Plage Centrale – Binu Singh en Charlie Dewulf


De ene is een expert in ouder-kindrelaties, de andere is er slachtoffer van. Regisseur Charlie Dewulf en kinderpsychiater Binu Singh vinden elkaar in hun hang naar verbinding, psychologisch inzicht en zelfliefde.

‘Mag ik je een knuffel geven?’

 Lieve Van de Velde en Filip Tielens

De Standaard


‘Gewoon zijn wie je bent is zoveel waard’

Charlie Dewulf


Touché. Het lijkt het wachtwoord voor deze ontmoeting tussen twee mensen die nooit eerder van elkaar gehoord hadden. Want voilà, bij het verkennend googelen kwamen ze allebei uit bij het Radio 1-programma Touché.

Regisseur Charlie Dewulf (die/hun), bekend van de onlinereeksen Brak en Liefdestips aan mezelf, werd door de zoekmotor geleid naar de aflevering met kinderpsychiater Binu Singh.

In de auto naar Oostende luisterde Singh op haar beurt naar de aflevering met Dewulf. Ze verschijnen dus voorbereid aan het aperitief.

Onze twee genodigden hebben nog wel meer gemeen. Een liefde voor dansen, een zwak voor de televisiereeks Bridgerton, maar ook, en vooral, een diepgewortelde belangstelling voor al wat mensen verbindt, in goede en minder goede dagen.

Binu Singh zal ons een paar keer verzekeren dat ze hier niet zit als therapeut; tegelijk zal ze die rol een paar keer naadloos opnemen, een onvermijdelijke tweede natuur.

Enzyme en drank

‘Hebt u een alcoholvrij aperitief?’ Zoals wel vaker in deze reeks is het de menukaart die het gesprek in gang zet. De aperitiefkeuze maakt meteen de tongen los.

‘Ik ben zo’n typische Aziaat die een enzyme mist om alcohol goed af te breken’, lacht Singh.

‘Dronken worden is voor mij dus heel goedkoop. Maximaal twee glazen, daarna begint het te draaien.’

Dewulf twijfelt niet: ‘Ik drink niet meer. Zo’n jaar of vijf geleden had ik heel veel last van paniekaanvallen, en ­alcohol maakte dat een pak erger. Het was sowieso een lastige periode.

‘Ik was 25 en had net mijn coming-out gedaan bij mijn ouders als panseksueel en non-binair. Dat was al een hele uitdaging op zich: in een West-Vlaams nest, met ouders die op dat moment moeilijker voorbij hun eigen angst konden kijken.

‘Sinds ik niet meer drink, voel ik me mentaal veel beter. Ik besef nu ook dat alcohol me vooral moest helpen om weg te lopen van stress of spanning.’

Spanningen, trauma’s en rouw waren nooit onbekenden in het gezin Dewulf. Vorig jaar vertelde Dewulf in dit blad over het annus horribilis 2022, waarin zowel moeder als vader Dewulf uit het leven stapte, amper twee maanden na elkaar.

Vandaag lijkt Charlie Dewulf het levende bewijs van menselijke veerkracht. Daarvan getuigt niet alleen de intussen kenmerkende blauw-rood-gele outfit, maar vooral de hartveroverende vrolijkheid en het psycholo­gische inzicht in zichzelf en de wereld.

En dat laatste rijmt dan weer met de andere kant van de tafel: Binu Singh, die als kinderpsychiater en bezielster van Kleine K, de afdeling babypsychiatrie in het UZ Leuven, gepassioneerd is door het belang van de eerste duizend dagen van een mensenleven en de dynamiek tussen opvoeders en kinderen.

Dewulf wil nog even een regieaanwijzing kwijt: ‘Ik heb zowel ADHD als autisme. Soms zoom ik even out wanneer ik afgeleid ben door de geluiden in dit restaurant of door mensen die eten komen brengen. Denk dan niet dat ik niet geïnteresseerd ben.’

‘Ah’, zegt Singh. ‘Dank je om dat te vertellen. Want ik vroeg me af of je ­zenuwachtig was.’

Je had het al gezien?

Singh: ‘Ja, dat is beroepsmisvorming. (lacht) In mijn vak luister je naar mensen, maar je voelt ze ook aan, verbaal en non-verbaal. En ik merkte soms iets gespannen in het oogcontact.’

Dewulf: ‘Dat is iets typisch van mijn AUDHD (de combinatie van autisme en ADHD, red.). Lang oogcontact is soms ook moeilijk.’

Is dat iets dat je systematisch doet, Charlie, mensen laten weten dat je ADHD en autisme hebt?

Dewulf: ‘Nu wel, maar dat ging niet van vandaag op morgen. Langzaam is het me gaan dagen dat zo’n label net helpt om jezelf beter te begrijpen.

‘Ik heb mijn ADHD-diagnose nog maar een jaar, maar ze heeft wel gemaakt dat ik veel milder kan zijn voor mezelf, en in het verlengde daarvan ook voor anderen. Dat is net het fijne daaraan: dat je kunt uitleggen op welke manier je graag behandeld wordt en waar je grenzen liggen.’

Binu Singh Foto Kaat Pype

Singh: ‘Ik ben blij dat je het zo zegt. Het is wat ik ook probeer duidelijk te maken aan ouders wanneer ik hen vertel dat hun kind autisme of ADHD heeft: hoe zo’n diagnose een middel kan zijn om hun kind beter te begrijpen, om hen te helpen in het opvoedingsproces.

‘Al zie ik vaak hoe ouders vanuit hun beeld van zo’n diagnose in de eerste plaats in een rouwproces terechtkomen. Hun toekomst wordt zwart, vanuit het idee: mijn kind gaat niet in de wereld kunnen bewegen zoals ik dat gehoopt had.’

Dewulf: ‘Ik heb dat rouwproces ook wel gehad, maar ik vond het geen doods­vonnis. Ik ben er eigenlijk ook blij mee. Want omdat hun hersenen anders ­gewired zijn, vinden mensen met ADHD vaak creatieve oplossingen, ze voelen dingen aan en kunnen goed structuren voorspellen. Daardoor ben ik heel goed in mijn job.

‘Intussen weet ik ook al dat ik niet boos moet zijn op mezelf wanneer ik voor de 25ste keer mijn sleutel kwijt ben, maar dat ik voor mezelf een systeem moet implementeren waardoor ik altijd mijn sleutel op dezelfde plaats hang, in plaats van te verwachten dat ik dat even automatisch doe als neuro­typische mensen.’

Singh: ‘Ja, dat is zo. Als je het opentrekt, helpt zo’n diagnose om je sterker verbonden te voelen met jezelf, en om gewoon te zijn wie je bent, en authentiek in verbinding staan met anderen. Het is een vorm van zelfliefde.’

Daar hamer je wel vaker op, op dat ­belang van zelfliefde

Singh: ‘Absoluut. Die zelfliefde ontstaat al heel vroeg in de menselijke onwikkeling. Hoe je wordt behandeld als kind, legt de basis van het zogenaamde innerlijke kind dat in ieder van ons verder leeft.

‘Dat innerlijke kind is voor mij een denkmodel om naar de wereld te kijken.

‘We zitten hier met vier, en dus zitten we hier ook met vier innerlijke kinderen aan tafel.

‘Om je goed te kunnen bewegen in een volwassen wereld, is het belangrijk dat die innerlijke kinderen zich veilig, gezien en geliefd voelen. Wanneer je als een goede ouder voor je innerlijke kind kunt zorgen, dan kun je vrij en vanuit zelfliefde in de wereld staan.

‘Als je een sterk innerlijk kind hebt, met een sterke zelfliefde, dan heb je een sterke volwassene. Als dat niet het geval is, word je gedreven door overlevings­mechanismen, waardoor het leven complex en moeilijk kan aanvoelen.

‘In je jeugd een vrij innerlijk kind en een voedende innerlijke ouder meekrijgen is een belangrijke factor in onze ontwikkeling tot veerkrachtige volwassene.’

Dewulf: ‘Boeiend. En herkenbaar. Ik ben al twee jaar EMDR-therapie aan het volgen, net omdat ik merkte dat mijn innerlijke kind niet veilig gehecht was. Als kind ontbrak mij soms het gevoel van veiligheid.

‘Mijn vader was heel onvoorspelbaar. Hij zat zelf met heel veel dingen die hij niet kon plaatsen, maar in plaats van bij zichzelf te zoeken wat er fout zat, was het voor hem makkelijker om zijn emoties af te reageren op mijn broer en mij – zowel fysiek als verbaal.

‘Pas het afgelopen jaar heb ik de link gelegd met veel van mijn karaktertrekken. Hoe ik altijd eerst de schuld bij mezelf ging zoeken wanneer ik voelde dat mensen boos op mij gingen worden, bijvoorbeeld. Ik kon moeilijk geloven dat die andere persoon gewoon een slechte dag had. En dat kwam, weet ik intussen, omdat mijn innerlijke kind zo graag iedereen wilde vertrouwen. Want dat was nu net wat mijn vader mij niet kon geven. Door therapie heb ik me daarvan kunnen bevrijden.’

Singh: ‘Ik ben blij dat je dat vertelt. Want je hoort nog vaak mensen zeggen dat je niet alles moet psychologiseren en dat je beter je potjes schoon dicht laat in plaats van ze open te draaien bij een therapeut. Maar voor mij kan therapie een weg zijn naar heling, en dat is een weg die je veel vrijheid en verbondenheid brengt. ’

Dewulf: ‘Ja. En meer veerkracht. Het is geen makkelijk proces om jezelf te leren kennen. Maar gewoon zijn wie je bent, zonder angsten of verwachtingen, is zoveel waard.’

Singh: ‘Ik vind het zo moedig, de weg die je hebt afgelegd. Het doet me ook ­terugdenken aan de reden waarom ik ooit voor kinderpsychiatrie gekozen heb: het is een vak dat mij uitnodigt tot zelfontwikkeling.

‘Ook ik ben door zo’n proces gegaan waarbij ik moest leren differentiëren tussen mijn volwassen en mijn innerlijke kind.’

Waarin vertaalde zich dat bij jou?

Singh: ‘Onder andere in de manier waarop ik als hulpverlener in de wereld sta.

“Pas als ik iets goed doe voor de ander, ben ik oké en mag ik bestaan” is een gedachte die veel kinderen bewust of onbewust meekrijgen.

‘Als je van daaruit in de hulpverlening staat – wat geldt voor een groot deel van de hulpverleners – is het vooral de nood aan zelf­bevestiging die je drijft. Dan ben je via de andere jezelf aan het helpen. Dat is niet de beste insteek. Daar heb ik ook moeten aan werken.

‘Nu weet ik dat ik doe wat ik doe omdat ik er talent voor heb, omdat ik gewoon goed ben in het aanvoelen van en luisteren naar mensen. En dat brengt mij vreugde en vervulling.

‘Dat analyseren is een proces waar je door moet, ook als therapeut. Ik vond dat bij mezelf al een pittig proces, en ik heb nog het geluk gehad om niet zulke zware dingen te moeten meemaken als jij, Charlie.’

Foto Kaat Pype

Charlie, toen jij in januari in deze krant over je zware jaar vertelde, zei je ook dat iedereen je waarschuwde voor het zwarte gat na de release van Liefdestips aan mezelf. Is die weerbots er gekomen?

Dewulf: ‘Ja. Om te beginnen is na de première duidelijk geworden dat het productiehuis (Potemkino, red.) en ik een andere visie hebben op fictie maken. Kort na de première ben ik in een ander avontuur gesprongen – typisch iets voor mij. Ik heb als kandidaat deelgenomen aan Masterchef (de kookwedstrijd wordt dit najaar uitgezonden op Play4, red.). Ik heb mezelf dus moeten leren koken.’

‘De terugslag is pas daarna gekomen. In maart is Tiemen (Van Haver, ­acteur, red.) uit het leven gestapt, een goede vriend, nog geen jaar na de dood van mama en papa.

‘Ik had nog niet alles kunnen verwerken en daar kwam weer een pakje verdriet bij. Het was te veel in combinatie met de opnames van Masterchef. Mijn lichaam wou gewoon in de zetel liggen en niet meer doen dan dat. Ik kon niet meer. Ik was op. De dood van Tiemen bracht alles weer naar boven.

‘Na de opnames heb ik twee weken Star wars gekeken. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik me daar niet schuldig over voelde. Door de breuk met Potemkino had ik toch geen werk meer, en ik heb er dan voor gekozen om geen job aan te nemen tot eind deze maand. Ik kon wat tijd en ruimte creëren voor mezelf, ook dankzij de erfenis van mijn ouders.’

Op sociale media schreef je na de dood van Tiemen: ‘Sorry dat ik niet meer van jouw donkerte kon wegnemen.’ Ging zijn dood gepaard met een schuldgevoel of spijt?

Dewulf: ‘Zoiets speelt altijd een beetje mee. Bij mijn ouders dacht ik ook: had ik niet meer kunnen doen? Maar door veel therapie te volgen weet ik: zulke kleine momenten maken niet uit, het zou het hoogstens wat hebben uitgesteld.

‘Zowel mijn ouders als Tiemen waren ondergesneeuwd in hun donkere gedachten, dat krijg je niet met één ­telefoontje opgelost.’

In anderhalf jaar tijd heb je vier dier­baren verloren. Denk je nooit: het is toch absurd hoeveel pech, ongeluk en verdriet ik heb meegemaakt?

Dewulf: ‘Ik heb het geluk en anderzijds ook het ongeluk dat heel mijn vriendengroep al veel erge dingen heeft meegemaakt.

‘Mijn beste vriendin Laura (Verhulst, beter bekend als Madam Bakster, red.) is haar man Kobe kwijtgeraakt aan kanker, een jaar nadat hij een heel zwaar ongeluk had gehad. De mama van Kobe heeft ook suïcide gepleegd, en Laura’s papa is hervallen met kanker.

‘In mijn omgeving gebeuren heel veel dingen die ik niemand toewens, maar daardoor heb ik wel een sterke vriendengroep die mij tools kan aanreiken om met verdriet om te gaan.’

Binu, zijn er in jouw verleden ook ­zaken gebeurd waardoor je sterker ­geworden bent, en misschien wel een betere therapeut?

Singh: ‘Dat ik als kind met mijn familie uit India naar hier moeten vluchten ben, heeft gevolgen gehad.

‘Ik ben in ­India in een cultuur geboren waarin werd verlangd naar zonen en niet naar dochters, dat heeft een grote impact op mij gehad.

‘Ik heb een scheiding achter de rug na een huwelijk van vijftien jaar, dat vormt je uiteraard ook.

‘Als je zaken meemaakt en die doorleeft met steun van anderen, dan ontwikkel je een diepere vorm van empathie, in de eerste plaats voor jezelf.’

‘Het is mooi, Charlie, hoe jij zegt dat de verbinding met de ander ook jouw redding is geweest. Zelf heb ik een beste vriendin die op de moeilijke momenten zoals bij mijn scheiding elke dag langskwam om mij gewoon vast te houden. Ze zei of vroeg niets, ik kon gewoon mijn hoofd bij haar leggen.

‘Ik ben heel blij dat ik zo’n beste vriendin heb, en buren, vrienden en collega’s aan wie ik kan zeggen dat ik een slechte dag heb. Als ik dat niet kon en in mijn moeilijke periodes zou moeten teren op één uurtje therapie per week, dan kwam ik er niet.’

Jullie hebben die verbinding met mensen rondom jullie, maar te merken aan de mentale problemen bij veel mensen, vaak jongeren, moet er toch iets verkeerd zijn in de maatschappij, waar die verbinding er niet voor iedereen is?

Dewulf: ‘Bij mijn ouders heb ik gemerkt hoeveel angst er was om verbinding te maken met mensen. Angst dat die verbinding zou leiden tot veroordeling en uitsluiting.’

Singh: ‘Vaak reageren mensen als iemand hulp aanbiedt met: “Nee, het is oké met mij en het lukt me wel.”

‘Dat is ons innerlijke kind dat heeft geleerd dat als we alles zelf doen, we flink en geslaagd zijn.

‘Maar wat ook speelt, is dat onze samenleving individualiteit en ­autonomie hoog in het vaandel draagt en psychische problemen nog vaak als een teken van zwakheid gezien worden.’

Een van je stokpaardjes is: je moet de ouders geen schuld geven, de ouders moeten zélf ondersteund worden.

Singh: ‘Ja, daar hamer ik wel op. We hebben als samenleving heel rare verwachtingen van ouders. Ze moeten blijven presteren op het werk, een sociaal leven leiden en ondertussen een kind opvoeden. En als er iets fout loopt, wordt verwacht dat ze dat binnen vier muren houden en er anderen niet mee lastigvallen.

‘Dat klopt toch van geen kanten?

‘De mens is een sociaal wezen, en toch zijn we zo individualistisch geworden. Veel heeft te maken met hoe we onze maatschappij inrichten. Elke ouder wil natuurlijk het beste voor zijn kind. Als dat niet lukt, voelt die zich schuldig en gefaald. Maar eigenlijk zou het een collectief schuldgevoel moeten zijn.

‘We falen als samenleving, omdat we zo de komende generatie hypothekeren.’

Je jongste zoon is vier jaar. Hoe vermijd je dat een scheiding traumatiserend is voor een jong kind?

Singh: ‘Dat is een mooie vraag. Ik heb twee keer ervaring, naast vakkennis.

‘Prioriteit nummer één is dat de partners tegen elkaar kunnen zeggen: ik laat je los als partner, maar we blijven verbonden als ouders.

‘Door partnerschap en ouderschap uit elkaar te trekken kun je een andere prioriteit ruimte geven: we willen samen als ouders het beste voor ons kind. Zo voorkom je voor een kind al heel veel.

‘Het wordt traumatisch voor een kind wanneer de ouders hun conflict uitvechten via de kinderen en elkaar zo pijn proberen te doen.’

Foto Kaat Pype

Maar het moet toch onvermijdelijk zijn dat er zaken doorsijpelen naar het kind, ook al is het nog erg jong? Het kan zulke dingen misschien niet plaatsen, maar voelt ze wel aan.

Singh: ‘De vader van mijn tweede kind en ik zijn uit elkaar gegaan nog voor hij één jaar was. Zelfs een kind van die leeftijd voelt dat er spanningen zijn.

‘Ik denk dat het niet gaat om onze kinderen een spanningsvrij leven te kunnen geven, maar wel dat we het tegen hen moeten kunnen benoemen als er iets is, en er dan ook echt met hen over moeten kunnen praten.

‘Belangrijk daarbij is dat we respectvol spreken over de andere ouder, en hen niet uithoren over het leven van en bij de andere ouder. Je wilt je kind niet in een loyaliteitsconflict brengen.

‘Je kunt aan je kind zeggen: je voelt misschien dat ik boos ben op papa, maar jij doet niets verkeerd, het is iets tussen mij en papa als liefjes dat niet werkt. Het spijt mij als je dat van ons voelt, maar daardoor is jouw papa – of mama – nog geen slechte ­ouder, en het wil ook niet zeggen dat je een kant moet kiezen.

‘We blijven altijd jouw mama en papa, ook al zijn wij geen liefjes meer.’

Dewulf: ‘Ik had er nog niet bij stilgestaan dat je een ouderrelatie en partnerrelatie uit elkaar kunt trekken en eigenlijk uit elkaar móét trekken.’

Singh: ‘Ja dus. In een discussie moet je aan je ex-partner of aan jezelf kunnen zeggen:

“Wacht, dit gaat over ons gebroken partnerschap, kunnen we dat nu parkeren? Want we waren over ons kind bezig en wat dat van ons nodig heeft. Dat dat ons niet altijd meteen lukt, is niet erg, als we het maar voor ogen blijven houden.”

‘En soms is het moeilijk om die verbondenheid als ouders te vinden of te behouden.

’‘Na jaren zoeken, vinden en weer kwijtraken heb ik gekozen om het voor nu los te laten in mijn ouderschap van mijn eerste zoon. Hij is ook oud genoeg om dat beter te plaatsen en er beter mee om te gaan, al maken we het hem daarmee niet gemakkelijk.

‘Samen met een therapeut en hemzelf hebben we nu als ouders de keuze gemaakt: we agree to disagree, en we laten elkaar nu ook als ouders los. Maar als het weer anders kan in de toekomst, dan heel graag. Dat is scheiden op een volwassen manier.’

Jouw ouders waren wel nog samen, Charlie.

Dewulf: ‘Maar ze hadden gescheiden moeten zijn. Ze zouden beter af geweest zijn zonder elkaar, maar ze hadden elkaar ook nodig in hun toxiciteit. Mijn mama vond heel veel waarde in voor mensen kunnen zorgen en mijn papa kon niet voor zichzelf zorgen.’

Singh: ‘Dat heet traumabonding. Ze zaten in een complementaire survival­modus: de overlevingsstrategie van jouw moeder was helemaal complementair met die van jouw vader. En die aantrekking werd verward met liefde.’

Hoe kijken jullie naar het fenomeen ­intergenerationeel trauma? Trauma’s die van generatie op generatie door­gegeven worden?

Dewulf: ‘Ik geloof dat echt wel. Niet dat dat in de genen zit, wel dat er gedragingen zijn die je overneemt doordat je door je ouders getraind wordt om op een bepaalde manier met het leven om te gaan.

‘Toen mijn mémé, de mama van mijn papa, negentien was, was de oorlog nog bezig. Haar vader zat in de gevangenis voor smokkel. Haar mama betaalde de borg, maar omdat het weekend was, mocht hij de gevangenis pas op maandag verlaten. In het weekend is de gevangenis gebombardeerd. Haar moeder was dus zowel haar man als haar borgsom kwijt.

‘Dat is een verhaal dat ze altijd opnieuw vertelde. Het heeft haar getekend en haar gedrag bepaald. En het heeft ook mijn vader getekend en zijn gedrag tegenover ons bepaald.

‘Ik heb vaak de vraag gekregen of ik bang was dat ik ook suïcidaal zou zijn, net omdat dat blijft doorlopen.’

Het is moeilijk om die cirkel te doorbreken?

Singh: ‘Het is een fenomeen dat je kunt samenvatten in één oneliner: “You re­peat what you don’t repair.” 

‘Dus als jij bij jou een ervaring niet herstelt, dan geef je die door doordat je hetzelfde gaat doen als de vorige, of net het tegenovergestelde om te overcompenseren.

‘Tot iemand in de ketting het proces stopt en zich gaat helen door traumatherapie of innerlijk-kindwerk. Daardoor maak je je weer vrij en kies je om bewust anders te reageren.’

Dewulf: ‘Het is niet simpel, ook al omdat iets anders doen dan je ouders heel snel wordt aangevoeld als een gebrek aan loyaliteit en kritiek op je ouders. Mijn vader worstelde bijvoorbeeld met gezien willen worden.

‘Voor hem moet het confronterend geweest zijn dat ik in de media ruimte inneem en niet bang ben om me uit te spreken. Dat uitte zich soms in een vorm van jaloezie. Ik hield hem heel erg een spiegel voor.’

Foto Kaat Pype

Singh: ‘In India zeggen we: je kinderen zijn je grootste leermeester, als je naar hen kunt luisteren.

‘Als kind van mijn ouders heb ik hen erg uitgedaagd om hun cultureel bepaalde beeld van een waardevol en gelukkig leven te herbekijken: ik wou mijn weg gaan en dat was een andere dan degene die zij voor ogen hadden.

‘Voor mijn papa was het heel moeilijk dat ik wilde trouwen met een Belgische man, en dat het een liefdes­huwelijk en geen gearrangeerd huwelijk was.

‘Dat ik later scheidde, met iemand anders samen was en ook met die man uiteenging, was voor mijn vader not ­done. Maar in de grond zien we elkaar graag en wil hij ook dat ik gelukkig ben.’

Verbinding in verschil, dus. Was het moeilijk om je eigen weg uit te stippelen?

Singh: ‘Het vergde moed. Het vergde ­innerlijk-kindwerk om tegen mezelf te zeggen: het is oké, je mag dat doen. Als volwassen vrouw moet ik die goedkeuring niet meer bij mijn papa zoeken, maar bij mezelf.’

Heeft je moeder je meer gesteund?

Singh: ‘Zij stond er meer voor open om mee te gaan in mijn verhaal. Als ik zie vanwaar zij komt in India, van een vorige generatie, en hoe zij als vrouw is blijven groeien en evolueren, dan heb ik een grote bewondering voor haar.

‘Ik hoop dat ik nog zo flexibel ben als zij op mijn oude dag.’

Tonkel Charlie

Plots gaat een alarm. Het is de telefoon van Dewulf, die aangeeft dat het halftien is.

‘Dat is een van mijn ADHD-alarmpjes. (algemene hilariteit) Ik heb de neiging om te vergeten wanneer ik moet gaan slapen, en dit herinnert me daaraan. Om halfelf wil ik mijn ogen dichtdoen, en dit is dan een goede reminder om te stoppen waarmee ik bezig ben.’

Lukt dat altijd?

Dewulf: ‘Nee, maar het helpt me om te stoppen, en na te denken over wat ik nog wil doen in het uur dat ik nog heb voor ik ga slapen.’

Dat de regen ons voor dit gesprek naar binnen heeft gedwongen, naar de brasserie, met een slopende soundtrack van rinkelende borden en pratende gasten, heeft zo zijn weerslag.

Zowel Singh als Dewulf voelt zich overprikkeld.

Dewulf: ‘Ik hoor alles tegelijkertijd. Elk gesprek kan ik volgen en verstaan. Ik moet dus heel bewust kiezen voor het gesprek waarin ik zit.

‘Neem nu die fizzer op de verjaardagstaart die daarnet aan het tafeltje achter ons werd gebracht, dat leidt mij heel erg af.’

Dus besluiten we om de dag hier af te sluiten. Binu Singh waagt zich tussen de buien door nog aan een avondwandeling, en Charlie Dewulf krijgt, zo horen we de volgende dag, nog een memorabel gevecht met veertig muggen op het programma.

De ochtend brengt droogte. Stilte. En fris geboende gezichten.

‘Elke ochtend probeer ik een uurtje tijd te maken om te rouwen’, vertelde Dewulf gisteren nog.

‘Ik stretch een kwartier, zo voel ik waar de spanning in mijn lichaam zit. En daarna mediteer, dans en teken ik.’

Binu, herken jij dat?

Singh: ‘Er zijn periodes geweest waarin ik ’s ochtends kon mediteren en yoga doen, en er zijn periodes waarin dat niet gaat.

‘Voor mij fungeert het als een check-in met mezelf, maar ook met een ander: hoe heb je geslapen, hoe was je dag? Dat lijkt normaal, maar het zijn heel belangrijke momenten.

‘Soms kom ik op mijn werk en zeg ik: zouden we niet beginnen met gewoon vijf keer te zuchten? Dat helpt enorm. (zucht) 

‘Zuchten is voor mij een van de tofste manieren om spanning af te laten.’

Is dat iets wat je ouders je aangeleerd hebben?

Singh: ‘Het zit deels in mijn genen, en het is me aangeleerd door mijn ouders, die sikh zijn. Elke ochtend doen zij yoga en hun gebed, ze nemen er de tijd voor.

‘Yoga is voor hen zoals tandenpoetsen voor ons, het hoort bij het dagelijks leven. Hier is meditatie en yoga een doel op zich geworden, terwijl het net manieren zijn om verbinding te zoeken met jezelf en van daaruit te leven.’

Voel je nog andere belangrijke verschillen tussen India en het Westen?

Singh: ‘De nadruk op het indvidu hier, versus de groep in India. Ook de spreidstand tussen intuïtie en wetenschap. Maar als je die uitersten samenbrengt, krijg je wel een mooie balans.

‘Vanuit de wetenschap behoed je je voor bijgeloof. Maar ook omgekeerd: door vanuit gevoel, ervaring en wijsheid te vertrekken kun je de realiteit breder bekijken.’

Spiritualiteit en wijsheid, het brengt ons bij religie. Zijn jullie daarmee bezig?

Dewulf: ‘Ha! Ik ben nog misdienaar geweest. Niet omdat ik moest, wel omdat ik dat echt zelf wou. Ik heb veel respect voor religie. Omdat ze wijsheid geeft, handvatten aanreikt en een deel van je identiteit wordt.

‘Maar zodra je religie gaat gebruiken om te zeggen wat iemand anders wel of niet mag doen, in mijn geval over mijn seksualiteit en mijn genderidentiteit, dan krijg ik het er moeilijk mee.’

Singh: ‘Misdienaar? Dat is nu echt het laatste wat ik van jou verwacht had!’

Dewulf: ‘Ik ben wel blij dat ik het gedaan heb. Het heeft me veel bijgebracht. Veel mensen die niet hetero of cisgender zijn, hebben een grote afkeer van ­religie, dat weet ik. Door mijn ervaring weet ik dat er ook heel veel positieve dingen in religie zitten.’

Singh: ‘Ik ben binnen het sikhisme opgevoed. Mijn ouders praktiseerden dat ook. In mijn puberteit en jongvolwassenheid heb ik me daar enorm tegen verzet. Maar achteraf besefte ik dat mijn verzet vooral gericht was tegen het culturele aspect van de godsdienst, en niet tegen de grond en de filosofie van het sikhisme.

‘Toen ik me daarin ging verdiepen, ontdekte ik dat het bijna op maat van mezelf gesneden was. Het was de eerste religie die in de 15de eeuw al voor gelijkwaardigheid tussen man en vrouw streefde. Die ook het kastensysteem afschafte.

‘Er zitten nog heel mooie dingen in. Dat je moet leven naar je dharma, naar een grotere dienstbaarheid. Dat je voorbij je karma en je kleine ik moet gaan om zo tot je ware ik en talent te komen dat je te delen hebt met de samenleving.’

In een gesprek over generaties en kinderen kan de laatste vraag niet uitblijven: Charlie, in een eerder interview zei je dat je zelf geen kinderen wou. Kijk je daar intussen anders naar?

Dewulf: ‘Nee. Ik voel dat ik niet de mentale ruimte kan vrijmaken om een ouder te zijn. Ik wil er heel hard zijn voor de kinderen van mijn vrienden.

‘Ik ben een tonkel – een combinatie van tante en nonkel (lacht) – van zeker twee, drie kindjes van mijn vrienden. Ook van het kindje van Laura – Madam Bakster – en Kobe

It takes a village to raise a child. In die gedachte geloof ik heel sterk. Ik denk dat er nog vaak kinderen gemaakt worden uit angst om niemand te hebben als je oud bent. Ik ben daar niet bang voor, omdat ik heel hard geloof in dat idee van een vriendengroep als dorp.’

Foto Kaat Pype

Singh: ‘Dat is ook mijn overtuiging, dat van die village.

‘Het idee dat kinderen door meerdere volwassenen liefdevol begeleid worden richting volwassenheid. Dat is een mooie shift, omdat je zo kinderen weer een grotere kans geeft om als volwassene met een vrij innerlijk kind in het leven te staan.

‘Ik voel bovendien dat we stilaan evolueren naar een tijdperk waarin kinderen niet gemaakt worden vanuit een overlevingsdrang, maar dat we bewuster kiezen voor kinderen. En dat we ook loskomen van dat ingebakken idee dat er iets ontbreekt in je leven wanneer je geen kinderen hebt. Want als je geboren moet worden om een behoefte van een ouder in te lossen, dan zie je zo die transgenerationele issues weer komen.’

‘Het is mooi, Charlie, dat je zegt dat je er bewust voor kiest omdat je er niet de ruimte voor voelt, en dat je tegelijk aanvoelt dat er andere manieren zijn dan een eigen biologisch kind om dat stuk van jezelf te leven in dit leven.

‘Er zijn zoveel kinderen op aarde die het nodig hebben dat er volwassenen zijn die voor hen zorgen.’

Dewulf: ‘Mag ik je een knuffel geven?’

Singh: ‘Natuurlijk. Kom.’ 


Een zomer lang komen twee mensen bij valavond samen aan de branding in Oost­ende. In het decor van het Thermae Palace Hotel wordt van ’s avonds tot ’s ochtends ontmoet en gepraat. Met de blik op de horizon gaan we van vloed naar eb, en helemaal terug. 


Foto Kaat Pype

Lees ook

Lees hier de andere gesprekken



Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Naar de website


Scroll naar boven