maar plukken. Lukt u dat beter dan vroeger?

(twijfelt) ‘Ik kom uit een familie zoals de Buddenbrooks van Thomas Mann – verarmde bourgeoisie; mijn grootvader was een rijk man, mijn vader niet – en ben dus opgegroeid met zowel de vreugdes van de hoge klasse als de angst om aan lagerwal te geraken.

“Wij glijden weg en jij wil kunstenaar worden!”, foeterde mijn moeder.

“In een land als Turkije nog wel! Waar ga je van leven? Welk meisje zal met jou willen trouwen?”

‘Ook anderen wezen me erop dat schrijvers dromers en drinkers zijn.

´Uit angst om aan de verkeerde kant te eindigen en omdat ik onze sociale positie wilde terugverdienen, heb ik altijd ontzettend hard gewerkt. In die zin heb ik het leven veeleer verdiend dan geplukt.

‘De vraag is of het leven enkel om genot draait?

´Ik vind juist geluk in het feit dat ik een hoger artistiek doel dien.

´Wel waak ik erover dat ik aan mijn fictie vol dood en verderf altijd vreugde en schoonheid toevoeg.

‘Ik ben een schrijver die schilder wilde worden.’

De nachten van de pest
Sneeuw
Het museum van onschuld
Orhan Pamuk – Beeld Ahmet Bolat/getty

Orhan Pamuk (70) is de Turkse auteur die wereldwijd bekend werd met boeken als Sneeuw en Het museum van de onschuld.

In 2006 kreeg hij de Nobelprijs.

De overheid zit verveeld met zijn kritische stem. Nog in 2021 werd hij voor de rechter gedaagd wegens ‘belediging van de Turkse natie’.

Wikipedia


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Naar de website


Scroll naar boven