Apache – Er bestaat een soort blindheid rond alcohol


Alcohol is overal, in overvloed. Alcohol zorgt voor plezier, maar evenzeer voor problemen. Myriam Bruyninckx en Philip Muls schreven een boek over alcoholverslaving en therapie. Geen evident onderwerp. Al zeker niet in België. ‘Er zijn ontzettend veel mensen die te veel drinken. En als je stopt met drinken, moet je het uitleggen, want dan hou je de mensen een spiegel voor.’


Verslavingstherapeute en ervaringsdeskundige Myriam Bruyninckx en de geen alcohol drinkende zakenman Philip Muls schreven samen het boek Drinkt u iets? Een onverbloemde kijk op verslaving en therapie.

Daarin nemen ze de lezer mee naar de krochten van hun eigen, in alcohol gedrenkte levens, maar ook naar de therapieruimte waar ze in alle openheid hun angsten, demonen, en de meest gênante details die een alcoholverslaafde mens kan meemaken op tafel gooien.

‘Onverbloemd’ is het boek zeker, maar het geeft daardoor een toegankelijk inzicht in alcoholverslaving en therapie. Want hun verhalen zijn confronterend en (soms te) herkenbaar.

Een legale drug

Alcohol is des duivels. Vergif. Een gesel. Draai of keer het zoals je wil, maar bij inname van te veel, zal het lichaam danig protesteren. En daar moet je niet verslaafd voor zijn.

Alcohol is zonder twijfel de meest alomtegenwoordige drug die er bestaat. Een legale, maar daarom geen ongevaarlijke drug.

Alcohol is de meest schadelijke drug. Dat blijkt alleszins uit een studie naar schadelijkheid, ten opzichte van de gebruiker, maar ook van de samenleving, van zowel illegale als legale drugs, uitgevoerd in 2010 door het Britse Independent Scientific Committee on Drugs onder leiding van professor David Nutt.

Alcohol staat bovenaan met een score van 72 punten op 100,  heroïne staat op de tweede plaats met 55 punten, gevolgd door crack cocaïne met 54 punten.

In 2018 was voor 14% van de Vlaamse bevolking het alcoholgebruik problematisch te noemen

Alcohol zorgt natuurlijk ook voor plezier en relaxatie. Net zoals andere (illegale) drugs hoeft het niet per se voor problemen te zorgen. En het grote voordeel dat alcohol op zijn minst heeft, is dat er wetgeving rond bestaat.

Kinderen jonger dan zestien mogen het niet drinken of kopen. Je mag niet rijden als je gedronken hebt, en het is doorgaans ook niet toegelaten om alcohol te drinken op het werk. Maar daar stopt het dan ook.

Want daar tegenover staat dat alcohol zowat overal en altijd te verkrijgen is, tot in tankstations toe, en dat de grootste sponsor van de nationale voetbalcompetitie een biermerk is.

Dat alcohol niet voor problemen hoeft te zorgen, neemt niet weg dat die er wel degelijk zijn. Problematisch alcoholgebruik is zeer aanwezig in onze samenleving. Voor 14% van de Vlaamse bevolking was het alcoholgebruik problematisch te noemen volgens de laatste cijfers van het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD) uit 2018.

In reële cijfers gaat het over 779.082 Vlamingen van 15 jaar en ouder. Een toename van 5% vergeleken met vijf jaar voordien. De grootste toename (19%) bevindt zich bij de leeftijdsgroep 15 tot 24 jaar. Daar gaat het bijna om een verviervoudiging vergeleken met 2013.

‘Pak me mijn pintje niet af!’

Het bespreken van die problemen zorgt voor ongemak en irritatie. Als de burgemeesters van Florenville, Chiny, Bouillon (provincie Luxemburg) en Andenne (provincie Luik) de leiding van jeugdbewegingen die bij hen op kamp komen, willen verbieden om alcohol te drinken, steigert de Vlaamse leeuw.

“Wat mij ongelooflijk stoort aan dat debat is dat er keer op keer wordt gezegd dat die jongeren toch ‘een glaasje mogen drinken’”, zegt Myriam. “Alsof er slechts heel sporadisch ontzettend veel gezopen wordt op die kampen. Dat is niet waar! Mocht het maar over ‘een pintje’ gaan, zouden we deze discussie niet hebben.”

‘Alcohol is zo doordrongen in onze samenleving dat iedereen op zijn achterste poten staat als er nog maar gesuggereerd wordt om ‘mijn pintje’ af te pakken’
Philip Muls

Philip grinnikt. Met een hoge functie bij Siemens reist hij de wereld rond en weet hij dat andere landen veel meer matuur omgaan met alcohol.

“Alcohol is zo doordrongen in onze samenleving dat iedereen op zijn achterste poten staat als er nog maar gesuggereerd wordt om ‘mijn pintje’ af te pakken, want dat is betuttelend. En de overheid betuttelt al zo veel. In Scandinavië is het ondenkbaar om bier in een tankstation te kopen. Zelfs in Frankrijk, wat toch bekendstaat voor zijn levensgenieters, wordt deze discussie niet gevoerd.”

Als Ervaringsdeskundig Psychotherapeut Alcoholisme ontwikkelde Myriam een geanimeerde lezing over alcoholisme onder de naam Nu ben ik het zat!.

In het kader van preventie rond alcohol trekt ze er ook mee naar scholen, waar ze op aanvraag enquêtes afneemt om de lezing op maat te kunnen aanbieden. Door de jaren heen heeft ze al meer dan 6.000 antwoorden van kinderen tussen de 15 en 17 jaar verzameld.

“Uit die antwoorden blijkt dat heel veel kinderen beginnen te drinken bij de jeugdbeweging. Hun hersenen zijn op die leeftijd nog in volle ontwikkeling, en kunnen onomkeerbare schade oplopen. Pubers die graag drinken bezwijken makkelijker onder de groepsdruk om te drinken, waardoor ze later, op moeilijkere momenten, niet meer ‘nee’ kunnen zeggen tegen alcohol.”

“Op prille leeftijd leren pubers dat ze zich enkel onder invloed kunnen amuseren. En wat doen volwassenen? Die gaan over de rooie omdat je de drank van die jongeren wil afpakken! Het gaat verdorie over scoutskampen waar jongeren verantwoordelijkheid hebben over jonge kinderen. Er wordt nu afgesproken dat een op de twee leidinggevenden nuchter moet blijven. Hoe waanzinnig is dat?”

Toch zien Myriam en Philip hier en daar voorzichtig enkele lichtpuntjes verschijnen.

“Dankzij bewustmakingscampagnes zoals Tournée Minerale wordt de vanzelfsprekendheid van het drinken van alcohol meer in vraag gesteld. Veel jongeren vinden het cool om niet te drinken, en dat is nieuw”, zegt Myriam.

‘Veel jongeren vinden het cool om niet te drinken, en dat is nieuw’
Myriam Bruyninckx

“Ook de bedrijfscultuur laat alcohol niet zomaar meer toe”, vult Philip aan. Dat was tien, twintig jaar geleden wel anders. Hij was al een poos gestopt met drinken toen hij op hoog internationaal niveau een moeilijke deal tot een goed einde had gebracht, en hij door de CEO van het andere bedrijf verplicht werd tot het drinken van een peperdure fles. Mocht zijn toenmalige overste niet hebben ingegrepen, zou de deal ofwel alsnog zijn afgesprongen omdat hij weigerde in te gaan op het aanbod, ofwel zou hij opnieuw zijn beginnen drinken.

“Bij Siemens staat nu heel expliciet vermeld dat er tijdens de uren niet mag gedronken worden. Bovendien zijn mensen zich ook veel meer bewust van ‘de volgende dag’.

“Als we vroeger enkele dagen workshops moesten volgen, wist je dat op de laatste dag niemand voor de middag kwam opdagen omdat het er de avond voordien veel te stevig aan toe was gegaan. Dat kan nu niet meer.”

“Maar is het helemaal aanvaard om niet te drinken?”, vraagt Myriam.

“Het gaat de goede kant op”, antwoordt Philip. “Op een officieel diner zal iedereen zich beheersen. Ik, als manager, zal ook ingrijpen als er te veel gedronken wordt. Maar na het officiële gedeelte zijn er altijd mensen die zich afzonderen om stevig te gaan doorzakken. Die kern blijft wel bestaan.”

Spiegel

Ik noem Myriam Bruyninckx en Philip Muls bij de voornaam. Dat doen ze in het boek immers ook ten opzichte van elkaar. Maar ik ken Myriam ook al heel erg lang. Van op de middelbare school. En daarna, van in ’t café.

Myriam verwijst in het boek naar die periode en vertelt dat ze toen aan haar cafévrienden vroeg of ze geen drankprobleem had. Ik was een van hen, en heb nooit gemerkt dat ze problematisch dronk. Er werd stevig gedronken, zeer zeker. En er waren figuren waarvoor je niet meteen hogere studies moest hebben gedaan om te zien dat ze een joekel van een verslaving hadden. Maar Myriam? Nee, dat had ik nooit gedacht.

‘Als je stopt met drinken, moet je het uitleggen, want dan hou je de mensen een spiegel voor met iets waar ze eigenlijk niets mee te maken willen hebben’
Myriam Bruyninckx

Nochtans is verslaving mij niet vreemd. Ik ben er 35 jaar geleden zelf mee geconfronteerd toen ik iets te veel experimenteerde met heroïne, en ik heb er sindsdien al wel wat over geschreven. Bovendien ben ik zonder twijfel verslaafd aan tabak.

Het toont aan dat verslaving een kameleon is die de meest verschillende gedaantes kan aannemen. Een kameleon waar veel schaamte over bestaat, vindt Myriam. Je hoeft niet in de goot te liggen, of elke dag van ‘s morgens tot ‘s avonds te drinken. Alcohol neemt het roer over.

“Het is de stuurloosheid van de wil”, legt ze uit. “Voor mij is een verslaafde iemand die niet kan stoppen met een middel, en die zichzelf en/of zijn omgeving daar last mee berokkent, maar daar niet voor kiest. Door het taboe errond, loopt het veel meer uit de hand, en wordt het gemarginaliseerd.”

“Anderzijds is er wat ik de collectieve verslaving noem. Er zijn ontzettend veel mensen die te veel drinken. Als je stopt met roken, oogst je bijval en steun. Maar als je stopt met drinken, moet je het uitleggen, want dan hou je de mensen een spiegel voor met iets waar ze eigenlijk niets mee te maken willen hebben.

‘Ik heb geen probleem. Jij misschien wel, maar ik zeker niet.’ Er bestaat een soort van blindheid voor alcohol.”

Bier: cultureel erfgoed in België

Het zou te maken kunnen hebben met blindheid voor de wetenschap. Zeker vanuit het beleid. Er zijn studies te over die de schadelijkheid van alcohol aantonen, maar die worden door de politiek vakkundig genegeerd.

Dat beaamt Philip. “Politici ergeren zich vaak aan wetenschappelijke standpunten omdat die de zwaktes van het beleid aantonen. Ze zijn vaak confronterend en ondermijnend voor de politiek. Niet alleen met betrekking tot roesmiddelen, maar in het algemeen. Dat kwam heel goed tot uiting tijdens de pandemie. Voor het eerst zagen we live de frictie tussen wetenschap en politiek.”

“Alcohol, maar ook andere roesmiddelen, houdt iedereen rustig”, zegt Myriam. “Het is de opium voor het volk. Aan de toog wordt gezeurd en geklaagd, maar er gebeurt niets. Dat is wel fijn voor een beleid, denk ik.”

“Anderzijds,” gaat ze verder, “bewijst het ook hoe machtig de alcohollobby is, hoeveel geld er mee gemoeid is.”

“Het is niet toevallig dat het hoofdkantoor van AB InBev zich in België bevindt”, verduidelijkt Philip. “Dat zou hier niet zijn mocht de fiscaliteit niet zo interessant zijn, en mocht het klimaat rond alcohol niet zo goed zijn. Wij zijn immers Bourgondiërs, wij leven in het land van het bier. Dat is cultureel erfgoed!”

Geen langetermijnvisie in de hulpverlening

Wat de pandemie ook pijnlijk bloot heeft gelegd, zijn de problemen in de zorgsector. Dat is in de alcoholhulpverlening niet anders. Of de coronacrisis daar een rol in heeft gespeeld is nog maar de vraag. De wachtlijsten daar zijn immers al eeuwen legendarisch. Nochtans schrijft Myriam dat het van cruciaal belang is dat mensen die de moed hebben om hulp te zoeken goed en tijdig opgevangen worden.

“Bij Vagga (Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg in Antwerpen, met een ambulante werking voor verslavingszorg en -preventie; hz) komen mensen op intakegesprek, maar ze kunnen pas na een half jaar of langer verder geholpen worden”, zegt Myriam.

“Het is eigen aan een verslaafde om hier en nu geholpen te willen worden. En als die niet  nu geholpen wordt, is het te laat. Dan hoeft het niet meer. Ik probeer in mijn praktijk mensen binnen de drie weken te helpen. En die periode is dikwijls al op het randje.”

Philip is in totaal vier keer opgenomen geweest, en heeft dan weer commentaar op de manier van opvang. De allereerste keer kwam hij op een PAAZ-afdeling (Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis) terecht. Dat is crisisopvang waar je enkel begeleiding krijgt. Hij vond het vreselijk.

“Ik lag op een zaal met zes mensen die ontzettend veel bezoek kregen. Ik heb daar niets op tegen, maar ik had een ontzettend grote nood aan rust. Bovendien heeft ‘s nachts een van die mensen zijn polsen overgesneden. Als je dan niet gemotiveerd genoeg bent om verder naar hulp te zoeken, of je moet maandenlang op een wachtlijst staan van een gespecialiseerde instelling, dan ben je verloren.”

‘Ik combineer mijn ervaringsdeskundigheid met mijn opleiding psychotherapie, en heb ondertussen al honderden cliënten naar een gelukkige nuchterheid begeleid’
Myriam Bruyninckx

Toch is het in dat Algemeen Ziekenhuis dat hij in contact is gekomen met de AA. Een geluk bij een ongeluk, want er is niet in elk ziekenhuis een afdeling van de AA ondergebracht. En het was pas negen maanden na zijn vierde opname vooraleer hij er ook echt naartoe is gegaan.

“Dat was immers niet evident. De AA is heel religieus en dogmatisch, wat helemaal niet bij mij past”, legt hij uit, “maar iets van die Twaalf Stappen bleef wel hangen. Ik ben er naartoe gegaan, terwijl ik ook naar Myriam ging. Na negen maanden hield ik het voor bekeken, en ging ik alleen nog naar Myriam voor de nazorg.”

Het woord ‘nazorg’ valt en de haren rijzen Myriam te berge. “Die nazorg is zo belangrijk. Na gespecialiseerde residentiële opvang is er heel vaak geen nazorg. Dat heeft tot gevolg dat slechts een op de tien mensen verlost geraakt van zijn verslaving. Bij mijn cliënteel is dat meer dan zes op de tien”, vertelt ze niet zonder trots.

“Er is geen langetermijnvisie in de hulpverlening”, treedt Philip haar bij. “Tijdens mijn laatste opname, die acht weken duurde, zaten we met 25 mannen en vrouwen. Er zijn er momenteel nog drie nuchter. Drie. Negen jaar na de feiten.”

“Daarom zitten die Twaalf Stappen zo goed in elkaar”, vertelt Myriam.

Daarvoor moet je je leven wel toevertrouwen aan de hoede van God.

“Wat eigenlijk niet meer betekent dan dat we terug moeten leren vertrouwen en loslaten. De Twaalf Stappen tonen wat nodig is op de nieuwe weg die ze zijn ingeslagen, weg van hun verslaving. En ik heb gemerkt in mijn praktijk dat, zonder die theorie erbij te halen, mensen die erin slagen om hun verslaving af te werpen, die twaalf stappen steeds doorlopen.”

En al is Myriam voorstander van zelfhulpgroepen zoals AA, AA is geen voorstander van Myriam. Dat heeft alles te maken met uit de anonimiteit te treden, en geld te vragen voor hulp.

“Ongehoord!”, lacht ze. “Als er tijdens mijn voorstelling mensen stuurs met de handen gekruist zitten te kijken, weet ik dat de AA aanwezig is.

AA’ers of wetenschappers. Die hebben het niet zo begrepen op ervaringsdeskundige psychotherapeuten. Er is een grote rigiditeit bij zowel de wetenschap, omdat het allemaal evidence based moet zijn, als bij de AA, die zweren bij zelfhulpgroepen, omdat volgens hen al de rest niet werkt.

“Ik combineer mijn ervaringsdeskundigheid met mijn opleiding psychotherapie, en heb ondertussen al honderden cliënten naar een gelukkige nuchterheid begeleid.”

Hoop, maar geen beloftes

Op de kaft, maar ook in het persbericht, wordt nadrukkelijk vermeld dat hun boek geen zelfhulpboek is. Wat willen Myriam en Philip er dan mee bereiken?

“Je hoeft geen verslaving te hebben om het boek te lezen”, antwoordt Myriam. “Drinkt u iets? zorgt voor inzicht over wat een verslaving en een verslaafde is. Het geeft ook een inkijk in wat therapie is.

Een buitenstaander zegt algauw tegen een verslaafde: ‘Stop er toch gewoon mee! Toon karakter!’

“Als heel je leven in een neerwaartse spiraal zit, je huwelijk op springen staat, je kinderen niet meer tegen je spreken, dan nog stop je niet. Hoe egoïstisch kan een mens zijn?’ Het boek toont voor een ruim publiek waarom verslaafden dat doen. En voor verslaafden is het een spiegel zonder oordeel.”

“Er worden fases van verandering in uitgelegd, gekleurd met anekdotes die zorgen voor herkenbaarheid. We zeggen niet dat je na het lezen van dit boek verlost bent van je verslaving”, zegt Philip. “We spiegelen ook geen droom voor van hoe gelukkig we zijn zonder alcohol.”

“We willen hoop geven.”

“Ja, hoop wel, maar geen beloftes.”

cover boek Drinkt u iets?
Drinkt U iets?
Verslavingstherapeute en ervaringsdeskundige Myriam Bruyninckx en de geen alcohol drinkende zakenman Philip Muls schreven samen een boek over alcoholverslaving en therapie. (© Hervé Debaene)


Bron: Apache

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven