Bieke Purnelle – Het recht van de luidste


Agressie loont, merkt Bieke Purnelle. Wie een grote mond opzet of zich intimiderend gedraagt, krijgt niet alleen meer aandacht, maar ook sneller zijn zin. Roepen en dreigen doet anderen verstommen of vertrekken.

Bieke Purnelle – De Standaard


Toen ik nog maar net in de straat woonde waar ik intussen een decennium ben geworteld, bedacht een groep buren dat onze straat misschien in aanmerking kwam als Leefstraat.

De Leefstraten waren een tijdelijk experiment, dat bewoners uitnodigde om, onder begeleiding, hun straat anders in te richten, met ruimte voor ontmoeting en spel.

Zodra de infobriefjes in de brievenbussen vielen, ontstond er zoals verwacht enige commotie. Maar dat sommige buren ellenlange dreigmails naar de initiatiefnemers stuurden en hun persoonlijke contacten met lokale mandatarissen inriepen om het hele experiment in de kiem te smoren, kwam toch als een verrassing.

Ik herinner me een buurtvergadering waar oprechte bezorgdheden en vragen ter sprake kwamen, maar waarvan ik vooral de agressie en de haat onthoud van een handvol tegenstanders, die niet geïnteresseerd waren in de praktische aspecten, maar alleen hun veto door ieders strot wilden rammen.

Het was een minderheid, maar wel een erg luide en actieve minderheid, die – o ironie – de anderen verweet totalitair te zijn omdat ze in overleg een denkoefening wilden opstarten. De sfeer werd zo kil dat de Leefstraatfans hun plan lieten varen. Het was hun de oorlog en de kwetsuren niet waard.

Daar dacht ik aan toen ik een paar dagen geleden de onthutsende berichten las over de ontspoorde laatste participatieraad inzake het circulatieplan Good Move in Schaarbeek.

  • Aan de norse mevrouw met de neerwaarts wijzende mondhoeken die iedereen onderbrak en naar niemand wenste te luisteren.

  • Aan de misnoegde man die de initiatiefnemer uitschold en meedeelde een hekel te hebben aan sociale cohesie, want daar kwam altijd alleen maar geroddel van, en trouwens hij kende de burgemeester.

  • Aan de jongeman die had berekend dat een knip in de straat hem jaarlijks 2.880 seconden en een halve jerrycan benzine zou kosten.

Ik herinner me levendig mijn verbijstering van weleer. Zo gortig als in Schaarbeek werd het nooit. Toch liet het een diepe indruk op mij na.

Enkele kilometers hiervandaan, in Gentbrugge, hielden vrachtwagenchauffeurs vorig jaar maandenlang de hele buurt wakker om hun ongenoegen over een tijdelijke snelheidsverlaging kenbaar te maken.

De buurt had geklaagd over de geluidshinder van het toenemende vrachtverkeer op het E17-viaduct, dat dwars door de woonwijk loopt. De stad nam de klachten ter harte en ging over tot een tijdelijke snelheidsverlaging naar 70 km per uur om het effect van een snelheidsverlaging te kunnen evalueren.

Uit protest reden veel vrachtwagenchauffeurs luid claxonnerend over het viaduct, ook ’s nachts. Twee kilometer lang wat trager moeten rijden, was voor sommigen dus een geldige reden om honderden gezinnen uit hun slaap te houden.

Mobiliteits- en circulatieplannen doen de gemoederen vaak hoog oplopen. Dat er niet genoeg met ‘de mensen’ wordt gepraat, hoor je dan. Ook al zijn er buurtvergaderingen, bevragingen en infomomenten georganiseerd.

Het grootste misverstand is dat je dergelijke conflicten kunt oplossen met rationele argumenten. Het achterliggende idee is dat mensen rationele wezens zijn die hun denken en handelen grotendeels baseren op hun ratio. Daar klopt weinig van.

Een tijd geleden zag ik een presentatie van verkeerspsycholoog Gerard Toolen, over de relatie tussen psychologie en mobiliteit.

Hij schetste onder meer hoezeer autobezitters zich identificeren met hun auto. De auto en de ruimte die hij inneemt, zijn voor velen erg persoonlijk. Logisch dat je je makkelijker identificeert met een voertuig waar je een smak geld voor hebt neergeteld en waarover je zelf controle hebt, dan met een lijnbus of een metrostel.

Tegelijk gaan mensen spartelen als je aan hun privileges raakt. Dat de publieke ruimte niet alleen de auto toebehoort, klinkt schokkend na ruim een halve eeuw onder het onbetwiste bewind van koning auto. Niemand geeft graag iets af, al helemaal niet van een schaars goed als openbare ruimte.

Niet het conflict an sich of de uiteenlopende meningen zijn het probleem. Wel de agressie en intimidatie die zich niet alleen in het mobiliteitsdebat, maar in alle domeinen van de samenleving manifesteren.

Buschauffeurs, treinconducteurs, hulpverleners, postbodes, loketbedienden, journalisten, artsen … In vrijwel elke beroepscategorie maken mensen gewag van toenemende agressie.

  • Verkeersagressie tussen automobilisten onderling of tussen autobestuurders en fietsers.

  • Leerlingen die leerkrachten bedreigen.

  • Burenruzies die ontaarden in fysiek geweld.

  • Politici die thuis worden lastiggevallen.

De oorzaken van die verruwing zijn complex, van narcistische krenking tot toegenomen individualisering, en lastig in een diagnose te vatten.

Een remedie hebben we tot nader order niet bedacht.

Intussen blijven we geloven dat we moeten luisteren naar mensen die zelf naar niemand willen luisteren en hun ongenoegen oorverdovend luid boven alles en iedereen uitschreeuwen.

Feit is dat agressie loont. Wie een grote mond opzet of zich intimiderend gedraagt, krijgt niet alleen meer aandacht, maar ook sneller zijn zin.

Roepen en dreigen doet anderen verstommen of vertrekken. Agressie breekt de weerstand en uiteindelijk de hoop op verandering. En laat dat nu net de bedoeling zijn.


Bieke Purnelle is freelance­­schrijver en directeur van Rosa, kennis­centrum voor gender en feminisme. Haar column verschijnt tweewekelijks op vrijdag.


Een fietsstraat? Daar steken we een stokje voor, vonden agressievelingen die zich tegen het Good Move plan in Brussel keerden. 
Foto: Nils Quintelier/belga

Lees ook

Klik op de hyperlink en ontdek meer berichten van

Bieke Purnelle


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Naar de website


Scroll naar boven