Apache – Klimaattop onder hoogspanning kan zich geen falen permitteren


Het is een kritisch decennium in de strijd tegen de klimaatopwarming. Alle ogen zijn nu gericht op de badplaats Sharm-el-Sheikh in Egypte. Daar gaat de komende weken COP27 door, de jaarlijkse VN-klimaatconferentie. De inzet is hoog, maar geopolitieke spanningen, de energiecrisis en het moeizame economische herstel na Covid-19 zullen dit jaar hun stempel drukken op de klimaatonderhandelingen.

Liesbet De Kock – Apache



Het laatste rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties was even onheilspellend als ondubbelzinnig: het is een kritisch decennium voor het klimaat.

Tegen 2030 moet de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen met 45% naar omlaag ten opzichte van 2010. Enkel op die manier kunnen we de opwarming van de aarde beperken tot 1,5°C, zoals in 2015 afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs.

Het laatste rapport van het VN-klimaatpanel was ondubbelzinnig: het is een kritisch decennium voor het klimaat

Met elk tiende van een graad daarboven stijgen de economische, maatschappelijke, ecologische en existentiële risico’s exponentieel, waarschuwden wetenschappers in het rapport.

Dat ligt vooral aan kettingreacties: hoe hoger de temperatuur, hoe sneller het permafrost smelt, bijvoorbeeld. Daarbij komt heel wat CO2 en methaan in de atmosfeer terecht, wat de opwarming nog verder versnelt. Zo kom je in een ongecontroleerd zelfversterkend proces terecht.

Het klimaatpanel had het over een “brief and rapidly closing window of opportunity” om een verdere onomkeerbare ontwrichting van het klimaat te voorkomen. De extreme weerfenomenen die we vandaag zien, na een opwarming van ‘slechts’ 1,1°C, geven alvast een wrang smakend voorproefje.

Overlappende crisissen

Het is dus uitkijken naar wat uit de bus komt op de VN-klimaattop die zondag wordt afgetrapt in de Egyptische badplaats Sharm-el-Sheikh.

Dertig jaar na de ondertekening van het VN-klimaatverdrag zijn we intussen. Dat akkoord, afgesloten en ondertekend tijdens de Earth Summit in Rio de Janeiro, was een mijlpaal in de internationale strijd tegen “de gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaatsysteem”.

Ook in 2022 komen van 6 tot 18 november de zowat 200 ondertekenaars van dat akkoord samen voor de jaarlijkse internationale klimaatonderhandelingen op de Conferentie van Partijen, kortweg COP. En dat intussen voor de 27ste keer.

‘Multilaterale onderhandelingen worden bemoeilijkt door geopolitieke spanningen en stijgende voedsel- en energieprijzen’

Sameh Shoukry
Voorzitter COP27

Federaal minister voor Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir (Vooruit) en Vlaams minister van Omgeving en Energie Zuhal Demir (N-VA) lieten eerder al weten verstek te geven, om verschillende redenen.

Maar met een delegatie van meer dan honderd mensen is België goed vertegenwoordigd – met onder meer premier Alexander De Croo (Open Vld) en federaal minister van Klimaat, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling Zakia Khattabi (Ecolo).

Het belooft alvast een COP onder hoogspanning te worden, erkende ook Sameh Shoukry, Egyptisch minister van Buitenlandse Zaken en voorzitter van de klimaatconferentie, in een open brief enkele dagen voor de start.

De bijeenkomst vindt plaats onder een gesternte van “overlappende crisissen, en multilaterale onderhandelingen worden bemoeilijkt door geopolitieke spanningen en stijgende voedsel- en energieprijzen”.

Bovendien worstelen deelnemende landen nog met de “verpletterende impact van de pandemie”.

De verontwaardiging over Egyptes repressieve regime en mensenrechtenschendingen zetten de internationale dialoog verder onder druk.

Huidige inspanningen veruit onvoldoende

Internationale dialoog is nochtans hard nodig. Klimaatwetenschappers dringen steeds meer aan op een ambitieus en daadkrachtig globaal klimaatbeleid, hoewel slechts een kleine minderheid van hen nog gelooft dat een beperking van de opwarming tot de afgesproken anderhalve graad mogelijk is.

Ook vorige maand bleek uit een VN-rapport dat de huidige inspanningen veruit onvoldoende zijn om ook maar in de buurt te komen van die doelstelling.  

Slechts een kleine minderheid van klimaatwetenschappers gelooft nog dat de opwarming kan beperkt worden tot anderhalve graad

De landen die het minst hebben bijgedragen tot de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, zijn de eersten om de prijs daarvoor te betalen. Een staaltje daarvan zagen we in Pakistan, waar overstromingen onlangs miljoenen mensen in één klap dakloos maakten.

Besprekingen over de vergoeding voor geleden verlies en schade (loss & damage), en over de financiële steun die nodig is om vooral lage inkomenslanden beter te wapenen tegen de impact van de klimaatverstoring (adaptation), staan daarom dit jaar hoog op het agenda.

Daarnaast wordt natuurlijk de balans opgemaakt van de concrete plannen en ambities van de deelnemende landen in de strijd tegen de opwarming (mitigation).

Geringe ambitie

Sinds 2015 legt elk land de eigen klimaatambities vast in zogeheten Nationally Determined Contributions (NDC’s).

Hoewel het laatste decennium heel wat inspanningen werden geleverd om de globale uitstoot te beperken, voorspellen de huidige NDC’s tegen 2030 een verdere stijging van de emissie met 10% in vergelijking met 2010. Dat ligt wel heel ver van de beoogde daling met 45%.

Tijdens COP26 in Glasgow waren alle partijen het er daarom over eens dat de lat dringend hoger moet. Alle landen werden daarom verzocht om aangescherpte NDC’s voor te leggen tegen COP27.

Aan de vooravond van die conferentie blijkt echter dat enkel Australië tot nu toe zijn klimaatambities in de hoogte heeft bijgesteld. Daarmee lijken we de onderhandelingen alvast in te gaan met geringe ambities.

‘De globale emissie blijft stijgen. Iedereen weet dat het zo niet verder kan’

Gaston Meskens
Kernfysicus

“Een beperking tot anderhalve graad is eigenlijk onmogelijk geworden”, bevestigt ook Gaston Meskens, kernfysicus en lid van de stuurgroep die op VN-klimaatconferenties de globale wetenschappelijke wereld vertegenwoordigt.

“De globale emissie blijft stijgen in plaats van dalen. Iedereen die bezorgd is om het klimaat weet dat het zo niet verder kan.”

Hoewel hij dit jaar uitzonderlijk niet naar de COP gaat, verwacht Meskens dat een aantal prangende discussies uit Glasgow dit jaar zullen worden hernomen.

“De grote teleurstelling vorig jaar was dat men er niet in geslaagd is een krachtig statement te maken over het uitfaseren van subsidies voor fossiele brandstoffen”.

Sinds de coronacrisis investeerden de G20-landen zelfs zo’n 300 miljard dollar in de fossiele industrie, veel meer dan in schone energiebronnen.

“Het is moeilijk te zeggen of men dit jaar opnieuw zal pleiten voor zo’n uitfasering”, zegt Meskens.

“De wereld ziet er door de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis helemaal anders uit.”

Het vervullen van energiebehoeften legt het onder die omstandigheden bijvoorbeeld makkelijk af tegen klimaatambities, zeker in Europa. Anderzijds zorgt die crisis er wel voor dat we “energie besparen op nooit geziene schaal, en dat het imago van kernenergie weer een boost heeft gekregen”, zegt Meskens.

Klimaatrechtvaardigheid

Een absoluut speerpunt op de conferentie in Egypte wordt klimaatrechtvaardigheid, en dan is het vooral uitkijken naar de besprekingen rond de Noord-Zuid dimensie van het klimaatprobleem.

Hoge inkomenslanden zijn nu eenmaal de grootste (historische) vervuilers, en daarmee ook de hoofdveroorzakers van een probleem dat zich vandaag vooral in lage inkomenslanden laat voelen.

Vorig jaar al eisten armere landen daarom meer financiële bijstand, zoals dat overigens was afgesproken in het akkoord van Parijs.

De verwachting is dat zij dit jaar nog harder met de vuist op tafel zullen slaan om die steun af te dwingen. De klimaatgerelateerde financiële noden van lage inkomenslanden zijn torenhoog.

In zijn open brief heeft COP-voorzitter Shoukry het over een bedrag van 5,6 biljoen dollar tegen 2030.

Lage inkomenslanden zullen dit jaar nog harder met de vuist op tafel slaan om de nodige financiële hulp te krijgen

“Vooral het loss & damage dossier zal in belang toenemen”, meent ook Anna Paeshuyse, die als VN-jongerenvertegenwoordiger Duurzame Ontwikkeling van de Vlaamse Jeugdraad meereist naar Egypte met de Belgische delegatie.

“Rijkere landen moeten klimaatrechtvaardigheid ernstig nemen, ook gezien de historische schuld als koloniserende landen.”

Een doortastende klimaataanpak, vult ze aan, “kijkt verder dan de zeedijk van Oostende, maar moet wereldwijd inzetten op een leefbare omgeving.”

Hoewel Europa de financiële bijstand aan lage inkomenslanden sinds 2013 heeft verdubbeld, volstaat dat nog lang niet om de desastreuze gevolgen van de klimaatopwarming op te vangen.

Met de oorlog in Oekraïne in het achterhoofd, lijkt het echter twijfelachtig dat de geldkraan naar het Zuiden ineens wagenwijd open wordt gedraaid.

In zijn open brief liet COP-voorzitter Shoukry ook al weten dat herfstonderhandelingen met het IMF en de Wereldbank over het opdrijven van financiële steun voorlopig weinig opleverden.

Klimaatrechtvaardigheid gaat over meer dan (financiële) hulp, maar ook over een evenwichtige representatie op de klimaattop.

“Deelnemen aan deze conferentie is ontzettend duur”, legt Paeshuyse uit.

“Als je niet ondersteund wordt door een organisatie, dan is het onmogelijk om deel te nemen.” Het bemoeilijkt de participatie van groepen die het minder breed hebben.

Ook voor jongerenparticipatie zegt Paeshuyse een lans te zullen te breken in Egypte.

“De klimaatcrisis is ook een kinderrechtencrisis, en heeft een grote impact op toekomstige generaties. Jongeren worden te weinig gehoord in die debatten, al zien we daar wel wat verbetering.”

Helena Van Tichelen, die naar de top gaat om de International Association of Students in Agricultural and Related Sciences te vertegenwoordigen, sluit zich daarbij aan.

“De generatie van de toekomst moet veel meer betrokken worden bij het maken van klimaatbeleid. Zij zullen voor de grote uitdagingen staan.”

Tussen hoop en greenwashing

Over de vraag of zo’n klimaattop nu echt de nodige zoden aan de dijk brengt, blijven de meningen verdeeld. Het gaat traag, er wordt altijd minder beloofd dan gehoopt, en klimaattoppen “zijn in die zin altijd wel wat teleurstellend”, erkent Meskens.

Maar in de media heerst ook vaak een “wat te stereotiep en simplistisch beeld van zo’n conferentie”, voegt hij toe.

“Een COP is absoluut zinvol. Anders blijft er niets meer over. De dialoog tussen onderhandelaars is belangrijk, en wordt op die manier zichtbaar voor de wereld.”

Ook Paeshuyse is hoopvol. “We zitten met een gigantisch probleem en er is geen tijd te verliezen. Maar wij zijn vooral een hoopvolle generatie. Elk deeltje van een graad is de strijd waard.”

‘Elk deeltje van een graad is de strijd waard’

Anna Paeshuyse
VN-jongerenvertegenwoordiger

Het neemt niet weg dat COP27 om begrijpelijke redenen een wat wrange indruk kan nalaten.

Eerder ontstond commotie toen bekend werd dat Coca-Cola – verantwoordelijk voor miljoenen tonnen plasticafval per jaar – het evenement dit jaar zou sponsoren.

Ook Siemens doet een ferme duit in de zak, en General Motors zorgt dan weer voor het vervoer tussen de verschillende locaties van de conferentie.

Voor bedrijven is een COP nu eenmaal een uitgelezen kans om zich snel een groen imago aan te meten. Vormen van greenwashing zijn er dan ook nooit veraf.

“Het is waar dat zo’n COP het klimaat op het agenda zet,” zegt Jolien Paeleman van Extinction Rebellion.

“Maar we hoeven niet altijd op een positieve noot te eindigen. Het is belangrijker om de realiteit onder ogen te zien: we kunnen die anderhalve graad intussen op onze buik schrijven. Dat wil zeggen dat de manier waarop we nu leven onmogelijk wordt.”

Activisme blijft daarom hard nodig, volgens haar.

“Sommigen vinden dat radicaal. Maar ik sluit me aan bij de woorden van Antonio Guterres (secretaris-generaal van de Verenigde Naties):

‘De enige gevaarlijke radicalen zijn de landen die de productie van fossiele brandstoffen blijven opschalen. Dat is morele en economische waanzin.’


Liesbet De Kock schrijft sinds 2022 voor Apache. Ze heeft een achtergrond in de klinische psychologie en filosofie. Voordien werkte ze als gastprofessor aan de VUB en het KASK, en als onderwijsassistent aan de UGent.


Lees alle artikels van Liesbet De Kock

De huidige inspanningen zijn veruit onvoldoende om ook maar in de buurt te komen van maximaal anderhalve graad klimaatopwarming. (Tobias Rademacher (Unsplash))

Bron: Apache

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven