Cultuurprotest – Peter Paul Rubens reageert op Nabilla Ait Daoud


Al bijna vierhonderd jaar onder de zoden, maar niettemin weer op ieders lippen: Peter Paul Rubens, door Antwerps cultuurschepen Nabilla Ait Daoud aangehaald als hét bewijs dat goede kunstenaars geen subsidiesteuntje in de rug nodig hebben. Wat denkt de man daar nu eigenlijk zelf van? Wij spraken ons netwerk aan, en bemachtigden zowaar zijn telefoonnummer.

Tom RaesHumo


‘De pest was minder dramatisch dan een Vlaams-nationalistische schepen van Cultuur’


Peter Paul Rubens: Met Peter Paul.

Humo: Spreek ik met de meester?

Rubens: Hemzelve.

Meneer Rubens, was u verrast toen u eerder deze week werd aangehaald door Antwerps schepen van Cultuur Nabilla Ait Daoud? Ze wees naar u als voorbeeld van hoe échte kunstenaars geen subsidies nodig hebben om productief te zijn.

Rubens: Verast was ik niet, ik ben namelijk begraven. Maar ik schrok behoorlijk, ja. En zoals u weet ben ik al geruime tijd morsdood, dus dat wil wat zeggen.

Ik heb inderdaad nooit subsidies ontvangen als kunstenaar, maar tegelijk bekleedde ik wel maar mooi het ambt van hofschilder van aartshertog Albrecht, schilderde ik voor de Spaanse vorsten, én werd ik voor elk voltooid werk rijkelijk beloond.

Laten we wel zijn: de voornaamste reden waarom ik bij leven nooit subsidies ontvangen heb, is omdat subsidies gewoonweg nog niet uitgevonden waren.

Warempel, wàren ze maar uitgevonden toen ik me nog onder de levenden bevond! Dan had ik tenminste iets als artistieke vrijheid gekend.

Hoe bedoelt u?

Rubens: Welja, mijn beste. Ik heb ze dan wel goed verdiend met allerhande vetbetaalde opdrachten voor de nobiliteit van mijn tijd, maar daar stond natuurlijk wel iets tegenover.

Alles moest zo waarheidsgetrouw zijn, want de fotografie was nog niet uitgevonden. En tegelijk moest het er wél allemaal gaaf en egaal uitzien, want Photoshop bestond natuurlijk ook nog niet.

Geen énkele inspraak had ik in mijn werken voor het hof, terwijl: denkt u soms dat ik dàt het hoogste artistieke genot vond, al die volgevreten, pokdalige karpatenkoppen zo fraai mogelijk proberen portretteren?

Nooit zelfs maar eens de vrijheid om zo’n hertog een onnozele hoed op de kop te schilderen, laat staan van een komieke snor te voorzien!

Dat verklaart natuurlijk waarom u zo graag volle vrouwen afbeeldde. Ook dat was u opgelegd door de adel, die wilden uitpakken met hun welgesteldheid.

Rubens: Wat? Nee nee, dat is nu net het enige verzetje dat me nog restte: een welgevormde deerne op z’n tijd en ik kon er weer tegen. Nee, voor PPR was alleen XXL goed genoeg. En dan zeg- (stilte)

Hallo?

Rubens: Hallo? Hallo? Hoort u mij? Excuus, ik heb net een nieuwe iPhone gekocht en zo’n aanraakscherm accordeert niet altijd met zo’n komisch grote hoed als de mijne.

Nog een opmerking die dezer dagen graag gemaakt wordt: kunstenaars subsidiëren in tijden van crisis is ongeoorloofd.

Rubens: (Lacht luid) Ja, in mijn tijd kenden we natuurlijk geen crisissen. De hertog van Alva, godsdienstvervolgingen, verbanningen, ziekte…

Mag ik u eraan herinneren dat mijn eerste vrouw gestorven is aan de pest?! De pest!

Denkt u dat iemand daarom een schilderij minder heeft gekocht? Nee, mijn beste, ze kochten er net méér. Want de kunsten verzachten de zeden en, in tijden van smart, smeden de ziel.

Klinkt als een moeilijke tijd, de uwe.

Rubens: Oké, niet dat ik ooit iets zo dramatisch heb meegemaakt als een Vlaams-nationalistische schepen van Cultuur, maar toch. Zeg eens, hoeveel weegt u eigenlijk?

Waarom?

Rubens: (Hijgend) O niets, gewoon een vraag.

Tot slot, wat zou u doen als ù schepen van Cultuur was?

Rubens: Dan ga ik werken voor mijn centen, zoals iedereen.

Dank voor dit gesprek.
Jeroen Olyslaegers

Beeld Humo

Lees ook

Vul hieronder de zoekopdracht Cultuurprotest in en vind meer berichten.


Bron: Humo

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven