Portret – Frie Leysen


Frie Leysen, steeds gedreven en onverzettelijk, bezorgde ons De Singel en het Kunstenfestivaldesarts. Na een ziekte is ze op haar zeventigste overleden.

Geert Sels – De Standaard


Afscheid van een bevlogen koppeltekentje


Frie Leysen was radicaal, een durfal, een pionier, open van geest en levenslang consequent. Op hoogst innemende wijze kon ze haar nochtans dwingende overtuigingen ingang doen krijgen. Desnoods, of misschien zelfs bij voorkeur, tegen de gang­bare opvattingen in.

Liefdevol strijdend heeft ze twee van de invloedrijkste kunstinstellingen in ons land vormgegeven: het kunstencentrum De Singel en het Kunstenfestivaldesarts.

Leysen groeide op in Tervuren, in een gezin van negen kinderen, onder wie twee tweelingen.

Zij en haar broer, de acteur ­Johan Leysen, stonden in de familie bekend als ‘de kleine tweeling’. Haar vader was Bert Leysen, de eerste programma­directeur televisie van het NIR, dat later BRT zou worden. Hij overleed toen ze acht was.

Het motto van de omroep, ‘altijd benieuwd’, zou haar eigen levensdevies kunnen zijn. Voor iemand die middeleeuwse kunstgeschiedenis studeerde, heeft Frie Leysen zich nadien met volle overgave op de hedendaagse kunst gegooid.

Ze was dertig toen ze reageerde op een advertentie van de Commissie van het Beheer van het Eigen Vermogen van het Koninklijk Vlaamse Muziekconservatorium.

Omdat de site van Léon Stynen te groot was, werd van haar verwacht dat ze zalen verhuurde aan externe organisaties.

Het was haar verdienste om deze bureaucratische bedoening naar haar hand te zetten en af te pellen tot een dynamisch en toonaangevend kunstencentrum als De Singel.

‘Op tien jaar tijd krijg je je verhaal wel verteld. Anders word je te vriendelijk voor jezelf’

Frie Leysen

‘Je mag hier doen wat je wil, maar ik geef geen cent’, citeerde ze ooit de toenmalige minister van Cultuur.

Dat had hij beter niet gezegd, want Leysen greep de vrijheid om van De Singel een avontuurlijk huis te ­maken. Vanaf 1983 passeerden er inter­nationale topkunstenaars uit diverse disciplines.

En met die centen viel het nadien nog aardig mee, hoewel Leysen soms strategisch in de rode cijfers durfde te gaan.

Door zijn uitzonderlijk aanbod groeide De Singel uit tot een van de best gedoteerde cultuurinstellingen.

Haar opvolger Jerry Aerts: ‘Ze deed het gewoon, daarna is de overheid vrij snel gevolgd.’

In 1991, een week voor haar vertrek in Antwerpen, speelden Pina Bausch en Peter Brook in De Singel. Die schaal had het kunstencentrum ondertussen aangenomen.

Nadien liet ze het huis los om zich op een nieuw avontuur in Brussel te concentreren.

Met Guido Minne zette ze het Kunstenfestivaldesarts op, het grootschalige festival waar de hoofdstad volgens haar recht op had en waarvoor ze moedig de grenzen van de cultuurgemeenschappen zou trotseren.

In bussen naar de Heizel

De eerste editie in 1994 had de ambitie om grote internationale producties te brengen waar Brussel anders van verstoken bleef.

Het publiek werd in bussen naar de Heizel gereden om Reza Abdoh te ontdekken en kreeg de toen nog nobele onbekende Christoph Marthaler te zien.

Later zei ze daarover: ‘We hoorden dat het erg duur zou zijn. Maar ik wou dat werk absoluut hier tonen. Dus speelde ik blufpoker: “ik heb een grote zaal, ik heb het geld”, terwijl ik geen idee had waar ik het vandaan moest halen. 

´Murx is een mythische voorstelling geworden. Het is de voorstelling die je had moeten zien, maar die iedereen gemist had.’

 Photo News
4 november 1980: Leysen (30) bij de opening van De Singel. de singel

De eerste jaren kenden meermaals ­peperdure locatievoorstellingen omdat niet alle Brusselse podia hun deuren wilden openzetten.

Leysen liet de Amerikaanse choreografe Trisha Brown haar eerste opera maken en vroeg de Zuid-Afrikaanse beeldend kunstenaar William Kentridge om nieuwe terreinen te verkennen.

Ze prospecteerde grondig in China, om nadien haar aandacht te verleggen naar Zuid-Amerika. Met een open geest kijken, tegen de petieterige kerktorenmentaliteit in, dat was haar drijfveer.

‘Ik wil graag de arrogantie van het Westen terugfluiten,’ zei ze daarover, ‘zonder de westerse cultuur af te ­zweren’.

Voor het Kunstenfestival heeft ze het hardst moeten knokken. Het was bijwijlen water uit de rotsen slaan, toen bleek dat het allerminst een evidentie was om in Brussel een bicommunautair evenement op te zetten.

Vanaf 1996 werd het festival noodgedwongen tweejaarlijks omdat niet elke cultuuroverheid even gul over de brug kwam.

Zelfs toen het festival zich voor de hellepoort bevond, presteerde Leysen het om de politieke wereld te overtuigen. Ze kreeg steeds meer Brusselse cultuurhuizen op de hand om mee in haar verhaal te ­stappen. Waar die eerst bereid waren hun zaal te verhuren, gingen ze later vaker ­coproduceren.

 Photo News

Over die kentering bleef ze bescheiden. ‘Ik zie me als een koppelteken’, zei ze ooit in deze krant (3 mei 2001).

‘Dat is een klein streepje. Maar ontbreekt het, dan kunnen de partners elkaar niet vinden.’

In de latere edities groeide het festival verder uit tot een creatiefestival, dat vaak evenveel nieuwe producties toonde als bestaand werk.

Ze vond het prettig dat andere Europese festivals vaak eerst naar Brussel kwamen kijken, waar ze jonge en nieuwe makers het vertrouwen gaf.

Frie Leysen – Op innemende wijze onverzettelijk. Foto Michiel Hendryckx

Op tien jaar tijd krijg je je verhaal wel verteld, vond Leysen. ‘Anders word je te vriendelijk voor jezelf.’

Ze had uiteindelijk twaalf jaar op de teller toen ze in 2006 het Kunstenfestival doorgaf. Haar carrière speelde zich nadien in het buitenland af en stond onveranderlijk in het teken van integere kunstenaars.

In 2007 cureerde ze het festival Meeting Points, dat zich vanaf ­Marokko tot Syrië verspreidde over de ­Arabische wereld.

In Duitsland was ze curator van Theater der Welt en de Berliner Festspiele. Bij de Wiener Festwochen stapte ze voortijdig op omdat ze het gevestigd karakter moeilijk kon doorbreken.

Prins Willem-Alexander

Voor haar verdiensten is Frie Leysen meermaals gelauwerd, maar op haar titel van barones heeft ze zich zelden laten betrappen.

In 2003 kreeg ze de oeuvreprijs van de Vlaamse Gemeenschap.

Zelfs bij uitreikingen nam ze het op voor de kunst. Toen ze in 2014 de Erasmusprijs kreeg, veegde ze haar voeten aan het protocol en vroeg Willem-Alexander hoe hij koning kon zijn van een land waarin kunst was wegbezuinigd en een linkse hobby werd genoemd.

De voorbije seizoenen zagen we haar nog wel eens in het publiek zitten bij voorstellingen van makers die haar dierbaar waren. Ze was licht en frêle. Een vogeltje, een sneeuwvlokje.

Het zal, nu ik het me bedenk, een koppeltekentje geweest zijn.


REACTIES 

Anne Teresa De Keersmaeker, choreografe

Frie behoorde tot de allereerste generatie die mijn werk begin jaren 80 oppikte. We hebben dus samen een parcours van zowat veertig jaar. Ze was een beetje een zus, een vriendin, een tante, een complice en een strijdmakker. Ze was een van de weinige vrouwen met een leidende positie in het veld. Ze was een visionair iemand met een ongelooflijke daadkracht. Ze heeft me op cruciale momenten advies gegeven toen ik me afvroeg welke keuzes ik zou maken. Frie had een uitgesproken maatschappelijke drive: ze had empathie, sloot geen compromissen en onderstreepte altijd het belang van de kunst. En ze had een uitgesproken no pasarán-mentaliteit.’


Jerry Aerts, ex-directeur De Singel

‘In het seizoen 83-84 maakte De Singel zijn eerste programma. Ik was Fries rechter­hand. Budget was er amper, maar het was ambitieus en groots. Er zat met­een internationaal werk in. Als je met kunst bezig bent, maak je geen compromissen. Zo was Frie. Ze had een goede neus om jong, internationaal talent te ontdekken. Ik heb van haar geleerd om in internationaal perspectief te kijken. Frie heeft De Singel kunnen laten groeien door haar weg te gaan, dan zouden de middelen wel volgen. Het programma was zó zichtbaar dat de politiek volgde.’


Alain Platel, choreograaf

‘Van in het begin heeft Frie mijn werk gevolgd. Ze was niet met alles akkoord en durfde dat ook uiten, maar haar appreciatie was onvoorwaardelijk. Eind jaren 90 heeft zij mij getipt aan Gerard Mortier zodat we samen opera’s zijn gaan maken. Ze is altijd koppig en consequent gebleven. Ik vind het ongelooflijk dat ze zelf wegging bij de Wiener Festwochen omdat ze er niet kon doen wat ze wilde. Een paar jaar geleden riep ze kunstenaars op om meer uit hun kot te komen. Daar hebben we in Brussel urenlang over gepraat, zoals altijd bij het eten van een portie frieten.’


Jan Goossens, directeur Festival de Marseille

Frie was vooral een ongelofelijk lieve vriendin. Tot enkele weken geleden steeds bereikbaar en een en al oor, kritisch maar altijd in steun, in goeie en nog meer in barre tijden. Artistiek incarneerde ze zoveel wat ik bewonder en wat zo ont­zettend zeldzaam is: onuitputtelijke nieuwsgierigheid, weerbarstige eigenzinnigheid, passionele generositeit. Meer dan eens had ze een grote impact op cruciale keuzes: als Frie sprak, spitste ik altijd mijn oren, hoe koppig ik soms ook het tegendeel vond. Ze was gewoon altijd zichzelf, vitaal, stijlvol, geestig, tot op het laatst. Ik ga haar verschrikkelijk missen.’


Milo Rau, artistiek leider NTGent

Frie was altijd de grote curator naar wie ik opkeek. Haar invloed was gigantisch. Normaliter zijn kunstcurators niet de meest geliefde mensen, maar zij was een van de grootsten van deze tijd. Ook in Duitsland, waar ze lang werkte. Ze was heel eerlijk en kritisch, maar altijd op een directe en ondersteunende manier. Sinds ik met haar tweelingbroer Johan voorstellingen maakte, hebben we elkaar echt goed leren kennen. In onze voorstelling The civil wars vertelt Johan over zijn kindertijd. We waren zenuwachtig wat ze er van zou vinden. Gelukkig zag ze het zitten.’ (ft/gse)


Frie Leysen: altijd met open blik (en een sigaret). Foto Ilja Höpping/waz

Bekijk alle beschikbare portretten

Portretten



Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Naar de website


Scroll naar boven